Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6883

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
06-10-2011
Zaaknummer
200.082.980/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is met de kamer van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet adequaat heeft gereageerd op de hulpvraag van klager. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen om verdere navraag bij klager te doen, op het moment dat niet duidelijk werd wat klager precies niet begreep. Anders dan de kamer, ziet het hof in het handelen c.q. nalaten van de gerechtsdeurwaarder geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 4 oktober 2011 in de zaak onder nummer 200.082.980/01 GDW van:

[DE GERECHTSDEURWAARDER],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

APPELLANT,

gemachtigde: mr. K.M. Brontsema,

t e g e n

[KLAGER],

wonende te [ ],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder de gerechtsdeurwaarder, is bij een op 25 februari 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 28 december 2010 (verzonden op 27 januari 2011), waarbij het verzet van geïntimeerde, verder klager, tegen de beschikking van 15 juni 2010 van de voorzitter van de kamer gegrond is verklaard, die beschikking is vernietigd en de klacht van klager tegen de gerechtsdeurwaarder alsnog gegrond is verklaard en aan hem de maatregel van berisping is opgelegd.

1.2. Van de zijde van klager zijn op 16 maart 2011 een verweerschrift en op 14 juni 2011 een aanvulling daarop, met bijlage, ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 7 juli 2011. Klager, de gerechtsdeurwaarder en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

3.1. De gerechtsdeurwaarder is werkzaam bij [naam kantoor] gevestigd te [ ], verder [NAAM KANTOOR], en in die hoedanigheid belast met de incasso van een aantal vorderingen die één van haar cliënten – de naamloze vennootschap [V] – heeft ten laste van klager.

3.2. In totaal heeft [NAAM KANTOOR] zes dossiers in behandeling (gehad) voor de verschillende vorderingen van [V] op klager. Dit betreft de dossiers met nummers 3006985, 3016584, 3021390, 10851793, 10875229 en 10983384. In al deze dossiers is klager door [NAAM KANTOOR] tot betaling gesommeerd, echter uitsluitend in het dossier met nummer 3021390 is een vonnis verkregen en is door [NAAM KANTOOR] – op 28 mei 2009 – derdenbeslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank voor een totaalbedrag van € 647,94.

3.3. Omdat de Sociale Verzekeringsbank teveel heeft ingehouden en afgedragen, heeft klager uiteindelijk veel meer betaald dan het bedrag dat stond vermeld op het exploot derdenbeslag van 28 mei 2009.

4. Het standpunt van klager

4.1. De gerechtsdeurwaarder heeft te weinig informatie gegeven over het verloop van de dossiers van klager. In de zaak waarin derdenbeslag is gelegd – het dossier met nummer 3021390 – heeft klager geen informatie ontvangen om welke nota’s het ging. Klager heeft de gerechtsdeurwaarder in deze zaak meermaals schriftelijk gevraagd om kopieën van nota’s van de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder – [V] – en om een specificatie van de door de gerechtsdeurwaarder gemaakte kosten. Klager heeft de gevraagde kopieën niet gekregen waardoor hij geen inzicht kreeg in de kosten.

4.2. Klager heeft zelf een berekening gemaakt aan de hand van zijn giroafschriften, welke berekening niet overeenkomt met de opgave zoals door de gerechtsdeurwaarder gedaan in het exploot van 28 mei 2009. Ondanks zijn brieven en verschillende telefoongesprekken heeft klager geen duidelijk antwoord gekregen op zijn vragen over het opgegeven bedrag. Bij telefoongesprekken werd hij afgewimpeld, met woorden als “geven wij niet”.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1. Pas bij brief van 18 februari 2010 heeft klager – onder vermelding van het dossiernummer 10983384 – gevraagd om een specificatie van het bedrag waarvoor beslag is gelegd, om kopieën van de nota’s van de schuldeiser en om een opgave van de door de deurwaarder in deze zaak gemaakte kosten. In dat dossier heeft de gerechtsdeurwaarder geen beslag gelegd en geen eerdere brieven van klager ontvangen. Kennelijk is klager in de war met dossier 3021390 waarin wel beslag is gelegd. In dat dossier heeft de deurwaarder volledig voldaan aan zijn informatieplicht.

5.2. In zijn brief van 18 februari 2010 en de daarop gevolgde klacht van 8 maart 2010 is klager uiterst summier in zijn bezwaren. De brieven bevatten geen onderbouwing en geen verwijzing naar bijlagen. Met zijn verzetschrift van 28 juni 2010 heeft klager voor het eerst duidelijk gemaakt wat hij niet begreep. De gerechtsdeurwaarder kon klager daarom niet eerder dan in de verzetprocedure de duidelijkheid verschaffen die van hem werd verlangd. Het kan de gerechtsdeurwaarder dan ook niet verweten worden dat hij deze informatie niet eerder heeft verstrekt. Bovendien moet ervan uit worden gegaan dat de informatie die [NAAM KANTOOR] van de Sociale Verzekeringsbank heeft ontvangen ook rechtstreeks aan klager is verstrekt.

