Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7818

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-12-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
200.093.482/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 8 december 2011; Van der Kroon c.s. / Beleggingsmaatschappij Noork B.V.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2012/1
JONDR 2012/176
OR-Updates.nl 2011-110965
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met zaaknummer 200.093.482/01 OK van:

1. Hendricus Johannes Theodorus Maria VAN DER KROON,

2. Sigrid VAN DER KROON - ENGE,

beiden wonende te Düsseldorf (Duitsland),

VERZOEKERS,

advocaat: mr. J.W. Kempenaar-van Ittersum, kantoorhoudende te Dronten,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ NOORK B.V.,

gevestigd te Ede,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. A.R.M. van der Pluijm, kantoorhoudende te Leiden,

e n t e g e n

J.H. VAN DER KROON,

wonende te Emmeloord,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. A.R.M. van der Pluijm, kantoorhoudende te Leiden.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zal verzoeker sub 1 worden aangeduid als H.J. van der Kroon en verzoekers gezamenlijk als Van der Kroon c.s. Verweerster zal worden aangeduid als Noork. Belanghebbende zal worden aangeduid als J.H. van der Kroon.

1.2 Van der Kroon c.s. hebben bij op 7 september 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer, aangevuld bij verzoekschrift van 21 oktober 2011, verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van en, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding, W.J. van der Kroon-van den Broek en J.H. van der Kroon te schorsen als respectievelijk bestuurder en feitelijk bestuurder van Noork, althans zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht, met veroordeling van Noork in de kosten van het geding.

1.3 Noork heeft bij op 12 oktober 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken af te wijzen.

1.4 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 27 oktober 2011. Bij die gelegenheid hebben de advocaten van partijen hun standpunten toegelicht, wat Kroon c.s. betreft aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen. Van de zijde van Kroon c.s. is nog een productie overgelegd. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2. De feiten

De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten:

2.1 Noork is op 17 februari 2000 opgericht. In artikel 2 van de statuten van Noork (hierna: de statuten) is omtrent het doel van de vennootschap onder meer het volgende bepaald:

“Het doel van de vennootschap is:

a. het huren, verhuren, verkrijgen, vervreemden, beheren en exploiteren van – alsmede het beleggen in roerende en onroerende zaken en alle vermogensrechten, hoe ook genaamd; (…)”

2.2 Van der Kroon c.s. houden de helft van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Noork.

De andere helft van de aandelen in Noork wordt gehouden door Beleggingsmaatschappij Webotel B.V. W.J. van der Kroon-van den Broek is enig aandeelhouder en bestuurder van Webotel B.V.

2.3 W.J. van der Kroon-van den Broek is tevens voor 0,05% aandeelhoudster van beleggingsmaatschappij Erbo B.V. (hierna: Erbo B.V.). De overige aandelen in Erbo B.V. zijn eigendom van een (statutair) in Vaduz (Liechtenstein) gevestigde stichting. Bestuurder van Erbo B.V. is J.H. van der Kroon, echtgenoot van W.J. van der Kroon-van den Broek en tevens broer van H.J. van der Kroon.

2.4 Sedert de oprichting van Noork bekleedt W.J. van der Kroon-van den Broek de functie van algemeen directeur van Noork. Vanaf 27 juni 2000 bekleedt ook H.J. van der Kroon de functie van algemeen directeur van Noork.

2.5 Noork houdt zich bezig met de verhuur van garages. Een deel van de verhuuractiviteit (het beheer van de garages en het verzorgen van de huuradministratie) wordt tegen een vergoeding verricht door de makelaardij van J.H. van der Kroon. Deze makelaardij wordt onder de naam Delta Makelaars gedreven door Erbo B.V.

2.6 Uit de Jaarrekening 2000 van Noork blijkt dat zij op balansdatum gronden en garages bezit ter waarde van (in totaal) f 315.256. Ter zitting is namens Noork verklaard dat het gaat om circa 30 garages. Deze activa zijn gefinancierd met leningen van H.J. van der Kroon en Webotel B.V.

