Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8046

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-02-2011
Datum publicatie
17-03-2011
Zaaknummer
200.070.079/01 NOT
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TGDKG:2010:102, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat het klachtonderdeel betreffende de betekening van het dagvaardingsexploot van 16 juni 2009 geen doel treft. Dat geldt echter niet voor het klachtonderdeel betreffende het niet reageren op de brieven van klager. Het hof acht de handelwijze van de oud-gerechtsdeurwaarder laakbaar. De brieven van klager laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Het had dan ook op de weg van de oud-gerechtsdeurwaarder gelegen klager nader te informeren, nu het er alle schijn van had dat klager door de handelwijze van de opdrachtgever van de oud-gerechtsdeurwaarder ten onrechte in de problemen was gebracht. Nu niet is gebleken dat de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder betrokken is geweest bij de afhandeling van boven genoemde brieven en de brieven niet aan haar zijn gericht zal het hof dit klachtonderdeel alleen ten aanzien van de oud-gerechtsdeurwaarder gegrond verklaren.

Het hof is voorts van oordeel dat aan de oud-gerechtsdeurwaarder een maatregel dient te worden opgelegd. De omstandigheid dat de oud-gerechtsdeurwaarder inmiddels zijn ambt heeft neergelegd doet daaraan niet af. Het hof acht in dit geval de maatregel van berisping te licht. Het hof acht de maatregel van berisping met de aanzegging dat, indien andermaal door een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een schorsing, geldboete of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen, passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 22 februari 2011 in de zaak onder nummer 200.070.079/01 GDW van:

[klager],

wonende te [ ],

APPELLANT,

tegen

[de oud-gerechtsdeurwaarder],

oud-gerechtsdeurwaarder te [ ],

[de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder],

voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [ ],

GEÏNTIMEERDEN.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder te noemen klager, is bij een op 9 juli 2010 ter griffie ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 29 juni 2010, waarbij de klacht tegen geïntimeerden, verder de oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gegrond is verklaard en is afgezien van het opleggen van een maatregel.

1.2. Van de zijde van de oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder is op 30 september 2010 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 13 januari 2011. Klager en de oud-gerechtsdeurwaarder, die mede namens de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder optrad, is verschenen. Zij hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar wat de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

4.1. Klager verwijt de oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder dat zij in deze zaak ten onrechte het stempel op het dagvaardingsexploot hebben gezet waarin wordt vermeld dat de dagvaarding in een gesloten envelop is achtergelaten, omdat er niemand op dat adres is aangetroffen. Dat stempel is kennelijk al op kantoor gezet, maar de dagvaarding is niet bij klager in de brievenbus achtergelaten.

In dit verband wijst klager erop dat hij, toen de poging tot betekening werd gedaan, zijn huis aan het schilderen was. Het leek of het huis leeg stond, maar dat was niet zo. Bovendien stond klager op dat adres ingeschreven bij de basisadministratie. De oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder hebben verzuimd om het stempel door te strepen. De dagvaarding is naar de opdrachtgever gestuurd met een bericht dat de dagvaarding niet was betekend. De advocaat heeft desondanks de zaak aangebracht. Op de zitting heeft de advocaat aanvankelijk verklaard alleen de dagvaarding retour ontvangen te hebben, maar het bleek dat hij wel degelijk ook het begeleidende briefje van de gerechtsdeurwaarder had ontvangen. Klager heeft schade geleden, doordat hij de kosten van de verzetdagvaarding heeft moeten betalen.

4.2. Voorts wordt de oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder verweten dat zij niet zijn ingegaan op klagers verzoeken van 3 augustus 2009 en 14 september 2009 om hem schriftelijk te bevestigen dat de dagvaarding niet was betekend en hem een afschrift van de dagvaarding en een kopie van het begeleidend briefje naar de advocaat van de eisende partij te doen toekomen.

5. Het standpunt van de oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder

De oud-gerechtsdeurwaarder en de voormalig toegevoegd gerechtsdeurwaarder hebben de stellingen van klager niet betwist.

