Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0347

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
06-07-2011
Zaaknummer
10/00519 t/m 10/00523
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In het geding zijn bindende tariefinlichtingen (BTI’s) afgegeven voor connectoren (verbindingsstukken) zonder terminals. De goederen zijn in de BTI’s ingedeeld onder post 8538 90 99 van de GN.

Het Hof komt – anders dan de rechtbank- met toepassing van indelingsregel 1 tot een indeling onder post 8547 20 00 van de GN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerken P10/00519 t/m P10/00523

23 juni 2011

uitspraak van de douanekamer

op de hoger beroepen van

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Roosendaal

de inspecteur,

en op de incidentele hoger beroepen van

B te Z, belanghebbende

gemachtigde: mr. J.A.W.M. Gorisse te Oosterhout,

tegen de uitspraken in de zaken met kenmerk AWB 08/3606 en AWB 08/4683 t/m AWB 08/4686 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

de inspecteur

en

belanghebbende

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 31 augustus 2007 en 25 februari 2008 aan belanghebbende onder nummer [1] respectievelijk nummers [2] tot en met [5, vijf bindende tariefinlichtingen (BTI’s) afgegeven.

1.2. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak van 12 maart 2008 BTI nr.[1] gehandhaafd. De bezwaren tegen de vier op 25 februari 2008 afgegeven BTI’s zijn bij uitspraak van 16 mei 2008 gegrond verklaard.

1.3. Bij uitspraken van 18 juni 2010 heeft de rechtbank de door belanghebbende ingestelde beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de BTI’s vernietigd en de inspecteur opgedragen BTI’s af te geven met inachtneming van de uitspraak, de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.690,50 en gelast dat de inspecteur aan belanghebbende het griffierecht, in totaal € 576 vergoedt.

1.4. Het tegen deze uitsprakeningestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 27 juli 2010, aangevuld bij brief van 28 september 2010. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend, waarbij zij tevens incidenteel hoger beroep heeft ingesteld.

Het Hof heeft verzuimd conform artikel 27m van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de inspecteur in de gelegenheid te stellen het incidenteel hoger beroep te beantwoorden. Ter zitting heeft de inspecteur verklaard dat hij door middel van zijn pleitnota voldoende gelegenheid heeft gehad te reageren op het incidenteel hoger beroep.

Op 1 april 2011 is een aanvullend stuk van de inspecteur ontvangen. Een afschrift daarvan is gezonden aan de wederpartij.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2011. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. Met instemming van partijen zijn de hoger beroepen nrs. 10/00509 t/m 10/518 en 10/524 t/m 10/526 gelijktijdig behandeld.

2. Feiten

2.1.1. De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1 en 2.2 van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“2.1. De goederen waarvoor de bti’s zijn aangevraagd betreffen connectoren (verbindingsstukken), zonder metalen terminals (hierna: de producten). De in geding zijnde producten zijn alle vergelijkbaar en slechts op details verschillend. De producten kunnen als volgt worden omschreven: een kunststofblokje, voorzien van een specifieke klem en weerhaakverbinding voor het bevestigen aan een aan te brengen complementaire connector. Deze connector dient om eventuele trekspanning op te vangen. De trekspanning komt daarmee niet op de verbinding tussen de metalen terminals onderling. Het kunststofblokje is voorzien van specifieke uitsparingen (gaten), waarin metalen terminals geplaatst kunnen worden. Eenmaal in de gaten ingebracht zijn ze daarin vastgeklemd. De elektrische draad moet daarom van te voren aan de terminal worden bevestigd. De terminals dienen voor de overdracht van de elektrische stroom. De terminals zijn niet gemonteerd en maken geen deel uit van de producten waarvoor de aanvragen zijn ingediend. Het verschil tussen de producten wordt met name gevormd door het aantal verbindingen dat gelijktijdig gemaakt kan worden. Er zijn enkelweg, maar ook meerweg connectoren. Eiseres heeft de bti’s aangevraagd voor indeling van de producten onder goederencode 8536 9010 van de gecombineerde nomenclatuur (GN).

