Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3152

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2011
Datum publicatie
02-05-2011
Zaaknummer
200.066.654-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klagers verwijten de notaris eigenmachtig, zonder overleg met diens kinderen of voorafgaande informatie aan diens kinderen, aan de vader van klagers een volmacht ter ondertekening te hebben voorgelegd. Met de kamer is het hof van oordeel dat het initiatief tot het opstellen van de algehele volmacht niet bij de notaris lag maar bij [A], een goede vriend van de familie en met name ook van de vader van klagers die zich eerder bij brief tot de kinderen had gewend en zijn hulp en diensten had aangeboden om te komen tot een oplossing van de tussen de kinderen ontstane onenigheid. De notaris is niet eigenmachtig opgetreden bij het opstellen van de algehele volmacht, maar heeft daarbij overeenkomstig de wens van [naam vader] en [A] gehandeld. Het valt de notaris derhalve niet te verwijten dat ze voorafgaand aan de ondertekening van de algehele volmacht geen contact heeft gezocht met de kinderen van [naam vader].

Het hof bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 19 april 2011 in de zaak onder nummer 200.066.654/01 NOT van:

1. [KLAGER SUB 1],

wonende te Breukelen,

2. [KLAGER SUB 2],

wonende te Ommerschans,

3. [KLAGER SUB 3],

wonende te Maarssen,

APPELLANTEN,

gemachtigde: [klager sub 3],

t e g e n

[de notaris]

notaris te [ ]

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellanten, hierna klagers, is bij een op 27 mei 2010 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Utrecht, hierna de kamer, van 29 april 2010, waarbij de kamer de klacht van klagers tegen de geïntimeerde, hierna de notaris, ongegrond heeft verklaard.

1.2. Van de zijde van de notaris is op 7 september 2010 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 oktober 2010. De gemachtigde van klagers alsmede de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klagers

Klagers verwijten de notaris het volgende:

a. de notaris heeft aan de vader van klagers, [naam vader], eigenmachtig, zonder overleg met diens kinderen of voorafgaande informatie aan diens kinderen, een volmacht ter ondertekening voorgelegd. In deze akte is algehele volmacht gegeven aan de notaris – onder herroeping van eerdere aan één of meer van zijn kinderen verstrekte volmachten - en kreeg de notaris voorts de volledige beschikking over de te verdelen boedel;

b. de notaris heeft eigenmachtig gehandeld door [X] als contactpersoon voor verzorgingshuis [naam verzorgingshuis] aan te wijzen en heeft daarmee de volmacht voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze was gegeven;

c. de notaris heeft niet gereageerd op het e-mailbericht van [klager sub 3] van 15 december 2009 en zodoende niet bevestigd dat zij zich zou terugtrekken;

d. de notaris heeft onwaarheden verspreid in haar brief van 18 december 2009 aan de kinderen van [naam vader].

5. Het standpunt van de notaris

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop hierna voor zover nodig wordt teruggekomen.

6. De beoordeling

6.1. Met de kamer is het hof van oordeel dat het initiatief tot het opstellen van de algehele volmacht niet bij de notaris lag maar bij [A], een goede vriend van de familie en met name ook van de vader van klagers die – zoals blijkt uit de vastgestelde feiten – zich eerder bij brief van 19 juli 2009 tot de kinderen had gewend en zijn hulp en diensten had aangeboden om te komen tot een oplossing van de tussen de kinderen ontstane onenigheid. De notaris is niet eigenmachtig opgetreden bij het opstellen van de algehele volmacht, maar heeft daarbij overeenkomstig de wens van [naam vader] en [A] gehandeld. Ook in hoger beroep is niet aannemelijk geworden dat [naam vader] bij het verstrekken van de algehele volmacht aan de notaris niet in staat was de gevolgen daarvan te overzien. Het valt de notaris derhalve niet te verwijten dat ze voorafgaand aan de ondertekening van de algehele volmacht geen contact heeft gezocht met de kinderen van [naam vader].

6.2. Ten aanzien van de klachtonderdelen over de aanwijzing van [X] als contactpersoon en het niet reageren op het e-mailbericht van mr. [klager sub 3] van 15 december 2009, is het hof van oordeel dat het onderzoek in hoger beroep niet heeft geleid tot vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.3. Inzake het laatste klachtonderdeel is het hof met de kamer van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de notaris onjuiste beweringen heeft gedaan. Het hof voegt hieraan toe dat hetgeen ter zitting bij de kamer door de notaris naar voren is gebracht – omtrent haar indruk dat het met de financiën van [naam vader] niet goed ging en het feit dat haar nooit was medegedeeld dat het punt van de betalingsachterstand van zes maanden was opgehelderd, althans niet actueel meer was – door klagers niet (gemotiveerd) is weersproken.

