Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9876

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
02-01-2012
Zaaknummer
23-005504-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALK:2010:BO7242, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overwegingen met betrekking tot de straftoemeting. Veroordeling vanwege een poging tot diefstal of afpersing in een supermarkt in vereniging met op vuurwapens gelijkende wapens, alsmede vanwege een overval op een woning waarbij de bewoners, een echtpaar op gevorderde leeftijd, op zeer ernstige en brutale wijze mishandeld en bedreigd zijn door de verdachte en zijn mededader. In strafmatigende zin meegewogen de jeugdige leeftijd en proceshouding van de verdachte. Oplegging van gevangenisstraf van 5 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-005504-10

datum uitspraak: 15 december 2011

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Alkmaar van 14 december 2010 in de strafzaak onder parketnummer 14-810297-10 tegen

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [datum],

thans gedetineerd in [naam en plaats PI].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 30 november 2010 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 30 mei 2011, 17 november 2011 en 1 december 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

feit 1:

hij op of omstreeks 19 januari 2010 in de gemeente [gemeente 1], in of uit een pand (supermarkt) gelegen aan de [straat] te [plaats 1], ter uitvoering van het/de door verdachte voorgenomen misdrijf/misdrijven om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de Spar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 2] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer 1] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 2] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de Spar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen, dat pand (supermarkt) is binnengegaan en/of (vervolgens) aldaar (één van) genoemd(e) perso(o)n(en) met een mes en/of met een vuurwapen heeft bedreigd en/of (één van) die perso(o)n(en) heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of heeft meegevoerd naar een in dat pand (supermarkt) geplaatste kluis, althans in de richting van die kluis en/of die [slachtoffer 3] heeft medegedeeld: "Geef geld, geef geld", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft medegedeeld: "Meekomen, dit is een overval", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven niet is voltooid;

feit 2:

hij op of omstreeks 20 januari 2010 in de gemeente [gemeente 2], in of uit een woning gelegen aan de [weg] te [plaats 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een horloge en/of een geldbedrag en/of een schilderij en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon, genaamd [slachtoffer 4] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die genoemde [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer 4] en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge en/of een geldbedrag en/of een schilderij en/of sieraden, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] één of meerma(a)l(en) (met kracht) op/in/tegen het gezicht en/of (elders) op/tegen het lichaam werd(en) geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of werd(en) vastgebonden en/of met een vuurwapen en/of met een mes werd(en) bedreigd en/of werd(en) toegevoegd: "We maken jullie af", althans woorden van een dergelijke aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 19 januari 2010 in de gemeente [gemeente 1], in een supermarkt, gelegen aan de [straat] te [plaats 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld toebehorende aan de Spar, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1] en een persoon, genaamd [slachtoffer 2] en een persoon, genaamd [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

of

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer 1] en een persoon, genaamd [slachtoffer 2] en een persoon, genaamd [slachtoffer 3], te dwingen tot de afgifte van geld toebehorende aan de Spar,

met zijn mededader, die supermarkt is binnengegaan en vervolgens aldaar genoemde personen met een wapen heeft bedreigd en twee van die personen heeft vastgepakt en heeft meegevoerd naar een in die supermarkt geplaatste kluis, althans in de richting van die kluis en die [slachtoffer 3] heeft medegedeeld: "Geef geld, geef geld", en die[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft medegedeeld: "Meekomen, dit is een overval", althans woorden van een dergelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2:

hij op 20 januari 2010 in de gemeente [gemeente 2], uit een woning gelegen aan de [weg] te [plaats 2], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge, een geldbedrag, een schilderij en sieraden toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die genoemde [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

die [slachtoffer 4] tegen het gezicht werd geslagen en elders tegen het lichaam werd geslagen en geschopt en werd vastgebonden en met een vuurwapen werd bedreigd, en

die [slachtoffer 5] tegen het gezicht en elders tegen het lichaam werd geslagen en geschopt en met een vuurwapen en met een mes werd bedreigd.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

of

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Alkmaar heeft de verdachte voor het 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door het Openbaar Ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het hof verzocht het vonnis van de rechtbank te bekrachtigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee zeer ernstige feiten.