2.2. Verweerder heeft hierop aan eiseres de volgende bti’s afgegeven:

Op 31 augustus 2007:

1. Een bti met referentie [1].

In vak 6 van de BTI zijn de producten ingedeeld in goederencode 85389099.

In vak 7 van de BTI zijn de producten als volgt omschreven:

“Een deel van een contactverbinding voor elektriciteit voor draad en kabel met ondermeer de volgende kenmerken:

- geheel vervaardigd van kunststof;

- afmetingen van ongeveer 43x48x13 mm;

- 24 weg contact voor spanning tot 250 V;

- blokvormig.

Door het ontbreken van metalen delen kan het artikel niet worden ingedeeld als een contactverbinding bedoeld bij post 8536 van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

Op 25 februari 2008:

2. Een bti met referentie [2]

In vak 6 van de BTI zijn de goederen ingedeeld in goederencode 85389099.

In vak 7 van de BTI zijn de goederen als volgt omschreven:

“Een deel van een contactverbinding voor elektriciteit voor draad en kabel met ondermeer de volgende kenmerken:

- geheel vervaardigd van kunststof;

- 2 weg contact voor spanning tot 250 V;

- blokvormig met vaste klem voor het bevestigen aan een zogenoemde tegenpool connector

Door het ontbreken van metalen delen kan het artikel niet worden ingedeeld als een contactverbinding bedoeld bij post 8536 van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

3. Een bti met referentie [4]

In vak 6 van de BTI zijn de goederen ingedeeld in goederencode 85389099.

In vak 7 van de BTI zijn de goederen als volgt omschreven:

“Een deel van een contactverbinding voor elektriciteit voor draad en kabel met ondermeer de volgende kenmerken:

- geheel vervaardigd van kunststof;

- 2 weg contact voor spanning tot 250 V;

- rechthoekig voor het bevestigen aan een zogenoemde tegenpool connector.

Door het ontbreken van metalen delen kan het artikel niet worden ingedeeld als een contactverbinding bedoeld bij post 8536 van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

4. Een bti met referentie [5]

In vak 6 van de BTI zijn de goederen ingedeeld in goederencode 85389099.

In vak 7 van de BTI zijn de goederen als volgt omschreven:

“Een deel van een contactverbinding voor elektriciteit voor draad en kabel met ondermeer de volgende kenmerken:

- geheel vervaardigd van kunststof;

- 6 weg contact voor spanning tot 250 V;

- blokvormig met vaste klem voor het bevestigen aan een zogenoemde tegenpool connector

Door het ontbreken van metalen delen kan het artikel niet worden ingedeeld als een contactverbinding bedoeld bij post 8536 van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

5. Een bti met referentie [3]

In vak 6 van de BTI zijn de goederen ingedeeld in goederencode 85389099.

In vak 7 van de BTI zijn de goederen als volgt omschreven:

“Een deel van een contactverbinding voor elektriciteit voor draad en kabel met ondermeer de volgende kenmerken:

- geheel vervaardigd van kunststof;

- 6 weg contact voor spanning tot 250 V;

- blokvormig met vaste klem voor het bevestigen aan een zogenoemde tegenpool connector

Door het ontbreken van metalen delen kan het artikel niet worden ingedeeld als een contactverbinding bedoeld bij post 8536 van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

46x19x17 mm;

- 2 weg contact voor spanning tot 250 V;

- staafvormig met losse klem;

Door het ontbreken van metalen delen kan het artikel niet worden ingedeeld als een contactverbinding bedoeld bij post 8536 van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

2.1.2. Partijen hebben ter zitting verklaard dat de feiten door de rechtbank juist zijn weergegeven.

2.1.3. In aanvulling op de hiervoor vermelde feiten stelt het Hof vast dat, anders dan is weergegeven in de uitspraak van de rechtbank, de inspecteur bij de uitspraken op bezwaar van 16 mei 2008, nrs. […] en […], het bezwaar van belanghebbende gegrond heeft verklaard en tot indeling van de goederen onder post 3926 90 97 van de GN is overgegaan.