6. De beoordeling

6.1. Het hof is van oordeel dat het klachtonderdeel betreffende de betekening van het dagvaardingsexploot van 16 juni 2009 geen doel treft. De manier waarop dit exploot is opgemaakt – voorzien van een stempel, die reeds voor de poging tot betekening op kantoor op het exploot is aangebracht - is niet ongebruikelijk. Door de wijze waarop nagenoeg de gehele tekst op de eerste bladzijde van het exploot is doorgehaald met de vermelding “woning staat leeg” heeft de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder voldoende duidelijk gemaakt dat het stempel niet van toepassing is omdat het exploot in werkelijkheid niet is achtergelaten. In zoverre is de klacht ongegrond.

6.2. Dat geldt echter niet voor het klachtonderdeel betreffende het niet reageren op de brieven van klager van respectievelijk 3 augustus 2009 en 14 september 2009. De oud-gerechtsdeurwaarder heeft tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting – daarnaar gevraagd zijnde – te kennen geven geen redelijke verklaring te hebben voor de wijze waarop hij klager heeft bejegend, door niet te reageren op zijn verzoeken.

Het hof acht de handelwijze van de oud-gerechtsdeurwaarder laakbaar. De brieven van klager laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Het had dan ook op de weg van de oud-gerechtsdeurwaarder gelegen klager nader te informeren, nu het er alle schijn van had dat klager door de handelwijze van de opdrachtgever van de oud-gerechtsdeurwaarder ten onrechte in de problemen was gebracht. Nu niet is gebleken dat de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder betrokken is geweest bij de afhandeling van boven genoemde brieven en de brieven niet aan haar zijn gericht zal het hof dit klachtonderdeel alleen ten aanzien van de oud-gerechtsdeurwaarder gegrond verklaren.

6.3. Omdat het hof tot een ander oordeel is gekomen kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven. Het hof is voorts van oordeel dat aan de oud-gerechtsdeurwaarder een maatregel dient te worden opgelegd. De omstandigheid dat de oud-gerechtsdeurwaarder inmiddels zijn ambt heeft neergelegd doet daaraan niet af. Het hof acht in dit geval de maatregel van berisping te licht. Hierbij laat het hof meewegen dat de oud-gerechtsdeurwaarder in de wijze waarop hij met de onderhavige klacht(procedure) is omgegaan hetzelfde gebrek aan actief optreden heeft getoond als zijn omgang met de verzoeken van klager heeft gekenmerkt. Hij heeft zich aldus niet gedragen zoals een gerechtsdeurwaarder betaamt.

Het hof acht de maatregel van berisping met de aanzegging dat, indien andermaal door een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een schorsing, geldboete of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen, passend en geboden.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de beslissing van de kamer, en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht tegen de oud-gerechtsdeurwaarder gegrond voor wat betreft het klachtonderdeel zoals genoemd onder 4.2.;

- legt de oud-gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping met de aanzegging dat, indien andermaal door een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een schorsing, geldboete of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen, op;

- verklaart de klacht tegen de oud-gerechtsdeurwaarder voor het overige ongegrond;

- verklaart de klacht tegen de voormalig toegevoegd kandidaat gerechtsdeurwaarder, ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, J.C.W. Rang en L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 22 februari 2011 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beschikking van 29 juni 2010 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 779.2009 van:

[klager],

klager,

wonende te [ ],

tegen:

[de oud-gerechtsdeurwaarder] en [de voormalig toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder],

(toegevoegd kandidaat-) gerechtsdeurwaarders te [ ],

beklaagden.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen ingekomen op 22 december 2009 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders.

Bij brieven van 5 januari en 17 maart 2010 heeft de secretaris van de Kamer de gerechtsdeurwaarders verzocht om een verweerschrift in te dienen.

De gerechtsdeurwaarders hebben niet gereageerd en de zaak is daarom naar de Kamer verwezen.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 mei 2010 alwaar klager is verschenen. De gerechtdeurwaarders, zijn hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Evenmin is een verweerschrift ingediend.

Van de behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 29 juni 2010.

