Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9683

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
30-03-2011
Zaaknummer
200.075.953/01OK
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer 18 maart 2011: ondernemingsraad van de

stichting Kalorama / stichting Kalorama

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 25
Wet op de ondernemingsraden 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2011/60
JRV 2011/314
JAR 2011/129
AR-Updates.nl 2011-0254
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.075.953/01 OK van:

de ONDERNEMINGSRAAD van de stichting

STICHTING KALORAMA,

gevestigd te Beek-Ubbergen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. P.H. Burger, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

de stichting

STICHTING KALORAMA,

gevestigd te Beek-Ubbergen,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. D.G. Schouwman, kantoorhoudende te Veenendaal.

1. Het verloop van het geding

1.1 Partijen zullen hierna onderscheidenlijk de ondernemingsraad en de Stichting of Kalorama genoemd worden.

1.2 De ondernemingsraad heeft bij op 22 oktober 2010 per fax (zonder producties) en op 25 oktober 2010 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties (en aangevuld bij brief van 8 november 2010) de Ondernemingskamer - zakelijk weergegeven - verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

1. te bepalen dat Kalorama bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het door de ondernemingsraad bestreden besluit tot het wijzigen van de topstructuur en het instellen van de dienst P&O (Personeelszaken) heeft kunnen komen;

2. Kalorama te verplichten dit besluit in te trekken en alle eventuele gevolgen daarvan ongedaan te maken;

3. Kalorama te verbieden handelingen te (doen) verrichten ter uitvoering van dit besluit of onderdelen daarvan.

1.3 Kalorama heeft bij op 29 november 2010 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de ondernemingsraad niet ontvankelijk te verklaren dan wel zijn verzoek af te wijzen.

1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 9 december 2010, alwaar de advocaten de standpunten van partijen nader hebben toegelicht, beiden aan de hand van aan de Ondernemingskamer overgelegde pleitaantekeningen en onder overlegging van (een) - op voorhand aan de Ondernemingskamer en de advocaat van de andere partij toegezonden - nadere productie(s). Bij die gelegenheid heeft Kalorama het besluit tot het instellen van een dienst P&O, voor zover dat besluit al was genomen, ingetrokken. Daarop heeft de ondernemingsraad zijn bezwaren dienaangaande, als bedoeld in 1.2, ingetrokken.

2. De vaststaande feiten

2.1 Kalorama is een zorginstelling voor ouderen en omvat twee verpleeghuizen, een verzorgingshuis en een centrum voor doof/blinden. Daarnaast biedt Kalorama thuiszorg aan en exploiteert zij een hospice in Nijmegen. Kalorama heeft ongeveer 460 cliënten; bij haar zijn ongeveer 700 medewerkers en 280 vrijwilligers werkzaam.

2.2 Vanaf 1980 is bij Kalorama één directeur/bestuurder werkzaam geweest. Voorafgaand aan dier vertrek in 2008 is, op verzoek van de raad van toezicht van Kalorama (hierna: RvT), door T. van de Ven (hierna: Van de Ven) een analyse gemaakt van de taken en portefeuilles van de bestuurder en de wijze waarop de aansturing op deze portefeuilles plaatsvindt. Mede op basis van die analyse heeft de RvT afspraken met deze directeur/bestuurder gemaakt over de datum van haar - reeds voorziene - vertrek en heeft hij voorts een onderzoek doen plaatsvinden naar de topstructuur van Kalorama. Een belangrijk onderdeel daarvan was het profiel van de nieuwe directeur/bestuurder. Het advies van Van de Ven over de topstructuur dateert van 19 december 2007. Daarin wordt onder meer geadviseerd om een management team in te stellen van vijf personen, te weten de directeur/bestuurder, alsmede een manager voor de stafcluster, twee managers voor de cluster zorg en een manager bedrijfsvoering (OSD). In zijn nadere advies “Uitwerking Topstructuur” van 19 juni 2008 stelt Van de Ven voor om een structuur te kiezen met één algemeen directeur/bestuurder, twee zorgsectoren, één sector met facilitaire zaken en financieel-administratieve diensten en een sector waar alle ‘stafachtige’ taken en het onderdeel Behandeling in worden ondergebracht.

