Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6142

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-02-2011
Datum publicatie
02-03-2011
Zaaknummer
07-00012
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belanghebbende houdt kippen in een voormalige deeppitstal. In geschil is of belanghebbende recht heeft op de voor een deeppitstal geldende stikstofcorrectie.

Het Hof volgt de rechtbank in haar oordeel dat belanghebbende op grond van de geldende regelgeving niet in aanmerking komt voor de hogere stikstofcorrectie. Er is geen sprake van een willekeurige en onredelijke belastingheffing. Ook is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Het Hof voegt hieraan nog toe dat niet aannemelijk is geworden dat de naheffingsaanslagen op te hoge bedragen zijn vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Meststoffenwet 1
Meststoffenwet 22 t/m 25
Meststoffenwet 14 t/m 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2011/25.18.21
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk P07/00012

24 februari 2011

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z, belanghebbende,

gemachtigde P.J. Houtsma (Houtsma Bedrijfsadvies te Deventer),

tegen de uitspraak in de zaak no. AWB 05/2080 van de rechtbank Haarlem in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (voorheen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1.1. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 7 juni 2002 voor het jaar 1998 naheffingsaanslagen fosfaatheffing en stikstofheffing vastgesteld ten bedrage van respectievelijk f 2.340,00 (€ 1.061,85) en f 7.509,00 (€ 3.407,44).

1.1.2. Belanghebbende heeft bij brief van 24 juni 2002 tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak van 22 april 2005 heeft de inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard.

1.2.1. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 16 september 2002 voor het jaar 1999 naheffingsaanslagen fosfaatheffing en stikstofheffing vastgesteld ten bedrage van respectievelijk f 30.605,00 (€ 13.887,94) en f 20.313,00 (€ 9.217,64). Bij beschikkingen zijn verzuimboeten van respectievelijk f 306,05 (€ 138,88) en f 203,13 (€ 92,18) opgelegd.

1.2.2. Belanghebbende heeft bij brief van 14 januari 2003, door de inspecteur ontvangen op dezelfde datum, tegen deze naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak van 22 april 2005 heeft de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De inspecteur heeft daarbij de boeten ambtshalve tot nihil verminderd.

1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de inspecteur beroep ingesteld bij de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank). Bij uitspraak van 7 december 2006 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.4. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 17 januari 2007. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2011. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

2.1. Belanghebbende exploiteert een pluimveehouderij. Zij hield in 1998 gemiddeld 47.079 leghennen.

Belanghebbende beschikt over twee stallen waarin de leghennen zijn gehuisvest (hierna: de stallen) met daartussen een loods. In deze loods wordt de mest van de leghennen opgeslagen. De mest wordt via gesloten transportbanden van de stallen naar de loods gevoerd. De stallen waren oorspronkelijk deeppitstallen, waarbij de mest onder de dieren werd opgeslagen. Na een bouwkundige aanpassing zijn in het onderste gedeelte van deze stallen, waar oorspronkelijke de mest werd opgeslagen, ook leghennen gehuisvest.

2.2. Aan belanghebbende is in 1991 een milieuvergunning verleend voor onder meer 70.000 leghennen (diercategorie 301) en 2.040 m³ mestopslag droge mest van leghennen.

2.3. Belanghebbende is op 14 maart 1999 uitgenodigd tot het doen van aangifte van de verfijnde mineralenheffing en bestemmingsheffing over het jaar 1998. Het aangifteformulier is door de inspecteur op 30 augustus 2000 ontvangen.

De aangifte luidde, voor zover hier van belang als volgt:

2. Gemiddeld aantal dieren op uw bedrijf in 1998 Nummer

diercategorie Gemiddeld aantal

dieren

(…) 301 47079

3. Hield u kippen van diercategorie 301? U kunt meer hokjes aankruisen (…) (…) Kippen in een ander huisvestingssysteem

Bij vraag 3 had belanghebbende geen kruisje geplaatst bij de rubriek "Ja, kippen in een deeppitstal"

Oppervlakte grond (…)

Grasland in ha

4. In eigendom, zakelijk gebruik, reguliere pacht 0,75

(…) (…)

9. Totaal oppervlakte grond (…) 0,75

Aanvoer in 1998 (…)

Fosfaat (…) in kg Stikstof (…) in kg

13. Mengvoer (…) 25.988 52.088

16. Dieren (…) 1.630 6.658

19. Totaal aanvoer (…) 27.618 58.746

(…)

Afvoer in 1998 (…)

