Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2036

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-07-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
23-002000-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2884, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderzoek "Opperman". Tenlastegelegde betrokkenheid bij gewelddadig overlijden slachtoffer en motivering vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002000-09

datum uitspraak: 4 juli 2011

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2009 in de strafzaak onder parketnummer 13-524203-08 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

adres: [adres], [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 24 en 25 maart 2009 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 17 en 20 juni 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair:

hij op of omstreeks 05 en/of 06 september 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet met

een vuurwapen één of meer schoten afgevuurd op het lichaam van die [slachtoffer], tengevolge

waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd,

vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (poging tot) diefstal met

geweld en/of (poging tot) bedreiging met geweld (in vereniging) en/of (poging tot) afpersing

met geweld (in vereniging) van enig(e) goed(eren), te weten een geldbedrag (van 5000 Euro)

en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan

een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welke doodslag werd gepleegd met

het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om, hij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid

en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren:

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

[medeverdachte B] en/of een tot nu toe onbekend gebleven persoon op of omstreeks 05 en/of 06

september 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging, althans één van hen, opzettelijk

[slachtoffer] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben die [medeverdachte B] en/of die

tot nu toe onbekend gebleven persoon met dat opzet met een vuurwapen één of meer schoten

afgevuurd op het lichaam van die [slachtoffer]. tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is

overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan

van enig strafbaar feit, te weten (poging tot) diefstal met geweld en/of (poging tot) bedreiging

met geweld (in vereniging) en/of (poging tot) afpersing met geweld (in vereniging) van

enig(e) goed(eren). te weten een geldbedrag (van 5000 Euro) en/of een hoeveelheid cocaine

en/of een horloge toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte B]

en/of die onbekend gebleven persoon en/of verdachte, en welke doodslag werd gepleegd met

het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om. bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid

en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [medeverdachte N] en/of [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het feit (snel) weg te kunnen gaan met [verdachte] (het hof begrijpt hier en hierna telkens: [medeverdachte B]) en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en);"

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1,2 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 05 en/of 06 september 2007. op de openbare weg, te weten het

[straat] te Amsterdam. tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen een geldbedrag

(van 5000 Euro) en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, en/of zijn mededader(s). welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht

mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het

gezicht en/of de armen en/of de benen, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen en/of

- (vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het

lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

art 3 12 lid t Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 3 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 05 en/of 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het

[straat] te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een

geldbedrag (van 5000 Euro) en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het

gezicht en/of de armen en/of de benen, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen en/of

- (vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het

lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

art 317 lid t Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair:

[medeverdachte B] en/of [medeverdachte N] een tot nu toe onbekend gebleven persoon op of omstreeks 05

en/of 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het [straat] te Amsterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (van 5000 Euro) en/of een

hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte B]

en/of die [slachtoffer] en/of die tot nu toe onbekend gebleven persoon en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat zijn mededader(s) en/of die tot nu toe onbekend gebleven persoon die [slachtoffer]

al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het gezicht en/of

de armen en/of de benen, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

(vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het lichaam

van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [medeverdachte N] en/of [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het feit (snel) weg te kunnen gaan met [verdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en);

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1,2 Wetboek van Strafrecht

en/of

[medeverdachte B] en/of [medeverdachte N] en/of een tot nu toe onbekend gebleven persoon op of

omstreeks 05 en/of 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het [straat] te

Amsterdam. tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van

5000 Euro) en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in eIk geval aan een ander of anderen dan aan die

[medeverdachte B] en/of die [slachtoffer] en/of die tot nu toe onbekend gebleven persoon en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zijn mededader(s)

en/of die tot nu toe onbekend gebleven persoon die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen

tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het gezicht en/of de armen en/of de benen, althans

het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of (vervolgens) met een vuurwapen één

of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood

voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [medeverdachte N] en/of [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het feit (snel) weg te kunnen gaan met [verdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en);

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1,2 Wetboek van Strafrecht

uiterst subsidiair:

hij op of omstreeks 05 en/of 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het

[straat] te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeeigening weg te nemen een geldbedrag (van 5000 Euro)

en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer], te

plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het

gezicht en/of de armen en/of de benen, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen en/of

- (vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het

lichaam van die [slachtoffer]. terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 05 en/of 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het

[straat] te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (van 5000 Euro) en/of een

hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s). welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het

gezicht en/of de armen en/of de benen, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen en/ot

- (vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het

lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad:

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 Ijd 3 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

of

[medeverdachte B] en/of [medeverdachte N] en/of een tot nu toe onbekend gebleven persoon op of

omstreeks 05 en/of 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het [straat] te

