Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8677

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-03-2011
Datum publicatie
13-09-2011
Zaaknummer
200.035.076/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De oud-notaris had volgens klaagster geen medewerking mogen verlenen aan het passeren van de akte houdende levering van aandelen. Het verweer van de oud-notaris in hoger beroep, behelzende dat hij eerst na de aandelentransactie op de hoogte geraakte van het kort geding, treft geen doel, reeds omdat de oud-notaris in e-mailcorrespondentie op diezelfde dag van de bezwaren van klaagster op de hoogte was gesteld, daar zelf ook op had gereageerd, waarna hem bij e-mailbericht van 14.35 uur – derhalve voorafgaande aan de aandelenoverdracht – was bericht dat om 16.00 uur een kort geding was gepland.

Aan hetgeen door de kamer werd overwogen met betrekking tot klachtonderdeel 4.2. voegt het hof nog toe dat het ten minste op de weg van de oud-notaris had gelegen om klaagster, tijdig voor het passeren van de leveringsakte, melding te doen van het feit dat hij voornemens was het bedrag van de door klaagster betwiste vordering in mindering te brengen op dan wel te verrekenen met de koopprijs van de aandelen.Het hof is van oordeel dat de door de kamer opgelegde maatregel niet passend is. Het hof acht de maatregel van een schorsing voor de duur van twee weken passend. Het hof zal de beslissing van de kamer in zoverre vernietigen. Het is het hof ambtshalve bekend dat de oud-notaris bij beslissing van dit hof van 26 januari 2010, LJN/BL0670, uit het ambt is ontzet. Niettemin zal het hof de hiervoor genoemde maatregel opleggen.

Het hof bekrachtigt onder aanvulling van gronden de bestreden beslissing van de Kamer van Toezicht, met uitzondering van de opgelegde maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2011/113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 1 maart 2011 in de zaak onder nummer 200.035.076/01 NOT van:

[de oud-notaris],

oud-notaris te [ ],

APPELLANT,

t e g e n

[klaagster],

wonende te [ ],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. F. van der Hoef.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, hierna de oud-notaris, is bij een op 16 juni 2009 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, hierna de kamer, van 18 mei 2009, waarbij de klachten van geïntimeerde, hierna klaagster, gegrond zijn verklaard en aan de oud-notaris de maatregel van schorsing voor de duur van twee maanden is opgelegd.

1.2. Namens de oud-notaris is op 31 augustus 2009 een aanvullend beroepschrift ter griffie van het hof ingekomen. Verder zijn de bij het aanvullende beroepschrift behorende producties op 1 september 2009 door de griffie van het hof ontvangen.

1.3. Van de zijde van klaagster is op 14 oktober 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 november 2009. De oud-notaris en klaagster, vergezeld van haar gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

3.1. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld, behoudens het navolgende.

3.2. De oud-notaris heeft naar voren heeft gebracht dat de weergave van de overeenkomst, zoals vermeld onder 2.3. van de beslissing van de kamer, onjuist is en de volgens hem juiste weergave van de overeenkomst vermeld.

4. Het standpunt van klaagster

De klacht bevat de navolgende drie onderdelen.

4.1. De oud-notaris had volgens klaagster geen medewerking mogen verlenen aan het passeren van de akte houdende levering van aandelen op 10 oktober 2008. Bij die levering werden de door klaagster in de besloten vennootschap van wijlen haar echtgenoot gehouden aandelen in de [X] B.V. (vijftig procent van het geplaatste kapitaal) voor een bedrag van € 158.074,- geleverd aan mevrouw [A], de mede-aandeelhoudster van klaagster en tevens – sinds het overlijden van de echtgenoot van klaagster in januari 2008 – de enige bestuurder van de besloten vennootschap. Klaagster verwijt de oud-notaris dat hij haar bezwaren betreffende de geldigheid van de titel van de leveringsakte en de beschikkingsbevoegdheid van mevrouw [A], die klaagster krachtens de statuten bij de ondertekening van de leveringsakte heeft vertegenwoordigd, geheel en al terzijde heeft geschoven en dat de oud-notaris de door klaagster geëntameerde kort geding-procedure, die op dezelfde dag werd gehouden als de dag waarop de leveringsakte ten overstaan van de oud-notaris werd gepasseerd, had moeten afwachten.

