Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7817

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
200.036.359-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidsongeval vliegtuigtechnicus. Nieuwe letselschadeberekening sluit niet op € 650.000 maar op € 450.000. Belastinggarantie alsnog toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknummer 200.036.359/01

4 oktober 2011

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

APPELLANTE in principaal appel,

GEÏNTIMEERDE in incidenteel appel,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

t e g e n

[ GEÏNTIMEERDE ],

wonende te [ O ], gemeente [ N ]-[ B ] (GLD),

GEÏNTIMEERDE in principaal appel,

APPELLANT in incidenteel appel,

advocaat: mr. M. Vissers te Utrecht.

1. Het verdere geding in hoger beroep

1.1 Partijen zullen hierna KLM en [ Geïntimeerde ] worden genoemd.

1.2 Voor het verloop van de procedure tot 15 maart 2011, wordt verwezen naar het op die datum in deze zaak uitgesproken tussenarrest.

1.3 Overeenkomstig het in dat arrest bepaalde heeft KLM een akte na tussenarrest genomen en daarbij een door het Nederlands Rekencentrum Letselschade (hierna: NLR) opgestelde nieuwe schadeberekening, gedateerd 22 maart 2011, in het geding gebracht.

1.4 [ Geïntimeerde ] heeft bij antwoordakte op de door KLM in het geding gebrachte nieuwe berekening en op het in de akte van KLM gestelde gereageerd.

1.5 Ten slotte hebben partijen het hof wederom verzocht arrest te wijzen.

2. De verdere beoordeling

2.1. Het geschil betreft de omvang van de door [ Geïntimeerde ] geleden schade ten gevolge van een hem op 5 mei 2000 - hij was op die datum bij KLM in dienst als vliegtuigtechnicus - overkomen arbeidsongeval. KLM heeft voorafgaand aan deze procedure erkend dat zij jegens [ Geïntimeerde ] voor die schade aansprakelijk is.

2.2 De kantonrechter heeft in het bestreden eindvonnis de vordering tot schadevergoeding van [ Geïntimeerde ] toegewezen tot een bedrag van € 425.905,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2009 over € 361.992,01 (€ 57,79 per dag) tot de dag der voldoening. De kantonrechter heeft daarbij een door het Nederlands Rekencentrum Letselschade (hierna: NRL) gemaakte berekening van de schade, gedateerd 18 februari 2009, gevolgd. Bij die berekening zijn de door de kanton-rechter in een aantal tussenvonnissen en het proces-verbaal van een op 3 februari 2009 (in eerste aanleg) gehouden comparitie van partijen vastgelegde uitgangspunten gevolgd. NLR stelde in die berekening de totale schade vast op € 645.909,-- inclusief wettelijke rente tot 6 februari 2009, waarvan na aftrek van de door KLM verstrekte voorschotten ten bedrage van € 220.004,-- nog € 425.905,-- te betalen resteerde (te vermeerderen met wettelijk rente vanaf 6 februari 2009 over

€ 361.992,01).

2.3 Door ieder der partijen is (in het door hen ingestelde principale en incidentele appel) de hoogte van de toegekende schadevergoeding ter discussie gesteld. De bezwaren betreffen een aantal door de kantonrechter vastgelegde uitgangspunten.

2.4 In het tussenarrest heeft het hof beslissingen genomen ter zake van die onderdelen van de berekening van NLR, waarover partijen van mening verschilden, aangegeven of en – zo ja – in hoeverre de berekening van 18 februari 2009 zou moeten worden gecorrigeerd en KLM in de gelegenheid gesteld bij akte een nieuwe door NRL opgestelde schadeberekening in het geding te brengen met in achtneming van de in het arrest vermelde correcties op de uitgangspunten van de eerdere berekening van 18 februari 2009.