Amsterdam, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening weg te nemen een

geldbedrag (van 5000 Euro) en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan EK.[slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [medeverdachte B] en/of die [slachtoffer], en daarbij die voorgenomen diefstal te

doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met

geweld die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een)

andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de slaap(spieren), althans het

gezicht en/of de armen en/of de benen, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

geslagen en/of

- (vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op

het lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge

heeft gehad,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [medeverdachte N] en/of [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het feit (snel) weg te kunnen gaan met [verdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en);

art 3 12 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 3 12 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1,2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

[medeverdachte B] en/of [medeverdachte N] en/of een tot nu toe onbekend gebleven persoon op of

omstreeks 05 enlof 06 september 2007, op de openbare weg, te weten het [straat] te

Amsterdam, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een

geldbedrag (van 5000 Euro) en/of een hoeveelheid cocaïne en/of een horloge, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer]. in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] al dan niet met een vuurwapen tegen de lip en/of de

slaap(spieren). althans het gezicht en/of de armen en/of de benen, althans het lichaam

heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

(vervolgens) met een vuurwapen één of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op het

lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [medeverdachte N] en/of [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het feit (snel) weg te kunnen gaan met [verdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en);

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1,2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

"voor zover het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring, schuldigverklaring of strafoplegging leidt:

hij op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer]

- tegen het lichaam en/of hoofd heeft getrapt en/of geschopt en/of met de hand/vuist geslagen en/of gestompt en/of

- met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), in elk geval een hard voorwerp, op/tegen het lichaam en/of hoofd heeft geslagen en/of

- een kogel in het lichaam van [slachtoffer] heeft geschoten,

welk feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

(art. 300 jo. 47 Sr)

en

hij op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, hebbende hij en/of zijn mededader(s) een of meer (op een) vuurwapens (gelijkende voorwerpen) op [slachtoffer] gericht (gehouden) en/of aan [slachtoffer] voorgehouden;

(art. 285 jo. 47 Sr)

voor zover het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring, schuldigverklaring of strafoplegging leidt:

[medeverdachte B] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk mishandelend

- [slachtoffer] tegen het lichaam en/of hoofd heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of met de hand/vuist geslagen en/of gestompt en/of

- met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), in elk geval een hard voorwerp, op/tegen het lichaam en/of hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- een kogel in het lichaam van [slachtoffer] heeft/hebben geschoten,

welk feit de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [slachtoffer] en/of [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het feit (snel) weg te kunnen gaan;

(art. 300 jo. 47/48 Sr)

en

[medeverdachte B] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging, althans alleen, [slachtoffer] heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, hebbende [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) een of meer (op een) vuurwapens (gelijkende voorwerpen) op [slachtoffer] gericht (gehouden) en/of aan [slachtoffer] voorgehouden,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 5 september 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- (telefonisch) contact te onderhouden met [slachtoffer] en/of

- [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) met een auto op te halen en/of

- met [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) rond te rijden in de omgeving waar [slachtoffer] zich (naar vermoed werd) ophield en/of

- een auto ter beschikking te stellen en/of

- op de uitkijk te staan en/of

- gereed te staan met een voertuig om na het plegen van het feit (snel) weg te kunnen gaan;

(art. 285 jo. 47/48 Sr)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof weliswaar tot dezelfde beslissing komt als de rechtbank, te weten vrijspraak, maar deze vrijspraak anders motiveert.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het uiterst subsidiair onder 1e deel ten laste gelegde (kort gezegd: diefstal met geweld, in vereniging gepleegd, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met afrek van voorarrest conform artikel 27 Wetboek van strafrecht. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel zal worden toegewezen en dat de benadeelde partij [benadeelde 2] (betreft materiële schade) in haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Voorts heeft de advocaat-generaal gesteld -onder verwijzing naar de schriftelijke slachtofferverklaring en naar de door de nabestaande ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring- dat [benadeelde 2] een vergoeding ter zake van immateriële schade toekomt waaraan hij de vordering heeft verbonden dat het hof de schadevergoedingsmaatregel zal oplegen tot het bedrag van € 2000,- aan verdachte. Tenslotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof bij arrest de gevangenneming van verdachte zal bevelen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ook in hoger beroep dient te worden vrijgesproken, nu er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair, subsidiair, meer subsidiair, meest subsidiair en uiterst subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op grond van de stukken in het dossier en hetgeen is verhandeld ter terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep is de volgende feitelijke gang van zaken aannemelijk geworden.