6. De beoordeling

6.1. Uit de stukken van het geding en de toelichting hierop van klager tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep, begrijpt het hof dat klager meermaals een signaal heeft afgegeven dat hij de hoogte van de door de Sociale Verzekeringsbank ingehouden en afgedragen bedragen niet begreep en behoefte had aan meer uitleg van c.q. een toelichting hierop door de gerechtsdeurwaarder. Nu deze informatie niet door de gerechtsdeurwaarder werd gegeven en de Sociale Verzekeringsbank klager bleef verwijzen naar [NAAM KANTOOR], ontstond bij klager de indruk dat hij “van het kastje naar de muur werd gestuurd”.

6.2. Het hof is met de kamer van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet adequaat heeft gereageerd op de hulpvraag van klager. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen om verdere navraag bij klager te doen, op het moment dat niet duidelijk werd wat klager precies niet begreep. Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de deurwaarder ook toegegeven dat hij klager destijds op zijn kantoor had moeten uitnodigen om op die manier meer helderheid te verkrijgen in de verschillende dossiers van klager.

Nu de gerechtsdeurwaarder – in eerste instantie – geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van klager om meer informatie, is sprake van enig nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt in de zin van artikel 34 Gerechtsdeurwaarderswet.

De klacht van klager is derhalve gegrond.

6.3. Anders dan de kamer, ziet het hof in het handelen c.q. nalaten van de gerechtsdeurwaarder geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel. De kamer heeft zich bij de beoordeling van de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder mede laten leiden door het feit dat ter zitting in eerste aanleg is gebleken dat onder het beslag afgedragen bedragen zijn gebruikt voor betalingen waarvoor nog geen vonnis was verkregen. Het is het hof echter niet gebleken dat klager de bedoeling had om dit feit onderdeel van zijn klacht te laten zijn. De kamer heeft mitsdien geoordeeld over iets waarover niet was geklaagd, hetgeen inhoudt dat de bestreden beslissing reeds om die reden niet in stand kan blijven. Mede in aanmerking genomen dat de gerechtsdeurwaarder binnen zijn kantoor maatregelen heeft getroffen om verwarring tussen verschillende dossiers ten name van één en dezelfde cliënt in de toekomst te voorkomen, de contacten met klager thans goed te noemen zijn en klager alle gevraagde informatie heeft ontvangen, ziet het hof af van het opleggen van een maatregel.

6.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.5. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing van de kamer;

- verklaart de klacht gegrond;

- legt de gerechtsdeurwaarder geen maatregel op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, J.C.W. Rang en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 4 oktober door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 28 december 2010 zoals bedoeld in artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet met zaaknummer 512.2010 ingediend door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde,

gemachtigde [ ].

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij beschikking van 15 juni 2010 (zaaknummer 179.2010) heeft de plaatsvervangend voorzitter van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders (hierna: de voorzitter) beslist op een door klager tegen de gerechtsdeurwaarder ingediende klacht.

Bij brief van 22 juni 2010 is klager een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden.

Bij faxbrief van 29 juni 2010 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 23 november 2010 waar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 28 december 2010.

2. De gronden van het verzet

In verzet heeft klager verkort samengevat aangevoerd dat er volgens het door de gerechtsdeurwaarder overgelegde exploot ging om in totaal een bedrag van € 647,94. Op de uitkering van klager is echter een hoger bedrag ingehouden. Daarom heeft klager de gerechtsdeurwaarder om een specificatie verzocht. Volgens een door klager zelf opgesteld overzicht heeft hij nog een aanzienlijk bedrag van de gerechtsdeurwaarder tegoed. Aan een andere gerechtsdeurwaarder is door de [ ] ten onrechte ook een bedrag ad € 305,00 afgedragen.

3. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

4. De inleidende klacht

In de inleidende klacht verwijt klager de gerechtsdeurwaarder samengevat dat deze weigert om informatie te verschaffen over in rekening gebracht kosten. Tevens ontbreken kopieën van nota’s.

5. De beslissing van de voorzitter

De voorzitter heeft op de inleidende klacht overwogen dat niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder niet bereid is om klager over de bij vorderingen die bij hem in behandeling zijn te informeren.

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

De beslissing van de voorzitter behoeft verbetering op het punt van de als beklaagde aangemerkte gerechtsdeurwaarder en kan op grond van wat hierna wordt overwogen ook voor het overige niet in stand blijven.

7. De beoordeling van de klacht.

7.1 Naar het oordeel van de Kamer heeft klager onvoldoende informatie van de gerechtsdeurwaarder gekregen. Bij brief van 18 februari 2010 heeft klager om informatie verzocht en op 8 maart 2010 heeft hij bij de Kamer een klacht ingediend. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarder klager eerder uitleg te geven over welke bedragen waren afgedragen en op welke dossiers de afgedragen bedragen waren afgeboekt. Klager had immers veel meer betaald dat het bedrag dat stond vermeld in het exploot derdenbeslag van 28 mei 2009. Ter zitting is ook gebleken dat onder het beslag afgedragen bedragen zijn gebruikt voor betaling van vorderingen waarvoor nog geen vonnis was verkregen. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar.

7.2 Op grond van het voorgaande dient de beslissing van de voorzitter te worden vernietigd en de klacht gegrond te worden verklaard. De Kamer acht termen aanwezig tot het opleggen van na te melden maatregel over te gaan.

7. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt de beslissing van de voorzitter;

-verklaart de klacht gegrond;

- legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, mr. G.H.I.J. Hage en mr. A.C.J.J.M. Seuren (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 december 2010 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.