6.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.5. Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, M.W.E. Koopmann en A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 19 april 2011 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT UTRECHT

BESLISSING van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement Utrecht op de klachten van:

1. [klager sub 1], wonende te [ ],

2. [klaagster sub 2], wonende te [ ], en

3. [klaagster sub 3], wonende te [ ],

klagers,

-t e g e n-

[de notaris],

notaris te [ ],

beklaagde.

De procedure

Bij brief van 22 december 2009, met enige bijlagen, heeft klager sub 1., hierna ook: [klager sub 1], zich mede namens klaagsters sub 2 en sub 3. tot deze Kamer gewend met enige klachten over notaris [naam notaris], hierna: de notaris.

De notaris heeft op 26 januari 2010 op de klachten geantwoord. De notaris had daarbij eveneens enige bijlagen gevoegd.

De klachten zijn op 18 maart 2010 mondeling behandeld. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

- klagers in persoon en

- de notaris, vergezeld van mevrouw [Z], als notarisklerk verbonden aan het kantoor van de notaris.

Klager sub 1. heeft de klachten toegelicht. Daarbij hebben de medeklaagsters ook enige inlichtingen verschaft.

De notaris heeft daarop haar standpunt uiteengezet.

Na voortgezet debat heeft de Kamer de uitspraak bepaald op heden.

De feiten

a. Op 7 november 2008 is de moeder van klagers overleden. Bij leven heeft zij bij testament over haar nalatenschap beschikt. Uit haar huwelijk met de heer [naam vader] zijn, behalve klagers, [X] en [Y] geboren. [naam vader] verblijft sinds enige maanden na het overlijden van zijn echtgenote in het woon- en zorgcentrum [naam verzorgingshuis].

b. Op 18 juli 2009 heeft [A], goede vriend van [naam vader], zich schriftelijk tot de kinderen van laatstgenoemde gewend. Daarin bood hij zijn hulp en dienst aan om te komen tot een oplossing van de tussen de kinderen ontstane onenigheid en deed daartoe enige procedurele voorstellen.

c. Op initiatief van [A] heeft [naam vader], onder herroeping van eerdere aan een of meer van zijn kinderen verstrekte volmachten, de notaris op 11 december 2009 volmacht verstrekt om zaken af te handelen die geen uitstel konden lijden. De notaris heeft de kinderen hiervan bij e-mailbericht van 14 december 2009 in kennis gesteld waarbij zij ook om toezending van administratieve stukken heeft verzocht.

d. [naam verzorgingshuis] heeft de notaris te kennen gegeven dat het dringend gewenst was om met één persoon contact te hebben met wie [naam verzorgingshuis] zo nodig overleg kon hebben over zakelijke aangelegenheden en met deze contactpersoon organisatorische afspraken kon maken met betrekking tot het verblijf en de verzorging van [naam vader]. De notaris heeft dat verzoek en de toelichting op dat verzoek bij brief van op 8 oktober 2009 aan de kinderen voorgelegd en hun de vraag gesteld wie van hen bereid was de taak van contactpersoon op zich te nemen. Uit de reacties, voor zover de notaris die heeft ontvangen, bleek haar dat alleen [A] daartoe bereid was. De notaris heeft vervolgens bij brief gedateerd 15 december 2009 mevrouw […], de huisarts van [naam vader], en mevrouw […], directeur van [naam verzorgingshuis], bericht dat [A] als contactpersoon zou fungeren en de kinderen hierover bericht.

e. [klager sub 1] heeft daarop op 15 december 2009 mevrouw [huisarts] bericht dat de mededeling van de notaris dat [A] contactpersoon is onjuist is en dat [klaagster sub 2] de enige contactpersoon is. Op 19 december 2009 heeft [naam vader] de notaris geschreven dat hij de aan de notaris verstrekte opdracht tot afwikkeling van de nalatenschap van zijn overleden echtgenote met onmiddellijke ingang intrekt en de aan haar verstrekte volmacht herroept. Als reden voor zijn besluit noemt [naam vader] het besluit van de notaris om zijn dochter(s) te verbieden de zorg over hem uit te oefenen.

De klachten en de beoordeling daarvan

3.1 Klagers hebben -zakelijk samengevat- de volgende klachten tegen de notaris geformuleerd:

(i) de notaris heeft [naam vader] eigenmachtig en zonder overleg met of voorafgaande informatie aan diens kinderen een algehele volmacht ter ondertekening voorgelegd;

(ii) de notaris heeft de volmacht voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze is gegeven;

(iii) de notaris heeft niet gereageerd op het e-mailbericht van 15 december 2009 en

(iv) de notaris heeft onwaarheden verspreid in een brief van 18 december 2009 aan de kinderen.