[slachtoffer] is op 4 september 2007 uit Suriname vertrokken naar Nederland. Op 5 september 2007 is [slachtoffer] aangekomen op de luchthaven Schiphol. Bij die gelegenheid had [slachtoffer] door hem in Suriname ingeslikte bolletjes met daarin cocaïne in zijn lichaam. Op verzoek van [betrokkene]1 hebben twee mannen, namelijk de medeverdachte [medeverdachte N] en een onbekend gebleven man (" [X]") [slachtoffer] van de luchthaven Schiphol afgehaald. In het gezelschap van de twee laatstbedoelde mannen bevond zich de verdachte; de verdachte is niet meegegaan naar de aankomsthal doch hij is in de auto blijven wachten.

Na aankomst van [slachtoffer] heeft medeverdachte N[slachtoffer] met zijn auto naar de woning van [betrokkene] aan de [straat 2] te Amsterdam gebracht. In deze woning heeft [slachtoffer] zich ontdaan van de bolletjes met cocaïne2.

[slachtoffer] heeft uit handen van evengenoemde [betrokkene] bij wijze van beloning voor het door hem volbrachte drugstransport een geldbedrag van ongeveer 5000 euro ontvangen. Die dag omstreeks 23.00 uur heeft de medeverdachte [medeverdachte N] het slachtoffer van de woning van [betrokkene] naar de [straat] te Amsterdam Osdorp gebracht. Aan het [straat] woont een vriendin van [slachtoffer], namelijk [vriendin slachtoffer]. Ter plaatse gekomen is [slachtoffer] uit de auto gestapt en is hij naar de voordeur van die woning gelopen en heeft hij zijn aanwezigheid bekend gemaakt door aan de brievenbus van de toegangsdeur van die woning te klepperen. Aan [slachtoffer] is evenwel geen toegang tot die woning verleend.

Kort daarop zijn twee mannen ter plaatse verschenen. Er is een ruzie ontstaan waarbij [slachtoffer] door één van hen met een vuurwapen tegen het hoofd is geslagen. [slachtoffer] heeft geprobeerd weg te lopen doch hij is gevallen. Door één van de mannen is op [slachtoffer] geschoten. Hierop zijn deze twee mannen als passagiers in een ter plaatse gekomen auto gestapt, waarna deze auto is weggereden. De gedurende dit gebeuren aanwezig gebleven medeverdachte N heeft de ten gevolge van het schieten zwaargewonde [slachtoffer] in zijn auto getrokken en heeft hem, na eerst te zijn gereden naar de woning van [betrokkene], naar het Sint Lucasziekenhuis3 te Amsterdam gebracht, alwaar nog is geprobeerd om [slachtoffer] te reanimeren. Om 00.15 uur is zijn dood vastgesteld. De resultaten van later gehouden onderzoek hebben uitgewezen dat [slachtoffer] is overleden ten gevolge van een schotverwonding aan de romp en de daardoor opgetreden weefselschade en ernstig bloedverlies. Bij de politie is om 23.33 uur de eerste melding gedaan van een (schiet)incident. Op de plaats van het delict zijn enkele, aan [slachtoffer] toe te schrijven voorwerpen (Surinaamse munten, een horloge en een foto) aangetroffen.

Naar aanleiding van dit ernstige incident is in twee fasen uitgebreid opsporingsonderzoek verricht. Verdachten zijn aangehouden, getuigen zijn gehoord, technisch onderzoek is verricht en er is ook een telecommunicatieonderzoek uitgevoerd. Het zijn in het bijzonder de resultaten van dat onderzoek, gevoegd bij het uitblijven van een ter verklaring van die resultaten bevredigend antwoord van de verdachte en de medeverdachten, waarop het openbaar ministerie de conclusie heeft gegrond dat de verdachte strafbaar betrokken is geweest bij het vorenomschreven gewelddadige incident op 5 september 2007. In dat telecommunicatieonderzoek is het gebruik van zekere telefoonnummers, tijdens en rondom het schietincident toegeschreven aan zekere personen, waaronder de verdachte en zijn medeverdachten. Dat gebruik heeft bijzondere betekenis gekregen, doordat aan de hand van de locaties van ten gevolge van het gebruik van die telefoontoestellen aangestraalde GSM-zendmasten sterke aanwijzingen zijn verkregen over de plaats waar de gebruikers van die telefoontoestellen zich hebben bevonden. Die bevindingen zijn vervolgens gelegd naast onder de meer de plaats van het delict en de locatie van de vaste parkeerplaats van een hierna te noemen auto (zoals hierna te bespreken), met gevolg dat een min of meer samenhangend beeld is verkregen van de plaatsen/omgevingen alwaar de in het onderzoek als verdachten aangewezen personen zich voor, tijdens en na het gewelddadig overlijden van [slachtoffer] zouden hebben opgehouden.