2.7 Ter zake van de door H.J. van der Kroon verstrekte lening aan Noork (i.o.) is in een daarop betrekking hebbende overeenkomst van 1 januari 1999 het volgende vermeld:

“Doelstelling

Het geleende bedrag wordt uitsluitend voor de aan- und verkoop van woonhuizen en garages besteed. Een deel van deze lening kan in kapitaalstorting voor de in oprichting zijnde Noork B.V. worden omgezet.

(…)

Rente

De rentevergoeding vanaf 1 januari 1999 bedraagt 6% rente p.a.

(…)

Looptijd

De duur van het leningsverdrag bedraagt 3 jaar, gerekend van af 1.1.1999

(…)

Terugbetaling

Na 3 jaar is het bedrag in een som terug te betalen. De lening is zonder een opzeggingstermijn door de leningsverstrekker opzegba[a]r, wanneer de leningsontvanger haar zaak of een deel hiervan verkoopt.

(…)

Zekerheid

Alle door partijen gezamenlijk aangekochte woonhuizen en garages in de balans opgevoerd onder materi[ë]le vaste activa worden als zekerheid ingebracht.”

2.8 Uit de Jaarrekening 2000 van Noork blijkt dat de lening van H.J. van der Kroon op 31 december 2000 – na aflossing van f 20.000 – f 170.000 bedraagt en dat de lening van Webotel B.V. op die datum – na aflossing van f 20.000 – f 77.000 bedraagt.

2.9 De lening aan Noork van Webotel B.V. is in 2001 volledig afgelost.

2.10 De lening van H.J. van der Kroon is op 1 januari 2002 vervangen door een lening van verzoekers aan Noork ter grootte van € 100.000, tegen een jaarlijkse rente van 6% en met een looptijd van drie jaar. De hierover verschuldigde rente is gedurende de looptijd van deze lening bijgeschreven.

2.11 Blijkens een overeenkomst van 1 januari 2010 tussen verzoekers en Noork is de oorspronkelijk in 1999 door H.J. van der Kroon aan Noork verstrekte lening opnieuw, zij het nu voor de duur van één jaar, verlengd. De hoofdsom van de lening, inclusief – naar de Ondernemingskamer begrijpt – over eerdere jaren bijgeschreven rente, bedraagt op dat moment € 146.891.

2.12 Op 13 mei 2010 is van een rekening van Noork € 17.247 overgemaakt naar R. Slotman.

2.13 In een brief van verzoekers aan de directie van Noork (ter attentie van W.J. van der Kroon-van den Broek) van 29 december 2010 is onder meer het volgende vermeld:

“Zoals U reeds in augustus en september 2010 mondeling is medegedeeld, zeggen we nu schriftelijk de leningsovereenkomst tussen ons en [Noork] per 31 december 2010 op. Vanaf 2007 werd de leningsovereenkomst telkens voor 1 jaar verlengd, gerekend vanaf 1 januari. Een verlenging is niet meer mogelijk, de terugbetaling van de lening en de opgelopen rente dient op 31 december 2010 te geschieden.

(…)

De stand per 31 december 2010 bedraagt € 155.704,46.”

2.14 Noork heeft op 31 december 2010 vorderingen op Webotel B.V. van € 34.077, op Erbo B.V. van € 50.455, op W.J. van der Kroon-van den Broek van € 3.589 en op Slotman van €17.247.

2.15 Aan de brief van verzoekers van 29 december 2010 is Noork herinnerd bij brieven van verzoekers van 7 januari 2o11 en van 25 februari 2011.

2.16 Op 12 januari 2009 is het onroerend goed van Webotel B.V. en Noork verkocht aan J.H. van der Meer. De overdracht daarvan heeft niet plaatsgevonden.