3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, waarbij zij – voor zover hier van belang – het volgende heeft overwogen:

“6.1. Uit de onder 2.1. genoemde omschrijving van de producten blijkt dat het om producten in niet-complete staat gaat, nu de terminals om de elektrische stroomverbinding tot stand te brengen ontbreken. Voor het overige ontbreekt niets aan de producten en kunnen zij als complete producten gelden. Naar uiterlijke vorm lijken de producten op connectoren (stekkers en contrastekkers) zonder terminals. De producten behoeven geen bewerking meer te ondergaan en kunnen”- zonder ingrijpende wijziging - geen andere bestemming krijgen dan als specifieke connector voor het aansluiten van elektrische stroom. Uit de objectieve kenmerken van de producten, indien zij in complete staat zouden moeten worden beoordeeld, blijkt dat zij primair zijn bestemd om een elektrische verbinding tot stand te brengen. Dit kenmerk komt ook telkens terug in de omschrijving van de producten in de bti’s. Hierin wordt in vak 7 steeds genoemd: “Een deel van een contactverbinding voor elektriciteit voor draad en kabel….”. De producten hebben voorts als inherente eigenschap dat zij een isolerende werking hebben. De producten kunnen immers zonder deze isolerende eigenschap niet functioneren. In de omschrijving van post 8536 staat de isolerende eigenschap evenwel niet genoemd. Hieruit leidt de rechtbank af dat de isolerende eigenschap bij de indeling van goederen onder deze post geen doorslaggevende rol speelt, maar dat het er, voor zover hier relevant, primair om gaat of een elektrische stroomverbinding kan worden ingeschakeld, uitgeschakeld, omgeschakeld of aangesloten. Indeling onder post 8536 90 10 van de complete producten acht de rechtbank daarom aangewezen.

6.2. Bij indeling onder post 8547 staat, blijkens de bewoording van de post, de isolerende eigenschap voorop. In deze post, noch in de door verweerder in verband met deze post genoemde toelichting bij post 8546 wordt het tot stand brengen van een elektrische stroom verbinding als eigenschap of kenmerk genoemd. Uit de Toelichting IDR bij post 8547 blijkt dat de groep isolerende werkstukken aan twee voorwaarden moet voldoen. De werkstukken moeten geheel vervaardigd zijn van isolerend materiaal en bestemd zijn voor elektrische isolatiedoeleinden. Ook hieruit blijkt dat het tot stand brengen van een elektrische stroom verbinding geen rol speelt bij de indeling onder deze post. Dit kan evenmin worden afgeleid uit de bij de toelichting gegeven voorbeelden van goederen die onder de post 8547 moeten worden ingedeeld. Nu de producten evenwel isolerende eigenschappen bezitten, zij moeten immers de terminals van elkaar isoleren om kortsluiting te voorkomen, en zij moeten bij het aansluiten voorkomen dat niet-geïsoleerde delen worden aangeraakt, ligt indeling onder post 8547 minder voor de hand, omdat bij de producten de isolerende eigenschap inherent is aan het product en geen bijzonder kenmerk waar het in de eerste plaats om gaat bij de indeling in de GN onder post 8547.

6.3. Gelet op het onder 6.1. en 6.2. gegeven oordeel moeten de producten in complete staat op grond van indelingsregel 1 van de GN worden ingedeeld onder post 8536 90 10. De producten zijn evenwel niet in complete staat, immers de terminals om de elektrische stroomverbinding tot stand te brengen ontbreken. De terminals zijn essentieel om de elektrische stroomverbinding tot stand te brengen. Deze eigenschap wordt met name genoemd in de bewoording van post 8536. Het ontbreken van de terminals doet de vraag opwerpen of de producten wellicht als delen uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor toestellen als bedoeld bij post 8536 kunnen worden aangemerkt. In zijn subsidiaire standpunt beantwoordt verweerder deze vraag bevestigend. Hij heeft in de bti’s de producten ook als zodanig ingedeeld, te weten post 8538 met postonderverdeling 9099. Onder verwijzing naar genoemd arrest van het Hof van Justitie beroept eiseres zich op indelingsregel 2a en de GS-toelichting daarop hetgeen zou moeten leiden tot indeling onder post 8536 90 10.