2.3 In juli 2008 is door de (toenmalige) directeur/bestuurder een voorgenomen besluit voor een nieuwe topstructuur aan de ondernemingsraad ter advisering voorgelegd. Dit voorgenomen besluit week op een aantal punten af van het advies van Van de Ven, met name waar het de bestaande situatie van één bestuurder en vier managers bestendigde. De nieuwe topstructuur voorzag - ‘onder’ de directeur/bestuurder – in een manager Behandeling en Organisatie-ontwikkeling, een manager Verpleging en Verzorging, een manager Centrum voor Doofblinden en Hospice en een manager Bedrijfsvoering, alsmede in, eveneens rechtstreeks aan de bestuurder rapporterende, geestelijk verzorgers en een cliëntenvertrouwenspersoon. De ondernemingsraad heeft positief over de nieuwe topstructuur geadviseerd en deze is per 1 november 2008 ingevoerd. De nieuwe directeur/bestuurder, P. Kuiper, is eveneens per 1 november 2008 in functie getreden.

2.4 Bij brief van 8 september 2009 heeft de (nieuwe) bestuurder de ondernemingsraad gevraagd advies uit te brengen over de notitie “Organisatie structuur Stichting Kalorama” d.d. september 2009. In zijn toelichting bij de adviesaanvraag schrijft hij onder meer:

De door [Van de Ven] voorgestelde topstructuur is op het laatste moment vervangen door een model dat de toenmalige bestuurder wenste (…). Ik heb als aankomend bestuurder van Kalorama met de RvT afgesproken dat ik de tijd zou krijgen om een meer definitieve topstructuur zelf in te kunnen voeren in de loop van 2009. (…) In de maanden mei en juni heb ik (…) met het MT [Ondernemingskamer: het management team] intensief gesproken over de organisatiestructuur en daar heb ik de OR ook mondeling van in kennis gesteld.

De voorliggende notitie heeft (…) de nodige haast gekregen om uitgevoerd te kunnen worden. Er zal immers ook nog een wervings- en selectieproces op volgen voor vacature(s).

In de notitie is uiteraard geen invulling gegeven van de genoemde functies op persoonsniveau. Het is echter niet mijn bedoeling om de zittende managers te laten solliciteren naar hun eigen of andere functies in de organisatie. (…)

De notitie heeft geen financiële paragraaf omdat op dit moment niet nauwkeurig aan te geven is welke financiële consequenties er zullen zijn. Dat kan pas als bekend is wie welke functie gaat invullen en in welke schaal zij zijn ingedeeld. Begrotingstechnisch ga ik er van uit dat er een toename zal zijn van overheadkosten van ongeveer honderdduizend euro. Daartegenover staat dat er nu heel veel kosten moeten worden gemaakt voor het steeds weer opvullen van vacatures, het over en weer elkaar vervangen en de te grote werklast van de zittende managers.

In de notitie is er niet voor gekozen om tot in detail een invulling te geven aan de verschillende onderdelen. De ordening loopt uiteraard langs de gegeven structuur (…). De bedoeling van de structuur is het scheppen van ruimte en niet het beperken van één of meerdere medewerkers. Gevolg is dat kleine aanpassingen van de indeling in de komende tijd mogelijk zijn.

2.5 In de bij de adviesaanvraag gevoegde notitie is onder meer het volgende te lezen:

Op orde brengen van de bedrijfsvoering en ontwikkeling zijn twee stevige processen die eigenlijk tegelijkertijd plaats vinden. Het huidige MT met 4 leden en maar liefst 2 vacatures in een half jaar tijd, is te klein om deze grote klus te klaren. Bij de inrichting van de structuur wordt daarom gekozen voor vergroting van het aantal managers en het laten deel nemen van een aantal hoofden aan het MT, met het doel het draagvlak onder de uitvoering van beleid te vergroten en daardoor een stabieler MT te ontwikkelen.

In de structuur komen drie managers voor het primaire proces, de drie product markt combinaties en een manager voor de dienst kennis en expertise.

De huidige OSD wordt gesplitst in twee diensten, de bedrijfsdienst en de dienst Financiën en Administratie. Nieuw is de bestuursdienst.

Hoewel het uitgangspunt niet is dat (…) alle nieuwe functies full-time worden ingevuld, zullen de kosten van de overhead wel toenemen.

Blijkens de notitie blijven ‘onder’ de bestuurder, die zelf verantwoordelijk zal zijn voor de organisatie, extern en intern beleid alsmede strategie, communicatie en dergelijke, vier managers bestaan (voor Kennis en Expertise, voor het Centrum Doof/blinden, voor Verpleeghuiszorg en voor Lokale Zorg) en wordt ‘naast’ de vier managers een bestuurslaag van drie diensten geplaatst (de Bestuursdienst, de dienst Financiën en Administratie en de Bedrijfsdienst) waarvan de hoofden (wat de Bestuursdienst betreft: de bestuurssecretaris) worden toegevoegd aan het management team dat aldus uit acht personen zal bestaan.

