Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5589

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-01-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
106.007.357-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na deskundigenbericht en eindnota discussie over uitbetaling voorschot aan deskundige. Gedeeltelijk doen uitkeren, omdat naar verwachting door de deskundige nog extra vragen zullen moeten worden beantwoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIJFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [woonplaats],

APPELLANT in principaal hoger beroep,

GEINTIMEERDE in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, gevestigd te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[GEÏNTIMEERDE],

gevestigd te [vestigingsplaats],

GEÏNTIMEERDE in principaal hoger beroep,

APPELLANTE in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. M.P.H. van Maanen Winters, gevestigd te Zwolle.

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1 De partijen worden hierna weer [Appellant] en [Geïntimeerde] genoemd.

1.2 Het hof heeft in deze zaak op 28 september 2010 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.

1.3 Op 15 november 2010 heeft de door het hof benoemde deskundige ir. [K.] zijn deskundigenbericht ter griffie ingediend, met daarbij gevoegd zijn einddeclaratie.

1.4 Nadat partijen bij brief van 15 november 2010 is verzocht voor 29 november 2010 te reageren op de einddeclaratie, hebben zij dat gedaan bij brieven van 10 december 2010, 13 december 2010 en 17 december 2010.

2. De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1 Bij het arrest van 28 september 2010 heeft het hof bepaald dat de deskundige ir. [K.] bovenop het aanvankelijke voorschot van € 3.000,= incl. BTW een aanvullend voorschot van 800,= excl. BTW toekwam, waarvan elk van partijen de helft diende te voldoen. De einddeclaratie van de deskundige sluit op € 3.951,99, het bedrag van het verhoogde voorschot.

2.2 [Appellant] heeft in zijn brief van 10 december 2010 bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de declaratie. Hij meent dat de deskundige ten onrechte de voorgestelde vragen niet of niet naar behoren heeft beantwoord en ten onrechte geen acht heeft geslagen op de feiten zoals die vastliggen in de processtukken. Voorts heeft [Appellant] herhaald dat hij bezwaar heeft tegen de werkwijze van de deskundige, namelijk het in strijd met de Leidraad (deels) uitbesteden van de werkzaamheden aan een medewerker. Voor dat handelen in strijd met de leidraad behoort de deskundige niet te worden gehonoreerd. In ieder geval komen de werkzaamheden van de medewerker niet voor vergoeding in aanmerking. De besteding van het extra voorschot is niet gespecificeerd en de nota als geheel komt bovenmatig voor, aldus [Appellant].

2.3 [Geïntimeerde] heeft naar voren gebracht dat de bezwaren van [Appellant] te laat zijn ingediend. Voorts acht hij de bezwaren grotendeels een inhoudelijke reactie op het deskundigenbericht. Om beide redenen verzoekt hij de bezwaren buiten beschouwing te laten. [Geïntimeerde] heeft zelf geen bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de einddeclaratie.

2.4 In reactie hierop heeft [Appellant] aangevoerd dat de griffier van dit hof naar aanleiding van een faxbericht van 29 november 2010 waarin [Appellant] heeft verzocht om een verlenging van de reactietermijn met een week, telefonisch heeft bewilligd in verlenging van de termijn, zonder dat daarbij een nadere termijn is genoemd. Ook betwist [Appellant] dat de door hem naar voren gebrachte bezwaren uitsluitend inhoudelijk van aard zouden zijn.

2.5 Het hof overweegt als volgt.

2.6 Het hof heeft op 29 november 2010 of kort nadien telefonisch ingestemd met een verlenging van de reactietermijn. In het midden kan blijven of daarmee, in navolging van de inhoud van het faxbericht, is beoogd een nadere termijn van een week te geven. De brief van 10 december 2010 is in ieder geval niet zoveel te laat, dat aan de inhoud daarvan voorbij zou moeten worden gegaan.

2.6 De inhoudelijke bezwaren die [Appellant] naar voren heeft gebracht tegen de wijze waarop de deskundige de vragen heeft beantwoord zijn van een zodanige aard dat zij, ook als zij gegrond zouden zijn, niet rechtvaardigen dat de deskundige in het geheel niet voor zijn werkzaamheden zou worden betaald. Omdat op dit moment echter niet valt uit te sluiten dat de wijze waarop de deskundige de vragen heeft beantwoord het hof zal nopen tot het stellen van nadere vragen zal een deel van het voorschot, groot € 1.250,= inclusief BTW, thans nog niet worden uitbetaald, maar worden gereserveerd totdat hierover duidelijkheid bestaat.

2.7 Het hof blijft bij zijn oordeel dat de keuze van de deskundige om een medewerker enige ondergeschikte werkzaam¬heden te laten uitvoeren acceptabel en te doen gebruikelijk is. De daarmee gepaard gaande kosten komen dan ook voor vergoeding in aanmerking.

2.8 Mede in aanmerking genomen de inhoud van de brief van de deskundige van 22 februari 2010 acht het hof de specificatie door de deskundige van zijn werkzaamheden voldoende. Afgezien van hetgeen hiervoor werd overwogen komt de einddeclaratie het hof niet bovenmatig voor.

2.9 Dit leidt tot de volgende beslissing.

3. Beslissing

Het hof:

bepaalt dat aan de deskundige ter zake van zijn einddeclaratie thans een bedrag van € 2.701,99 wordt uitbetaald en dat het restant van het voorschot ad € 1.250,= wordt gereserveerd totdat daarover na inhoudelijk beoordeling van het deskundigenbericht kan worden beslist.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.B.C.M. van der Reep, C.A. Joustra en J.C.W. Rang en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 januari 2011 door de rolraadsheer.