6.4. De rechtbank oordeelt hierover volgt. Het ontbreken van contactbevestigingen (klemmenstroken) voor het aansluiten van stroomkringen was voor het Finanzgericht Düsseldorf aanleiding om prejudiciële vragen te stellen over de uitlegging van post 8536 en de betekenis in dit verband van indelingsregel 2a en de GS-toelichting daarop in relatie tot post 8538. Dit is de zelfde vraag die zich in deze zaak ook aandient. Het Hof van Justitie oordeelt hierover:

“18. Voorts blijkt uit regel 2 a) van de algemene regels voor de interpretatie van de GN, dat een niet-compleet of niet-afgewerkt product bij de tariefindeling moet worden gelijkgesteld met een compleet of afgewerkt product, voorzover het de essentiële kenmerken daarvan vertoont. Deze interpretatieregel is gepreciseerd in de toelichtingen van de Internationale Douaneraad, waarin is gesteld, dat de voor het afgewerkte artikel bestemde post mede op artikelen in voorwerpsvorm van toepassing is, dat wil zeggen op artikelen die als zodanig niet voor gebruik geschikt zijn, doch waarvan de vorm of het profiel die van het afgewerkte artikel benadert en die alleen voor de vervaardiging van dat artikel kunnen worden gebruikt.

19. De nationale rechter heeft vastgesteld, dat het product naar de uiterlijke vorm een aansluitdoos leek en was bedoeld om van aansluitklemmen te worden voorzien. Onverminderd de verdere feitelijke vaststellingen van de nationale rechter en gelet op de door hem verstrekte technische gegevens, lijkt dit product, zoals de advocaat in punt 30 van zijn conclusie heeft opgemerkt, niet voor andere doeleinden te kunnen worden gebruikt dan die van een aansluitdoos.

20. Het ontbreken van de klemmenstroken betekent niet, dat het product niet als niet-complete aansluitdoos kan worden aangemerkt omdat het niet de essentiële kenmerken van een aansluitdoos zou hebben. Vaststaat immers, dat de klemmen pas later worden aangebracht, aangezien de vorm en de afmetingen daarvan variëren naargelang van de technische toepassing die de gebruiker aan het product wenst te geven. Door het ontbreken van de klemmen krijgt het product dus geen andere bestemming. “

(…)

25. Op de tweede vraag moet derhalve worden geantwoord, dat de GN in de versie van bijlage I bij verordening nr. 1734/96 aldus moet worden uitgelegd, dat een product, bestaande uit een rechthoekige houder met gelakt gespuitgiet aluminium deksel (aluminium-siliciumlegering met overwegend aluminium), met vier stalen montageschroeven en vier aardschroeven van verkoperd staal (die zich los verpakt in het product bevinden en in de daarvoor bestemde gaten met schroefdraad moeten worden aangebracht), en bedoeld om daarin klemmenstroken en gaten aan te brengen ter verbinding van stroomkringen, ingevolge regel 2 a) van de algemene regels voor de interpretatie van de GN als niet-complete aansluitdoos onder postonderverdeling 8536 90 85 moet worden ingedeeld.”

De rechtbank acht de zaak uit het arrest vergelijkbaar met de onderhavige zaken, omdat in de onderhavige zaken ook de terminals ontbreken om de elektrische stroomverbinding tot stand te brengen. Uit bovenstaande overwegingen van het Hof van Justitie leidt de rechtbank af dat ook in de onderhavige zaken indelingsregels 2a zodanig moet worden uitgelegd dat producten die naar uiterlijke vorm op connectoren lijken, die bedoeld zijn om van terminals te worden voorzien en die niet voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt als niet-complete connectoren moeten worden aangemerkt.