Ten opzichte van de huidige situatie zal, volgens de notitie:

- de management functie voor de doelgroep doof/blinde cliënten worden gehandhaafd,

- de bestaande management functie voor de doelgroep verpleeghuiscliënten en hospice in omvang worden beperkt,

- voor de doelgroep verzorgingstehuizen locaal/subregionaal een nieuwe management functie worden gecreëerd,

- de bestaande management functie manager Behandeling en Organisatie en Ontwikkeling worden beperkt tot manager Kennis en Expertise inclusief geestelijke verzorging en opleidingen,

- de huidige functie manager OSD komen te vervallen en een nieuwe functie hoofd Bedrijfsdienst, alsmede een nieuwe functie hoofd Financiën en Administratie worden gecreëerd, en

- een Bestuursdienst worden ingesteld die zal worden geleid door een bestuurssecretaris.

2.6 De ondernemingsraad heeft bij brief van 21 oktober 2009 aan de bestuurder vragen over het voorgenomen besluit gesteld welke de bestuurder bij brief van 25 oktober 2009 heeft beantwoord. In die brief constateert de bestuurder dat kennelijk niet, zoals hij had verondersteld, met de ondernemingsraad was gesproken (naar aanleiding van het vorige besluit tot aanpassing van de topstructuur op basis van het advies van Van de Ven) over de ruimte die de RvT de bestuurder bij zijn aantreden zou laten (en ook heeft gelaten) om de structuur op termijn aan te passen aan de ontwikkelingen die de bestuurder in de organisatie zou willen stimuleren. De bestuurder benadrukt verder nogmaals dat het op orde brengen van de bedrijfsvoering (“de inrichting van het basiskamp”) het belangrijkste thema op korte termijn zal zijn voor Kalorama. Hij refereert onder meer aan het ontbreken van een heldere informatiestroom over de bedrijfs-economische processen, het ontbreken van een fatsoenlijke begrotingsdiscipline, de sterk hiërarchisch ingerichte besluitvormingsprocedures, de traagheid bij de voortgang van processen en het extreem hoge ziekteverzuim. De bestuurder vermeldt voorts dat niet alleen binnen het management team, maar ook met leidinggevenden en stafleden/vakgroepvoorzitters over de nieuwe topstructuur van de organisatie overleg is gevoerd en dat daarbij steeds duidelijk is gemaakt dat de nu voorgestelde veranderingen geen gevolgen hebben voor de structuur onder de top.

Onder het kopje “Gevolgen van het voorgenomen besluit voor het personeel” is vermeld dat de nieuwe structuur voor het personeel buiten de topstructuur “niet direct (…) tot grootscheepse wijzigingen van functies en taakinhouden (leidt)”, maar dat er wel andere accenten in de werkwijze van leidinggevenden zullen worden gelegd en dat een scholingsprogramma voor het middenkader zal worden opgezet. Het personeel krijgt geen andere werkplek.

Onder het kopje “Kosten en investeringen” is vermeld dat voor de herstructurering middelen moeten worden vrijgemaakt en dat de begroting van 2010 op tal van punten besluiten rond de (her)verdeling van middelen zal vragen. Voorts is vermeld dat de gewenste uitbreiding van het management team met één manager maar tot een beperkte kostenstijging zal leiden omdat het niet zal gaan om een fulltime functie en omdat ook de nieuwe manager kennis en expertise geen fulltime kracht behoeft te worden.

2.7 In de overlegvergadering van 27 oktober 2009 heeft de bestuurder de noodzaak tot verandering van de topstructuur nader toegelicht. De ondernemingsraad heeft bij die gelegenheid de meerwaarde van de beoogde structuurverandering voor de bedrijfsprocessen ter discussie gesteld en gevraagd waarom de voorgestelde veranderingen aan de top en niet aan de basis worden doorgevoerd en waarom de werkvloer in het kader van de topstructuur niet om input is gevraagd. Volgens de bestuurder is dat niet gebeurd omdat “de werkvloer noch het middenkader op de taak tot verandering is toegerust” en dat het aan hem is om orde op zaken te stellen. De ondernemingsraad heeft zijn vrees voor een “te zware top” uitgesproken en te berde gebracht dat zijn achterban moeite heeft met het vooruitzicht van “7 dure managers”. Hierop heeft de bestuurder geantwoord dat het slechts om een uitbreiding van één manager gaat nu “[d]e huidige managementlaag (…) immers door 6 personen (wordt) bemenst”.