2.17 In 2011 zijn van een rekening van Noork de volgende overmakingen verricht aan Erbo B.V, dan wel Delta Makelaars:

- op 10 januari € 10.000

- op 29 april € 10.000

- op 31 mei € 2.500

- op 30 juni € 1.650

- op 1 augustus € 2.200

Totaal € 26.350

In transactieoverzichten van de Rabobank is ter zake van de overmaking van 29 april 2011, 30 juni en 1 augustus 2011 vermeld: “Storting op veilige rekening”.

2.18 Artikel 23 van de statuten heeft betrekking op de oproeping van aandeelhouders en certificaathouders tot een algemene vergadering en artikel 24 betreft de leiding van de algemene vergadering, notulen en besluiten.

H.J. van der Kroon heeft bij brief van 8 januari 2011 Webotel B.V. opgeroepen voor een aandeelhoudersvergadering, te houden op 24 februari 2011, ten kantore van notaris mr. P. van der Kolk. Op 18 februari heeft W.J. van der Kroon-van den Broek namens Noork aan de genoemde notaris laten weten de aandeelhoudersvergadering niet op zijn kantoor te willen doen plaatsvinden, vanwege de daaraan verbonden kosten.

2.19 In een brief van W.J. van der Kroon-van den Broek aan J.H. van der Kroon van 8 maart 2011 is onder meer het volgende vermeld:

“1. Sedert de oprichting is er nooit een echte Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders gehouden (…).

U heeft altijd de jaarcijfers verzorgd, waarna de Jong & Laan (v/h Fitacc) de jaarrekening opmaakte (…).

9. De betaling aan (…) Slotman, had niet moeten geschieden (…).

10. Aan u is al eerder meegedeeld (…) dat het wellicht beter is om [Erbo B.V.] failliet te laten gaan en in de jaarcijfers van [Noork] hiervoor reserveringen te maken als oninbare posten. (…) [Erbo B.V.] heeft steeds geprobeerd om te overleven en verder te gaan ondanks dat er steeds goed geld naar kwaad geld gaat.

Voor [Webotel B.V.] is op uw verzoek gewerkt aan een extra kapitaal storting bij [ Erbo B.V.], het zgn. “kasrondje” om ook deze BV niet in de problemen te laten komen. (…)

11. Het is juist dat op 12 januari 2009 het onroerend goed van [Webotel B.V.] en [Noork] [is] verkocht aan (…) J.H. van der Meer (…). Door onze advocaat is een voorstel gedaan om over en weer verkoop en de financieringsaanvraag te stoppen. (…)

12. (…) Zolang deze zaak loopt is het onroerend goed nog steeds aan hem verkocht. (…)

14. De directie van [Erbo B.V.] is volop bezig het liquiditeitsprobleem op te lossen, echter concrete toezeggingen hebben wij nog niet.”

2.20 Van der Kroon c.s. hebben bij dagvaarding van 10 juni 2011 Noork gedagvaard om te verschijnen voor de rechtbank Zwolle en gevorderd Noork te veroordelen tot betaling van € 155.704,46, te vermeerderen met 6% rente vanaf 1 januari 2011. Noork heeft bij conclusie van antwoord de omvang van het door haar verschuldigde bedrag niet betwist en aangevoerd dat de opzegging van de geldlening en de gevorderde onmiddellijke aflossing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

2.21 Een zogenoemd opgaveformulier betreffende uittreden bestuurder, als ‘aangever’ op 29 juni 2006 ondertekend door W.J. van der Kroon-van den Broek, vermeldt onder meer het volgende :

“Op 27-06-2000 is Hendricus Johannes (…) van der Kroon uitgetreden als Bestuurder.”

2.22 In een brief van mr. Kempenaar-Van Ittersum aan de Kamer van Koophandel voor Gooi-, Eem- en Flevoland van 30 juni 2011 is onder meer het volgende vermeld:

“[H.J. van der Kroon] was tot voor zeer recent, waarschijnlijk 29 juni 2011, bestuurder van [Noork].

