Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3805

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
09-11-2011
Zaaknummer
20-003218-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak overtreding artikel 13 Wet bodembescherming, niet/onvoldoende gebleken dat vloeistof(fen) op en/of in de bodem, zoals bedoeld in artikel 1 Wet bodembescherming, was/waren geraakt.

Wetsverwijzingen
Wet bodembescherming
Wet bodembescherming 1
Wet bodembescherming 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2012/33 met annotatie van K. de Kok

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20/003218-11

Uitspraak : 8 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, zittinghoudende te 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 januari 2011 in de strafzaak met parketnummer 13/501646-09 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de economische politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte voor het tenlastegelegde zal veroordelen tot een geldboete van EUR 390,- subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de economische politierechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 9 augustus 2009, althans in of omstreeks de maand augustus 2009, te Amsterdam op en/of in de omgeving van de Gyroscoopweg een lekkend (vierwielig) motorvoertuig (gekentekend [kenteken]) heeft geparkeerd en/of laten staan, ten gevolge waarvan olie, althans een op olie gelijkende vloeistof, in ieder geval een of meer afvalstoffen, zijnde (een) stof(fen) die de bodem kan/kunnen verontreinigen en/of aantasten, op en/of in de bodem was/waren geraakt, zulks terwijl hij wist en/of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast, en toen niet alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen en/of indien die verontreiniging en/of aantasting zich voordeed, toen de verontreiniging en/of de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en niet zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt.

Vrijspraak

De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van het bepaalde in de artikel 13 van de Wet bodembescherming. Tenlastegelegd is – onder meer – dat door verdachtes toedoen olie, althans een op olie gelijkende vloeistof, in ieder geval een of meer afvalstoffen, op en/of in de bodem was/waren geraakt.

In artikel 1 van de Wet bodembescherming, zoals deze luidde ten tijde van het tenlastegelegde, is bepaald dat in die wet en de daarop rustende bepalingen onder ‘bodem’ wordt verstaan: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is naar het oordeel van het hof gebleken dat de vloeistof die uit de camper van verdachte lekte terecht is gekomen op het asfalt van de weg waarop de camper stond geparkeerd. Naar het oordeel van het hof is echter niet dan wel onvoldoende gebleken dat die vloeistof (vervolgens) daadwerkelijk op en/of in de bodem, in de zin van de Wet bodembescherming is geraakt.

Immers, verbalisant [verbalisant] heeft weliswaar verklaard dat hij de substantie zag wegzakken in het asfalt, doch hiermee staat naar het oordeel van het hof nog geenszins vast dat de substantie ook daadwerkelijk op en/of in de (onderliggende) bodem is geraakt.

Dat er een kans bestaat dat de olie naar de berm van de weg zou kunnen aflopen en daar op/of in de bodem terecht zou kunnen komen, zoals door de advocaat-generaal is aangevoerd, doet daar – gelet op de formulering van de tenlastelegging – niet aan af.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. K. van der Meijde, voorzitter,

mr. H. Harmsen en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.G.W.M. van der Vleuten, griffier,

en op 8 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.