Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5123

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
200.031.531-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3439, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:BY6533, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2013:BY6533
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beursgenoteerde onderneming besluit tot samenvoeging eerder uitgegeven aandelen: zeven oude aandelen worden vervangen door één nieuw. Euronext past bestaande, op de optiebeurs verhandelde, optiecontracten aan. Professionele optiehandelaar lijdt schade als gevolg van afrondingsverschil bij aanpassing van door haar geschreven putopties. Uitleg regels optiebeurs. Was handelen Euronext onrechtmatig? Het hof oordeelt ontkennend. Geen aansprakelijkheid Euronext voor schade optiehandelaar.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2011/299
JIN 2011/697
RF 2011/79
JONDR 2011/438
JOR 2011/299
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de naamloze vennootschap EURONEXT AMSTERDAM N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

APPELLANTE IN HET PRINCIPAAL BEROEP,

VERWEERSTER IN HET INCIDENTEEL BEROEP,

advocaat: mr. C.W.M. Lieverse te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALL OPTIONS INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDE IN HET PRINCIPAAL BEROEP,

APPELLANTE IN HET INCIDENTEEL BEROEP,

advocaat: mr. G.J.G. Bolderman te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna respectievelijk Euronext en All Options genoemd.

Bij dagvaarding van 2 april 2009 is Euronext in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 18 februari 2009, in deze zaak onder zaak-/rolnummer 390327/HAZA 08-450 gewezen tussen haar als gedaagde en All Options als eiseres.

Euronext heeft van grieven gediend, daarbij bescheiden in het geding gebracht en bewijs aangeboden, met conclusie, kort gezegd, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en alsnog de vordering van All Options zoals in eerste aanleg ingesteld zal afwijzen, met — uitvoerbaar bij voorraad — veroordeling van All Options in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.

Hierop heeft All Options geantwoord en daarbij van haar kant incidenteel beroep ingesteld, van grieven gediend, bescheiden in het geding gebracht en bewijs aangeboden, met conclusie, kort gezegd en naar het hof begrijpt, dat het hof het vonnis waarvan beroep wat betreft de gronden van de beslissing op enkele punten zal vernietigen en verbeteren en het vonnis voor het overige zal bekrachtigen, met veroordeling van Euronext in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.

Vervolgens heeft Euronext in het incidenteel beroep geantwoord en bewijs aangeboden, met conclusie tot verwerping van dat beroep en veroordeling van All Options in de kosten daarvan.

De partijen hebben de zaak op 17 mei 2011 doen bepleiten door hun in de aanhef van dit arrest genoemde advocaten. Bij deze gelegenheid zijn aan beide zijden pleitnotities overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd op de stukken van beide instanties, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd.

2. Grieven

Euronext heeft in het principaal beroep negen grieven voorge¬steld en toegelicht, waarvan er abusievelijk twee zijn voorzien van het nummer acht. All Options heeft in het incidenteel beroep vier grieven voorgesteld en toegelicht. Voor de inhoud van de grieven en de bijbehorende toelichting wordt verwezen naar de desbetreffende memories.

3. Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.12, een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Over de juistheid van de door de rechtbank vast¬gestelde feiten bestaat geen geschil, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4. Beoordeling

4.1 Het vonnis waarvan beroep is een tussenvonnis waarvan de beslissing uitdrukkelijk bepaalt dat van dat vonnis afzonderlijk van het te wijzen eindvonnis hoger beroep kan worden ingesteld. Partijen kunnen daarom in het principaal respectievelijk het incidenteel beroep worden ontvangen.

4.2 Euronext houdt te Amsterdam een effectenbeurs genaamd Liffe, hierna “de optiebeurs”, op welke beurs opties worden verhandeld die de rechthebbende het recht geven aandelen te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. All Options is een instelling die op grond van een daartoe door haar met Euronext gesloten overeenkomst is toegelaten tot de handel in opties op de optiebeurs. Op de optiebeurs werden onder andere opties verhandeld die de rechthebbende het recht gaven om eind oktober 2005 aandelen in Getronics N.V., hierna “Getronics”, te verkopen tegen een prijs van € 17,93 per aandeel. Deze opties, hierna “de opties”, werden verhandeld onder de serienaam GTO Oct05 Put 17,93. Zij hadden elk betrekking op (niet het normale aantal van honderd maar op) twaalf aandelen, die de rechthebbende op een optie mocht verkopen tegen de zojuist genoemde prijs.