Fosfaat (…) in kg Stikstof (…) in kg

21. Dierlijke meststoffen (…) 22.127 27.064

24. Dieren (…) 876 3.465

25. Dierlijke producten (…) 4.345 17.382

27. Subtotaal afvoer (…)

30. Toegestane verliezen

37. Totaal afvoer 27.348

30

27.378 47.911

5.829

53.740

In het onderdeel ‘Berekening stikstofheffing’ heeft belanghebbende het volgende vermeld:

Berekening stikstofheffing

43. Totaal aanvoer stikstof in kg 58.746

Totaal afvoer stikstof in kg 53.740

Stikstofoverschot 0 kg

x 1,50

Stikstofheffing f 0,-

2.4. De naheffingsaanslag stikstofheffing 1998 is door de inspecteur als volgt berekend:

Stikstofoverschot

Aangevoerde stikstof 58.746 kg

Afgevoerde stikstof 53.740 kg

5.006 kg

Stikstofheffing 5.006 kg

x NLG 1,50 NLG 7.509,00

Verschuldigde stikstofheffing NLG 7.509,00

(…) (…)

EUR 3.407,44

3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarbij zij heeft overwogen:

“6.1. Het standpunt van eiseres (Hof: belanghebbende) dat de wijze waarop zij haar kippen heeft gehuisvest zodanig vergelijkbaar is met een deeppitstal of andere aangewezen huisvestingsvorm, dat zij recht heeft op toepassing van de hogere stikstofcorrectie, wordt verworpen. De rechtbank is van oordeel dat een systeem van verdiepingen, waarbij de leghennen boven de mestopslag in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest, of een systeem waarin de dieren leven op het strooisel waarin ook hun behoeften worden opgevangen, welke systemen kennelijk bedoeld zijn om de mest net zo lang ter plaatse op te slaan als de kippen daar verblijven, wezenlijk verschillen van het systeem van eiseres. Dat mogelijk ook bij de hiervoor bedoelde systemen de afvoer van mest feitelijk wel mogelijk is, of dat eiseres, zoals zij ter zitting heeft toegelicht, van de voor haar bestaande mogelijkheid tot feitelijke afvoer van de mest om haar moverende redenen geen gebruik maakt, doet aan genoemd wezenlijk verschil niet af. Eiseres komt dus op grond van de geldende regelgeving niet in aanmerking voor toepassing van de hogere stikstofcorrectie.

6.2. De keuze van de besluitgever om - voor zover hier van belang - alleen voor de aangewezen huisvestingsvormen een hogere stikstofcorrectie toe te staan en niet voor bedrijfsvormen die daarmee mogelijk wel in grote mate overeenkomen, valt voorts binnen de ruime beoordelingsbevoegdheid die hem toekomt. De rechtbank kan hierin alleen treden in het geval dat de regeling in kwestie leidt tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing, die de wetgever bij het geven van de bevoegdheid om nadere regels te stellen niet voor ogen kan hebben gehad. Gelet op de verschillen in huisvestingsvorm en verweerders (Hof: inspecteurs) toelichting op de achtergrond van een en ander, is daarvan geen sprake. De bezwaren van eiseres tegen de regelgeving als zodanig kunnen daarom niet tot gegrondverklaring van het beroep leiden.

6.3. Eiseres heeft ten slotte nog gesteld, met een beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur, dat verweerder gehouden zou zijn voor haar een van de geldende regelgeving afwijkende praktische oplossing te zoeken. Verweerder zou dit namelijk in andere gevallen hebben toegestaan of zelfs het initiatief daartoe hebben genomen. Eiseres heeft in dit verband in de eerste plaats gewezen op een geval waarin verweerder akkoord is gegaan met het boeken van een eindvoorraad mest als afgevoerd, terwijl dit niet het geval was. Verweerder heeft ter zitting echter genoegzaam toegelicht dat hier sprake was van een zeer uitzonderlijke, niet met de situatie van eiseres vergelijkbare situatie, omdat het ging om inmiddels versteende mest die in die vorm niet meer afgevoerd kón worden. Verder heeft eiseres gewezen op een geval waarin verweerder in de situatie van uitbreiding met diercategorie 116 een oplossing heeft gezocht, die niet in de bestaande regelgeving is beschreven. Dit geval - voor zover uit het bij het beroepschrift gevoegde faxbericht van 30 mei 2005 blijkt - ziet echter op de vrijstellingsregeling voor gestarte en uitgebreide bedrijven, zodat de rechtbank dit onvoldoende vergelijkbaar acht met de situatie van eiseres. Nu eiseres haar beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur niet verder aan de hand van toetsbare voorbeelden heeft onderbouwd, kan dit niet slagen. Hetzelfde geldt voor zover eiseres heeft bedoeld te stellen dat er sprake is van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling ten opzichte van intermediaire ondernemingen. Te dien aanzien is reeds geen sprake van gelijke gevallen omdat eiseres geen intermediaire onderneming is.

