Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BW1993

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-11-2011
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
106.004.826 + 829/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur bedrijfsruimte. Nadere huurprijsvaststelling na deskundigenbericht. Bezwaren van huurders tegen het deskundigenbericht (onder meer ziende op de vergelijkbaarheid van de vergelijkingspanden) verworpen.

Huurprijs vastgesteld conform het advies. Lange duur van de procedure en financiële problemen vanwege sterke verhoging van de huurprijs geen grond voor latere ingangsdatum dan uit artikel 7A:1632a BW voortvloeit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

sector handel

zaaknummers 106.004.826/01 en 106.004.829/01

beslissing begroting deskundigendeclaratie

artikel 199 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaken van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RUYVENOORD ONTWIKKELINGS- EN BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Haarlem,

appellante,

advocaat: mr. J. Kist te Amsterdam,

tegen:

1. de vennootschap onder firma V.O.F. SITLAND EUROLEDER,

gevestigd te Cruquius,

2. [geïntimeerde sub 2] , wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde sub 3], echtgenote van[geïntimeerde sub 2], wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. D.W.J. Leijs te Hilversum,

en .

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RUYVENOORD ONTWIKKELINGS- EN BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Haarlem,

appellante,

advocaat: mr. J. Kist te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [V.] TAPIJT B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde,

advocaat: mr. D.W.J. Leijs te Hilversum.

De partijen worden hierna respectievelijk Ruyvenoord, Sitland en [V.] genoemd.

1. Beoordeling

1.1. De door de deskundigen ingediende declaraties van 15 en 17 juni 2011 ten bedrage van drie maal € 9.520,= inclusief BTW en drie maal € 1.428,= inclusief BTW zijn op 27 juni 2011 aan partijen toegezonden met het verzoek eventuele opmerkingen met betrekking tot deze nota binnen veertien dagen na laatstvermelde datum kenbaar te maken. Op verzoek van de advocaat van Sitland en [V.] is de reactietermijn verlengd.

1.2. Bij brief van 21 juli 2011 hebben Sitland en [V.] bezwaar gemaakt tegen de einddeclaratie. Bij brief van 26 juli 2011 heeft het hof de deskundigen in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. De deskundigen hebben van die gelegenheid bij brief van 22 augustus 2011 gebruik gemaakt. De inhoud van deze reactie heeft het hof aanleiding gegeven partijen de gelegenheid te geven daarop te reageren. Ruyvenoord heeft afgezien van een reactie. Sitland en [V.] hebben gereageerd bij brief van 6 september 2011.

1.3. Na een daartoe strekkend verzoek van het hof hebben de deskundigen bij brief van 21 september 2011 een nadere specificatie aan het hof doen toekomen en bij ongedateerde brief, binnengekomen op 14 oktober 2011, gereageerd op de brief van 6 september 2011. Nadat het hof partijen in de gelegenheid had gesteld op de specificatie te reageren, hebben Sitland en [V.] bij brief van 31 oktober 2011 een reactie gegeven op de specificatie en de op 14 oktober 2011 binnengekomen brief.

1.4. Ruyvenoord heeft geen bezwaar gemaakt tegen de declaraties van de deskundigen.

1.5. De bezwaren van Sitland en [V.] tegen die declaraties behelzen het volgende.

De door de deskundigen in de urenspecificatie verstrekte gegevens zijn onbetrouwbaar, want zij stemmen niet overeen met de gegevens in de urenspecificatie bij gelegenheid van het verzoek om verhoging van het voorschot. Het aantal in rekening gebrachte uren is bovendien onbegrijpelijk hoog in verhouding tot de verrichte werkzaamheden. De onderzoekswerk¬zaamheden zijn niet op een efficiënte wijze uitgevoerd. Ook had, gezien het gehanteerde uurtarief van € 200,=, een specificatie per minuut of zes minuten voor de hand gelegen.