4.3 All Options heeft (voor eigen rekening) opties zoals hierboven bedoeld geschreven en verkocht. Hiertegenover hield zij geen aandelen in Getronics die, bij uitoefening van de opties, aan de rechthebbende konden worden geleverd. Op 27 april 2005 heeft All Options op deze wijze 76.100 opties verkocht. Ter afdekking van haar risico had zij tegengestelde opties (behorend tot een andere serie) gekocht met dezelfde uitoefenprijs. Op de handel op de optiebeurs waren destijds van toepassing, onder andere, de regels neergelegd in de Corporate Actions Policy die op 15 november 2004 in werking waren getreden, hierna “de Policy”. De Policy regelde de gevolgen voor op de optiebeurs verhandelde opties van, kort gezegd, bepaalde gebeurtenissen met betrekking tot de ondernemingen die aandelen hadden uitgegeven waarop die opties betrekking hadden. Zulke gebeurtenissen, in de Policy aangeduid als “corporate actions”, konden volgens de Policy ertoe leiden dat de desbetreffende opties (en hiermee de daaruit voortvloeiende rechten en plichten) moesten worden aangepast. Dergelijke aanpassingen werden door Euronext uitgevoerd.

4.4 Op 8 april 2005 heeft Getronics door middel van een persbericht bekend gemaakt dat zij van plan was aan haar aandeelhouders voor te stellen dat door Getronics eerder uitgegeven aandelen zouden worden samengevoegd zodanig, dat zeven aandelen met een nominale waarde van € 0,04 zouden worden samengevoegd tot één aandeel met een nominale waarde van € 0,28. De algemene vergadering van aandeelhouders van Getronics heeft op 11 april 2005 met dit voorstel ingestemd en het is op 29 juni 2005 tot uitvoering gebracht. Euronext heeft de zojuist genoemde samenvoeging, door partijen een “reverse stock split” genoemd, aangemerkt als een gebeurtenis die een “corporate action” in de zin van de Policy inhield. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat deze, volgens de in de Policy neergelegde regels (gedeeltelijk aangehaald in het vonnis waarvan beroep onder 2.6), moest leiden tot een aanpassing van op de optiebeurs verhandelde opties die betrekking hadden op aandelen in Getronics, waaronder de (onder 4.2 beschreven) opties.

4.5 Op de dag waarop de aandelen in Getronics zijn samengevoegd zoals hierboven beschreven, 29 juni 2005, heeft Euronext de opties aangepast met toepassing van de Policy. Rekenkundig zou die samen¬voeging ertoe leiden dat de rechthebbende op een optie in plaats van de aanvankelijke twaalf aandelen in Getronics (nog maar) 1,71 aandeel, namelijk twaalf gedeeld door zeven, zou mogen verkopen. Euronext heeft dit aantal bij de aanpassing van de opties (naar boven) afgerond tot twee, zodat de opties de rechthebbende voortaan het recht gaven om twee aandelen te verkopen. Bovendien heeft Euronext de onder 4.2 genoemde uitoefenprijs van € 17,93 per aandeel aangepast door deze te vermenigvuldigen met dezelfde factor, zeven, als de toename van de nominale waarde van de aandelen, zodat de prijs waartegen de rechthebbende op een optie een aandeel mocht verkopen is verhoogd van

€ 17,93 tot € 125,51 per aandeel.