Kennelijk heeft de andere bestuurder [W.J. van der Kroon-van den Broek] (…) mijn cliënt (…) doen uitschrijven als bestuurder van [Noork]. Dit geheel ten onrechte. Mijn cliënt was daarvan niet op de hoogte en is ook niet akkoord met deze uittreding. (…) Ook heeft de algemene vergadering van aandeelhouders geen dergelijk besluit genomen. Namens mijn cliënt verzoek ik u de uitschrijving (…) ongedaan te maken (…).”

2.23 Bij brief van 4 juli 2011 aan mr. Kempenaar-Van Ittersum heeft de Kamer van Koophandel voor Gooi-, Eem- en Flevoland een rectificatie toegezonden waarmee aan het verzoek van mr. Kempenaar-Van Ittersum is voldaan.

2.24 Blijkens een afschrift van 7 september 2011 van de Rabobank betreffende een rekening van Noork is eind augustus 2011 (rentedatum 29 augustus 2011) een betaling verricht van € 2.050 aan Helmantel & Bügel advocaten.

3. De gronden van de beslissing

3.1 Verzoekers stellen dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van Noork en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Hiertoe voeren zij aan dat de verhouding tussen de twee bestuurders van Noork ernstig is verstoord. In dat verband is gesteld dat Noork geen zorg draagt voor de aflossing van de door verzoekers aan haar verstrekte lening. Zij stellen – mede in dit verband - vraagtekens bij het gegeven dat in 2011 bedragen, als vermeld onder 2.17, zijn overgeboekt op een rekening van Erbo B.V., terwijl verzoekers niet bekend zijn met de reden voor deze overboekingen. Vraagtekens worden ook geplaatst bij de vorderingen in rekening-courant op Erbo B.V. en Webotel B.V. per ultimo 2010, alsmede bij de geldverstrekking aan Slotman op 13 mei 2010. Voorts is in augustus 2011 aan een administratiekantoor dat diensten ten behoeve van Noork verricht opdracht gegeven geen stukken en/of inlichtingen aan verzoekers te verstrekken.

Van de gebrouilleerde verhoudingen blijkt volgens verzoekers bovendien uit het gebrek aan bereidheid van W.J. van der Kroon-van den Broek ten kantore van notaris Van der Kolk een algemene vergadering van aandeelhouders te doen plaatsvinden, alsmede uit het – buiten hem om – uitschrijven van H.J. van der Kroon als bestuurder van Noork.

3.2 Daartegenover heeft Noork primair gesteld dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat het verzoek in feite niet hun positie als aandeelhouder betreft, maar die van crediteur in een louter vermogensrechtelijk geschil. Overigens acht Noork in dat kader een geforceerde aflossing van de schuld aan verzoekers niet in het belang van Noork en van de aandeelhouders.

3.3 Voor het geval verzoekers ontvankelijk zijn in hun verzoek heeft Noork aangevoerd dat verzoekers bekend waren met de vorderingen in rekening-courant op Erbo B.V. en Webotel B.V., omdat H.J. van der Kroon betrokken was bij (het voeren van) de administratie van Noork. Het uitschrijven van H.J. van der Kroon als bestuurder acht Noork niet van belang, omdat die uitschrijving ongedaan is gemaakt. Wat betreft de overmakingen naar de onder 2.17 vermelde ‘veilige rekening’ stelt Noork dat deze zijn ingegeven door de omstandigheid dat H.J. van der Kroon met gelden van Noork een betaling aan zijn advocaat heeft verricht (zie onder 2.24) en de hierop gebaseerde verwachting dat H.J. van der Kroon ook de huurinkomsten van Noork zal aanwenden ter aflossing van de lening van verzoekers. Betrokkenen wantrouwen elkander, aldus Noork. In dat verband heeft Noork nog opgemerkt dat de gelden die naar ‘de veilige rekening’ zijn overgeboekt aan haar toekomen onder aftrek van casu quo verrekening met kosten die – naar de Ondernemingskamer begrijpt – door Erbo B.V. ten behoeve van Noork zouden zijn voldaan. De omstandigheid dat verzoekers onvoldoende invloed kunnen uitoefenen op de aflossing van hun lening aan Noork, noch de verstoorde onderlinge verhoudingen rechtvaardigen volgens Noork een onderzoek.