6.5. De opvatting van verweerder dat de onderhavige producten niet vergelijkbaar zijn met het product in de zaak C-280/97, omdat het in deze zaak om een aansluitdoos gaat waarin aardschroeven van verkoperd staal los verpakt aanwezig zijn volgt de rechtbank niet. De reden hiervoor is dat uit het arrest niet blijkt dat de aanwezigheid van deze zaken voor het Hof van Justitie enige rol heeft gespeeld bij de indeling onder post 8536 en de toepassing van indelingsregel 2a. Nu tussen de in geding zijnde posten in de verordeningen van kracht in 1997 en 2007 geen relevante verschillen bestaan acht de rechtbank zich in de onderhavige zaken gehouden aan de toepassing van indelingsregel 2a overeenkomstig de aanwijzingen door het Hof van Justitie.

6.6. Voorzover verweerder zich beroept op de twaalf onder 5.2. genoemde bti’s kan dit niet slagen. Nog afgezien van het feit dat deze bti’s niet dezelfde producten betreffen, kan alleen de rechthebbende zich op een bti beroepen.

6.7. Indeling van de producten onder post 3926 is op grond van aantekening 2s bij hoofdstuk 39 niet mogelijk. De producten betreffen immers onmiskenbaar elektrotechnisch materieel. Gelet op het vorenoverwogene dienen de producten te worden ingedeeld onder post 8536 90 10 en dient het beroep gegrond te worden verklaard.”

4. Geschil in hoger beroep

4.1. In hoger beroep is in geschil of de onderwerpelijke behuizingen onder GN-onderverdeling 8547 20 00 of 8538 90 99 moeten worden ingedeeld, zoals de inspecteur voorstaat, dan wel onder GN-onderverdeling 8536 90 10, zoals belanghebbende in navolging van de rechtbank bepleit.

4.2. Belanghebbende heeft bij incidenteel hoger beroep verzocht om integrale vergoeding van de proceskosten. De inspecteur stelt primair dat – indien het gelijk aan zijn kant is – er geen aanleiding is voor een vergoeding van de proceskosten en subsidiair dat er geen grond is voor toekenning van een integrale proceskostenvergoeding.

4.3. Voor de nadere standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken van het geding, waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

5. Relevante wettelijke bepalingen en voorschriften

De in de overwegingen te betrekken indelingsregels, aantekeningen en tariefposten luiden als volgt:

Indelingsregels 1, 2a van de GN

1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en — voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen

van bedoelde posten en aantekeningen — de navolgende regels.

2. a) De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont. Deze vermelding heeft eveneens betrekking op een compleet of een afgewerkt goed of een op grond van de voorgaande volzin als zodanig aan te merken goed, indien het wordt aangeboden in gedemonteerde of in niet-gemonteerde

staat.

Aantekening 2 van Afdeling XVI van de Gecombineerde Nomenclatuur, luidt voor zover van belang:

“2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine

waarvoor zij bestemd zijn;

(…)

5. Voor de toepassing van vorenstaande aantekeningen heeft het woord “machines” zowel betrekking op machines als op de verschillende toestellen, apparaten, uitrustingen en werktuigen, bedoeld in hoofdstuk 84 of 85.”

Post 8536 Toestellen voor het inschakelen, uitschakelen, omschakelen, aansluiten of verdelen van of voor het beveiligen tegen elektrische stroom (bijvoorbeeld schakelaars, relais, zekeringen, golfafvlakkers, contactdozen en contactstoppen (stekkers), lamp- en buishouders en andere verbindingsstukken, aansluitdozen en -kasten), voor een spanning van niet meer dan 1 000 V; verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels:

(…)

– lamp en buishouders, contactdozen en contactstoppen (stekkers):

8536 61 – – lamp en buishouders:

[...]

8536 69 – – andere:

8536 69 10 – – – voor coaxiale kabels

8536 69 30 – – – voor gedrukte schakelingen

8536 69 90 – – – andere

(…)

8536 90 - andere toestellen:

(…)

8536 90 10 - - aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels .

(…)

Post 8538 Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk

bestemd zijn voor de toestellen bedoeld bij post 8535, 8536 of 8537:

(…)

8538 90 - andere:

(…)

- - andere:

(…)

8538 90 99 - - - andere

Post 8547 Isolerende werkstukken, geheel van isolerend materiaal dan wel voorzien van daarin bij het gieten, persen, enz. aangebrachte eenvoudige metalen verbindingsstukken (bijvoorbeeld nippels met schroefdraad), voor elektrische machines, toestellen of installaties, andere dan de isolatoren bedoeld bij post 8546; isolatiebuizen en verbindingsstukken daarvoor, van onedel metaal, inwendig geïsoleerd:

(…)

8547 20 00 - isolerende werkstukken van kunststof.

