Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7115

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
200.078.704-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rekest. Bekrachtiging afwijzing van een verzoek tot vervangende machtiging ex 5:121 BW voor het plaatsen van een balkonpui; de VvE heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de gevraagde toestemming op redelijke gronden heeft geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

BESCHIKKING

in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonende te [A],

APPELLANTE,

advocaat: mr. T.J.A. Olthoff te Amsterdam,

t e g e n

de vereniging [VVE],

gevestigd te [A],

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. M. Eefting te Amsterdam.

De partijen worden hierna [geïntimeerde] en de VvE genoemd.

1. Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie van het hof op 9 december 2010, is [geïntimeerde] in hoger beroep geko-men van de beschikking van de rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Haarlem, van 10 september 2010, onder zaak- en rekest-nummer 459982 EJ VERZ 10-42 gewezen tussen haar als verzoekster en de VVE als verweerster. In aanvulling op haar beroepschrift heeft [geïntimeerde], ingekomen ter griffie van het hof op 23 september 2011, producties overgelegd. Het beroepschrift strekt er onder aanvoering van vijf grieven toe – kort gezegd – dat het hof genoemde beschikking zal vernietigen en het verzoek van [geïntimeerde] tot machtiging op de voet van artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor het plaatsen van een pui alsnog zal toewijzen, zo nodig onder door het hof in redelijk-heid te stellen voorwaarden, met veroordeling van de VvE in de kosten van het geding in beide instanties.

De VvE heeft bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie van het hof op 10 maart 2011, verweer gevoerd en het hof verzocht het verzoek van [geïntimeerde] af te wijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding.

Op 4 oktober 2011 heeft de mondelinge behandeling van het hoger beroep plaatsgevonden. Bij die gelegenheid is het standpunt van [geïntimeerde] toegelicht door mr. Olthoff voornoemd aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities, en mr. L. Co-hen, advocaat te Amsterdam. Het standpunt van de VvE is toege-licht door mr. Eefting voornoemd en mr. R.C. Moed, advocaat te Amsterdam. Op verzoek van partijen is de behandeling van de zaak aangehouden om hen in de gelegenheid te stellen een minne-lijke regeling te treffen.

Op 17 oktober 2011 is het hof per fax ervan in kennis gesteld dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt.

Vervolgens is de behandeling van de zaak gesloten en uitspraak bepaald.

2. De feiten

2.1 Het appartementsgebouw aan de [adres] te [A] is bij akte gesplitst (hierna: de splitsingsakte) in 214 appartementsrechten die een woonbestemming hebben gekregen. In de splitsingsakte is het Modelreglement 1973 (hierna: het modelreglement) van toepas-sing verklaard.

2.2 [geïntimeerde] is sinds 2000 de gerechtigde tot het uitslui-tend gebruik van het appartement aan de [adres] te [A], dat zich op de 8e en bovenste verdieping van genoemd appartementsgebouw bevindt.

2.3 In een brief van de VvE aan haar leden van 15 mei 1999 staat het volgende: “Zoals wij al op de ledenvergadering hebben afgekon-digd, worden dit jaar alle houten zuid-balkonpuien vervangen door kunststof puien. […] U krijgt de keuze uit 2 uitvoeringen met kunst-stofprofielen van het merk Trocal 910400”. De keuze bestond uit een pui met een raam en een enkele openslaande deur, en – onder bij-betaling - een schuif/kiep-pui. Beiden met KOMO-certificaat, in de kleur wit (RAL 9010) (hierna: de standaardpuien).

In de brief staat voorts: “Als U reeds een kunststofpui op eigen kosten heeft laten monteren moet U als bewijs voor de komende terug-betaling een kopie van uw rekening opsturen. De overname door de V.v.E. van de pui zal, na keuring door onze TC [technische commissie; toevoeging Hof], in het jaar 2000 of 2001 plaatsvinden en bij goed-bevinding zal een terugbetaling plaats vinden”.

2.4 In een brief van de VvE van 4 maart 2002 staat het volgende: “Dit jaar zullen van de flateigenaars, die de 4-kamerflat balkonpuien destijds in eigen beheer geplaatst hebben, de puien worden overgeno-men door de V.v.E. Een en ander volgens de “spelregels” die vastge-steld zijn door de vergadering”.