Noork concludeert derhalve tot afwijzing van de verzoeken.

3.4 Bij de beoordeling van de verzoeken gaat de Ondernemingskamer ervan uit dat W.J. van der Kroon-van den Broek en H.J. van der Kroon sedert 17 februari 2000 (datum van oprichting vennootschap) respectievelijk 27 juni 2000 onafgebroken bestuurder van Noork zijn en dat daarbij W.J. van der Kroon-van den Broek is belast met de dagelijkse gang van zaken.

Met betrekking tot de financiële verslaglegging van Noork heeft H.J. van der Kroon een – naar de Ondernemingskamer begrijpt – ondersteunende taak.

3.5 De Ondernemingskamer leidt uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht af dat Noork in 2011 overboekingen naar een rekening van Erbo B.V. heeft verricht met de kennelijke bedoeling van W.J. van der Kroon-van den Broek te voorkomen dat deze door haar mede-bestuurder H.J. van der Kroon zouden worden aangewend ter aflossing van de lening die hij en zijn echtgenote aan Noork hebben verstrekt. Dat deze overboekingen een reactie zijn op de betaling die in augustus 2011 door Noork aan Helmantel & Bügel advocaten is verricht, zoals Noork heeft gesteld, acht de Ondernemingskamer niet aannemelijk, omdat de overboekingen naar Erbo B.V. aan de betaling aan Helmantel & Bügel advocaten vooraf zijn gegaan. In dit verband acht de Ondernemingskamer het mede van belang dat toen in 2011 overboekingen naar Erbo B.V. werden verricht, die vennootschap in ernstige financiële problemen verkeerde, zoals blijkt uit punt 10 van de brief van W.J. van der Kroon-van den Broek aan H.J. van der Kroon van 8 maart 2011 (zie onder 2.19), alsmede dat – zoals de advocaat van verzoekers in haar pleitnota heeft vermeld – tussen (onder meer) Erbo B.V. en de Belastingdienst reeds langere tijd (naar de Ondernemingskamer begrijpt op grond van hetgeen partijen daarover bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben verklaard) serieuze geschillen waren gerezen waarin de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem in 2010 uitspraken heeft gedaan. Onder deze omstandigheden kan bezwaarlijk gesproken worden van overboekingen naar een ‘veilige rekening’ en ontstaat veeleer de indruk dat – al dan niet voor de volledige € 26.350 – sprake zou kunnen zijn van onttrekkingen aan het vermogen van Noork. Aan die indruk draagt bij dat, zoals J.H. Kroon ter zitting heeft verklaard, Erbo B.V. thans niet in staat is tot terugbetaling van dit bedrag.

3.6 Wat betreft de betaling die Noork in 2010 aan Slotman heeft verricht is niet aannemelijk geworden dat deze enig belang van Noork heeft gediend. Ter zitting is namens Noork verklaard dat Slotman een persoonlijke relatie van W.J. van der Kroon-van den Broek is die in tijdelijke geldnood zat en met geld van Noork is geholpen. Dit geld zou op korte termijn worden terugbetaald, maar dat is niet gebeurd. Evenmin zijn er afspraken gemaakt over de termijn waarbinnen het bedrag moet zijn betaald, alsmede een rentevergoeding.