4.6 Voor All Options brachten deze aanpassingen mee dat zij op grond van de door haar verkochte opties, als deze door de rechthebbenden zouden worden uitgeoefend, voor de af te nemen aandelen een koopprijs was verschuldigd die per optie € 35,86 meer bedroeg dan hetgeen zij zonder de aanpassingen verschuldigd zou zijn geweest (namelijk twee aandelen x € 125,51 = € 251,02 tegenover oorspronkelijk zeven aandelen x € 17,93 = € 215,16). Dit verschil volgt uit de hierboven genoemde afronding, die meebracht dat All Options per optie 0,29 aandeel meer diende af te nemen dan zonder de afronding en (dus) een dienovereen¬komstig hogere koopprijs voor de af te nemen aandelen was verschuldigd. Zij moest per optie een 16,67% hogere koopprijs, overeenkomend met € 17,93 per aandeel, voor de aandelen betalen dan zonder de afronding (en zonder de aanpassingen van de opties) het geval zou zijn geweest. Het verschil kwam voor rekening van All Options, als verkoper van de opties.

4.7 Op 27 april 2005 heeft All Options aan Euronext telefonisch vragen gesteld met betrekking tot de opties naar aanleiding van eerder op die dag opgetreden stijgingen van de koers van de opties op de optiebeurs. In de desbetreffende telefoongesprekken is de samen¬voeging van de aandelen in Getronics, in die gesprekken de “reverse split” genoemd, ter sprake gekomen. Euronext heeft in verband daarmee gewezen op de Policy. In twee van de gesprekken op 27 april 2005 hebben partijen bovendien gesproken over de onder 4.5 genoemde afronding van 1,71 tot twee. Op dezelfde dag hebben ook anderen dan All Options aan Euronext telefonisch vragen gesteld over de opties. Later, op 27 juni 2005, heeft Euronext op grond van artikel 4.5 van de Policy een “corporate action” mededeling openbaar gemaakt waarin de aanpassing van de opties naar aanleiding van de samenvoeging van de aandelen in Getronics gedetailleerd is beschreven.

4.8 In het licht van de hierboven weergegeven, tussen partijen vaststaande feiten stelt All Options zich op het standpunt dat Euronext tegenover haar onrechtmatig heeft gehandeld en gehouden is de schade te vergoeden die All Options als gevolg daarvan heeft geleden. Zij voert hiertoe aan, kort gezegd, dat Euronext de opties niet had mogen aanpassen op de wijze waarop zij dit heeft gedaan, dat Euronext heeft nagelaten tijdig een mededeling openbaar te maken waarin van de voorgenomen aanpassing melding werd gemaakt en dat Euronext, ofschoon daartoe in staat, heeft verzuimd andere maatregelen te treffen die hadden voorkomen dat All Options door de aanpassing van de opties, in het bijzonder door de onder 4.5 genoemde afronding, nadeel zou hebben ondervonden. Op deze grondslagen vordert All Options dat zal worden beslist dat Euronext jegens haar is gehouden tot schade¬vergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

4.9 De rechtbank heeft de vordering in beginsel toewijsbaar geoordeeld, met dien verstande dat zij heeft beslist, in de kern weergegeven, dat de te vergoeden schade van All Options in het huidige geding dient te worden begroot (en dus niet in een schadestaatprocedure) en dat daarbij tevens moet worden beoordeeld of aanleiding bestaat voor een vermindering van de vergoedingsplicht van Euronext wegens aan All Options toe te rekenen omstandigheden die tot de schade hebben bijgedragen. De zaak is vervolgens naar de in het vonnis waarvan beroep genoemde rolzitting verwezen voor het nemen van een akte door All Options waarbij deze haar schade nader diende aan te geven en te onderbouwen. All Options heeft het bedrag van haar schade daarop, bij akte genomen voordat tegen het vonnis hoger beroep is ingesteld, gesteld op € 2.355.618,28, te vermeerderen met wettelijke rente.

4.10 Het principaal beroep is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Euronext tegenover All Options onrechtmatig heeft gehandeld en daarom jegens haar schadeplichtig is. Het incidenteel beroep is gericht tegen overwegingen in het vonnis waarbij de rechtbank bepaalde, daarin genoemde gedragingen van Euronext niet onrechtmatig heeft geoordeeld en tegen de hierboven bedoelde overweging over een mogelijke vermindering van de vergoedingsplicht van Euronext. De grieven I tot en met VIII (met welke laatste wordt bedoeld: de eerste aldus genummerde grief) in het principaal beroep en de grieven I tot en met III in het incidenteel beroep stellen alle de vraag aan de orde of Euronext tegenover All Options onrechtmatig heeft gehandeld in verband met de aanpassing van de opties. Deze grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. Het hof overweegt daarover als volgt.

