Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7856

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
25-10-2012
Zaaknummer
200.077.660-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vereniging is gerechtigd in de statuten en het huishoudelijk reglement aan haar leden vergoeding van alle kosten van invordering buiten rechte op te leggen. Er is dan sprake van bedongen buitengerechtelijke kosten. Wel bewijslast dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLOTERVAART ZIEKENHUIS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

APPELLANTE,

advocaat: mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

t e g e n

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

NVZ VERENIGING VAN ZIEKENHUIZEN,

gevestigd te Utrecht,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. D.J. Rijnbout te Houten.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 De partijen worden hierna NVZ en Slotervaart genoemd.

1.2 Bij dagvaarding van 2 november 2010 is Slotervaart in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de ¬rechtbank te Amsterdam van 26 augustus 2009, 4 augustus 2010 alsmede het herstelvonnis van 13 oktober 2010, in deze zaak onder zaak-/rolnum¬mer 420325/HA ZA 09-566 gewezen tussen NVZ als eiseres en Slotervaart als gedaagde.

1.3 Bij memorie van grieven heeft Slotervaart een grief tegen de vonnissen aangevoerd, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, de vonnissen (gedeeltelijk) zal vernietigen, de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw) alsnog zal afwijzen en NVZ zal veroordelen tot betaling van € 5.294,00 met rente en met veroordeling van NVZ in de kosten van beide instanties.

1.4 Bij memorie van antwoord heeft NVZ de grief bestreden, een productie in het geding gebracht, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof de vonnissen zal bekrachtigen, met veroordeling van Slotervaart in de kosten van het hoger beroep met rente en nakosten.

1.5 Partijen hebben de zaak op 15 september 2011 doen bepleiten, Slotervaart door mr. R. Verduijn, advocaat te Haarlem, NVZ door mr. D.J. Rijnbout, voornoemd, beiden aan de hand van pleitnotities.

1.6 Ten slotte is arrest gevraagd.

2. Feiten

2.1 De rechtbank heeft in het vonnis van 26 augustus 2009 onder 2.1. tot en met 2.11. een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daaromtrent bestaat geen geschil zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

3. Beoordeling

3.1 Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

3.1.1 NVZ is een vereniging met als doel het (doen) behartigen van de belangen van haar leden, zowel in binnen- als buitenland, op het gebied van zorgverlenerschap, werkgeverschap en ondernemerschap. Slotervaart was lid van NVZ en heeft haar lidmaatschap op 18 oktober 2007 "per direct" opgezegd.

3.1.2 In de Statuten van NVZ is de volgende bepaling opgenomen:

“FINANCIËLE VERLICHTINGEN

Artikel 19

3. De leden zijn de contributie verschuldigd en gehouden tot naleving van hun overige financiële verplichtingen voor elk kalenderjaar waarin een lidmaatschap voortduurt, met inbegrip van de opzegtermijn.

4. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels gesteld worden over het tijdstip en de wijze waarop de leden hun financiële verplichtingen jegens de vereniging moeten voldoen respectievelijk de gevolgen van het niet, niet tijdig of onvolledig nakomen van deze betalingsverplichtingen.”

3.1.3 In het huishoudelijk reglement van NVZ staat, voor zover hier van belang:

“Artikel 9

CONTRIBUTIE VAN LEDEN

6. De contributienota en/of de deel-contributienota’s en de overige nota’s van de NVZ aan de leden dienen binnen twee maanden na ontvangst van deze nota’s te zijn voldaan.

7. Bij gebreke aan (volledige) betaling van de in lid 6 bedoelde nota’s binnen de in dat lid gestelde termijn, wordt een maal een herinneringsnota verstuurd met een betalingstermijn van veertien dagen na dagtekening van de herinneringsnota.

8. Nota’s als bedoeld in lid 6 waarvan de betaling door de NVZ ontvangen wordt later dan veertien dagen na de dagtekening van de herinneringsnota, worden voor het deel van de achterwege gebleven betaling verhoogd met een percentage van 1% per maand. Voorts komen alle kosten van invordering in en/of buiten rechte ten laste van het desbetreffende lid.”

3.2 NVZ heeft in eerste aanleg de betaling gevorderd van € 90.766,79, bestaande uit nog verschuldigde contributie over het jaar 2008, een bijdrage aan het branche-imagoprogramma, vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten met btw.

