Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5258

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-07-2011
Datum publicatie
17-08-2011
Zaaknummer
200.090.310/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak van de Ondernemingskamer van 26 juli 2011;

Ebra Holding B.V. / Macmountain Group B.V.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2011/127
JONDR 2011/214

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.090.310/01 OK van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EBRA HOLDING B.V.,

gevestigd te Ulestraten, gemeente Meerssen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. A. Gabel, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MACMOUNTAIN GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MACMOUNTAIN NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TIKYLA HOLDING B.V.,

gevestigd te Ulestraten, gemeente Meerssen,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. Ph.W. Schreurs, kantoorhoudende te Eindhoven.

1. Het verloop van het geding

1.1 Verzoekster wordt hierna aangeduid als Ebra, verweersters als MacMountain c.s. en afzonderlijk als MacMountain Group respectievelijk MacMountain Netherlands, en belanghebbende als Tikyla.

1.2 Bij verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 8 juli 2011, heeft Ebra de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven -

1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van MacMountain Group en MacMountain Netherlands over de periode vanaf maart 2010,

2. bij wijze van onmiddellijke voorziening

a. primair: Tikyla the schorsen als bestuurder van MacMountain Group;

subsidiair: een onafhankelijke derde te benoemen als (mede)bestuurder van MacMountain Group,

b. de betalingen van managementvergoedingen aan Tikyla op te schorten,

3. Tikyla te veroordelen in de kosten van dit geding.

1.3 Bij brief van 11 juli 2011 heeft de griffier van de Ondernemingskamer aan (de advocaten van) partijen bericht dat ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 14 juli 2011 in beginsel slechts zal worden behandeld het verzoek van Ebra voor zover dat strekt tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen.

1.4 Bij vervolgens op 11 juli 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen faxbericht heeft mr. Schreurs onder meer het volgende laten weten:

“Aanstaande donderdag zou (…) de behandeling van de subsidiair gevraagde onmiddellijke voorziening, namelijk tot aanstelling van een onafhankelijke derde als medebestuurder, kunnen plaatsvinden met welk verzoek dezerzijds op nader aan te voeren gronden alsdan zou worden ingestemd. Daarbij zou overigens nader bepaald moeten worden dat deze medebestuurder pas aan het werk gaat na terugkeer van vakantie van cliënte, dus met ingang van de eerste week van augustus.

Behandeling van het enquêteverzoekschrift zelf alsmede de overige onmiddellijke voorzieningen zou dan dienen te worden aangehouden tot na 1 september.”

1.5 Bij faxbericht van eveneens 11 juli 2011 heeft mr. Gabel daarop onder meer het volgende meegedeeld:

“Voor wat de onmiddellijke voorzieningen betreft stemt mr. Schreurs (…) in met (…) aanstelling van een onafhankelijke derde als medebestuurder van MacMountain Group B.V. Dezerzijds gaat cliënte akkoord als deze derde zijn/haar werkzaamheden start met ingang van de eerste week van augustus a.s. De behandeling van de overige gevraagde voorzieningen kunnen worden aangehouden tot na 1 september a.s.”

1.6 Ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 juli 2011 heeft Ebra - gelet op de in zoverre tussen partijen bereikte overeenstemming - het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen beperkt tot het verzoek een onafhankelijke derde tot bestuurder van MacMountain Group te benoemen. Ter voormelde terechtzitting is uitsluitend dit verzoek behandeld en hebben (de advocaten van) partijen geantwoord op vragen van de Ondernemingskamer. Ter gelegenheid daarvan heeft mr. Schreurs een vijftal - op voorhand aan de Ondernemingskamer en mr. Gabel gezonden - producties overgelegd.

2. De feiten

2.1 De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten.

2.2 Ebra en Tikyla houden ieder 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van MacMountain Group. Het bestuur van MacMountain Group bestaat uit twee personen, Ebra en Tikyla. Zij zijn slechts gezamenlijk bevoegd MacMountain Group te vertegenwoordigen.

2.3 MacMountain Group houdt - via onder meer haar dochtermaatschappij MacMountain Netherlands - een onderneming in stand die activiteiten ontplooit op het gebied van zakelijke dienstverlening in het kader van Finance en Control, IT en Human Resource Management. MacMountain Group is enig bestuurder en enig aandeelhouder van MacMountain Netherlands.

2.4 Enig bestuurder en enig aandeelhouder van Ebra is R.P.J. Bergs (hierna Bergs te noemen). Enig bestuurder en enig aandeelhouder van Tikyla is M.J.M. Thijssen (hierna Thijssen te noemen).

2.5 In 2010 is tussen Bergs en Thijssen verschil van inzicht ontstaan over hun samenwerking, middels hun beider houdstervennootschappen, in MacMountain Group. In maart 2011 is hun conflict geëscaleerd en sindsdien zijn de onderlinge verhoudingen verstoord.