1. De feiten

a) Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft op 16 juni 2009 in opdracht van de advocaat van de tegenpartij van klager getracht om aan klager een dagvaarding uit te brengen, waarbij klager is gedagvaard voor de zitting van 1 juli 2009. Op het exploot is een stempel gezet dat de dagvaarding is achtergelaten in de gesloten envelop en met de hand is een streep gezet over de eerste pagina en is handgeschreven vermeld “woning staat leeg”.

b) Eisende partij heeft de zaak door haar advocaat zelf laten aanbrengen bij de sector kanton van de rechtbank Groningen. Klager is op 22 juli 2010 bij verstek veroordeeld.

c) Bij brief van 3 augustus 2009 heeft klager de gerechtsdeurwaarders verzocht om een afschrift van de dagvaarding en een kopie van de eventuele begeleidende brief naar de advocaat van eisende partij. Bij brief van 14 september 2009 heeft klager dit verzoek herhaald, omdat hij geen antwoord had gekregen.

d) Bij proces-verbaal van 16 november 2009 is de zaak tussen klager en zijn tegenpartij geëindigd in een schikking (al heeft de tegenpartij van klager het proces-verbaal nog niet getekend). De kantonrechter heeft het verstekvonnis ongeldig verklaard en heeft geoordeeld dat klager niet betrokken is geweest bij de verstekzaak, omdat aan hem geen inleidende dagvaarding is betekend en dat de kosten van de verstekzaak voor rekening van de tegenpartij dienen te komen.

2. De klacht

2.1 Verkort samengevat en in hoofdzaak verwijt klager de gerechtsdeurwaarders dat deze ten onrechte de stempel hebben gezet, kennelijk al op kantoor, terwijl de dagvaarding niet in de brievenbus is achtergelaten en voorts niet op zijn verzoeken van 3 augustus en 14 september 2009 zijn ingegaan.

2.2 Klager was op 16 juni 2009 zijn huis aan het schilderen. Het leek of het huis leeg stond, maar dat was niet zo. Klager stond ook ingeschreven op dat adres bij de basisadministratie. De gerechtsdeurwaarders hebben verzuimd om de stempel door te strepen. De dagvaarding is naar de opdrachtgever gestuurd met een bericht dat niet was betekend. De advocaat heeft desondanks de zaak aangebracht. Op de zitting heeft hij verklaard alleen de dagvaarding ontvangen te hebben. Maar later bleek dat hij het begeleidende briefje van de gerechtsdeurwaarder wel degelijk had ontvangen. Klager heeft schade geleden, omdat hij de kosten van de verzetdagvaarding heeft moeten betalen.

4. Beoordeling van de klacht

4.1 Klager heeft ter zitting aangevoerd dat hij het slordig van de gerechtsdeurwaarders vindt dat zij aan hun opdrachtgever kennelijk niet duidelijk hebben gemaakt dat de dagvaarding niet is betekend in hun begeleidende brief toen zij de dagvaarding aan de opdrachtgever terugstuurden. Ook is het niet duidelijk waarom zij de stempelafdruk niet hebben doorgehaald met de wijze van betekening. De Kamer deelt deze bezwaren, die zonder nadere toelichting van de gerechtsdeurwaarders, die ontbreekt, niet in een ander daglicht zijn gesteld. Ook acht de Kamer het erg onzorgvuldig van de gerechtsdeurwaarder dat zij niet op de schriftelijke verzoeken van klager zijn ingegaan.

4.2 De Kamer acht de klacht gegrond en ziet gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht grond voor het opleggen van een maatregel toch onvoldoende aanleiding. De Kamer acht het niet reageren van de gerechtsdeurwaarders op de klacht en hun afwezigheid ter zitting, zonder bericht, wel in hoge mate onfatsoenlijk. In een voorkomend geval acht de Kamer zich vrij om hier wel consequenties aan te verbinden.

BESLISSING

De Kamer voor gerechtsdeurwaarders:

- verklaart de klacht gegrond;

- ziet van het opleggen van een maatregel af.

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H. Dubois en M.J.-M.L. Baudoin (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2010 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.