3.3 Bij vonnis van 4 augustus 2010, hersteld bij vonnis van 13 oktober 2010, heeft de rechtbank de vorderingen van NVZ toegewezen, waaronder een bedrag van € 5.294,00 (te weten € 4.448,74 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 845,26 aan btw hierover).

3.4 Tegen het tussenvonnis van 26 augustus 2009 zijn geen grieven gericht, zodat Slotervaart in haar beroep tegen dit vonnis niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

3.5 De grief beperkt zich tot het toegewezen bedrag van € 5.294,00 aan buitengerechtelijke incassokosten met btw.

3.6 NVZ heeft haar vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten primair gegrond op artikel 19 lid 4 van de Statuten en artikel 9 lid 8 van het huishoudelijk reglement (zie onder 3.1.2 en 3.1.3) en gesteld dat er sprake is van bedongen buitengerechtelijke kosten. Subsidiair vordert zij deze kosten op de voet van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c van het Burgerlijk Wetboek (BW).

3.7 Ten pleidooie heeft Slotervaart het overeengekomen zijn van de bedongen buitengerechtelijke kosten betwist. Volgens Slotervaart zijn de bepalingen waarnaar NVZ verwijst niet afkomstig uit een wederkerige overeenkomst tussen NVZ en Slotervaart maar eenzijdig aan Slotervaart opgelegd middels het huishoudelijk reglement.

3.8 Dit betoog wordt verworpen. Op de voet van artikel 2:34a BW kunnen verbintenissen bij of krachtens statuten aan lidmaatschapsrechten worden verbonden. NVZ is daarom gerechtigd op de voet van genoemde artikelenin de Statuten en het huishoudelijk reglement aan haar leden vergoeding van alle kosten van invordering buiten rechte op te leggen. Er is dus in die zin sprake van bedongen buitengerechtelijke kosten, dat wil zeggen kosten waarvan de vergoedingsplicht niet rechtstreeks voortvloeit uit de wet.

3.9 Voorts heeft Slotervaart betwist dat NVZ werkelijk kosten heeft gemaakt teneinde buiten rechte voldoening te krijgen. En als dit al zo zou zijn, dan staat het toegewezen bedrag niet in een redelijke verhouding tot die werkzaamheden. Daarbij heeft Slotervaart van meet af aan duidelijk gemaakt dat zij niet tot vrijwillige betaling van het gevorderde over zou gaan en was het versturen van aanmaningen daarom zinloos, aldus nog steeds Slotervaart.

3.10 Evenals bij een vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten uit hoofde van artikel 6:96 lid 2 sub c BW (de subsidiaire vordering), dient ook degene die aanspraak maakt op vergoeding van bedongen buitengerechtelijke kosten (de primaire vordering) te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat er meeromvattende, als buitengerechtelijk aan te merken, werkzaamheden zijn verricht. Wil hiervan sprake zijn dan zal het moeten gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een - niet aanvaard - schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van een dossier.

3.11 Dat van dergelijke werkzaamheden sprake is geweest, is door NVZ, tegenover de gemotiveerde betwisting van Slotervaart, onvoldoende gemotiveerd gesteld. Het hof overweegt daartoe als volgt.

3.11.1 De door NVZ ter onderbouwing van haar interne kosten in het geding gebrachte facturen van 17 juli 2008 en 1 september 2008 betreffen slechts enkele automatisch aangemaakte betalingsherinneringen, terwijl de brieven van 2 september 2008, 30 september 2008 en 28 oktober 2008 alsmede de door NVZ met Slotervaart gevoerde gesprekken met name als insteek hadden - zoals door Slotervaart onbetwist is aangevoerd en ook blijkt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie - het behouden van Slotervaart als lid van NVZ. Deze werkzaamheden zijn daarom niet aan te merken als meeromvattende, als buitengerechtelijk aan te merken, werkzaamheden ter voldoening van de onderhavige vorderingen (zie 3.2). Daarbij heeft NVZ in het geheel niet toegelicht welke (interne) kosten met deze werkzaamheden gemoeid zouden zijn. Zij heeft aan haar vordering immers enkel een factuur ad € 5.295,00 van haar incassogemachtigde ten grondslag gelegd. Dergelijke kosten betreffen evenwel externe kosten.