Het hof volgt de advocaat-generaal in zijn stelling dat van de juistheid van dat in de stukken verantwoorde toeschrijven van het gebruik van telefoonnummers aan personen moet worden uitgegaan. In het bijzonder is van het volgende gebleken. Het telefoontoestel waarvan het gebruik dient te worden toegeschreven aan de medeverdachte [medeverdachte B] heeft zich, in ieder geval tussen 22.38 uur en 23.16 uur in de omgeving van de plaats van het delict bevonden.4. Gebleken is voorts, dat het telefoontoestel waarvan het gebruik aan de medeverdachte N dient te worden toegeschreven in verbinding heeft gestaan met het toestel van de medeverdachte [medeverdachte B], onder meer om 22.48 uur en 23.16 uur5. Het toestel waarvan het gebruik is toegeschreven aan de medeverdachte [medeverdachte B] heeft vanaf 23.29 uur driemaal ingebeld bij [snorder], een zogeheten snorder, waarna [snorder] hem om 23.55 uur heeft teruggebeld. Dit toestel van de verdachte heeft tussen 23.29 en 23.55 uur uitgepeild in de omgeving van de Anthony Fokkerweg. Tussen de telefoontoestellen, waarvan het gebruik is toegeschreven aan de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte B] is contact geweest op 6 september 2007, om 01.59 uur en 02.12 uur. Het openbaar ministerie heeft -onder meer op grond van de tijdstippen van deze contacten, bezien in verband met het niet-uitpeilen van het toestel van de verdachte in Amsterdam-Osdorp op 5 september 2007- gesteld dat sterke aanwijzingen bestaan dat de verdachte de avond van 5 september 2007 in het gezelschap is geweest van de medeverdachte [medeverdachte B].

De vriendin van [slachtoffer], [vriendin medeverdachte N] was toentertijd in het bezit van een auto, te weten een jeep, merk Suzuki, type Vitara, kleur Triton Blue Metallic. Deze auto stond gebruikelijk geparkeerd in de omgeving van de Anthony Fokkerweg te Amsterdam. De verdachte [verdachte] leende de auto wel eens en beschikte daartoe zelfstandig over sleutels van die auto. Het is zonder meer opvallend te noemen dat de als getuige gehoorde [getuige]6 heeft verklaard dat de door haar met het delict in verband gebrachte auto is omschreven als een Suzuki, type Jimny, kleur metallic groen. Als bijzonderheden van de door haar omschreven auto heeft zij gewezen op heeft een witgekleurd cabrio-doek aan de achterzijde. Het reservewiel dat achterop de auto was gemonteerd was omspand met een wit-/groenkleurige hoes. Op enig moment is aan deze getuige een viertal foto's getoond waarop de Suzuki Vitara van voornoemde [vriendin medeverdachte N] (en die derhalve bij de medeverdachte [verdachte] in gebruik kon zijn), was afgebeeld. De getuige [getuige] is stellig in haar verklaring dat de op die foto's afgebeelde auto niet dezelfde auto is als de auto waarover door haar eerder is verklaard.7 Het hof heeft onder ogen gezien dat deze getuige bij een met haar gehouden fotoconfrontatie8 in de afbeelding van de medeverdachte [medeverdachte B] de man heeft herkend, waarover zij heeft verklaard als zijnde de man die na het op [slachtoffer] geloste schot uit de ter plaatse verschenen Suzuki is gestapt. Echter, de betekenis voor het bewijs van dit resultaat wordt gerelativeerd, wat er overigens zij van de door de verdediging opgeworpen, aan de confrontatie verbonden manco's, door het verloop van de tijd. Immers, de confrontatie is gehouden na verloop van ongeveer acht maanden, gerekend vanaf de datum waarover de getuige heeft verklaard, terwijl is komen vast te staan dat de getuige de man die zij volgens haar verklaring uit die auto heeft zien stappen slechts gedurende zeer korte tijd heeft gezien. Daarbij komt, dat zij heeft aangegeven dat zij de op de foto afgebeelde man ook heeft herkend van een andere, niet aan het incident verbonden gelegenheid.

Het hof heeft voorts onder ogen gezien dat de getuige [getuige] heeft aangegeven dat één van de mannen een grijze trui met capuchon droeg. Dit gegeven maakt de inhoud van de door de verdachte met zijn moeder gevoerde telefoongesprekken over het weggooien van een grijze trui voor de verdachte bezwarend. Daar staat evenwel tegenover dat de verdachte door de getuige na een gehouden meerkeuze-fotoconfrontatie niet is herkend. Hetzelfde oordeel -te weten, het de verdachte bezwarende karakter- treft de inhoud van overige, door de advocaat-generaal in zijn requisitoir aangehaalde afgeluisterde en opgenomen (telefoon)gesprekken, gevoerd tussen de verdachte en zijn moeder, als ook door die moeder en haar broer.