4.2. Klaagster betwist de juistheid van de vordering die de besloten vennootschap volgens de advocaat van mevrouw [A] op klaagster zou hebben en die op basis van de rekening-courantverhouding tussen de besloten vennootschap en klaagster door de aandelenoverdracht gecedeerd zou zijn aan mevrouw [A].

Bovendien kon mevrouw [A] volgens klaagster geen vorderingen verrekenen met zich op de kwaliteitsrekening van de oud-notaris bevindende derdengelden. Het bedrag van de door klaagster betwiste vordering is in mindering gebracht op de koopprijs van de aandelen. Klaagster verwijt de oud-notaris dat hij zonder meer zijn medewerking aan die verrekening heeft verleend.

4.3. Klaagster stelt dat er geen scheiding wordt gemaakt tussen de werkzaamheden van de bij het samenwerkingsverband van de notaris aangesloten notarissen en advocaten, nu bij de afhandeling van de aandelenoverdracht naast de oud-notaris tevens twee van zijn kantoorgenoten optraden die als advocaten de belangen behartigden van de besloten vennootschap en haar bestuurder mevrouw [A].

5. Het standpunt van de oud-notaris

De oud-notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

6. De beoordeling

6.1. Ten aanzien van de klachtonderdelen 4.1. en 4.3. is verenigt het hof zich met de beschouwingen en gevolgtrekkingen betreffende die klachten, zoals vervat in de beslissing van de kamer, nu het onderzoek in hoger beroep niet heeft geleid tot andere inzichten. Het verweer van de oud-notaris in hoger beroep, behelzende dat hij eerst na de aandelentransactie op de hoogte geraakte van het kort geding, treft geen doel, reeds omdat de oud-notaris in e-mailcorrespondentie op diezelfde dag van de bezwaren van klaagster op de hoogte was gesteld, daar zelf ook op had gereageerd, waarna hem bij e-mailbericht van 14.35 uur – derhalve voorafgaande aan de aandelenoverdracht – was bericht dat om 16.00 uur een kort geding was gepland.

6.2. Aan hetgeen door de kamer werd overwogen met betrekking tot klachtonderdeel 4.2. voegt het hof nog toe dat het – de omstandigheden van onderhavige zaak en de verhouding tussen partijen in aanmerking genomen – ten minste op de weg van de oud-notaris had gelegen om klaagster, tijdig voor het passeren van de leveringsakte, melding te doen van het feit dat hij voornemens was het bedrag van de door klaagster betwiste vordering in mindering te brengen op dan wel te verrekenen met de koopprijs van de aandelen.

6.3. Het hof is van oordeel dat de door de kamer opgelegde maatregel niet passend is. Het hof acht de maatregel van een schorsing voor de duur van twee weken passend. Het hof zal de beslissing van de kamer in zoverre vernietigen. Het is het hof ambtshalve bekend dat de oud-notaris bij beslissing van dit hof van 26 januari 2010, LJN/BL0670, uit het ambt is ontzet. Niettemin zal het hof de hiervoor genoemde maatregel opleggen.

6.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.5. Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt onder aanvulling van gronden de bestreden beslissing, met uitzondering van de opgelegde maatregel, en opnieuw rechtdoende;

- legt de oud-notaris de maatregel op van schorsing voor de duur van twee weken.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, A.M.A. Verscheure en P. Blokland en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 1 maart 2011 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE LEEUWARDEN

Reg.nr.: 29-2008

Uitspraak: 18 mei 2009

UITSPRAAK

van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, hierna te noemen de Kamer, in de zaak van:

[klaagster],

wonende te Heerenveen,

hierna te noemen: [klaagster],

gemachtigde: voorheen mr. drs. M.R. van der Pol, thans mr. F. van der Hoef,

tegen

[de oud-notaris],

notaris te [ ],

hierna te noemen: [de notaris],

procederende in persoon.

PROCESVERLOOP

1. Bij brief van 28 oktober 2008 heeft de voormalig gemachtigde van [klaagster], mr. drs. M.R. van der Pol, een klacht ingediend tegen [de notaris]. De notaris heeft schriftelijk verweer gevoerd bij brief van 10 januari 2009. De mondelinge behandeling van de klacht heeft, na aanhouding in januari 2009 op verzoek van [klaagster], plaatsgevonden op 20 maart 2009 ter vergadering van de voltallige Kamer. [klaagster] en haar gemachtigde zijn verschenen. [de notaris] is eveneens verschenen. De gemachtigde van [klaagster] heeft aan de hand van pleitnotities het woord gevoerd. Van het verhandelde zijn door de secretaris aantekeningen gemaakt.