2.8 De ondernemingsraad heeft bij brief van 11 november 2009 nadere vragen aan de bestuurder gesteld welke op 16 november 2009 door de bestuurder zijn beantwoord. In antwoord op een vraag naar de financiële consequenties van de voorgestelde nieuwe topstructuur, is in de laatstgenoemde brief een formatieoverzicht opgenomen waarin de huidige en de nieuwe formatie met elkaar worden vergeleken. Daaruit blijkt dat het totaal aantal fte’s in de huidige structuur 6,6 bedraagt en in de nieuwe structuur 7,2. De toename met 0,6 is het saldo van de aanstelling van een manager Lokale Zorg (+0,8 fte) en de vervanging van de manager Behandeling door een manager Kennis en Expertise (-0,2 fte). Afhankelijk van de indeling in de “salarisschaal FWG [Ondernemingskamer: functiewaarderingsgroep] 70” zal dat neerkomen op een verhoging van het bedrag dat in totaal aan de formatie van het management team wordt uitgegeven van € 50.000 à € 60.000, aldus de toelichting bij het formatieoverzicht.

2.9 In februari 2010 heeft de ondernemingsraad een conceptadvies uitgebracht, dat voor zover hier van belang als volgt luidt:

Zorgpunten en overwegingen van de OR

(…)

In de(..) huidige topstructuur kan de OR zich vinden. Toentertijd is hierover met de OR op een éénduidige manier gecommuniceerd. Kalorama zou met deze structuur enige tijd vooruit kunnen. Het was beslist niet zo dat de bestaande structuur binnen een jaar weer op de schop zou gaan. Er is nooit gesproken over een wijziging van de topstructuur (…). De continuïteit van de organisatie was volgens uw zeggen van groot belang. Verder is van belang dat de structuur zoals deze in 2008 is vastgesteld, met instemming en goedkeuring van de R.v.T. tot stand is gekomen.

(…)

Een zo snelle wijziging van de topstructuur is niet goed voor de cliënten, niet goed voor de medewerkers kortom niet goed voor Stichting Kalorama. Bovendien zal de nieuwe topstructuur een extra druk geven op de financiële middelen van Kalorama. De financiële gevolgen zijn na verschillende verzoeken om een duidelijke onderbouwing tot op heden niet gegeven.

(…)

Op grond van zijn zorgpunten en overwegingen komt de OR tot de formulering van een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden hebben wij onderverdeeld in de periode voordat de nieuwe organisatiestructuur ingevoerd kan gaan worden, in de periode van opstarten en implementatie en tot slot in voorwaarden één jaar na de structuurwijziging waarin wij gaan evalueren. Als u met onderstaande voorwaarden akkoord gaat en deze tot uitvoering brengt, zal de OR u adviseren uw voorgenomen besluit met inachtneming van de overeengekomen voorwaarden uit te voeren.

Tot de te vervullen voorwaarden vóórdat de topstructuur volgens de ondernemingsraad kan ingaan, behoren onder meer:

- het formuleren van een beleidsvisie,

- het omschrijven van een communicatieplan,

- het opstellen van een implementatieplan,

- het borgen van het primaire proces voor 2010 en 2011 op het niveau van 2009,

- het voorzien in een nulmeting (‘per nu’) van de bedrijfsprocessen en de management informatie,

- het kiezen van een management informatie systeem,

- het vastleggen van een organogram met alle functiegroepen,

- het opstellen van een volledige en overzichtelijke financiële onderbouwing van de wijziging topstructuur,

- het vastleggen van taakomschrijvingen en functieprofielen voor de leden van het nieuwe management team.

2.10 Op 18 juni 2010 heeft de bestuurder, per e-mail, de organogrammen van de huidige (“IST”) en de beoogde (“SOLL”) situatie aan de ondernemingsraad gezonden. In het begeleidende e-mailbericht is door hem uiteengezet dat:

er twee functie veranderingen (zijn) die financiële consequenties hebben

1. Teamleider facilitair wordt Manager facilitair (…), verschil van FWG 55 naar FWG 65

2. Manager lokale zorg, nieuwe functie in FWG 70 voor 80%

(…)

ad 1, van FWG 55 naar FWG 65 is een verschil van 16.000 euro

ad 2, FWG 70 voor 80% geeft een bedrag van 60.000 euro

(…)

Door in mijn eerdere antwoord op jullie vraag over dit onderwerp uit te gaan van een ton (100.000 euro) ben ik aan de veilige kant gaan zitten van de meerkosten.