De volgende toelichtingen zijn van belang:

GS-toelichting op indelingsregel 2a:

“II het bepaalde in deze regel is eveneens van toepassing op artikelen in voorwerpsvorm, (…) Als artikelen in voorwerpsvorm worden aangemerkt, artikelen die als zodanig niet voor gebruik geschikt zijn, doch waarvan het profiel die van het afgewerkte voorwerp of artikel benadert en die behoudens in uitzonderlijke gevallen, alleen kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van dat voorwerp of dat artikel (…)”

GS-toelichting op post 8536:

(…)

III. Artikelen voor het aansluiten of verdelen van elektrische stroom.

Deze apparatuur dient voor de onderlinge verbinding van de verschillende gedeelten van een stroomketen. Hiervan kunnen worden genoemd:

A. contactdozen (stopcontacten) en contactstoppen (stekkers). Zij dienen voor het aansluiten van een verplaatsbaar toestel of een verplaatsbaar deel van de leiding op een doorgaans vaste installatie. Er bestaan verschillende soorten, zoals:

1. contactstoppen of stekkers en contactdozen

(koppelcontactstoppen of contactstekkers daaronder begrepen), waarvan de pennen van de een passen in de contactbussen van de ander.(…)

Op draad gemonteerde contactdozen en contactstoppen volgen de indeling van dat draad (post 8544)

B. andere contactverbindingen

(…)

Delen

Met inachtneming van de regels betreffende de indeling van delen (zie de algemene opmerking op Afdeling XVI) vallen delen van de bij deze post bedoelde toestellen en artikelen onder post 8538.

GN- toelichting op post 8536:

“8536 69 10 t/m 8536 69 90 andere

Tot deze onderverdelingen behoren elektromechanische stekkers en contrastekkers waarmee meerwegverbindingen tussen bijvoorbeeld apparaten, kabels en printkaarten tot stand kunnen worden gebracht door de stekkers in de contrastekkers te steken zonder verdere montage.

De verbindingsstukken mogen aan beide uiteinden van een stekker of contrastekker zijn voorzien, dan wel van een stekker of contrastekker aan het ene uiteinde en van een ander soort contact aan het andere (bijvoorbeeld van een krimp-, klem-, soldeer- of schroefcontact).

Tot deze onderverdelingen behoren ook stekkerverbindingen bestaande uit een combinatie van stekker en contrastekker (twee onderdelen). De stekker en de contrastekker zijn beide behalve van het stekkercontact nog van een ander soort contact voorzien.

Tot deze onderverdelingen behoren niet aansluit- of contactelementen waarmee langs andere weg (bijvoorbeeld met krimp-, klem-, soldeer-, of schroefcontacten) een elektrische verbinding tot stand wordt gebracht. Deze vallen onder onderverdeling 8536 90.

(…)”

“8536 90 10 aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels”

Tot deze onderverdeling behoren alle eindconnectoren die aan de uiteinden van draad of kabels worden bevestigd om een elektrische verbinding tot stand te brengen langs andere weg dan door insteken (bijvoorbeeld met krimp-, klem-, soldeer- of schroefcontacten).”

De GS-toelichting op post 8546 (isolatoren voor elektriciteit, ongeacht de stof waarvan zij zijn vervaardigd) vermeldt:

“Voor de toepassing van deze post worden als isolatoren aangemerkt artikelen die enerzijds dienen om elektrische stroomgeleiders te bevestigen, te ondersteunen en te leiden en anderzijds om deze stroomgeleiders van elkaar en van de aarde te isoleren. Isolerende werkstukken voor elektrische machines, toestellen en installaties behoren niet tot deze post (post 8547) voorzover zij geheel uit isolerend materiaal zijn vervaardigd, ook indien daarin bij het gieten, persen, enzovoort aangebrachte eenvoudige metalen verbindingsstukken voorkomen)”

GS-toelichting op post 8547

A. Isolerende werkstukken, geheel van isolerend materiaal, dan wel voorzien van daarin bij het gieten, persen, enzovoort aangebrachte eenvoudige metalen verbindingsstukken (bijvoorbeeld nippels met schroefdraad) voor elektrische machines, toestellen of installaties, andere dan de isolatoren bedoeld bij post 8546.