Het openbaar ministerie heeft de bewijslevering in de het onderhavige feitencomplex vergeleken met het oplossen van een puzzel, waarbij -indien voldoende oog bestaat voor de onderlinge samenhang van de stukjes daarvan- die stukken precies passen in één geheel. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

De resultaten van het gehouden onderzoek als hiervoor weergegeven roepen vragen op die door de verdachte en de medeverdachten niet tot nauwelijks zijn beantwoord, terwijl op grond van het voor de verdachte bezwarende karakter van die resultaten zijn zwijgen in het licht daarvan ernstige bedenkingen oproept, zo niet over enige feitelijke betrokkenheid bij het incident, dan toch in elk geval over het mogelijk bestaan van wetenschap over hetgeen zich voorafgaand en rondom het overlijden van [slachtoffer] heeft afgespeeld. Dit zwijgen van de verdachte -dat door de nabestaanden van [slachtoffer] als een zeer hard gelag wordt ervaren- is naar het oordeel van het hof evenwel ontoereikend om daaraan in het perspectief van het voor het bewijs van het ten laste gelegde beschikbare materiaal betekenis toe te kennen in de zin dat daaraan voor de bewijslevering bruikbaar gewicht kan worden toegekend. Het hof overweegt voorts -in het spoor van de door het openbaar ministerie getrokken vergelijking- dat -anders dan in het geval van een puzzel waarvan de onderdelen een dwingend, vooraf vaststaand geheel hebben te vormen, het samenstel van de in casu beschikbare onderdelen niet zonder meer dwingt tot één en dezelfde afbeelding. Immers, de persoon van de schutter zou onbekend zijn gebleven, terwijl -ook indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van verdachtes aanwezigheid in de nabijheid of ter plaatse- die aanwezigheid als zodanig niet dwingt tot de daaraan door het openbaar ministerie gegeven duiding. In dat verband kunnen de ogen niet worden gesloten voor hetgeen in het kader van het gehouden onderzoek is gebleken over het leven dat door [slachtoffer] is geleid gedurende de aan zijn gewelddadig overlijden voorafgegane maanden. Immers, het dossier biedt onmiskenbare aanknopingpunten voor het bestaan hebben van in het algemeen aan invoer van en handel in verdovende middelen te relateren ernstige risico's voor de veiligheid en gezondheid van [slachtoffer].

Op grond van al het vorenstaande is het voor het hof -gelijk de rechtbank - niet mogelijk gebleken om met de voor het bewijs nodige ondubbelzinnigheid vast te stellen achtereenvolgens wat zich feitelijk heeft afgespeeld (onmiddellijk) voorafgaand en rondom het overlijden van [slachtoffer], of, en zo ja welk aandeel de verdachte daarin feitelijk heeft gehad, hetgeen meebrengt dat reeds op die gronden de juridische duiding daarvan onmogelijk is gebleken. Dit betekent dat niet kan worden bewezen geacht hetgeen aan de verdachte in de onderscheiden subsidiaire onderdelen is ten laste gelegd, hetgeen meebrengt dat ook het hof de verdachte zal vrijspreken. Voor toewijzing van de vordering tot verdachtes gevangenneming bestaat derhalve geen grond.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 6.972,68. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair, subsidiair, meer subsidiair, meest subsidiair en uiterst subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 3.311,21. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair, subsidiair, meer subsidiair, meest subsidiair en uiterst subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Reeds op grond het vorenstaande zal het hof de vordering van de advocaat-generaal tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel afwijzen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair, meer subsidiair, meest subsidiair en uiterst subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 1], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 2], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Wijst af de vordering tot gevangenneming.

Wijst af de vordering tot oplegging van de maatregel tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer.

Dit arrest is gewezen door de twaalfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. M.M.H.P. Houben en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. O. Boekraad, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 juli 2011.

1 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 1049 tot en met 1054.

2 Verklaring [betrokkene] op 19 december 2007, blz. 15.

3 Verklaring [slachtoffer] blz. 1095.

4 Proces-verbaal bijzonderheden 0641937806, blz. 439 tot en met 446.

5 Proces-verbaal historisch telefoonverkeer 3164937806 blz. 1187 tot en met 1191.

6 Proces-verbaal verhoor getuige blz. 84 tot en met 89

7 Proces-verbaal bevindingen blz. 117

8 Proces-verbaal fotobewijsconfrontatie blz. 644 tot en met blz. 670.