De verdachte heeft samen met zijn mededader een poging tot diefstal of afpersing in een supermarkt in [gemeente 1]/[plaats 1]] gepleegd, waarbij daar aanwezige medewerkers van die supermarkt op zeer bedreigende en agressieve wijze zijn bejegend. Twee van de aanwezigen zijn daarbij met op vuurwapens gelijkende wapens bedreigd. Feiten als de onderhavige hebben voor slachtoffers grote psychische gevolgen.

Daarnaast heeft de verdachte tezamen met zijn mededader, een dag later, een woning overvallen waarbij de bewoners, een echtpaar op gevorderde leeftijd, op zeer ernstige en brutale wijze mishandeld en bedreigd zijn. Zij zijn in hun eigen woning geschopt, geslagen en met een groot mes respectievelijk een pistool bedreigd, waarbij de bewoner bovendien met tierips is vastgebonden en de bewoonster in haar gezicht is geschopt. De slachtoffers moesten beiden worden opgenomen in het ziekenhuis, waarbij is geconstateerd dat de mannelijke bewoner onder meer een ribfractuur en een hersenschudding had opgelopen als gevolg van de overval. De slachtoffers kampen nog dagelijks met fysieke en psychische klachten als gevolg van de brute overval, zoals ook is gebleken uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgelezen slachtofferverklaringen. Het is een feit van algemene bekendheid dat een gewapende overval in een woning traumatische ervaringen met zich kan brengen voor de direct betrokken slachtoffers en gevoelens van onveiligheid kan vooroorzaken in de samenleving in het algemeen. Het hof acht oplegging van een langdurige gevangenisstraf de enige sanctie die aan de ernst van de feiten recht doet.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 november 2011 is de verdachte eerder veroordeeld.

Het hof heeft, bij bepalen van de straf, ten voordele van de verdachte rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte, alsmede zijn proceshouding.

Het hof is echter gelet op de bijzondere ernst van de bewezen verklaarde feiten van oordeel dat met een gevangenisstraf van vier jaren – zoals door de rechtbank is opgelegd – niet kan worden volstaan. Het hof houdt echter in sterkere mate dan de advocaat-generaal ten gunste van de verdachte rekening met het feit dat de verdachte de feiten heeft bekend en met zijn jeugdige leeftijd ten tijde van het plegen van die feiten, zodat een lagere straf zal worden opgelegd dan geëist.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8.217,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen.

De raadsman heeft namens de verdachte de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.898,83. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen.

De raadsman heeft namens de verdachte de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer 4], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 8.217,70 (achtduizend tweehonderdzeventien euro en zeventig cent) bestaande uit EUR 2.717,70 (tweeduizend zevenhonderdzeventien euro en zeventig cent) materiële schade en EUR 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van EUR 8.217,70 (achtduizend tweehonderdzeventien euro en zeventig cent) bestaande uit EUR 2.717,70 (tweeduizend zevenhonderdzeventien euro en zeventig cent) materiële schade en EUR 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 76 (zesenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer 5], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 7.898,83 (zevenduizend achthonderdachtennegentig euro en drieëntachtig cent) bestaande uit EUR 2.398,83 (tweeduizend driehonderdachtennegentig euro en drieëntachtig cent) materiële schade en EUR 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van EUR 7.898,83 (zevenduizend achthonderdachtennegentig euro en drieëntachtig cent) bestaande uit EUR 2.398,83 (tweeduizend driehonderdachtennegentig euro en drieëntachtig cent) materiële schade en EUR 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 74 (vierenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. C.N. Dalebout en mr. S.A.M. Stolwijk, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 december 2011.

Mr. S.A.M. Stolwijk en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.