Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:1757

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
05-11-2013
Zaaknummer
200.081.169
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur van woning (zie eindarrest)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWAALFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[appellant],

wonend te [woonplaats],

APPELLANT,

advocaat: mr. M.J.R. Roethof te Arnhem,

t e g e n

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

WONINGBOUWVERENIGING STADGENOOT,

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. I.N. Maaskant te Hoofddorp.

De partijen worden hierna [appellant] en Stadgenoot genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Bij dagvaarding van 21 december 2010 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam, van 23 september 2010, in deze zaak onder zaak-/rolnummer CV 09-46513 gewezen tussen Stadgenoot als eiseres in conventie, gedaagde in reconventie en [appellant] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie (hierna: het vonnis). De dagvaarding bevat de grieven.

Herselia heeft tegen het vonnis tien grieven aangevoerd, bewijs aangeboden en geconcludeerd zoals in het appelexploot weergegeven.

Bij memorie van antwoord heeft Stadgenoot de grieven bestreden, een productie in het geding gebracht en geconcludeerd zoals in die memorie weergegeven.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 De feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 tot en met 3 een aantal feiten vastgesteld. Daaromtrent bestaat geen geschil zodat deze feiten het hof tot uitgangspunt dienen.

3 Beoordeling

3.1

Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

(i) Stadgenoot is eigenaar van een groot aantal woningen en heeft tot doelstelling de bevordering van een rechtvaardige verdeling van de schaarse woonruimte in de sociale sector.

(ii) Met ingang van 21 november 2002 verhuurde Stadgenoot de woning aan [adres] (hierna: de woning) aan een broer van [appellant],[F] (hierna: de broer). Op 8 september 2006 heeft de broer de huur opgezegd tegen 31 januari 2007. De broer had de woning reeds eerder verlaten.

(iii) Vanaf maart 2006 was [appellant] in de door de broer gehuurde woning gehuisvest. Hij is daar ook na de beëindiging van de huurovereenkomst door de broer blijven wonen. De verschuldigde huurpenningen zijn voldaan.

(iv) Stadgenoot vordert in conventie een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst met de broer per 31 januari 2007 is geëindigd en een veroordeling van [appellant] tot ontruiming van de woning. In reconventie vordert [appellant] een verklaring voor recht dat tussen hem en Stadgenoot een huurovereenkomst met betrekking tot de woning tot stand is gekomen en voor het geval die vordering wordt afgewezen, de veroordeling van Stadgenoot tot restitutie van de door hem vanaf 1 januari 2007 aan Stadgenoot betaalde huurtermijnen. In het vonnis heeft de kantonrechter in conventie, met afwijzing van het meer of anders gevorderde, de vordering tot ontruiming toegewezen en de vorderingen in reconventie afgewezen. De grieven zijn tegen deze beslissingen - en de gronden waarop zij berusten - gericht.

3.2

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of [appellant] (ten tijde van de inleidende dagvaarding, december 2009) de woning zonder recht of titel in gebruik had.

3.3

Het hof heeft behoefte aan nadere inlichtingen van partijen en zal om die reden een comparitie van partijen bepalen. Bij die gelegenheid zal tevens worden onderzocht of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

4 Beslissing

Het hof:

gelast partijen ([appellant] in persoon, Stadgenoot deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die bevoegd is haar te binden), vergezeld van hun raadslieden, tot het hiervoor omschreven doel te verschijnen ten overstaan van mr. G.J. Visser, daartoe als raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, Prinsengracht 436 te Amsterdam, op een nader te bepalen datum en tijd;

verzoekt partijen, voor zover zij zich ter comparitie willen bedienen van (nog niet in deze procedure overgelegde) schriftelijke stukken, deze uiterlijk veertien dagen voor de comparitiedatum toe te zenden aan genoemde raadsheer-commissaris, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan de wederpartij;

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 21 augustus 2012 voor opgave door partijen van hun verhinderdagen in de maanden september, oktober en november 2012;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Visser, R.J.F. Thiessen en J.H. Huijzer en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2012 door de rolraadsheer.