Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BX6295

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-09-2011
Datum publicatie
03-09-2012
Zaaknummer
23-003740-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2010 (niet gepubliceerd) bevestigd (poging tot doodslag)..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003740-10

datum uitspraak: 13 september 2011

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-650755-10 tegen

[ verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [woonadres],

thans gedetineerd in P.I.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 12 augustus 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, te weten ten aanzien van het primair tenlastegelegde een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich voor zijn drugsgebruik moet laten behandelen bij GGZ Inforsa en aansluitend voor verdere behandeling naar De Waag dient te gaan om zich te laten behandelen zolang de behandelaars dit nodig achten en dat de verdachte zich gedurende de gehele proeftijd houdt aan de aanwijzingen die de Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daarnaast toewijzing van de benadeelde partij [benadeelde partij] tot een bedrag van € 1.071,-, bestaande uit € 321,- geleden materiële schade en € 750,- geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade (20 mei 2010) tot aan de dag van de algehele voldoening, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

Ten aanzien van de gevoerde verweren verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank op dit punt in haar vonnis onder 4.3 heeft overwogen en neemt dit over.

Aan dit arrest wordt een kopie gehecht van het bevestigde vonnis.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de twaalfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. T.A.C. van Hartingsveldt en mr. M.M.H.P. Houben, in tegenwoordigheid van N. de Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 september 2011.