Voorts is de specificatie onvoldoende gedetailleerd, doordat de gegeven omschrijvingen te algemeen zijn. De totale kosten van het onderzoek zijn buitensporig hoog in verhouding tot de geleverde prestatie en ook als die kosten worden vergeleken met hetgeen gebruikelijk is bij onderzoeken als de onderhavige. Het apart gedeclareerde bedrag voor de werkzaamheden na de vervaardiging van het conceptrapport is onbegrijpelijk hoog, omdat het eindrapport gelijkluidend is aan het conceptrapport.

1.5. De deskundigen hebben voor hun werkzaamheden tot en met de vervaardiging van het conceptrapport in totaal € 28.560,= inclusief BTW gedeclareerd (voor ieder van hen € 9.520,=). Dit totaalbedrag is gelijk aan het voorschot, inclusief verhoging dat het hof heeft bepaald in zijn arresten van 14 april 2009 en 24 augustus 2010. Bij de vaststelling van dat verhoogde voorschot is het hof ervan uitgegaan dat de kosten van de werkzaamheden na de vervaardiging van het conceptrapport, die immers een integraal onderdeel uitmaken van het deskundigenonderzoek zoals dat aan de deskundigen is opgedragen, reeds in het gevraagde voorschot waren verdisconteerd. Het hof acht het niet aanvaardbaar dat de deskundigen thans voor de werkzaamheden na de conceptrapportage nog een aparte vergoeding vragen. Daar komt bij dat het voor die werkzaamheden opgevoerde aantal uren (drie keer zes uur) het hof hoog voorkomt, gelet op het feit dat na de conceptrapportage enkel nog in een bijlage bij het rapport is gereageerd op de opmerkingen van Ruyvenoord en het rapport voor de rest ongewijzigd is gebleven. Aan de aanvullende declaratie wordt daarom voorbij gegaan.

1.6. Het hof acht een bedrag van € 28.560,= voor het door de deskundigen verrichte onderzoek niet buitensporig hoog. Het gaat immers om drie deskundigen die ieder voor zich recht hebben op een bij hun deskundigheid passende beloning. Voorts is het hof voldoende gebleken dat het de deskundigen veel tijd en moeite heeft gekost om (in hun ogen) geschikte vergelijkings¬pan¬den te vinden. Niet kan worden gezegd dat de keuze van de deskundigen om mogelijke vergelijkingspanden gezamenlijk te bezichtigen in plaats van (aanvankelijk) te volstaan met een onderzoek via internet, redelijkerwijs onaanvaardbaar is. Aan de deskundigen moet ruimte gegeven worden om het onderzoek uit te voeren op de wijze die hun het best voorkomt. Het hof is voorts niet gebleken dat aan het rapport zodanige gebreken kleven dat de beloning naar beneden moet worden bijgesteld.

1.7. De urenspecificatie acht het hof voldoende gedetailleerd, ook waar het betreft de gehanteerde rekeneenheid. Het enkele feit dat twee verschillen zijn aan te wijzen tussen de tussentijdse specificatie en de uiteindelijke specificatie (per saldo erin resulterende dat over de periode tot de verhoging van het voorschot een uur minder is gedeclareerd dan aanvankelijk was voorzien) is onvoldoende reden om de in de eindspecificatie verstrekte gegevens onbetrouwbaar te achten.

1.8. Het vorenstaande brengt het hof tot het oordeel dat de schadeloosstelling en het loon van de deskundigen gezamenlijk moet worden vastgesteld op het bedrag van het verhoogde voorschot, zijnde € 28.560,=. Ieder van de deskundigen heeft recht op € 9.520,=.

2. Beslissing

Het hof:

begroot de schadeloosstelling en het loon van de deskundigen op € 28.560,=, zijnde € 9.520,= voor elk van hen;

draagt de griffier op deze begroting te stellen op de minuut van het schriftelijk bericht van de deskundigen .

Gegeven door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en E.M. Polak en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 november 2011.