6.4. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep voor zover dit betrekking heeft op de naheffingsaanslagen 1998 eveneens ongegrond.”

4. Geschil in hoger beroep

Ter zitting heeft belanghebbende gesteld dat het geschil zich kan beperken tot het jaar 1998 en het Hof zal dan ook geen uitspraak doen voor het jaar 1999.

Voor het jaar 1998 spitst het geschil zich toe op de vraag of belanghebbende – gelet op de wijze waarop zij haar leghennen heeft gehuisvest – op de voet van artikel 2, derde lid, van het Besluit stikstofcorrectie Meststoffenwet in aanmerking komt voor een stikstofcorrectie van 0,55 kilogram per dier per jaar.

5. Standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. Voor het verhandelde ter zitting wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting.

6. Toepasselijke regelgeving (jaar 1998)

6.1.1. Meststoffenwet

Hoofdstuk 1.

Algemeen

Artikel 1.

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

e. dierlijke meststoffen: meststoffen of producten die geheel of grotendeels bestaan uit uitwerpselen van de in bijlage A bij deze wet opgenomen diersoorten, onderverdeeld in categorieën per soort (…);

(…)

k. produceren van dierlijke meststoffen: produceren van dierlijke meststoffen door het houden van dieren, door uitscharing van dieren of door tijdelijke onderbrenging ter weiding van dieren elders;

(…)

n. mestoverschot: de in een bepaald kalenderjaar geproduceerde, aangevoerde of uit opslag komende hoeveelheid dierlijke meststoffen die in dat jaar niet op het eigen bedrijf wordt gebruikt;

(…)

Hoofdstuk IV. Heffingen

Titel 1. Forfaitaire mineralenheffingen

Artikel 14

1. Ter zake van het aanvoeren van meststoffen of het produceren van dierlijke meststoffen worden onder de naam 'forfaitaire mineralenheffingen' regulerende heffingen geheven van iedere persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat een bedrijf voert.

2. De heffingen worden geheven per bedrijf.

Artikel 15

1. Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid meststoffen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat.

2. Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid meststoffen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen stikstof.

Artikel 16

De belastbare hoeveelheid meststoffen wordt bepaald door de som van de hoeveelheid aangevoerde meststoffen en de hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen, verminderd met achtereenvolgens:

a. de hoeveelheid afgevoerde dierlijke meststoffen;

b. de opname van meststoffen door het gewas;

c. het toelaatbare verlies van meststoffen.

Artikel17

1. De hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het betreffende kalenderjaar gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per dier per jaar, die zijn opgenomen in bijlage A bij deze wet.

(…)

Titel 2. Verfijnde mineralenheffingen

Artikel 22 Ten aanzien van een tijdig daartoe aangemeld bedrijf worden, indien aan alle overige ter zake bij of krachtens deze wet gestelde regels wordt voldaan, niet de forfaitaire mineralenheffingen, bedoeld in artikel 14, geheven, maar regulerende heffingen ter zake van het aanvoeren van mineralen door het feitelijk van een derde of van een ander bedrijf afnemen van in bijlage D als aanvoerpost benoemde producten of dieren. De heffingen worden geheven onder de naam 'verfijnde mineralenheffingen'.

Artikel 23

1. Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid mineralen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat.

2. Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid mineralen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen stikstof.

Artikel 24

De belastbare hoeveelheid mineralen wordt bepaald door de hoeveelheid aangevoerde mineralen, verminderd met achtereenvolgens:

a. de hoeveelheid afgevoerde mineralen;

b. het toelaatbare mineralenverlies.

Artikel 25

1. De hoeveelheid aangevoerde mineralen wordt vastgesteld als de som van de hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de in het betreffende kalenderjaar feitelijk van een derde of van een ander bedrijf afgenomen producten of dieren die in bijlage D van deze wet zijn benoemd als aanvoerpost.

2. De hoeveelheid afgevoerde mineralen wordt vastgesteld als de som van de hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de in het betreffende kalenderjaar feitelijk aan een derde of aan een ander bedrijf afgeleverde producten of dieren die in bijlage D van deze wet zijn benoemd als afvoerpost.