4.11 Het antwoord op de vraag of Euronext onrechtmatig heeft gehandeld is allereerst afhankelijk van de uitleg die moet worden gegeven aan de Policy. Hierbij staat voorop dat de Policy, zij het na raadpleging van partijen die geregeld op de optiebeurs handelen, eenzijdig door Euronext is vastgesteld. De uitleg van de in de Policy opgenomen bepalingen moet daarom plaatsvinden naar objectieve maatstaven zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de strekking van die bepaling en van de Policy in haar geheel. Daarbij is mede van belang de taalkundige betekenis die deze bewoordingen, in de context waarin zij zijn gebruikt, normaal gesproken hebben in de kring van degenen die bij de handel op de optiebeurs betrokken zijn. Dit leidt tot de volgende beoordeling.

4.12 De uitdrukkingen “reverse stock split” en “reverse split”, waarmee partijen de onder 4.4 beschreven samenvoeging van de aandelen in Getronics hebben aangeduid (en welke laatste uitdrukking ook Getronics zelf, in haar persbericht van 8 april 2005, heeft gebruikt), komen in de Policy niet voor. Anders dan All Options meent volgt hieruit niet dat de samenvoeging niet behoort tot de gebeurtenissen die in de Policy zijn omschreven als “corporate actions” en waarvan de Policy de gevolgen regelt voor opties die betrekking hebben op aandelen uitgegeven door de bij zo’n gebeurtenis betrokken onderneming. Mogelijk is namelijk dat de samenvoeging een in de Policy in andere bewoordingen omschreven “corporate action” inhoudt. Niet juist is voorts de stelling van Euronext erop neerkomend dat de samenvoeging moet worden beschouwd als een “stock split” zoals bedoeld in artikel 6.2 van de Policy, althans als een daarmee gelijk te stellen gebeurtenis, en dat de gevolgen ervan dus door deze bepaling worden geregeld. De gebruikelijke betekenis van een “stock split”, ook in de kring van degenen die bij de handel op de optiebeurs betrokken zijn, is immers een aandelen¬splitsing, terwijl de samenvoeging van aandelen die in dit geding aan de orde is, wat er ook zij van de gebezigde uitdrukkingen “reverse stock split” en “reverse split”, precies het tegenovergestelde inhoudt.

4.13 Wel juist is de stelling van Euronext dat de samenvoeging van de aandelen in Getronics een “consolidation of share capital” zoals bedoeld in artikel 6.5 van de Policy inhoudt. Tot een “consolidation of share capital” kan immers, gelet op de gebruikelijke betekenis daarvan, een samenvoeging van aandelen zoals in dit geding aan de orde worden gerekend. Deze heeft het maatschappelijke kapitaal van de betrokken vennootschap, Getronics, niet verminderd en evenmin het door uitgifte van aandelen geplaatste deel daarvan, maar wel heeft zij geleid tot een vermindering van het totale aantal uitgegeven aandelen tot een zevende van het oorspronkelijke aantal. De aandelen waarin het maatschappelijke kapitaal was verdeeld zijn hiertoe in zeventallen verenigd (“consolidated”), tot een beperkter aantal eenheden met een hogere nominale waarde per stuk, zodat van een “consolidation of share capital” sprake is geweest. Hieruit volgt dat de samenvoeging van de aandelen in Getronics moet worden beschouwd als een gebeurtenis waarop artikel 6.5 van de Policy van toepassing is en (dus ook) als een “corporate action” in de zin van de Policy, en dat de gevolgen ervan voor de opties door deze bepaling worden geregeld.