2.11 Bij brief van 12 augustus 2010 heeft de ondernemingsraad zijn (definitieve) advies aan de bestuurder uitgebracht. De ondernemingsraad schrijft onder meer dat de bestuurder in de overlegvergadering van 15 juni 2001 heeft bericht dat hij het conceptadvies van de ondernemingsraad als “een onuitvoerbare opdracht” beschouwt. Het advies luidt als volgt:

In overweging nemende dat:

• [de] belangrijke wijziging met betrekking tot de topstructuur niet is terug te vinden in het jaarplan 2009. (…)

• alle notities en schriftelijke communicatie betreffende dit onderwerp, de noodzaak van een wijziging van de topstructuur niet onderschrijven;

• (…)

• de OR van mening is dat de directie haar werk moet kunnen doen door te besturen op hoofdlijnen, waarbij sprake is van een zo klein mogelijke hiërarchische structuur;

• in het voorgenomen besluit vooralsnog sprake is van een ‘open eind’, ten aanzien van de lagen onder de topstructuur zowel qua formatie als financieel;

• het voor de OR niet duidelijk is op welke wijze u de uitbreiding van de top gaat bekostigen;

• (…);

alsmede het ontbreken van:

• financiële- en personele ondersteuning om deze wijziging te realiseren;

• een plan van aanpak en implementatieplan (…);

• de juiste bestuurlijke regie (…);

• voldoende draagkracht bij leidinggevenden (…);

• (…)

komt de Ondernemingsraad van Stichting Kalorama tot het volgende advies:

• de voorgestelde wijziging van de topstructuur niet door te voeren;

• alle voorgestelde plannen uit het adviesrapport Van de Ven en het jaarplan 2009 te implementeren (…);

• alle voorgestelde plannen die hebben geleid tot een positief advies dan wel instemming ook daadwerkelijk te implementeren alvorens men nieuwe projecten/trajecten start.

• (…)

2.12 Bij brief van 24 september 2010 heeft de bestuurder de ondernemingsraad in kennis gesteld van zijn besluit tot wijziging van de organisatiestructuur van Kalorama. Het besluit over de invulling van het management voorziet in de in de adviesaanvraag genoemde functies: een manager Zorg Verpleging en Verzorging (in het besluit aangeduid als: bestaande functie), een manager Zorg Doof/blinden (in het besluit aangeduid als: bestaande functie) en een manager Kennis en Expertise (in het besluit aangeduid als: voorheen manager Behandeling en Organisatie-ontwikkeling). In aanvulling daarop is in het besluit vermeld:

De functie manager OSD komt te vervallen en wordt vervangen door een tweetal functies van ondersteunende diensten, te weten de manager Bedrijfsdienst en de manager Economisch Administratieve Dienst. Vooralsnog zal worden afgezien van het invullen van een derde manager Zorg ten behoeve van de lokale zorg. Dit besluit wordt gemotiveerd door de financiële situatie van de stichting, waardoor uitbreiding informatie op de managementlaag nu niet aan de orde kan zijn. Inhoudelijk blijft de argumentatie om de V&V zorg te splitsen in de regio en lokaal onverminderd van kracht.

(…)

De medewerkers O&C die in het oude organisatieplaatje onder de manager behandeling vielen, vormen, samen met de bestuurssecretaris, de bestuursdienst die aangestuurd wordt door de bestuurder. Er komt geen hoofd of manager bestuursdienst.

Binnen de bestuursdienst krijgt de dienst P&O/HRM een plaats. (...) Binnen de bestuursdienst zal ook de functie bestuurssecretaris/concern controller worden opgenomen. (...)

De pastorale dienst wordt omgevormd tot de vakgroep geestelijke verzorging en is in formatie bij de vervulling van de vacatures, lager dan de formatie in 2009. Deze vakgroep wordt toegevoegd aan de sector behandeling kennis en expertise. Deze manager wordt leidinggevende van deze vakgroep in plaats van de bestuurder.