3. De in het eerste en tweede lid bedoelde hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof worden vastgesteld overeenkomstig bijlage D bij deze wet.

4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van bijlage D, de hoeveelheden fosfaat onderscheidenlijk stikstof in de aangevoerde en afgevoerde dierlijke meststoffen worden vastgesteld op basis van de forfaitaire omrekennormen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem, die zijn opgenomen in bijlage C bij deze wet en die worden toegepast overeenkomstig de in die bijlage opgenomen bepalingen.

5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van bijlage D, de hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de aangevoerde en afgevoerde producten wordt vastgesteld op basis van het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de producten.

(…)

Titel 8. Overige bepalingen

(…)

Artikel 47

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de hoeveelheid stikstof, waarover op grond van titel 1 of 2 van dit hoofdstuk heffing is verschuldigd, wordt verminderd met een bij of krachtens de maatregel bepaalde hoeveelheid, overeenkomend met ten hoogste de gemiddelde hoeveelheid stikstof in dierlijke meststoffen die als ammoniak of in een andere vorm vervluchtigt.

6.1.2. Bijlage A bij de Meststoffenwet:

Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie (…) (…)

(…) (…) (…) (…) (…)

III. Kippen Legrassen (…) (…) (…)

(…) (…) (…) (…)

*Hennen en hanen van legrassen (…) 301 (…) (…)

6.1.3. Tabel behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet:

Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode (…)

(…) (…) (…) (…) (…)

III Kippen

(…)

16. Hennen en hanen van legrassen (…) (…) (…) (…)

Deeppitstal,

kanalenstal 31a (…)

6.2.1. Besluit stikstofcorrectie Meststoffenwet

Artikel 2

1. De belastbare hoeveelheid meststoffen, bedoeld in artikel 13b (Hof: vernummerd tot artikel 16) van de wet, onderscheidenlijk de belastbare hoeveelheid mineralen, bedoeld in artikel 13j (Hof: vernummerd tot artikel 24) van de wet, wordt verminderd met de hoeveelheid stikstof per dier per jaar die voor de betreffende diercategorie is vastgesteld in de bijlage bij dit besluit, vermenigvuldigd met het gemiddelde aantal in het betreffende kalenderjaar gehouden dieren van de onderscheiden diercategorieën.

2. De hoeveelheid stikstof die ingevolge het eerste lid in mindering wordt gebracht, wordt verminderd met 60 kilogram stikstof per hectare grasland van de gemiddeld in het betreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond tot een hoeveelheid stikstof van tenminste nihil.

3. Voor de toepassing van het eerste lid geldt voor de diercategorie die in de bijlage bij dit besluit wordt aangeduid met nummer 301, in afwijking van de bijlage, een hoeveelheid van 0,55 kilogram per dier per jaar:

- voor de dieren gehouden in het kader van een bedrijfssysteem als omschreven in bijlage C bij de wet voor meststoffen die in die bijlage worden aangeduid met mestcode 31a;

- voor de dieren gehouden in een periode waarvoor met betrekking tot het betreffende bedrijf een keuringscertificaat als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitsregeling scharreleierenkeuring en

- merken van kracht was, tot ten hoogste het in het keuringscertificaat genoemde aantal.

6.2.2. Bijlage behorende bij het besluit stikstofcorrectie Meststoffenwet

De in deze bijlage opgenomen nummers van de onderscheiden diercategorieën zijn de nummers die zijn opgenomen in bijlage A bij de Meststoffenwet. De in bijlage A bij de Meststoffenwet opgenomen omschrijving van de onderscheiden categorieën dieren geldt ook voor de hieronder met nummer aangeduide diercategorieën.

Nummer diercategorie Diergebonden stikstofverlies per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof

(…) (…)

301 0,12

7. Beoordeling van het geschil

Het Hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. Belanghebbende heeft in hoger beroep geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel kunnen leiden.

Het Hof maakt de door de rechtbank gebezigde overwegingen dan ook tot de zijne.

Belanghebbende heeft, afgezien van zijn grieven met betrekking tot de stikstofcorrectie, geen gronden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk is geworden dat de inspecteur de naheffingsaanslagen op te hoge bedragen heeft vastgesteld.

Slotsom

De slotsom is dat de uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

8. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

9. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus gedaan door mrs. J.P.A. Boersma, voorzitter, A. Bijlsma en B.A. van Brummelen, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. V.M. Maat als griffier. De beslissing is op 24 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.