MOTIVERING

Vaststaande feiten

2.1. In de onderhavige zaak zal worden uitgegaan van de navolgende vaststaande feiten.

2.2. De echtgenoot van [klaagster], de heer [naam echtgenoot], is op 10 januari 2008 overleden. [naam echtgenoot] hield ten tijde van zijn overlijden 50% van de aandelen in de besloten vennootschap [X] BV (hierna te noemen: de vennootschap). De heer [B] hield 12,5% en mevrouw [A] hield 37,5% van de aandelen. Sinds het overlijden van [naam echtgenoot] is [A] de enige bestuurder van de vennootschap. [klaagster] heeft als erfgenaam van [naam echtgenoot] de 50% aandelen in de vennootschap verkregen.

2.3. Op 12 oktober 2007 hebben de aandeelhouders van de vennootschap een procedure-overeenkomst (hierna te noemen: de overeenkomst) gesloten, met als strekking dat 100% van de aandelen door de aandeelhouders zal worden aangeboden en op de markt zal worden aangebracht en bij een redelijk bod van een derde ook daadwerkelijk verkocht en notarieel geleverd zullen worden. Voorts is in de overeenkomst bepaald dat levering van de aandelen ten overstaan van [de notaris] zal geschieden.

2.4. Op 19 december 1986 is de vennootschap opgericht. In artikel 9 van de statuten van de oprichtingsakte is het volgende bepaald:

'Lid 1. Aandelen van een aandeelhouder die overlijdt (…) moeten te koop worden aangeboden door de tot vervreemding bevoegde persoon of personen binnen een maand nadat het bedoelde rechtsfeit zich heeft voorgedaan.

Lid 8. Degenen die tot aanbieding van een of meer aandelen zijn gehouden, dienen (…) in het geval van overlijden van aandeelhouder na verloop van zes maanden van hun aanbieding aan het bestuur kennis te geven. Bij gebreke daarvan zal het bestuur de tot aanbieding verplichte personen op de bepaling van de vorige zin bij aangetekende brief wijzen. Blijven zij dan in gebreke de aanbieding binnen vijftien dagen alsnog te doen, dan zal de vennootschap de aandelen namens de betreffende aandeelhouder(s) te koop aanbieden en indien van het aanbod volledig gebruik wordt gemaakt, de aandelen aan de koper(s), tegen gelijktijdige betaling van de koopprijs in eigendom overdragen; de vennootschap zal alsdan daartoe onherroepelijk zijn gemachtigd.'

2.5. Het bestuur van de vennootschap heeft [klaagster] bij brief van 4 augustus 2008 gewezen op de vermeende verplichting tot aanbieding. Hierop heeft de (voormalig) advocaat van [klaagster], mr. G.J. van Kammen (hierna te noemen: Van Kammen) op 25 augustus 2008 aan het bestuur van de vennootschap [de notaris] kenbaar gemaakt dat [klaagster] meent dat er geen aanbiedingsplicht bestaat voor haar en dat zij niet van plan is de aandelen aan te bieden.

2.6. Bij mail van 9 oktober 2008 om 17.06 uur heeft [de notaris] onder andere het volgende geschreven aan Van Kammen:

'De directie van bovengenoemde vennootschap (de vennootschap, de Kamer) heeft mij verzocht de levering van de 24 aandelen in het kapitaal van de vennootschap, welke thans in bezit zijn van uw cliënte (…) op korte termijn te effectueren. (…) Aangezien [klaagster] partij is bij de akte, in welke akte zij krachtens onherroepelijke bij statuten verleende machtiging wordt vertegenwoordigd, rust op mij de plicht haar te informeren. Ik doe dat via u (…).'

2.7. [de notaris] maakt deel uit van het samenwerkingsverband [ ] BV (hierna te noemen: de holding). Naast [de notaris] participeert onder andere mr. [T] als notaris in de holding. Verder participeert onder andere advocaat mr. [S] in de holding en is mr. [R] er werkzaam als advocaat.