4.14 Noch de omschrijving van “corporate action” in artikel 2.1 van de Policy, noch enig ander onderdeel van de Policy, noch de strekking van artikel 6.5 en van de Policy in haar geheel, noch de in eerste aanleg over¬gelegde bescheiden verband houdend met de raadpleging van marktpartijen door Euronext en daterend van voor de vaststelling van de Policy, geven aanleiding tot een andere uitleg dan hierboven gegeven. Anders dan All Options meent geldt hetzelfde voor het feit dat de formule voor aanpassing van opties (de “adjustment ratio”) die in artikel 6.5 van de Policy is opgenomen, twee parameters bevat die bij toepassing van de formule in het geval van een samenvoeging van aandelen overbodig zijn, omdat zij in zo’n geval rekenkundig geen betekenis zouden hebben (doordat de waarde waartoe aandeelhouders zijn gerechtigd bij samenvoeging van aandelen per saldo niet verandert). Het voorgaande geldt namelijk uitsluitend als, zoals in het nu voorliggende geval, bij een samenvoeging van aandelen de nominale waarde daarvan evenredig met de samenvoegingsfactor wordt verhoogd en niet met een andere factor, zoals bij een gelijktijdige verlaging of verhoging van het geplaatste kapitaal het geval kan zijn. Bovendien regelt artikel 6.5 niet alleen de gevolgen van een “consolidation of shares” maar ook die van een “subdivision” van aandelen. In het laatste geval, waarmee kennelijk wordt gedoeld op een verdeling van aandelen in soorten waaraan verschillende rechten zijn verbonden of op een splitsing van aandelen in onderaandelen, zijn de bedoelde parameters niet steeds overbodig (doordat niet uitgesloten is dat aandeelhouders per saldo gerechtigd kunnen worden tot een andere waarde dan voorheen).

4.15 Aan het bovenstaande doet niet af dat artikel 6.2 van de Policy bepaalt dat de hierboven bedoelde parameters bij “stock splits” irrelevant zijn, dat daarom in dat geval kan worden volstaan met een verkorte “adjustment ratio” (zonder die parameters) voor de aanpassing van opties en dat een soortgelijke bepaling ontbreekt in artikel 6.5. Zoals onder 4.12 overwogen mist artikel 6.2 toepassing, terwijl voorts uit het hierboven overwogene volgt dat in de door artikel 6.5 bestreken gevallen geen aanleiding bestaat voor stelselmatige toepassing van een verkorte “adjustment ratio”. Niet in geschil is dat de aanpassing van de opties aan de samenvoeging van de aandelen in Getronics volgens de “adjustment ratio” die is vermeld in artikel 6.5 (evenals bij toepassing van de verkorte formule vermeld in artikel 6.2) tot gevolg heeft dat de rechthebbende op een optie 1,71 aandeel zou mogen verkopen, tegen een prijs van € 125,51 per aandeel, een en ander zoals onder 4.5 beschreven. Uit de toepasselijk¬heid van artikel 6.5 volgt dat Euronext bevoegd was de opties aldus aan te passen, ook als zij daarbij feitelijk (abusievelijk) is uitgegaan van artikel 6.2: de uitkomst is immers dezelfde als bij toepassing van de “adjustment ratio” vermeld in artikel 6.5.

4.16 Euronext was eveneens bevoegd het aantal aandelen dat de rechthebbende op een optie mocht verkopen, af te ronden tot twee. Dit volgt uit artikel 4.2, laatste volzin, van de Policy, waarin is bepaald dat wanneer toepassing van de hierboven bedoelde methode (de “ratio method”) voor de aanpassing van opties ertoe zou leiden dat de recht¬hebbende het recht zou krijgen niet een geheel aantal aandelen te kopen of te verkopen maar een breukdeel, dit breukdeel zal worden afgerond tot het dichtstbijzijnde hele aantal, “using normal mathematical rounding con¬ventions”. Niet in geschil is dat de gebruikelijke wijze van afronding van 1,71 tot een heel aantal uitkomt op twee, zodat Euronext bij de aanpassing van de opties aan de samenvoeging van de aandelen in Getronics bevoegd was het aantal aandelen dat de rechthebbende mocht verkopen af te ronden tot twee. Euronext heeft onweersproken gesteld dat aandelen in Getronics uitsluitend in hele aantallen werden verhandeld en geleverd. De afronding was dus noodzakelijk om (ook) na de samenvoeging van de aandelen de rechthebbenden op de opties in staat te stellen hun daaraan verbonden rechten tot verkoop volledig uit te oefenen: 0,71 aandeel was immers geen verhandelbare en leverbare eenheid. In aanmerking genomen dit belang van de rechthebbenden op de opties dat door de afronding werd gediend, stond het Euronext naar redelijkheid vrij van haar bevoegdheid daartoe gebruik te maken, wat er ook zij van het onder 4.6 beschreven gevolg van de afronding voor All Options.