M.b.t. klacht 3.1 sub (i)

3.2 Klagers verwijten de notaris dat zij niet eerst overleg heeft gehad met de kinderen alvorens hun vader een volmacht ter tekening voor te leggen. Naar [klager sub 1] heeft gesteld heeft hij bij een bezoek aan zijn vader de door deze getekende volmacht besproken. Bij die gelegenheid heeft [naam vader] hem gezegd dat hij onvoldoende heeft beseft dat hij zo een ruime volmacht had getekend. Dat is ook niet zijn bedoeling geweest en dat wilde hij ook niet zo laten, zo heeft hij tegenover [klager sub 1] verklaard. Daarop heeft [naam vader] de volmacht ingetrokken. [klager sub 1] weet dat het zijn vader moeilijk valt te weigeren.

3.3 De notaris heeft dienaangaande gesteld dat zij op 10 december 2009 overleg heeft gehad met [A] zoals de notaris ook had aangekondigd in haar e-mailbericht van 25 november 2010 aan de kinderen. [A] opperde bij die gelegenheid de mogelijkheid dat [naam vader] de hem eerder verstrekte volmachten aan een of meer kinderen zou herroepen en de notaris een algehele volmacht zou verstrekken. Vervolgens heeft [A] dat aansluitend met [naam vader] besproken die daarmee instemde waarna deze de volmacht op 11 december 2009 heeft ondertekend. [A] heeft de kinderen van deze gang van zaken bij e-mailbericht van 14 december 2009 op de hoogte gesteld.

3.4 Naar het oordeel van de Kamer blijkt uit de hiervoor onder 3.3 weergegeven, door klagers niet weersproken, gang van zaken dat het initiatief tot het voorstel aan [naam vader] aan de notaris een algehele volmacht te verstrekken bij [A] lag en niet bij de notaris. De notaris is dan ook niet eigenmachtig opgetreden maar heeft overeenkomstig de wens van [A] en [naam vader] gehandeld. Om die reden valt de notaris ook niet te verwijten dat zij daarover tevoren geen overleg heeft gehad met de kinderen. Daarbij komt dat niet aannemelijk is geworden dat [naam vader] bij het verstrekken van de algehele volmacht aan de notaris niet in staat zou zijn geweest de gevolgen daarvan te overzien zodat ook geen overleg met de kinderen noodzakelijk was. De Kamer zal deze klacht dan ook ongegrond verklaren.

M.b.t. klacht 3.1 sub (ii)

3.5 Klagers verwijten de notaris ook dat zij met de aanwijzing van [X] als contactpersoon eveneens eigenmachtig is opgetreden en het daarmee voor klaagster sub 2. onmogelijk heeft gemaakt voor haar vader te blijven zorgen op de wijze zoals zij tot dan toe had gedaan. En dat terwijl zij, klaagster sub 2., bij [naam verzorgingshuis] stond geregistreerd als contactpersoon. Klagers betwisten ook dat de notaris over deze wijziging van contactpersoon overleg met de kinderen heeft gehad, zoals zij schrijft in haar brief van 15 december 2009 aan de huisarts mevrouw [ ].

3.6 De notaris heeft verklaard dat zij in haar gelijkluidende brief van 8 oktober 2009 aan elk van de kinderen -onder andere- heeft geschreven dat en waarom [naam verzorgingshuis] het noodzakelijk vond dat er een contactpersoon kwam met wie die zorginstelling overleg kon hebben over [naam vader] betreffende, zakelijke, aangelegenheden. Daarbij heeft de notaris gevraagd haar te berichten wie van de kinderen bereid was als zodanig te fungeren. De notaris heeft slechts van [A] een positief antwoord ontvangen en van klaagster sub 2. het bericht dat zij bereid was de aanschaf van persoonlijke spullen voor [naam vader] te (blijven) verzorgen. De notaris zegt overigens geen reactie te hebben ontvangen.

3.7 De Kamer is hieromtrent van oordeel dat de notaris met de aanwijzing van [A] evenmin eigenmachtig heeft gehandeld. Zij heeft dat onderwerp immers duidelijk in haar brief van 8 oktober 2009 aan alle kinderen genoemd en hun verzocht op te geven wie van hen bereid was om als contactpersoon op te treden. Op basis van de daarop door haar ontvangen reacties heeft zij mogen aannemen dat [A] daarvoor beschikbaar was. Dat zij met het doorgeven van de naam van [A] aan [naam verzorgingshuis] aan vader enige zorg heeft ontnomen is een verwijt dat iedere grond mist.

Met betrekking tot de klacht onder 3.1 sub (iii)

3.8 Klagers verwijten de notaris verder dat zij niet heeft gereageerd op het verzoek van [klager sub 1] van 15 december 2009 te bevestigen dat zij zich onmiddellijk uit de zaak zal terugtrekken.