Met uitzondering van de eigenlijke isolatoren bedoeld bij post 8546 omvat deze groep alle isolerende werkstukken voor elektrische machines, toestellen of installaties, die voldoen aan de twee volgende voorwaarden:

i. dat zij geheel van isolerend materiaal zijn vervaardigd of bestaan uit isolerend materiaal (bijvoorbeeld kunststof) dat is voorzien van daarin bij het gieten, persen enzovoort aangebrachte eenvoudige metalen verbindingstukken (nipples met schroefdraad enzovoort);

ii. dat zij bestemd zijn voor elektrische isolatiedoeleinden, zelfs al zouden zij tegelijkertijd voor een ander doel kunnen dienen, bijvoorbeeld beveiliging .

(…)

Deze groep omvat onder meer (…) kroonsteentjes, zonder contacten of andere metalen delen (…).

6. Beoordeling van het geschil

6.1. Volgens vaste rechtspraak dient, in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel te worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de posten van de GN en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (zie onder meer arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (nu: Europese Unie, hierna: HvJ EG) 16 september 2004, DFDS, C-396/02, Jurispr. blz. I-8439, punt 27 en 15 september 2005, Intermodal Transports, C-495/03, Jurispr. blz. I-8151, punt 47).

6.2. De objectieve kenmerken en eigenschappen van de in te delen goederen zijn niet in geding. De goederen kunnen worden omschreven als behuizingen, bestaande uit kunststof blokjes voorzien van een specifieke kunststof klem en kunststof weerhaakverbinding voor het bevestigen van een aan te brengen complementaire (contra)stekker. De behuizingen zijn voorzien van uitsparingen waarin de metalen delen van de (contra)stekker kunnen worden aangebracht. Deze metalen delen (zgn. terminals) zijn niet aanwezig. De in te delen goederen verschillen onderling wat betreft het aantal uitsparingen (gaten), waarin de terminals kunnen worden geplaatst. De BTI ’s betreffen blijkens de stukken van het geding zowel behuizingen voor stekkers (male) als behuizingen voor contrastekkers (female).

GN-onderverdeling 8536 90 10

6.3. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de goederen als niet-complete aansluittoestellen of contactverbindingen met toepassing van indelingsregel 2a onder GN-onderverdeling 8536 90 10 moeten worden ingedeeld. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. In het arrest HvJ EG 18 mei 2011, Delphi Deutschland GmbH, C-423/10, is bepaald dat elektrische verbindingen welke door het insteken van een stekker in een contrastekker tot stand worden gebracht, moeten worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 8536 69 90 (contactdozen en contactstoppen (stekkers), andere, andere). De door belanghebbende voorgestane GN-onderverdeling 8536 90 10 heeft blijkens genoemd arrest betrekking op aansluit- of contactelementen waarmee langs andere weg dan door het insteken van een stekker in een contrastekker (bijvoorbeeld met krimp- klem-, soldeer- of schroefcontacten) een elektrische verbinding tot stand wordt gebracht. Nu vast staat dat de onderwerpelijke goederen onderdeel uitmaken van een stekkerverbinding, is indeling onder GN-onderverdeling 8536 90 10 reeds daarom uitgesloten.