2.5 Zoals [geïntimeerde] ter zitting heeft verklaard is in 1996 door de toenmalige eigenaar van de woning van [geïntimeerde] een kunststofpui met een enkele openslaande deur geplaatst, waarvoor [geïntimeerde] een (gedeeltelijke) vergoeding heeft ontvangen van de VvE.

2.6 In mei 2008 heeft [geïntimeerde] aan [naam B.V.] opdracht gegeven tot levering en montage van een balkonpui met twee naar binnen draaiende deuren, van het merk Profine K-vision Trend met KOMO-attest en productcertificaat, in de kleur crèmewit (RAL 9001) (hierna: de pui).

2.7 Ingevolge de splitsingsakte en het modelreglement is het niet toegestaan zonder toestemming van het bestuur van de VvE veranderingen in het gebouw aan te brengen waardoor de hechtheid ervan in gevaar zou worden gebracht of waardoor het architecto-nisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd worden.

2.8 Ingevolge het modelreglement wordt een pui na plaatsing daarvan eigendom van de VvE omdat deze van het gemeenschappelij-ke gedeelte onderdeel gaat uitmaken. Dit betekent dat onder-houds- en reparatiewerkzaamheden na plaatsing van de pui voor rekening en risico van de VvE komen.

2.9 Op 25 maart 2009 heeft [geïntimeerde] het bestuur van de VvE schriftelijk verzocht toestemming te verlenen voor de plaatsing van de pui.

2.10 Bij brief van 22 april 2009 heeft het bestuur van de VvE de gevraagde toestemming geweigerd.

3. De beoordeling

3.1 De kantonrechter heeft het verzoek van [geïntimeerde] tot machtiging ex artikel 5:121 lid 1 BW afgewezen en daarbij over-wogen dat door de VvE voldoende aannemelijk is gemaakt dat zij, in verband met hogere onderhouds- en reparatiekosten en een ver-hoogd risico op schade, de plaatsing van de pui op redelijke gronden heeft geweigerd. Van een zwaarwegend belang aan de zijde van [geïntimeerde] is volgens de kantonrechter niet gebleken.

3.2 Het hof overweegt als volgt.

3.2.1 In hoger beroep heeft [geïntimeerde] zich allereerst op het standpunt gesteld dat zij op grond van de splitsingsakte en het modelreglement geen toestemming behoefde voor het plaatsen de pui, omdat zij geen verandering in het gebouw wenst aan te brengen, maar slechts een vernieuwing. [geïntimeerde] heeft voorts aangevoerd dat zij er niet van op de hoogte was dat zij de toestemming van het bestuur van de VvE benodigde en dat zij, omdat zij de pui heeft aangeschaft in overleg met de heer [X] (hierna: X), lid van de technische commissie van de VvE, er van-uit is gegaan en er ook vanuit heeft mogen gaan, dat zij voldeed aan de geldende regels omtrent puivervanging. Daar komt bij dat [X] [geïntimeerde] de pui van een andere bewoonster van het ap-partementsgebouw, mevrouw [Y] (hierna: [Y]) heeft laten zien die eveneens van de standaardpuien afwijkt, aldus [geïntimeerde].

3.2.2 Het hof stelt voorop dat [geïntimeerde], gelet op het be-paalde in de splitsingsakte en artikel 7 van het modelreglement, toestemming van het bestuur van de VvE had moeten vragen voor het plaatsen van de pui. Dat zij hiervan niet op de hoogte was, kan [geïntimeerde] niet aan de VvE tegenwerpen. Aangenomen dat [geïntimeerde] de pui heeft aangeschaft na overleg met [X], kan zij daaraan niet het vertrouwen ontlenen dat het bestuur van de VvE met de plaatsing van de pui akkoord was. De omstandigheid dat [geïntimeerde] met [X] zou zijn gaan kijken naar de – ach-teraf slechts gedoogde – pui van [Y] maakt dat niet anders.