2.6 Bij MacMountain c.s. waren tot maart 2011 circa 10 werknemers in dienst.

3. De gronden van de beslissing

3.1 Ter toelichting op haar verzoek heeft Ebra onder meer het volgende aangevoerd. Op 21 maart 2011 heeft Thijssen namens Tikyla de managementovereenkomst tussen haar en MacMountain Group - voor Ebra geheel onverwacht - opgezegd. Een aanzienlijk aantal medewerkers heeft zijn arbeidsovereenkomst met MacMountain Group vervolgens opgezegd. Na onderzoek is volgens Ebra gebleken, dat Thijssen en/of Tikyla sinds 2010 "achter de schermen actief (werkt) aan het opzetten van een nieuwe organisatie die een rechtstreekse concurrent van (MacMountain c.s.) zal worden" (verzoekschrift, alinea 13). Door het naar aanleiding hiervan tussen partijen gerezen conflict tussen Ebra en Tikyla is binnen MacMountain Group een patstelling ontstaan en deze patstelling bedreigt het voortbestaan van MacMountain Group en de met haar verbonden onderneming, aldus nog steeds Ebra.

3.2 Tikyla bestrijdt de stellingen van Ebra, maar onderschrijft - zo bleek ter terechtzitting - dat er binnen het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders van MacMountain Group een patstelling bestaat. Zij heeft voorts meegedeeld dat de ondernemingsactiviteiten van MacMountain c.s. - met uitzondering van enkele geringe werkzaamheden - sinds 1 juni 2011 feitelijk stilliggen.

3.3 Partijen zijn het erover eens dat zich binnen de organen van MacMountain Group een impasse in de besluitvorming voordoet. Deze impasse, gevoegd bij hetgeen partijen in dat verband over en weer hebben aangevoerd, leidt tot het - voorlopig - oordeel van de Ondernemingskamer dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van MacMountain Group.

3.4 Tikyla stemt - blijkens het in 1.4 aangehaalde faxbericht van mr. Schreurs - in met het verzoek van Ebra om bij wijze van onmiddellijke voorziening een onafhankelijke derde tot (mede)bestuurder van MacMountain Group te benoemen.

3.5 Naar mag worden aangenomen ligt het conflict tussen Bergs en Thijssen en de daaruit resulterende patstelling (mede) ten grondslag aan het - nagenoeg - tot stilstand komen van de ondernemingsactiviteiten van MacMountain c.s. Aldus heeft deze patstelling nadelige gevolgen voor het functioneren van MacMountain Group en haar onderneming en komt daardoor mogelijk zelfs haar voortbestaan in gevaar. Gelet hierop zijn er naar het oordeel van de Ondernemingskamer zwaarwegende redenen om onmiddellijke voorzieningen te treffen. Teneinde de patstelling in zowel het bestuur als de algemene vergadering van aandeelhouders van MacMountain Group te doorbreken, acht de Ondernemingskamer het noodzakelijk om vooralsnog voor de duur van het geding een bestuurder te benoemen, die in alle gevallen een beslissende stem heeft en zelfstandig bevoegd is MacMountain Group te vertegenwoordigen. Voorts zal de Ondernemingskamer - zoals ook ter terechtzitting besproken - bepalen dat één aandeel van Ebra en één aandeel van Tikyla in MacMountain Group ten titel van beheer aan deze bestuurder zullen zijn overgedragen. Ter terechtzitting zijn Ebra en Tikyla overigens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over laatstgenoemde onmiddellijke voorziening, waarop zij bij monde van hun advocaten hebben meegedeeld tegen het treffen van een zodanige onmiddellijke voorziening geen bezwaar te hebben.

3.6 De beslissing op het verzoek van Ebra tot het bevelen van een onderzoek zal worden aangehouden.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van haar statuten, mr. G.J.J.A. van Zeijl te Maastricht tot bestuurder van MacMountain Group B.V., gevestigd te Amsterdam, met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is om MacMountain Group B.V. te vertegenwoordigen;

bepaalt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding dat één door Ebra Holding B.V., gevestigd te Ulestraten, gehouden aandeel en één door Tikyla Holding B.V., gevestigd te Ulestraten, gehouden aandeel in MacMountain Group B.V. met ingang van heden ten titel van beheer aan voormelde bestuurder, mr. G.J.J.A. van Zeijl te Maastricht, zijn overgedragen;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder tevens beheerder van aandelen ten laste komen van MacMountain Group B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van deze persoon vóór aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

bepaalt dat het verzoek voor zover dat strekt tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MacMountain Group B.V. en MacMountain Netherlands B.V., beide gevestigd te Amsterdam, zal worden behandeld op een op eerste verzoek van (één) partij(en) nader te bepalen terechtzitting;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.M. van Amsterdam, raadsheren, drs. G. Izeboud RA en G.A. Cremers, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 juli 2011.