Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:4352

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
23-07-2013
Zaaknummer
200.097.767/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 1 augustus 2011 is bij de kamer door klager een klacht ingediend tegen de oud-notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 19 augustus 2011 de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Tegen deze beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft het verzet bij beslissing van 17 november 2011 ongegrond verklaard. Artikel 99 lid 6 van de Wet op het notarisambt (zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2013) bepaalt, kort gezegd, dat tegen een beslissing van de voorzitter van de kamer schriftelijk verzet kan worden gedaan bij de kamer. Dat betekent dat tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer geen ander rechtsmiddel openstaat dan bedoeld verzet - hetgeen klager overigens ook heeft ingesteld - hetgeen ertoe leidt dat klager niet in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van 19 augustus 2011 kan worden ontvangen.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 99
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Beslissing van 26 juni 2012 in de zaak van:

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

APPELLANT

t e g e n

[notaris],

oud-notaris te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 23 november 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met één bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ‘s-Hertogenbosch, verder de kamer, van 17 november 2011, waarbij de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van

19 augustus 2011 ongegrond heeft verklaard.

1.2. Bij brief, ter griffie van het hof ingekomen op 19 januari 2012, heeft klager laten weten dat in zijn eerdergenoemde verzoekschrift sprake is van een verschrijving en dat zijn hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 19 augustus 2011, waarin een tegen geïntimeerde (hierna: de oud-notaris) gerichte klacht als kennelijk niet-ontvankelijk is afgewezen.

1.3. Ter openbare terechtzitting van het hof van 10 mei 2012 is de ontvankelijkheid van het hoger beroep van klager behandeld. Klager en de oud-notaris zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschenen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1. Op 1 augustus 2011 is bij de kamer door klager een klacht ingediend tegen de oud-notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 19 augustus 2011 de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Tegen deze beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft het verzet bij beslissing van 17 november 2011 ongegrond verklaard.

3.2. Artikel 99 lid 6 van de Wet op het notarisambt (Wna) bepaalt, kort gezegd, dat tegen een beslissing van de voorzitter van de kamer schriftelijk verzet kan worden gedaan bij de kamer. Dat betekent dat tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer geen ander rechtsmiddel openstaat dan bedoeld verzet – hetgeen klager overigens ook heeft ingesteld – hetgeen ertoe leidt dat klager niet in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van 19 augustus 2011 kan worden ontvangen.

3.3. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing

4. De beslissing

Het hof:

- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 19 augustus 2011.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en

C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 26 juni 2012 door de rolraadsheer.

KLN 11.20

17 november 2011

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de navolgende beslissing over de klacht van [klager], hierna te noemen klager, tegen [notaris], oud-notaris te [plaatsnaam], hierna te noemen de oud-notaris.

1 De procedure

1.1.

Klager heeft op 29 juli 2011 een klacht geformuleerd tegen de oud-notaris.

1.2.

Bij beslissing van 19 augustus 2011 heeft de plaatsvervangend voorzitter, mr. S.J.G.N.M. Willard, de klacht ten aanzien van de oud-notaris kennelijk niet-ontvankelijk geacht en om die reden afgewezen.

1.3.

Tegen deze beslissing is klager op 23 augustus 2011 in verzet gekomen.

1.4.

De kamer van toezicht heeft het verzet behandeld op de vergadering van 20 oktober 2011. Klager was bij de behandeling aanwezig. De oud-notaris was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet bij de behandeling aanwezig.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 99, lid 6, Wet op het notarisambt kunnen klagers tegen de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk verzet doen. De kamer constateert dat het verzetschrift gedateerd is op 23 augustus 2011 en bij de kamer is ingekomen op 26 augustus 2011. Het verzet is derhalve tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk.

2.2.

Ter beoordeling staat of de plaatsvervangend voorzitter de voorzittersbeslissing op goede gronden heeft gegeven. De plaatsvervangend voorzitter heeft de klacht ten aanzien van de oud-notaris op grond van het bepaalde in artikel 99, twaalfde lid, van de Wet op het notarisambt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en derhalve in zoverre afgewezen. Dit artikellid bepaalt dat een klacht slechts kan worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen.

De plaatsvervangend voorzitter heeft in de voorzittersbeslissing overwogen dat klager al eerder dan in 2005 van de akte uit 1987 kennis heeft genomen. De plaatsvervangend voorzitter heeft geoordeeld dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.

2.3

De kamer van toezicht is van oordeel dat de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van 19 augustus 2011, gelet op de voorhanden stukken en hetgeen hiervoor onder 2.2 is opgenomen, geheel juist is. Hetgeen klager in het verzetschrift en tijdens de behandeling van het verzet op 20 oktober 2011 heeft aangevoerd maakt dit oordeel niet anders. De kamer van toezicht komt daarmee niet toe aan een verdere (inhoudelijke) behandeling van de klacht en zal het verzet van klager ongegrond verklaren.

3 De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. H.A.W. Snijders, voorzitter,

mr. M.A.M. Kessels, J.J.G.M. Kuijpers, leden, mr. H.G. Robers en mr. P.G. Heeringa, plaatsvervangende leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2011,

in tegenwoordigheid van de secretaris.

[-]

[-]

[-]

[-][-]

[-]

[-]

[-]

[-][-]

[-]

[-]

[-][-]

[-]

[-]

[-]

[-]