3.2.3 [geïntimeerde] heeft voorts – samengevat - aangevoerd dat de VvE de gevraagde toestemming zonder redelijke gronden heeft geweigerd. Volgens [geïntimeerde] voldoet de pui aan alle gel-dende veiligheidsvoorschriften, zodat deze geen verhoogd risico op schade oplevert. De pui is bestand tegen een druk van 450 Pascal (pa), terwijl deze op grond van het door de VvE zelf overgelegde KOMO-attest slechts een pa waarde van 350 hoeft te hebben. Uit een rapport van de Stichting Kwaliteit Gevelbouw volgt bovendien dat de pui net zo veilig is als de standaardpui-en, aldus [geïntimeerde]. Nu zij een levenslange garantie op de pui kan nemen en heeft aangeboden garant te staan voor (eventue-le) kosten, is volgens [geïntimeerde] evenmin sprake van hogere onderhouds- en reparatiekosten. Ter zitting in hoger beroep heeft [geïntimeerde] verklaard dat deze kosten zelfs lager lig-gen dan die voor de standaardpuien. Dat de pui de eenheid van het uiterlijk van het gebouw aantast is volgens [geïntimeerde] niet aan de orde, omdat het kleurverschil – zeker op de 8e ver-dieping - nauwelijks waarneembaar is. [geïntimeerde] heeft bo-vendien aangeboden de pui in de juiste kleur over te spuiten. Daar komt bij dat [Y] ook een van de standaardpuien afwijkende pui met twee deuren heeft geplaatst. Ten slotte heeft [geïnti-meerde] naar voren gebracht dat zij een zwaarwegend belang heeft bij de vervangende machtiging, omdat zij veel kosten heeft ge-maakt voor de pui, die zij nu niet kan gebruiken en niet kan doorverkopen.

3.2.4 Machtiging op grond van artikel 5:121 lid 1 BW kan (slechts) worden verleend indien de VvE de toestemming zonder redelijke grond heeft geweigerd.

3.2.5 Het hof is van oordeel dat de VvE voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de gevraagde toestemming op redelijke gronden heeft geweigerd. Gelet op de stukken en hetgeen ter zit-ting naar voren is gebracht, is voldoende aannemelijk geworden dat de VvE in verband met de hoge windsnelheden om het apparte-mentsgebouw om veiligheidsredenen heeft besloten alleen de stan-daardpuien toe te staan - en thans op de bovenste verdiepingen slechts standaardpui 2 toestaat -, die van een steviger materi-aal gemaakt zijn dan de pui en een hogere pa waarde hebben van 600. De VvE heeft in redelijkheid hoge(re) veiligheidseisen ge-steld aan de in het appartementsgebouw te plaatsen puien en slechts de standaardpuien toegestaan, met uitzondering van de op een minder windgevoelige plek gelegen (gedoogde) pui van [Y]. Dit geldt te meer nu de onderhouds- en reparatiekosten van de puien ten laste van de VvE komen, en voldoende aannemelijk is geworden dat de pui tot hogere kosten zal leiden. Een garantie van of namens [geïntimeerde] voor deze kosten vangt de bezwaren hiertegen onvoldoende op. Het hof overweegt hierbij dat de VvE er ook belang bij heeft en houdt om vanuit onderhoudstechnische en organisatorische redenen slechts twee soorten puien toe te staan. Daar komt bij dat het kleurverschil naar ’s hofs mening niet verwaarloosbaar is en een verandering brengt in het archi-tectonisch uiterlijk van het gebouw, zodat de VvE haar toestem-ming ook om die reden redelijkerwijs heeft mogen weigeren. Dat het overspuiten van de pui geen duurzame oplossing biedt, heeft de VvE voldoende aannemelijk gemaakt. Van een zwaarwegend belang aan de zijde van [geïntimeerde] dat tot toewijzing van haar ver-zoek kan leiden is niet gebleken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de beslissing waarvan beroep zal worden bekrach-tigd.

3.2.6 [geïntimeerde] zal, als de in het ongelijk gestelde par-tij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

4. Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beslissing waarvan beroep;

- verwijst [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger be-roep en begroot die kosten, voor zover tot op heden aan de kant van de VvE gevallen, op € 284,- aan verschotten en op € 1.788,- aan salaris advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J. Noordhuizen, R.H. de Bock en J.C. Toorman en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 december 2011.