2.8. Op 10 oktober 2008 om 09.28 uur heeft [R] bij mail onder meer het volgende aan [de notaris] geschreven.

'In onze optiek zou de eindafrekening aan [klaagster] er als volgt uit kunnen zien:

'koopprijs aandelen € 158.074,00

gecedeerde vordering aan [A] € 60.356,00

kosten [ ] € 8.000,00

kosten accountant € 2.750,00 -

Resteert € 86.968,00'

2.9. Bij afwezigheid van Van Kammen heeft zijn kantoorgenoot mr. M.R. van der Pol (hierna te noemen: Van der Pol) bij mail van 10 oktober 2008 om 12.33 uur [de notaris] als volgt bericht:

'Cliënte (…) protesteert met klem tegen de voorgenomen aandelentransactie en zal maandag a.s. een kort geding entameren om de voorgenomen levering te frustreren. (…) Een van de motiveringen van [klaagster] is dat:

- er een procedure overeenkomst is(…)

- [klaagster] ontkent dat er een verplichting tot aanbieding bestaat.'

2.10. [de notaris] heeft bij mail van 10 oktober 2008 om 13.15 uur als volgt gereageerd:

'Ik heb onderstaand e-mail bericht op zijn merites beoordeeld, een en ander in het licht van de strikte regeling van verplichte te koop aanbieding in de statuten (…) en meen te moeten concluderen dat voor mij als notaris thans nog de enige blokkering op de beoogde aandelenoverdracht zou kunnen liggen in het voor verkoper in moeten staan voor de ontvangst van de koopprijs op een van mijn kwaliteitsrekeningen. Ook die laatste blokkering speelt niet meer, omdat ik inmiddels heb vastgesteld dat het verschuldigde bedrag op mijn rekening is binnengekomen. Indien de vennootschap mij derhalve verzoekt onverwijld de akte te passeren, kan en mag ik mijn dienst niet weigeren!'

2.11. Op 10 oktober 2008 zijn om 15.00 uur de 50% aandelen van [klaagster] die zij als weduwe van wijlen haar man in de vennootschap had, ten overstaan van [de notaris] notarieel geleverd aan [A] voor een bedrag van € 158.074,00. Bij deze aandelentransactie heeft de vennootschap in de persoon van bestuurder [A] ingevolge de statuten [klaagster] vertegenwoordigd. In de akte levering aandelen staat onder andere het volgende opgenomen:

'De koopsom bedraagt € 158.074,00. Koper heeft voormelde koopprijs voldaan door storting op een bijzondere rekening (…).'

2.12. [S] heeft Van Kammen bij fax van 28 oktober 2008 onder andere het volgende geschreven:

'Mijn cliënte ([A], de Kamer) heeft de vordering van de vennootschap op uw cliënte ([klaagster], de Kamer) op basis van de rekening-courantverhouding tussen de vennootschap en uw cliënte (…) per 9 oktober 2008 overgedragen gekregen, waardoor mijn cliënte nu een vordering op uw cliënte heeft van € 60.463,19. Uw cliënte heeft voorts een vordering op mijn cliënte op grond van de (ver)koop van de aandelen die door uw cliënte werden gehouden en de aansluitende levering aan mijn cliënte per 10 oktober 2008. De koopsom van de aandelen bedraagt € 158.074,00. Op grond van het bepaalde in (…) de statuten (…) dient het bestuur evenwel de kosten die gepaard zijn gegaan met de aanbieding en levering (…) in mindering te brengen op de koopprijs. (…) Per saldo resteert een bedrag van € 86.783,12. (…) Het bestuur (…) zal de notaris verzoeken het bedrag (…) te doen overmaken naar een door u te noemen bankrekening(nummer).'

2.13. Bij fax van 29 oktober 2008 heeft Van der Pol [de notaris] laten weten dat [klaagster] de cesssie bestrijdt en dat [de notaris] wordt verzocht het resterende bedrag van € 71.636,88 over te maken op de derdenrekening van het kantoor van Van der Pol.