GN-onderverdeling 8536 69 90

6.4. De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont (indelingsregel 2a). Uit punt 28 van het reeds aangehaalde arrest HvJ EG 18 mei 2011, nr. C-423/10, volgt dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van de onder postonderverdeling 8536 69 van de GN vallende goederen bestaan in de omstandigheid dat het daarmee mogelijk is op een welbepaalde manier elektrische verbindingen tot stand te brengen, te weten door de stekkers in de contrastekkers te steken zonder verdere montage. Tussen partijen is niet in geschil dat het onmogelijk is om een elektrische verbinding tot stand te brengen met behulp van de onderwerpelijke goederen, zodat zij niet de essentiële kenmerken van een complete (contra)stekker vertonen. Indeling van de goederen onder GN-onderverdeling 8536 69 90, met toepassing van indelingsregel 2a, is daarom uitgesloten. Het door belanghebbende aangehaalde arrest HvJ EG 9 februari 1999, ROSE Elektrotechnik GmbH & Co. KG, C-280/97, leidt niet tot een ander oordeel nu dit arrest betrekking heeft op andere goederen.

GN-onderverdeling 8547 20 00 en GN-onderverdeling 8538 90 99

6.5. Het Hof is van oordeel dat de goederen voldoen aan de bewoordingen van post 8547 (isolerende werkstukken, geheel van isolerend materiaal …)”, meer in het bijzonder GN-onderverdeling 8547 20 00 (isolerende werkstukken van kunststof). Het Hof stelt vast dat de goederen tevens voldoen aan de voorwaarden genoemd in de GS-toelichting op die onderverdeling: zij zijn geheel van isolerend materiaal vervaardigd en zijn (mede) bestemd voor elektrische isolatiedoeleinden. De goederen zijn daarmee in beginsel vatbaar voor indeling onder GN-onderverdeling 8547 20 00.

6.6. Het Hof is evenwel van oordeel dat de goederen in beginsel ook kunnen worden ingedeeld in post 8538 90 99 (delen uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor de toestellen bedoeld bij – in het onderhavige geval - post 8536). Vast staat immers dat de goederen uitsluitend geschikt zijn om te worden voorzien van metalen terminals om tezamen met deze terminals een (contra)stekker in de zin van postonderverdeling 8536 69 90 te vormen.

6.7. Uit aantekening 2a op Afdeling XVI, gelezen in samenhang met aantekening 5 op deze afdeling, volgt dat delen van machines, toestellen, apparaten, uitrustingen en werktuigen bedoeld bij hoofdstuk 84 of 85 van de GN, die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, onder die posten blijven ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zijn bestemd zijn. Hieruit volgt dat de onderwerpelijke goederen, nu deze als zodanig vatbaar zijn voor indeling onder post 8547, onder deze post moeten worden ingedeeld. Indeling dient met toepassing van indelingsregel 1 en 6 te geschieden onder postonderverdeling 8547 20 00.

Slotsom

6.8. De slotsom is dat de hoger beroepen gegrond zijn, dat de uitspraken van de rechtbank dienen te worden vernietigd voor zover de inspecteur daarbij is opgedragen nieuwe BTI’s af te geven met indeling onder post 8536 90 10 van de GN en dat de inspecteur moet worden opgedragen nieuwe BTI’s af te geven met indeling onder onderverdeling 8547 20 00 van de GN.

7. Kosten

Het door de inspecteur ingestelde hogere beroep is gegrond, zodat de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het Hof acht termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Redengevend hiervoor acht het Hof de omstandigheid dat de indeling van de goederen in de onderliggende BTI’s niet in stand kan blijven.

De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). Voor het onderhavige geval zijn dat

de in onderdeel a vermelde kosten in hoger beroep van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief op: 2 (verweerschrift in hoger beroep en zitting) x 1,5 (wegingsfactor) x 1,5 (15 samenhangende zaken) x 437 (waarde per punt) = € 1.966,50.

De incidentele hoger beroepen dienen te worden verworpen omdat de omstandigheden van de beroepen in eerste aanleg en de onderwerpelijke hoger beroepen niet zijn aan te merken als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht die afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding rechtvaardigen.

8. Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraken van de rechtbank voor zover het betreft de opdracht aan verweerder om BTI’s af te geven met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank en bevestigt deze voor het overige;

- draagt de inspecteur op BTI’s af te geven met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van

€ 1.966,50.

De uitspraak is gedaan door mrs. A. Bijlsma, voorzitter, B.A. van Brummelen en P. Fortuin, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch, als griffier. De beslissing is op 23 juni 2011 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.