3.9 De notaris heeft erkend dat zij [klager sub 1] niet de bevestiging heeft gestuurd waarom hij had verzocht. Die bevestiging was naar haar mening ook niet meer nodig aangezien [naam vader] op 19 december 2009 zijn opdracht aan de notaris om de nalatenschap van zijn overleden echtgenote heeft ingetrokken en daarbij heeft verzocht het dossier aan [klager sub 1] over te dragen.

3.10 Naar het oordeel van de Kamer zou het wellicht beter zijn geweest indien de notaris zou hebben gereageerd op het verzoek van [klager sub 1] hem te bevestigen dat zij zich zou terugtrekken. Anderzijds kan aan de notaris worden toegegeven dat na het toesturen door [naam vader] van zijn brief van 19 december 2009 de noodzaak van een bevestiging niet meer aanwezig was. De Kamer bevindt om deze reden ook deze klacht ongegrond.

M.b.t. de klacht onder 3.1 sub (iv)

3.11 Klagers verwijten de notaris ten slotte dat zij in haar e-mailbericht van 18 december 2009 aan de familie [ ] onjuiste en zelfs leugenachtige beweringen doet. Zij hebben daartoe aangevoerd dat het, anders dan de notaris schrijft, onjuist is dat zij afspraken niet nakomen of van standpunt zouden zijn gewijzigd zonder dat te communiceren. Klaagster sub 2. betwist dat zij het te druk had om contactpersoon te zijn. Klagers betwijfelen of [klager sub 1], toen hem de volmacht ter ondertekening werd voorgelegd, heeft begrepen wat hij tekende. Klaagster sub 3. acht het een onwaarheid dat de notaris schrijft dat er een achterstand was ontstaan in de betaling van de kosten voor het verblijf en de verzorging van [naam vader] in [naam verzorgingshuis]. Zij ontkent een faktuur of een betalingsherinnering te hebben ontvangen.

3.12 De notaris heeft daartegen ingebracht dat zij in haar e-mailbericht van 18 december 2009 vanwege de gespannen verhoudingen ervan heeft afgezien om voorbeelden te noemen. Als voorbeeld wijst zij op de perikelen rond het aanwijzen van een contactpersoon.

Met betrekking tot de ontkenning van klaagster sub 2. dat zij had aangegeven geen contactpersoon te kunnen zijn, wijst de notaris op haar brief van 8 oktober 2009 en op haar e-mailbericht van 26 oktober 2009, waarin zij het haar toen reeds bekende standpunt van klaagster sub 2. heeft weergegeven.

Aangaande de volmacht heeft de notaris verklaard dat zij die op 10 december 2009 met [naam vader] heeft besproken. Zij heeft hem de dag daarop met haar collega-notaris mr. [B] opnieuw bezocht, bij welke gelegenheid notaris mr. [B] de volmacht met [naam vader] heeft doorgenomen, waarna deze de volmacht heeft getekend. Indien er bij (een van) de notarissen enige twijfel was gerezen dat [naam vader] niet begreep wat hij zou tekenen, zou hem dat vanzelfsprekend niet zijn voorgesteld te doen, aldus de notaris. De notaris heeft verder aangevoerd dat in september 2009 een discussie tussen de kinderen is geweest over een achterstand in de betaling. In dat verband heeft zij gewezen op e-mailverkeer op 19 september 2009 tussen klaagster sub 2. en de echtgenoot van klaagster sub 3. Het was de notaris niet duidelijk of de betalingsachterstand al was ingelopen of nog bestond.

Met betrekking tot de betalingsherinnering heeft de notaris een brief van 16 december 2009 van het fiscaal adviesbureau Van der Kolk en Van Reyn overgelegd waarin de notaris wordt gevraagd te willen zorgdragen voor de betaling van een nog openstaande nota van 5 oktober 2009.

3.13 Gelet op het gemotiveerde en onweersproken gebleven verweer van de notaris kan niet gezegd dat de zij onjuiste of leugenachtige beweringen heeft gedaan of dat zij anderszins in enig opzicht tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld zodat deze klacht het lot van de voorgaande klachten moet delen.

3.14 Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing:

de Kamer van Toezicht verklaart de klachten ongegrond.

Gewezen te Utrecht door mr. H.M.M. Steenberghe, plv. voorzitter, mr. E.J.M. Kerpen, mr. G.H. Beens, mr. A.R. Creutzberg en mr. H. Hilberts, leden, bijgestaan door mr. L. Heij, secretaris, en uitgesproken op 29 april 2010.

De secretaris De plv. voorzitter

Tegen deze beslissing voorzover deze betrekking heeft op de aanvullende klacht, kan binnen dertig dagen na de verzenddatum daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Civiele Griffie, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Aan partijen toegezonden op: 29 april 2010