3.7 De Ondernemingskamer gaat ervan uit dat de verhoudingen tussen de bestuurders van Noork, alsmede die tussen verzoekers en W.J. van der Kroon-van den Broek, ernstig zijn verstoord. Hierin hebben partijen elkaar bevestigd: verzoekers spreken van ‘gebrouilleerd’ en verweerder spreekt van het ‘elkander wantrouwen’ en van ‘verstoring van de relatie’.

Het door W.J. van der Kroon-van den Broek uit het handelsregister doen uitschrijven van haar mede-bestuurder plaatst de Ondernemingskamer in deze context. Weliswaar is dit uitschrijven teruggedraaid, zoals Noork terecht heeft geconstateerd, maar die constatering gaat voorbij aan de essentie van deze omstandigheid, welke erin is gelegen dat de ene bestuurder buiten bekendheid van de andere bestuurder die ander heeft laten uitschrijven. De Ondernemingskamer acht het niet aannemelijk dat dit uitschrijven verklaring vindt in de betaling door Noork aan Helmantel & Bügel, omdat het uitschrijven (ruimschoots) aan die betaling vooraf is gegaan.

3.8 De Ondernemingskamer verwerpt de stelling van Noork dat Van der Kroon c.s in hun verzoek niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, omdat slechts sprake zou zijn van een geschil van louter vermogensrechtelijke aard. Uit de hiervoor onder 3.4 tot en met 3.7 vermelde vaststellingen volgt dat het geschil bepaald niet uitsluitend is gelegen in het al dan niet aflossen van de door Van der Kroon c.s. aan Noork verstrekte lening.

3.9 Ook voor de beoordeling van de vraag of er gegronde redenen om aan een juist beleid van Noork te twijfelen neemt de Ondernemingskamer de onder 3.4 tot en met 3.7 vermelde vaststellingen als uitgangspunt.

3.10 De verhouding tussen beide bestuurders, alsmede de verhouding tussen W.J. van der Kroon-van den Broek en verzoekers als mede-aandeelhouder in Noork, is ernstig verstoord. Bovendien moeten de nodige vraagtekens worden geplaatst bij het functioneren van W.J. van der Kroon-van den Broek als bestuurder. Deze vragen betreffen in het bijzonder het verstrekken van krediet in rekening-courant aan Erbo B.V., Webotel B.V., W.J. van der Kroon-van den Broek en Slotman; zowel waar het betreft de absolute hoogte van deze vorderingen tezamen, de hoogte van de vorderingen in relatie tot het eigen vermogen en de mogelijk daarmee samenhangende risico’s, de aard van de vorderingen (naar verzoekers onweersproken hebben gesteld: mede ter financiering van belastingbetalingen van Erbo B.V.) en de omstandigheid dat de desbetreffende debiteuren aan Noork gelieerd zijn. Daarnaast roepen ook de verstrekking van gelden aan Slotman en de overboekingen naar een zogenoemde ‘veilige rekening’ vragen op. De Ondernemingskamer leidt uit de gang van zaken af dat zakelijke en persoonlijke belangen van W.J. van der Kroon-van de Broek verstrengeld zijn geraakt.

3.11 Daar komt bij dat de informatieverstrekking door W.J. van der Kroon-van den Broek aan de aandeelhouders en aan haar mede-bestuurder ernstig te wensen over heeft gelaten. Zo acht de Ondernemingskamer het op grond van hetgeen ter zitting namens Noork is verklaard aannemelijk dat zij te kort is geschoten in het de mede-bestuurder informeren over de verkoop van onroerende zaken, het uiteindelijk niet doorgaan van die verkoop, de geldverstrekking aan Slotman, de overboekingen naar een ‘veilige rekening’ en het uitschrijven van die mede-bestuurder. Dit laatste vormt ook overigens, nu Noork geen plausibele verklaring voor dat uitschrijven heeft gegeven, een gegronde reden om aan een juist beleid van Noork te twijfelen.

3.12 Aan hetgeen hiervoor is overwogen doet de stelling van verweerder dat H.J. van der Kroon op de hoogte is geweest van de opgelopen rekening-courantvorderingen niet af.

