Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0707

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2011
Datum publicatie
12-01-2012
Zaaknummer
23-000448-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Compensatie voor onttrekking aan het verkeer van gouden ringen nu de verdachte hierdoor onevenredig zou worden getroffen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000448-10

datum uitspraak: 2 december 2011

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 januari 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-443271-08 tegen

[personalia verdachte]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 25 januari 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 18 november 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 15 oktober 2008 te Amsterdam opzettelijk

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en/of

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien, en/of

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst, en/of

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoonden, te weten 107, althans een of meer (gouden) ringen, heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad heeft gehad, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt en/of het plegen van dit misdrijf/misdrijven bedrijf heeft uitgeoefend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en beslissing ten aanzien van het beslag komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 oktober 2008 te Amsterdam opzettelijk waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, te weten 104 gouden ringen, te koop heeft aangeboden en in voorraad heeft gehad, zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, te koop aanbieden en in voorraad hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 1000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren met onttrekking aan het verkeer van 107 in beslaggenomen ringen.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 9 november 2011 is de verdachte voorafgaand aan het ten laste gelegde niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke geldboete van na te melden duur passend en geboden.

Ten aanzien van het beslag

Het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte op grond van artikel 36 b jo.33c Wetboek van Strafrecht dient te worden gecompenseerd nu de onttrekking aan het verkeer van de ringen de verdachte onevenredig treft. De verdediging heeft verzocht om een vergoeding van € 9.500,-, te weten de aanschafprijs van de ringen.

De advocaat-generaal heeft zich hiertegen verzet omdat de aanschafwaarde niet door bewijsstukken is onderbouwd en de verdachte bovendien onvoldoende onderzoek naar de herkomst van de betreffende ringen heeft gedaan

Het hof overweegt dat de verdachte weliswaar nagemaakte merkringen in voorraad heeft gehad en verkocht maar deze niet heeft verkocht voor prijzen die bij het betreffende exclusieve merk behoren, maar voor een zeer veel lager bedrag. Daarnaast houdt het hof rekening met de omstandigheid dat sinds de datum van inbeslagneming van de ringen de goudprijs aanzienlijk is gestegen en de dagwaarde volgens een door de advocaat-generaal overgelegd taxatierapport van 9 juni 2010 op die datum op € 15.000,- is getaxeerd. Het hof zal – rekening houdend met alle omstandigheden - aan de verdachte na te melden geldelijke tegemoetkoming toekennen om te voorkomen dat de verdachte, aan wie de te ontrekken voorwerpen toebehoren, door de onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33c, 36b, 63 en 337 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

? 104 ringen met opdruk Bvlgari, volgens het relaas van bevindingen d.d. 5 november 2011 aangemerkt als namaak.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

? 5 overige ringen, welke volgens het relaas van bevindingen d.d. 5 november 2011 niet zijn aangemerkt als namaak;

? 3 beautycases.

Kent toe aan verdachte een geldelijke tegemoetkoming en stelt deze vast op een bedrag van EUR 5000,00 (vijfduizend euro).

Dit arrest is gewezen door de twaalfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.W.J. de Groot, mr. F.A. Hartsuiker en mr. M.E.A. Wildenburg, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. van Rede, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 december 2011.

Mr. M.E.A. Wildenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.