2.5 Bij haar na het tussenarrest genomen akte heeft KLM een berekening door NRL van de schade van [ Geïntimeerde ] NRL in het geding gebracht gedateerd 22 maart 2011. KLM vermeldt in haar akte dat zij geen kanttekeningen bij de berekening heeft. [ Geïntimeerde ] heeft zich in zijn vervolgens genomen akte niet over de berekening uitgelaten, waaruit mag worden afgeleid dat ook hij zich met de berekening als zodanig kan verenigen.

2.6 De nieuwe berekening van NLR sluit op een totale schade (inclusief wettelijke rente tot 6 februari 2009) van

€ 453.920,--, waarvan na aftrek van de verstrekte voorschotten (tot een bedrag van € 220.004,--) nog € 233.916,-- te betalen overbleef te vermeerderen met wettelijke rente over

€ 174.149,55 vanaf 6 februari 2009 (€ 27,80 per dag). De vordering van [ Geïntimeerde ] is tot genoemde hoofdsom en rente toewijsbaar. Voor zover er bij het eindvonnis van de kantonrechter van 18 maart 2009 een hoger bedrag is toegewezen zal het vonnis worden vernietigd.

2.7 KLM heeft in hoger beroep terugbetaling gevorderd van hetgeen zij uit hoofde van het vonnis van de kantonrechter van 18 maart 2009 op 6 april 2009 aan [ Geïntimeerde ] heeft betaald te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling. In haar akte na tussenarrest heeft KLM gesteld dat het verschil tussen de aanvankelijk (in de berekening van

18 februari 2009) vastgestelde schade en de thans (in de berekening van 22 maart 2011) vastgestelde schade € 191.989,-- (€ 645.909,-- - € 453.920,--) bedraagt en dat het verschil door [ Geïntimeerde ] aan haar moet worden terugbetaald. Dit bedrag dient, stelt KLM vervolgens in haar akte, nog te worden verhoogd met de wettelijke rente over het te veel betaalde over de periode 6 februari 2009 – 6 april 2009, zijnde 60 dagen ad € 29,99 per dag, derhalve € 1.799,40 waarmee de totale terugbetalingsvordering van KLM op € 193.788,40 uitkomt.

2.8 [ Geïntimeerde ] betwist niet dat hij gehouden is een bedrag van € 191.989,-- aan KLM terug te betalen. Hij betwist wel dat hij gehouden is de door KLM gevorderde wettelijke rente terug te betalen. Hij stelt dat KLM op 7 april 2009 rente heeft betaald over een bedrag van € 361.992,01. Dat bedrag is lager dan het bedrag van € 383.370,78, waarop NLR de schade van [ Geïntimeerde ] in de berekening van 22 maart 2011 vaststelde, aldus [ Geïntimeerde ].

2.9 [ Geïntimeerde ] kan niet worden gevolgd in zijn stelling dat de door KLM bij haar betaling op grond van het eindvonnis van de kantonrechter betaalde rente niet behoeft te worden terug-betaald voor zover die rente betrekking had op meergenoemd te veel betaalde bedrag van € 191.989,--. Onjuist is ook het bedrag waarover KLM in april 2009 wettelijke rente heeft betaald te vergelijken met het thans (in de berekening van 22 maart 2011) berekende bedrag aan schade zonder aftrek van de betaalde voorschotten, zoals [ Geïntimeerde ] doet. NRL heeft in beide berekeningen eerst een schadebedrag vastgesteld, ver-volgens, rekening houdend met enerzijds het tijdstip waarop de verschillende schadeposten zijn ontstaan en anderzijds de tijdstippen waarop door KLM voorschotbetalingen zijn gedaan, de tot 6 februari 2009 verschuldigd geworden wettelijke rente uitgerekend en tenslotte van het totale schadebedrag (inclusief de aldus berekende wettelijke rente) de voorscho-betalingen afgetrokken. Over de aldus resterende bedragen was KLM vervolgens weer rente verschuldigd vanaf 6 februari 2009. De bedragen, waarover [ Geïntimeerde ] volgens de – door beide partijen in zoverre niet betwiste - berekeningen van NRL aanspraak kan maken op wettelijke rente vanaf 6 februari 2009 zijn respectievelijk € 361.992,01 (berekening 18 februari 2009) en € 174.149,55 (berekening 22 maart 2011). Laatst-genoemd bedrag is aanzienlijk lager dan het bedrag waarover KLM in april 2009 wettelijke rente heeft betaald. Eveneens volgens de berekeningen van NRL bedraagt die wettelijke rente respectievelijk € 57,79 en € 27,80 per dag. Het verschil is