Het standpunt van [klaagster]

3.1. Hoewel [de notaris] als transporterende notaris op de hoogte was van de bezwaren van [klaagster], heeft hij de aandelen toch op 10 oktober 2008 notarieel geleverd. [de notaris] is van onafhankelijk onzijdig persoon partij geworden in het geding en heeft de stelling van [klaagster] omtrent de titel en de beschikkingsbevoegdheid geheel terzijde geschoven, als ook het in die middag te houden aangekondigde kort geding niet afgewacht. [de notaris] had de aandelen dan ook niet mogen transporteren.

3.2. [klaagster] betwist de juistheid van de in de fax van 28 oktober 2008 genoemde gecedeerde vordering en de andere in voornoemde fax genoemde verrekeningen. Bovendien kan [A] geen vorderingen verrekenen met zich op de kwaliteitsrekening van [de notaris] bevindende derdengelden, nu zij het geld niet meer in haar macht heeft. [klaagster] meent dat [de notaris] door aan de verrekening mee te werken buiten de notariële paden is getreden.

3.3. Tot slot stelt [klaagster] dat de zogenaamde chinese walls zijn omgevallen. Er is sprake van een onoorbaar spel tussen de notarissen en de advocaten werkend onder een dak en onder dezelfde naam.

Het standpunt van [de notaris]

4.1. [de notaris] betwist dat hij opgetreden is als partijnotaris dan wel dat zijn interventie heeft geleid tot toepassing van artikel 9 van de statuten. [de notaris] voert aan dat hij op verzoek van de commissaris van de vennootschap, de heer [D] (hierna te noemen: [D]) betrokken is geraakt bij de bedrijfsadvisering. [D] heeft [de notaris] verzocht vanuit zijn specifieke notariële /ondernemingsrechtelijke kennis mee te denken over een oplossing voor de impasse waarin de vennootschap al sinds jaar en dag verkeerde. [de notaris] heeft deze opdracht aanvaard en zou ook de regie voeren. [de notaris] heeft in dat kader om aanlevering gevraagd van alle relevante stukken, variërend van de statuten tot aan de meest recente jaarstukken. Na overleg met zijn kantoorgenoot notaris [T] is [de notaris] tot de conclusie gekomen dat artikel 9 van de statuten van toepassing was.

4.2. Voorts stelt [de notaris] dat hij op voorhand geverifieerd heeft wat uiteindelijk betaald moest worden als overnamesom. Volgens zijn kantoorgenoot [R] moest dat € 86.968,00 zijn. Dit bedrag was op 10 oktober 2008 op zijn derdenrekening gestort.

4.3. Tot slot stelt [de notaris] dat er op zijn kantoor wel degelijk een scheiding wordt gemaakt tussen enerzijds de notarissen en anderzijds de advocaten. Het feit dat zijn collega advocaten van de maatschap hem in de onderhavige zaak benaderd hebben, maakt zulks niet anders.

De beoordeling

5. De Kamer dient in onderhavige zaak de vraag te beantwoorden of [de notaris] tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. De Kamer overweegt ten aanzien van die vraag als volgt.

6. Ingevolge artikel 98 lid 1 Wna zijn (kandidaat-)notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als (kandidaat-)notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk (kandidaat-)notaris niet betaamt. De Kamer dient te onderzoeken of de handelwijze van [de notaris] zoals door [klaagster] beschreven een verwijtbare handeling in de zin van dit artikel oplevert. De Kamer oordeelt van wel en overweegt daartoe het volgende.

Klacht 1: niet mogen leveren

7.1. Ingevolge artikel 17 Wna oefent de notaris zijn ambt uit in onafhankelijkheid en behartigt hij de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.

[de notaris] heeft onbetwist gesteld dat hij op verzoek van [D] betrokken is geraakt bij de bedrijfsadvisering. [D] heeft [de notaris] verzocht vanuit zijn specifieke notariële /ondernemingsrechtelijke kennis mee te denken over een oplossing voor de impasse waarin de vennootschap al sinds jaar en dag verkeerde. [de notaris] heeft deze opdracht aanvaard en zou ook de regie voeren. [de notaris] heeft in dat kader om aanlevering gevraagd van alle relevante stukken, variërend van de statuten tot aan de meest recente jaarstukken. Na overleg met zijn kantoorgenoot [T] is [de notaris] - naar eigen zeggen - tot de conclusie gekomen dat artikel 9 van de statuten van toepassing was. De Kamer van oordeel dat gelet op bovenstaand geschetste gang van zaken [de notaris] hier is opgetreden als partijadviseur.