4.17 Het onder 4.12 tot en met 4.16 overwogene leidt tot de slotsom dat Euronext niet onrechtmatig heeft gehandeld door de opties aan te passen op de wijze waarop zij dit heeft gedaan, nu zij daartoe op grond van de Policy bevoegd was en het haar vrijstond van deze bevoegdheid gebruik te maken. Evenmin heeft Euronext onrechtmatig gehandeld door andere gedragingen die All Options haar heeft tegengeworpen. Zoals onder 4.7 overwogen heeft Euronext op 27 juni 2005 een “corporate action” mededeling openbaar gemaakt waarin de aanpassing van de opties naar aanleiding van de samenvoeging van de aandelen in Getronics gedetailleerd is beschreven. Uit artikel 4.5 van de Policy volgt een verplichting voor Euronext tot openbaarmaking van zo’n mededeling maar, anders dan All Options meent, niet een verplichting om dit te doen op een eerdere datum dan de zojuist genoemde, in het bijzonder op een datum gelegen voor 27 april 2005 of in ieder geval op laatstgenoemde datum. Daarbij is op de eerste plaats van belang dat aan het voorstel tot samenvoeging van de aandelen in Getronics al op 8 april 2005, door het op die datum door Getronics uitgegeven persbericht, bekendheid was gegeven en dat de gevolgen van de samenvoeging (bij instemming van de algemene vergadering van aandeelhouders van Getronics met het voorstel) voor de opties uit de Policy, die deze gevolgen regelde, konden worden opgemaakt en in zoverre dus ook al bekend waren. Van belang is op de tweede plaats dat, naar Euronext onweersproken heeft gesteld, Getronics pas in de loop van juni 2005 (het hof begrijpt: op 21 juni 2005) bekend heeft gemaakt dat de samenvoeging van haar aandelen tot uitvoering zou worden gebracht op 29 juni 2005. Van Euronext kon noch op grond van artikel 4.5 van de Policy, noch op een andere grondslag, worden gevergd dat zij voorafgaand aan de hier bedoelde bekendmaking door Getronics een mededeling openbaar zou maken over de gevolgen van de samenvoeging voor de opties, in aanmerking genomen dat die niet eerder hun beslag zouden krijgen dan (op de datum van) de samenvoeging. Om al deze redenen is ongegrond het verwijt dat Euronext heeft nagelaten tijdig een mededeling openbaar te maken waarin van de voorgenomen aanpassing van de opties melding werd gemaakt.