€ 29,99 per dag, welk bedrag KLM dus meer heeft betaald dan zij op grond van de nieuwe berekening van NRL verschuldigd was. [ Geïntimeerde ] betwist niet dat KLM in april 2009 de op grond van het vonnis van de kantonrechter verschuldigde wettelijke rente heeft voldaan over 60 dagen. KLM heeft dus zestig maal

€ 29.99, derhalve € 1.799,40 teveel betaald. Haar vordering tot terugbetaling van dit bedrag is toewijsbaar.

2.10 KLM heeft in principaal appel voorts terugbetaling gevorderd van € 6.600,-- zijnde de door haar aan [ Geïntimeerde ] betaalde kosten van de procedure in eerste aanleg. [ Geïntimeerde ] betwist niet dat KLM genoemd bedrag ter zake van proceskosten aan hem heeft betaald maar stelt dat KLM terecht in de kosten van de procedure in eerste aanleg is veroordeeld. Als “economisch meest machtige en financieel meest krachtige partij” dient KLM de kosten van de procedure in beide instanties te dragen volgens [ Geïntimeerde ].

2.11 Ingevolge het bepaalde in artikel 237 Rv wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld veroordeeld in de proceskosten. Daarbij is dus niet van belang wie van de partijen die proceskosten het gemakkelijkst zou kunnen dragen. Nu beide partijen in de procedure in eerste aanleg als op enige punten in het ongelijk gestelde partij moeten gelden, is er aanleiding de kosten van de procedure in eerste aanleg te compenseren in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dat betekent dat de vordering van KLM tot terugbetaling van de betaalde proceskosten in eerste aanleg toewijsbaar is. In het totaal wordt de vordering tot terugbetaling toegewezen tot een bedrag van € 200.388,40

(€ 191.989,-- + € 1.799,40 + € 6.600,--) te vermeerderen met wettelijke rente daarover vanaf 6 april 2009. Tegen de gevorderde ingangsdatum van de wettelijke rente is geen verweer gevoerd.

2.12 In het tussenarrest is onder 3.30 reeds overwogen dat de vordering van [ Geïntimeerde ] tot het verstrekken van een belastinggarantie toewijsbaar is, zij het onder de daaraan door KLM verbonden voorwaarden zoals vermeld in genoemde overweging in het tussenarrest. Met betrekking tot zijn overige vorderingen in incidenteel appel, zoals weergegeven in de tweede alinea van pagina 2 van het tussenarrest onder (ii) tot en met (v) geldt het volgende:

- De vordering wegens extra kosten vervoer ten bedrage van € 1.773,41 per jaar is in het tussenarrest gedeeltelijk (tot een bedrag van € 1.250,-- per jaar) toewijsbaar geacht in overweging 3.23. Dit schadebedrag is verwerkt in de nieuwe berekening van NRL en derhalve in het schadebedrag, tot het betalen waarvan KLM wordt veroordeeld. [ Geïntimeerde ] heeft op dit punt dus geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht.

- De bezwaren van [ Geïntimeerde ] tegen de leeftijdgrens ter zake van de schade wegens het verlies aan zelfwerkzaamheid zijn gehonoreerd in overweging 3.20 van het tussenarrest. In de nieuwe berekening van NRL is als leeftijd waarop die schadepost eindigt uitgegaan van 70 jaar. De desbetreffende schade is dus onderdeel van het schadebedrag. [ Geïntimeerde ] heeft ook op dit punt derhalve geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht.