In het besluit wordt voorts een reactie gegeven op de overwegingen van de ondernemingsraad in zijn advies van 12 augustus 2010. Onder meer is vermeld dat in het genomen besluit nogmaals is bevestigd dat er geen wijzigingen zijn voorzien in de lagen onder het management team en dat dit standpunt desgevraagd al eerder in de besprekingen van de structuur aan de orde is geweest. Met betrekking tot de bekostiging van de uitbreiding van de top wordt vermeld dat in het genomen besluit de belangrijkste kostenpost, de uitbreiding van het management team met de manager Lokale Zorg is teruggenomen en dat met de voorgestelde wijzigingen de indeling van functionarissen in de functiewaarderingsgroepen op een aantal punten wordt aangepast, hetgeen leidt tot beperkte meerkosten die binnen de formatie ‘management en staf’ zullen worden opgevangen zodat er vooralsnog geen extra middelen of personeel worden ingezet om het genomen besluit uit te voeren. Als argumenten om, anders dan de ondernemingsraad heeft geadviseerd, de voorgestelde wijziging van de topstructuur door te voeren, noemt de bestuurder (i) dat de aansturing van het primaire proces niet verandert, (ii) dat voor Kalorama de verdere ontwikkeling, het borgen van kennis en het vervullen van een maatschappelijke rol van belang zijn en dat daarom deze aandachtsvelden zijn toegevoegd aan de functie manager Behandeling, (iii) dat een splitsing van de dienst OSD is doorgevoerd waarbij de verantwoordelijke leidinggevenden een plaats hebben gekregen in het management team, omdat de OSD onvoldoende in staat was om de rol van servicedienst ten behoeve van het primaire proces vorm te geven en uit te voeren naast haar taak van financieel economische ondersteuning van de organisatie en (iv) dat de inrichting van een bestuursdienst onder de bestuurder, inclusief een dienst HRM, al langer als gewenst werd gezien, onder meer in het advies van Van de Ven, en dat daarbij de pastorale dienst wordt verplaatst naar de behandelsector omdat deze dienst uitsluitend ten behoeve van de cliënten van Kalorama werkt. Volgens de bestuurder wijkt de structuur waartoe is besloten maar heel weinig af van het advies van Van de Ven en is het op orde brengen van de bedrijfsprocessen een traject dat doorloopt in het volgende jaar.

2.13 In een gesprek van 2 november 2010 heeft een delegatie van de RvT tegenover de ondernemingsraad bevestigd dat de RvT "de nieuwe bestuurder vanaf het begin carte blanche heeft gegeven waar het om de inrichting van de topstructuur gaat".

3. De gronden van de beslissing

3.3 De ondernemingsraad heeft aanvankelijk tegen het besluit tot wijziging van de topstructuur van Kalorama drie bezwaren ingebracht:

(i) het besluit van 24 september 2010 wijkt af van het voorgenomen besluit zoals dat aan de ondernemingsraad ter advisering is voorgelegd;

(ii) nut en noodzaak tot wijziging van de topstructuur, in die zin dat sprake zal zijn van een team van acht in plaats van vijf managers, ontbreekt;

(iii) de financiële gevolgen van het bestreden besluit zijn onduidelijk.

3.2 Het eerste bezwaar van de ondernemingsraad ziet op de omstandigheden dat er geen manager Zorg Lokaal zal worden aangesteld; dat er, in plaats van een hoofd Facilitair en een hoofd Financiën en Administratie, een manager Bedrijfsdienst en een manager Financieel Administratieve Dienst zullen worden aangesteld, waarbij onduidelijk is welke gevolgen deze functiewijzigingen zullen hebben wat betreft taken en verantwoordelijkheden, financiële consequenties en functioneren van het management team; en dat de leidinggevende rol van de bestuurder wordt gewijzigd doordat de vakgroep Geestelijke Verzorging niet bij hem wordt ondergebracht maar bij de manager Kennis en Expertise (voorheen de manager Behandeling).

3.3 Ter terechtzitting heeft de ondernemingsraad nader doen concluderen dat kan worden vastgesteld dat het besluit inderdaad, zoals Kalorama heeft gesteld, voorziet in de uitbreiding van het management team met een manager Zorg Lokaal en dat alleen de invulling van die functie is uitgesteld in verband met het ontbreken van voldoende financiële middelen, zodat het besluit in zoverre niet anders is dan ter advisering is voorgelegd.