3.11.2 Met betrekking tot de door NVZ gestelde externe kosten stelt het hof voorop dat Slotervaart niet is gebonden aan afspraken tussen NVZ en haar incassogemachtigde dan wel haar advocaat (vgl. ook Rapport voor-werk II, nummer 8.4). De enkele omstandigheid dat NVZ op grond van een factuur € 5.294,00 aan haar incassogemachtigde heeft betaald, maakt dus nog niet dat Slotervaart deze als externe kosten aan NVZ dient te vergoeden. Daar komt bij dat NVZ deze factuur ook in hoger beroep niet in het geding heeft gebracht, terwijl zij evenmin heeft geconcretiseerd welke werkzaamheden ter hoogte van welk bedrag met deze factuur zijn gedeclareerd. NVZ heeft enkel gewezen op drie verzonden brieven. De door de incassogemachtigde aan Slotervaart gestuurde sommaties van 25 november en 3 december 2008 betreffen echter twee herhaalde aanmaningen en komen niet voor vergoeding in aanmerking. De brief van de advocaat van NVZ aan Slotervaart van 2 februari 2009 betreft – zoals Slotervaart terecht heeft gesteld - werkzaamheden ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak waarvoor de in de artikelen 56 en 57 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten al een vergoeding plegen in te sluiten zodat kosten van deze werkzaamheden niet voor vergoeding als buitengerechtelijke kosten in aanmerking komen.

3.12 In het licht van het voorgaande is er geen grond voor toewijzing van (bedongen) buitengerechtelijke kosten. De grief slaagt dan ook. Het aanbod tot bewijslevering van de hoogte en de betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt gepasseerd, nu uit het voorgaande volgt dat NVZ hiertoe onvoldoende heeft gesteld. Gelet op deze uitkomst behoeven de overige stellingen van Slotervaart verder geen bespreking.

4. Slotsom

Slotervaart zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar beroep tegen het vonnis van 26 augustus 2009. De grief tegen het vonnis van 4 augustus 2010, zoals verbeterd bij herstelvonnis, slaagt. Dit laatste vonnis zal worden vernietigd, doch uitsluitend voor zover Slotervaart in onderdeel 3.1 van het dictum is veroordeeld tot betaling van € 5.294,00, een en ander zoals hierna weergegeven. In zoverre zal opnieuw recht worden rechtgedaan. De vordering in hoger beroep van Slotervaart tot (terug)betaling door NVZ van € 5.294,00 zal worden toegewezen, alsmede de hierover gevorderde wettelijke rente vanaf 1 september 2010 (volgens de eigen stellingen van NVZ heeft Slotervaart eind augustus 2010 aan het vonnis voldaan). NVZ dient als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in hoger beroep te worden veroordeeld. Het hof ziet geen aanleiding om NVZin de kosten van de eerste aanleg te veroordelen, aangezien zij in die instantie overwegend in het gelijk is gesteld. De vordering hiertoe zal worden afgewezen.

5. Beslissing

Het hof:

verklaart Slotervaart niet-ontvankelijk in haar beroep tegen het vonnis van 26 augustus 2009;

vernietigt het vonnis van 4 augustus 2010, zoals verbeterd bij herstelvonnis, doch uitsluitend voor zover Slotervaart daarbij (in onderdeel 3.1 van het dictum) is veroordeeld tot betaling van € 90.766,79 vermeerderd met de daar genoemde contractuele rente;

in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Slotervaart tot betaling aan NVZ van € 85.472,79 (vijfentachtigduizend vierhonderd tweeënzeventig euro en negenenzeventig cent), te vermeerderen met de contractuele rente over een bedrag van € 80.742,93 vanaf 7 februari 2009 tot aan de dag der voldoening;

wijst af hetgeen in eerste aanleg meer of anders is gevorderd;

bekrachtigt dit vonnis voor het overige;

veroordeelt NVZ tot betaling aan Slotervaart van € 5.294,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 september 2010 tot aan de dag der voldoening;

verwijst NVZ in de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten aan de zijde van Slotervaart tot aan deze uitspraak op € 1.832,93 wegens verschotten en € 2.682,00 wegens salaris;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, R.H. de Bock en C.C.W. Lange en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2011 door de rolraadsheer.