- In overweging 3.15 van het tussenarrest is beslist dat ook over de periode van 5 september 2007 tot 5 november 2010 sprake was van een restverdiencapaciteit bij [ Geïntimeerde ], die hij te gelde had kunnen maken. Zijn vordering gebaseerd op de stelling dat er in die periode geen sprake is geweest van ‘inkomen uit actieve dienst’ is dus niet toewijsbaar.

- In het tussenarrest is eveneens reeds beslist (in overweging 3.7) dat de vorderingen te bepalen dat [ Geïntimeerde ] in 2014 en 2021 carrièresprongen zou hebben gemaakt en voor recht te verklaren dat KLM loonsverhogingen verschuldigd zou zijn geworden naar salarisschaal T32 en T33 niet toewijsbaar zijn.

3. Conclusie en kosten

Het vooroverwogene leidt tot de conclusie dat de grieven in het principaal appel gedeeltelijk slagen en gedeeltelijk falen. Ook in incidenteel appel slagen de grieven deels wel en deels niet. Het bestreden eindvonnis van 18 maart 2009 zal worden vernietigd voor zover daarbij een te hoog bedrag aan schadevergoeding is toegewezen en voor zover KLM daarbij in de proceskosten is veroordeeld. De gevorderde belastinggarantie wordt alsnog toegewezen. De overige in incidenteel appel aan de orde gestelde vorderingen van [ Geïntimeerde ] zijn hetzij reeds verwerkt in de nieuwe schadeberekening, hetzij niet toewijsbaar.

Beide partijen zijn zowel in het principale appel als in het incidentele appel op enige punten in het ongelijk gesteld. Om die reden zullen ook de proceskosten in principaal appel en in incidenteel appel worden gecompenseerd.

4. Beslissing

Het hof:

in principaal en in incidenteel appel

vernietigt de bestreden vonnissen van de kantonrechter te Haarlem van 28 november 2007, 7 mei 2008, 30 juli 2008, 24 december 2008 en 18 maart 2009, gewezen onder zaak-/rolnummer 346895/CV EXPL 07-4505, doch uitsluitend voor zover daarbij aan [ Geïntimeerde ] meer schadevergoeding is toegewezen dan

€ 233.916,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over

€ 174.149,55 vanaf 6 februari 2009, voor zover daarbij de vordering van [ Geïntimeerde ] KLM te veroordelen een belasting-garantie te verstekken is afgewezen en voor zover KLM daarbij in de kosten van de procedure is veroordeeld en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt KLM tot afgifte van een belastinggarantie over het thans ter zake van schadevergoeding toewijsbaar geachte bedrag dat betrekking heeft op verlies aan verdienvermogen, welke garantie zich tevens dient uit te strekken over de kosten van een fiscale procedure en de eventueel daarvoor noodzakelijke deskundigenbijstand, zulks onder de voorwaarden dat [ Geïntimeerde ] de vergoeding niet als belastbaar inkomen zal opvoeren, dat hij KLM onmiddellijk zal informeren over eventuele vragen van de belastingdienst over de aard en herkomst van de vergoeding, dat hij de beantwoording daarvan aan KLM zal overlaten, dat hij KLM onmiddellijk zal informeren over eventuele aanslagen waarin van een ander standpunt wordt uitgegaan dan dat de vergoeding in zoverre niet aan belasting onderworpen is, dat hij KLM in de gelegenheid stelt desgewenst bezwaar en beroep aan te tekenen en dat hij daaraan zijn volledige medewerking verleent;

wijst af het door [ Geïntimeerde ] meer of anders gevorderde;

compenseert de kosten van de procedure in eerste aanleg in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt;

bekrachtigt voormelde vonnissen voor het overige;

veroordeelt [ Geïntimeerde ] tot terugbetaling aan KLM van

€ 200.388,40 (tweehonderdduizend driehonderd achtentachtig euro en veertig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 april 2009 tot de dag der voldoening;

verklaart dit arrest met betrekking tot deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van de procedure in principaal en in incidenteel appel in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, A.M.A. Verscheure en C. Uriot en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2011.