3.4 Ter zake van de functies van “manager” in plaats van “hoofd” heeft Kalorama gesteld dat het uitsluitend gaat om een naamswijzing en dat overigens geen sprake is van een wijziging in positie, taken en beloning/salariëring van de betrokken personen. Volgens de ondernemingsraad is dat onjuist omdat de managers zullen worden ingeschaald op een ander, hoger niveau (FWG 65) dan gebruikelijk is voor hoofden (FWG 55) en zulks niet is meegenomen in de berekening van de financiële gevolgen van de structuurwijziging. Naar ter terechtzitting is komen vaststaan, is te dezen kennelijk sprake (geweest) van een misverstand. In de in 2.10 vermelde cijfermatige toelichting bij de organogrammen is immers reeds rekening gehouden met een verhoging van de kosten met € 16.000 vanwege inschaling van de manager Bedrijfsdienst in FWG 65 in plaats van in FWG 55 (zie productie 4 bij het verweerschrift). Voorts valt - naar Kalorama ter terechtzitting onweersproken heeft verklaard en overigens ook is af te leiden uit de genoemde productie 4 - het hoofd Facilitair reeds thans, als zodanig, in FWG 65 zodat in zoverre geen sprake zal zijn van een kostenverhoging als gevolg van de gewijzigde topstructuur. De Ondernemingskamer heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van Kalorama dat overigens geen sprake is van een wijziging in het takenpakket van de (huidige) “hoofden”. De ondernemingsraad heeft daaromtrent ook geen feiten en omstandigheden aangevoerd die op het tegendeel wijzen.

3.5 De Ondernemingskamer acht aannemelijk dat de omstandigheid dat de vakgroep Geestelijke Verzorging wordt ondergebracht bij de manager Kennis en Expertise in plaats van onder de bestuurder op zich geen financiële gevolgen met zich brengt. Dat sprake is van een (ten opzichte van het aan de ondernemingsraad op 8 september 2009 voorgelegde, voorgenomen besluit) gewijzigd besluit is, gelet op hetgeen terzake reeds in de notitie “Organisatie structuur Stichting Kalorama” is opgenomen, niet gebleken.

3.6 Met betrekking tot het derde in 3.1 genoemde bezwaar heeft de ondernemingsraad ter terecht-zitting nader verklaard dat hem inmiddels voldoende duidelijk is welke de financiële gevolgen van de wijziging van de topstructuur zullen zijn. Gelet op hetgeen in 2.8 en 2.10 is opgenomen, vermag de Ondernemingskamer ook niet in te zien dat dit anders zou kunnen zijn. Door Kalorama is steeds te kennen gegeven dat zich naast de hiervoor in 3.4 reeds vermelde € 16.000 op korte termijn geen andere kostenverhogingen zullen voordoen. De invulling van de functie van manager Zorg Lokaal zal - in de toekomst - extra kosten van maximaal € 60.000 met zich brengen. Mede in dit verband merkt de Ondernemingskamer op dat de hier aan de orde zijnde kostenposten, gelet op de totale personeelskosten van Kalorama van circa € 19.000.000 op jaarbasis, niet substantieel zijn.

3.7 De ondernemingsraad heeft, voor het eerst bij de mondelinge behandeling, gesteld dat in de gewijzigde structuur de functie van bestuurssecretaris een uitbreiding inhoudt omdat de bestaande functie een tijdelijke was (in verband met verbouwingswerkzaamheden). Daarop heeft de bestuurder geantwoord niet van een dergelijke tijdelijkheid van de huidige functie op de hoogte te zijn, en voorts gesteld dat de betreffende salariskosten in elk geval reeds in de bestaande budgets zijn verwerkt en daarom niet als meerkosten kunnen worden aangemerkt. Wat hiervan zij, en voorzover dit bezwaar in dit stadium van de procedure nog kon worden opgebracht, de Ondernemingskamer is van oordeel dat de met deze functie gemoeide kosten van (naar de Ondernemingskamer begrijpt) circa € 60.000 (FWG 70) op de hiervoor genoemde totale personeelskosten hoe dan ook niet materieel kunnen worden geacht en ook het onderhavige besluit niet wezenlijk anders kunnen maken.