7.2. Vervolgens is [de notaris] formeel gaan optreden als notaris in verband met het opstellen en het redigeren van de akte om te komen tot levering van de aandelen. Op dat moment mag [de notaris] niet meer als partijadviseur optreden. [de notaris] had dan ook uit hoofde van zijn onpartijdigheid de uitkomst van het kort geding dienen af te wachten. Gesteld noch gebleken is waarom de akte met spoed op 10 oktober 2008 gepasseerd moest worden. Niet in te zien valt dan ook waarom [de notaris] niet heeft gewacht met het transporteren van de aandelen. Evenmin valt in te zien waarom [de notaris] partijen niet heeft gewezen op de procedureovereenkomst, waarbij alle aandelen aangeboden dienden te worden. Te meer, nu Van der Pol op het bestaan van deze overeenkomst heeft gewezen in zijn mail van 10 oktober 2008.

Klacht 2: in strijd met werkelijkheid geleverd

8.1. Waar [de notaris] in zijn schrijven van 10 oktober 2008 nog heeft gesteld dat de enige blokkering voor de beoogde aandelenoverdracht, te weten het niet ontvangen van de koopprijs op een van zijn kwaliteitsrekeningen, is vervallen, nu hij inmiddels heeft vastgesteld dat het verschuldigde bedrag op zijn rekening is binnengekomen, heeft [de notaris] in zijn verweerschrift verklaard dat slechts het door [R] in zijn mail van 10 oktober 2008 genoemde bedrag van € 86.968,00 binnen was. In de mail van 10 oktober 2008 heeft [R] aan [de notaris] aangegeven dat [klaagster] in zijn optiek dit bedrag nog toekomt. Naar het oordeel van de Kamer had [de notaris] bij [klaagster] moeten verifiëren of zulks juist was. Door dit niet te doen, heeft [de notaris] de belangen van [klaagster] onvoldoende behartigd. De Kamer is van oordeel dat [de notaris] slechts over had moeten gaan tot het passeren van de akte indien daadwerkelijk de volledige koopsom op de kwaliteitsrekening was gestort.

8.2. Voorts heeft [de notaris] naar het oordeel van de Kamer gehandeld in strijd met hetgeen in de akte levering aandelen staat vermeld. Immers, in de door [de notaris] verleden akte levering van aandelen van 10 oktober 2008 staat dat de koopprijs € 158.074,00 bedraagt en dat voormelde koopprijs door koper is voldaan door storting op een bijzondere rekening als bedoeld in artikel 25 van de Wna. Vaststaat echter dat niet de koopprijs van € 158.074,00 is ontvangen, maar een bedrag van € 86.968,00.

Klacht 3: chinese walls

9. [de notaris] heeft in de inleiding van zijn verweerschrift aangegeven dat hij vanaf het moment dat hij bij de aandelenoverdracht werd betrokken al het zeer sterke vermoeden had dat van de zijde van [klaagster] zou worden geprotesteerd tegen welke uitkomst dan ook. Anders gezegd: er was reeds van aanvang af een niet aanstonds overbrugbaar belangenconflict tussen partijen aanwezig waarbij niet alleen [de notaris] als partijadviseur was betrokken doch tevens twee kantoorgenoten die als advocaten de belangen behartigden van de vennootschap en haar bestuurder [A]. [de notaris] had zich dan ook op grond van artikel 19 van de Verordening beroeps- en gedragsregels dienen terug te trekken.

Conclusie

10. De Kamer acht de geconstateerde handelwijze van [de notaris] dusdanig ernstig dat ter zake daarvan de tuchtrechtelijke maatregel van schorsing voor de duur van twee maanden zal worden opgelegd.

DE BESLISSING

De Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden:

verklaart de klachten gegrond;

legt aan [de notaris] de maatregel van schorsing op voor de duur van twee maanden;

bepaalt dat de maatregel zal ingaan één week nadat is vastgesteld dat deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

Deze beslissing is genomen door mr. J.C.G. Leijten, plaatsvervangend voorzitter, mr. P. Schulting, mr. H. Ph. Breuker, mr. M.D. Palstra, mr. J. de Beer, leden, bijgestaan door mr. S. Ambachtsheer, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2009.

De beslissing is verzonden op

Binnen dertig dagen na de dag van verzending van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.