4.18 Hetzelfde geldt voor het verwijt dat Euronext door mondelinge mededelingen te doen aan andere marktpartijen dan All Options over de gevolgen van de samenvoeging van de aandelen in Getronics voor de opties en door na te laten zulke mededelingen ook (en gelijktijdig) aan All Options te doen, All Options heeft benadeeld door het scheppen van ongelijke handelsomstandigheden, als gevolg waarvan All Options heeft gehandeld zoals onder 4.3 beschreven. Ook als juist is dat Euronext voorafgaand aan de hierboven bedoelde “corporate action” mededeling van 27 juni 2005, in het bijzonder op of voor 27 april 2005, aan andere marktpartijen mondelinge mededelingen heeft gedaan zoals zojuist bedoeld, dan volgt hieruit niet dat All Options daardoor is benadeeld. De wijze waarop de opties naar aanleiding van de samenvoeging van de aandelen in Getronics zouden worden aangepast, de afronding daaronder begrepen, volgde rechtstreeks uit het bepaalde in de Policy, in het bijzonder uit de artikelen 6.5 en 4.2 daarvan. Zowel de Policy als het persbericht van 8 april 2005 van Getronics waarmee aan het voorstel tot samenvoeging bekendheid was gegeven, waren gelijke¬lijk kenbaar voor al degenen die op de optiebeurs handelden. Daarmee was voor deze partijen eveneens in gelijke mate kenbaar, en mochten zij worden geacht in gelijke mate bekend te zijn met, de wijze waarop de opties naar aanleiding van de samenvoeging zouden worden aangepast, wat er ook zij van mondelinge mededelingen van Euronext daarover voorafgaand aan de “corporate action” mededeling. Dat mogelijk niet alle marktpartijen zich in dezelfde mate in de Policy hebben verdiept of dat zij daaraan mogelijk verschillende gevolgtrekkingen hebben verbonden (waarbij All Options anders dan anderen heeft geredeneerd), maakt dit niet anders. Van het scheppen van ongelijke handelsomstandigheden door Euronext is derhalve geen sprake geweest en dus evenmin van benadeling van All Options als gevolg daarvan. Dit zou anders zijn als Euronext de opties op een andere wijze zou hebben aangepast dan uit de Policy volgde en van het voornemen hiertoe aan bepaalde marktpartijen wel en aan andere geen mededeling zou hebben gedaan of als Euronext All Options voorafgaand aan de verkoop van de opties door All Options onjuist zou hebben ingelicht over de voorgenomen wijze van aanpassing van de opties, maar deze gevallen doen zich niet voor.

4.19 Ongegrond is ook het verwijt dat Euronext, ofschoon daartoe in staat, heeft verzuimd andere maatregelen te treffen die hadden voorkomen dat All Options door de aanpassing van de opties, in het bijzonder door de onder 4.5 genoemde afronding van 1,71 tot twee, nadeel zou hebben ondervonden. Anders dan All Options meent was Euronext niet op grond van artikel 3.2, tweede volzin, van de Policy of op grond van artikel A.3.1 van de Euronext.liffe Trading Procedures, hierna “de Trading Procedures”, gehouden af te wijken van de wijze van aanpassing die volgde uit de toepasselijkheid van de artikelen 6.5 en 4.2, laatste volzin, van de Policy. Evenmin was Euronext op grond van de artikelen 3.5.2 en A.12 van de Trading Procedures gehouden tot doorhaling van de verkopen van de opties die op 27 april 2005 hebben plaatsgevonden of tot schorsing van de handel in de opties op die dag. Het betreft hier telkens bevoegdheden (niet: verplichtingen) van Euronext waarbij Euronext beleidsvrijheid toekwam bij de beslissing om daarvan al of niet gebruik te maken. In aanmerking genomen dat de Policy, naar artikel 3.1 daarvan uitdrukkelijk vermeldt, is bedoeld “to minimise uncertainty over the method of contract adjustment to be adopted (…) when a company announces a Corporate Action (…)”, met welke bedoeling strikte toepassing van het in de Policy met betrekking tot de aanpassing van opties bepaalde overeenstemt, en in aanmerking genomen de belangen van de kopers van de opties bij het behoud van hun daaruit voortvloeiende rechten, stond het Euronext vrij geen gebruik te maken van de zojuist bedoelde bevoegdheden.

4.20 Op Euronext heeft voorts geen verplichting gerust om te bepalen dat aan All Options vergoedingen in geld (“equalisation payments”) moesten worden betaald teneinde te voorkomen dat All Options door de onder 4.5 genoemde afronding nadeel zou ondervinden. Artikel 4.4 van de Policy, dat in bepaalde gevallen in zulke vergoedingen voorziet, heeft betrekking op andere soorten opties dan in dit geding aan de orde en mist dus toepassing. Een andere grondslag voor een verplichting van Euronext tot bepaling van “equalisation payments” ter vergoeding van het bedoelde afrondingsnadeel ontbreekt. Artikel 3.2, tweede volzin, van de Policy, dat zoals gezegd Euronext uitsluitend een bevoegdheid geeft tot afwijking van de wijze van aanpassing die in de Policy is voorzien, volstaat daarvoor niet, in het bijzonder gelet op de belangen van de kopers van de opties die noch op grond van de opties, noch op grond van het bepaalde in de Policy, behoorden te begrijpen dat zij wegens de afronding betalingen zouden moeten doen (aan All Options) naast en in aanvulling op de koopprijs van de opties.