Ter zake van de onder 3.9 benoemde feiten acht de Ondernemingskamer het immers niet aannemelijk dat H.J. van der Kroon daarover, in voldoende mate, door zijn mede-bestuurder is geïnformeerd, terwijl dat redelijkerwijs, reeds gelet op hun positie als mede-bestuurder, had mogen worden verwacht. Van belang is bovendien dat inzake het boekjaar 2009 nog geen vergadering van aandeelhouders is gehouden. Verzoekers hebben zich nog niet langs die weg over de cijfers van dat jaar kunnen uitlaten. Hetzelfde geldt a fortiori met betrekking tot de cijfers over het jaar 2010. De (door Noork opgeworpen) vraag of en in hoeverre H.J. van der Kroon zich vóór 2011 met betrekking tot de rekening-courantvorderingen van Noork kritisch heeft opgesteld dan wel had moeten stellen, kan in het midden blijven.

3.13 Uit hetgeen hiervoor onder 3.4 tot en met 3.7, alsmede 3.10 tot en met 3.12, is overwogen volgt dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van Noork.

De Ondernemingskamer zal een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Noork vanaf 1 januari 2010 tot de dag van haar beschikking bevelen.

3.14 Voorts is de Ondernemingskamer van oordeel dat de verhouding tussen W.J. van der Kroon-van den Broek en H.J. van der Kroon dusdanig is verstoord dat de organen van Noork, niet meer naar behoren kunnen functioneren. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de navolgende onmiddellijke voorzieningen moeten worden getroffen. Zij zal vooralsnog voor de duur van het geding W.J. van der Kroon-van den Broek schorsen als bestuurder van Noork en zal in haar plaats een tijdelijk bestuurder benoemen, die een beslissende stem heeft en zelfstandig bevoegd is Noork te vertegenwoordigen. De Ondernemingskamer zal voorts, met het oog op het functioneren van de algemene vergadering van aandeelhouders, vooralsnog voor de duur van het geding één aandeel van Webotel B.V. en één aandeel van Van der Kroon c.s. in Noork ten titel van beheer overdragen aan de door de Ondernemingskamer te benoemen tijdelijke bestuurder.

3.15 Kroon c.s. hebben hun stelling dat J.H. van der Kroon feitelijk bestuurder van Noork is onvoldoende toegelicht. De werkzaamheden die hij (via Delta Makelaars) verricht, zien op beheerwerkzaamheden met betrekking tot de verhuur van de garages. Voor de gevraagde voorziening met betrekking tot J.H. van der Kroon, ziet de Ondernemingskamer derhalve geen grond.

3.16 De te benoemen bestuurder mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.

3.17 De Ondernemingskamer zal Noork als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van het geding.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Beleggingsmaatschappij Noork B.V., gevestigd te Ede, over de periode vanaf 1 januari 2010 tot de dag van deze beschikking;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 15.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Beleggingsmaatschappij Noork B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding J.W. van der Kroon-van den Broek als bestuurder van Beleggingsmaatschappij Noork B.V.;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – ir. P. van Waning te Zutphen tot bestuurder van Beleggingsmaatschappij Noork B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Beleggingsmaatschappij Noork B.V. te vertegenwoordigen;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Beleggingsmaatschappij Noork B.V. en bepaalt dat Beleggingsmaatschappij Noork B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

bepaalt vooralsnog voor de duur van het geding dat één aandeel van Webotel B.V., alsmede één aandeel van H.J. van der Kroon en S. van der Kroon-Enge in Beleggingsmaatschappij Noork B.V. ten titel van beheer zijn overgedragen aan de hiervoor genoemde bestuurder;

veroordeelt Beleggingsmaatschappij Noork B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Kroon c.s. tot op heden begroot op € 3.322;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa,

mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, prof. dr. R.A.H. van der Meer RA, prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 december 2011.