Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BV5699

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-11-2011
Datum publicatie
16-02-2012
Zaaknummer
200.097.576/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het door de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht te Zwolle-Lelystad aangevoerde argument, dat het hier vergelijkbare klachten in een principiële kwestie betreft, levert echter geen grond op voor – analoge – toepassing van artikel 98 lid 3 Wna. De president ziet derhalve geen ruimte om in dit geval een andere kamer van toezicht te belasten met de behandeling van de zaak. Hieraan zij toegevoegd, dat het in het kader van de rechtsvorming juist als een meerwaarde kan worden gezien als er over een dergelijke kwestie door verschillende kamers wordt beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

PRESIDENT

Beslissing van 30 november 2011 in de zaak onder nummer 200.097.576/01 NOT

1. Het verzoek

Ter griffie van het hof is op 16 november 2011 een verzoek ingekomen van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Zwolle-Lelystad. Dit verzoek betreft de verwijzing van de klacht ingediend door het Bureau Financieel Toezicht, gevestigd te Utrecht, tegen mr. [naam]en mr. [naam], beiden notaris te Zwolle.

2. De beoordeling

2.1. Blijkens voormeld verzoek is de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht te Zwolle-Lelystad van mening dat het hier een klacht in een principiële kwestie betreft. Nu het Bureau Financieel Toezicht eveneens een

– vergelijkbare – klacht heeft ingediend bij de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Amsterdam achten zowel de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht te Zwolle-Lelystad als de voorzitter van de kamer van toezicht te Amsterdam het gewenst dat beide klachten door dezelfde kamer van toezicht worden behandeld.

2.2. Nu de kamer van toezicht te Amsterdam zich bereid heeft verklaard de klachten te behandelen, heeft de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht te Zwolle-Lelystad besloten het hof te vragen de kamer van toezicht te Amsterdam aan te wijzen om de zaak tegen voornoemde notarissen te behandelen.

2.3. Het door de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht te Zwolle-Lelystad aangevoerde argument, dat het hier vergelijkbare klachten in een principiële kwestie betreft, levert echter geen grond op voor – analoge – toepassing van artikel 98 lid 3 Wna. De president ziet derhalve geen ruimte om in dit geval een andere kamer van toezicht te belasten met de behandeling van de zaak. Hieraan zij toegevoegd, dat het in het kader van de rechtsvorming juist als een meerwaarde kan worden gezien als er over een dergelijke kwestie door verschillende kamers wordt beslist.

2.4. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

De president:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. L. Verheij op 30 november 2011