4.21 Uit het hierboven overwogene volgt dat de grieven I tot en met VIII (bedoeld wordt: de eerste met VIII genummerde grief) in het principaal beroep slagen en dat de grieven I tot en met III in het incidenteel beroep falen. Dit brengt mee dat de negende grief (bedoeld wordt: de tweede met VIII genummerde grief) in het principaal beroep, die opkomt tegen het oordeel van de rechtbank dat de vordering van All Options in beginsel toewijsbaar is, eveneens slaagt en dat die vordering wegens het ontbreken van een toereikende grondslag moet worden afgewezen. Grief IV in het incidenteel beroep, waarmee All Options zich verzet tegen een mogelijke vermindering van de door de rechtbank aangenomen vergoedingsplicht van Euronext, faalt, nu Euronext niet tot enige schadevergoeding aan All Options is gehouden. De onder 4.2 genoemde overeenkomst tussen partijen op grond waarvan All Options is toegelaten tot de handel in opties op de optiebeurs en de in eerste aanleg overgelegde getuigenverklaringen, waarop All Options zich mede beroept, veranderen aan het voorgaande niets: al hetgeen All Options naar aanleiding daarvan heeft aangevoerd stuit af op hetgeen hierboven is overwogen en beslist.

4.22 All Options heeft in eerste aanleg en in hoger beroep geen hierboven niet reeds besproken gronden aan haar vordering ten grondslag gelegd die tot gehele of gedeeltelijke toewijzing daarvan kunnen leiden. Evenmin heeft zij voldoende concrete feiten gesteld en te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, kunnen leiden tot andere oordelen dan hierboven gegeven. Aan haar bewijs¬aanbiedingen in de inleidende dagvaarding in eerste aanleg en in de memorie van antwoord in het principaal beroep, tevens memorie van grieven in het incidenteel beroep, komt daarom geen betekenis toe voor de beslissing van de zaak, zodat deze aanbiedingen, als niet ter zake dienend, worden gepasseerd.

5. Slotsom en kosten

Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat het principaal beroep slaagt en het incidenteel beroep faalt, dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd en dat de vordering van All Options moet worden afgewezen. Het hof zal aldus beslissen.

All Options zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het principaal beroep. Euronext heeft pas voor het eerst in hoger beroep een beroep gedaan op de toepasselijkheid van artikel 6.5 van de Policy, zodat de rechtbank dit niet in haar beoordeling heeft kunnen betrekken. Nu Euronext het oordeel dat zij bestrijdt in zoverre aan zichzelf heeft te wijten, zal zij worden veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg.

In het incidenteel beroep zal geen kostenveroordeling worden uitgesproken, nu dit uitsluitend ertoe heeft gestrekt door All Options in eerste aanleg reeds aangevoerde stellingen onder de aandacht van het hof te brengen en de verwerping van die stellingen – en dientengevolge van het incidenteel beroep – de incidenteel appellerende partij niet op een kostenveroordeling mag komen te staan.

6. Beslissing

Het hof:

in het principaal beroep:

vernietigt het vonnis waarvan beroep; en,

opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van All Options af;

verwijst Euronext in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van All Options gevallen, op € 325,80 aan verschotten en op

€ 904,- aan salaris advocaat;

verwijst All Options in de proceskosten van het principaal beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van Euronext gevallen, op € 385,25 aan verschotten en op

€ 2.682,- aan salaris advocaat;

verklaart de hierboven uitgesproken kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

in het incidenteel beroep:

verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, W.H.F.M. Cortenraad en S. Clement en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 augustus 2011 door de rolraadsheer.