3.8 Ter ondersteuning van zijn stelling dat nut en noodzaak tot wijziging van de topstructuur van Kalorama ontbreken, heeft de ondernemingsraad naar de kern genomen betoogd dat het door hem gewraakte besluit niet bijdraagt aan het op orde brengen van de bedrijfsvoering. Dat dit op dit moment het belangrijkste thema voor Kalorama is, wordt door de ondernemingsraad onderschreven; hij heeft in dit verband gewezen op het ernstige tekort aan menskracht, de slechte financiële situatie, het gebrek aan scholing van het middenkader en de gebrekkige sturing van de organisatie. De in 2008 ingevoerde nieuwe structuur was nu juist bedoeld om dergelijke problemen van de ‘werkvloer’ op te lossen; het thans genomen besluit heeft slechts betrekking op de top gemaakt terwijl de aandacht zou moeten worden gevestigd op verbetering van het management in lagere echelons van de organisatie, aldus de ondernemingsraad. Dat de nieuwe bestuurder bij zijn aantreden carte blanche van de RvT heeft gekregen om de bestuursstructuur te wijzigen, wil de ondernemingsraad - desgevraagd ter terechtzitting - gelet op de verklaring van de RvT wel aannemen, maar hij ontkent dat zulks indertijd aan hem is medegedeeld. Kalorama heeft - eveneens ter terechtzitting - erkend dat in het verleden niet optimaal met de ondernemingsraad is gecommuniceerd en, voor zover daarvan nog steeds sprake zou zijn, op dit punt beterschap beloofd. Wat de noodzaak van de structuurwijziging betreft, heeft zij onder meer gesteld dat de nieuwe bestuurder in november 2008 een organisatie aantrof die circa € 500.000 over de exploitatiebegroting heen ging, verwikkeld was in een bouwproject met circa € 5.000.000 aan meerkosten boven het bouwbudget en daarnaast nog geen begroting voor 2009 had opgesteld. De bestuurder heeft geconstateerd dat de taakverdeling tussen de managers onevenwichtig was en dat er geen duidelijke strategie voor de verschillende onderdelen van de organisatie was. Hij heeft vervolgens drie cliëntengroepen gedefinieerd en voorgesteld per doelgroep een manager te benoemen, teneinde een breder draagvlak te creëren voor het beleid van de organisatie en om meer mensen gezamenlijk verantwoordelijk en deelgenoot te maken van de organisatieproblematiek. De bestuurder acht het aldus, in afwijking van het advies van Van de Ven, van belang dat de Lokale Zorg een aparte manager krijgt en dat de hoofden EAD en Facilitair deel gaan uitmaken van het management team; beide diensten zijn stafdiensten en horen ook als zodanig in het organisatieschema te worden opgenomen en niet in de lijnfunctie. Daarop is het organogram voor de topstructuur aangepast. Het niet effectief kunnen sturen heeft ertoe geleid dat Kalorama haar exploitatiebegroting 2010 met circa € 1.000.000 heeft overschreden. De oorzaak daarvan is onderproductie in de zorg en een te grote inzet van personeel. Teneinde die problematiek op te kunnen lossen en daarbij de werkvloer adequaat aan te kunnen sturen, dient eerst de sturing van bovenaf en via het middenkader duidelijker te worden. De meerkosten van die beoogde nieuwe bestuursstructuur zijn minimaal, aldus - nog steeds - Kalorama.

3.9 De Ondernemingskamer acht dit betoog van Kalorama valide. De bestuurder heeft zijn beweegredenen voor wijziging van de topstructuur, onder meer in de notitie “Organisatie structuur Stichting Kalorama”, zijn brief van 25 oktober 2009 en zijn brief van 24 september 2010, uitgebreid toegelicht en beargumenteerd. De vrees van de ondernemingsraad voor een ‘te zware top’ komt de Ondernemingskamer in dat licht en gelet op hetgeen door partijen overigens in de gedingstukken en ter terechtzitting is aangevoerd, niet gegrond voor. Voorts heeft te gelden dat (de keuze van) de samenstelling en inrichting van de (top van de) bestuursstructuur en de strategie van de bedrijfsvoering nu eenmaal tot de taken en bevoegdheden van de bestuurder behoort en dat diens wens om eerst de basis van de onderneming te versterken en van daaruit de overige bedrijfsprocessen aan te sturen en te reorganiseren, op zich begrijpelijk en niet ongebruikelijk voorkomt. Dat de ondernemingsraad twijfelt aan de haalbaarheid van de door de bestuurder ingezette route en aan de noodzaak van de topstructuurwijziging in dat verband, maakt het onderhavige besluit nog niet kennelijk onredelijk. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer valt ook overigens, mede in aanmerking genomen dat voor de ‘personeelslagen’ onder het management team geen wijzigingen zijn voorgesteld en dat de met de herstructurering gemoeide kosten verwaarloosbaar kunnen worden geacht, niet in te zien om welke redenen de bestuurder bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het bestreden besluit had kunnen komen.

3.10 De slotsom is dat het verzoek van de ondernemingsraad in al zijn onderdelen dient te worden afgewezen.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek van de ondernemingsraad af.

De beschikking is gegeven door mr. E.F. Faase, voorzitter, mr. A.M. van Amsterdam en mr. G.C. Makkink, raadsheren, drs. P.R. Baart RA en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. K.M. van Hassel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 maart 2011.