Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5335

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
09/00797
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het ligt op de weg van belanghebbende, die voor de eerste keer een aanvraag voor een invoercertificaat heeft ingediend, op het moment van indiening van haar aanvraag te bewijzen dat de door haar in de referentieperioden geproduceerde goederen voldoen aan de voorwaarden van artikel 4, tweede lid, van de Verordening. Aan de hand van de door belanghebbende overgelegde specificaties van de gebruikte grondstoffen kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de goederen waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte zijn gekruid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2011, 806 met annotatie van Stuijt en Van Dam

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk P09/00797

3 februari 2011

uitspraak van de Douanekamer

op het hoger beroep van

F. B.V., gevestigd te Z,

belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met nummer AWB 09/3734 van de rechtbank Haarlem (de rechtbank) van 9 november 2009 in het geding tussen

belanghebbende

en

het Productschap Pluimvee en Eieren,

het Productschap.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Op 5 juli 2007 heeft belanghebbende een aanvraag voor een invoercertificaat ingediend om in aanmerking te komen voor het tariefcontingent dat is geopend bij Verordening (EG) nr. 616/2007. Bij besluit van 16 juli 2007 heeft het Productschap de aanvraag van belanghebbende afgewezen.

1.2. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft het Productschap bij uitspraak op bezwaar van 4 juli 2008 het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3. Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 15 augustus 2008, ontvangen op 18 augustus 2008, beroep bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven ingesteld.

1.4. Op 23 juli 2009 heeft het College voor Beroep van het Bedrijfsleven uitspraak gedaan en de zaak doorgezonden naar de rechtbank Haarlem.

1.5. Bij uitspraak van 9 november 2009 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak is aan partijen verzonden op 10 november 2009. Het door belanghebbende tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Gerechtshof ingekomen op 18 december 2009. Van het Productschap is op 14 januari 2010 een verweerschrift ontvangen.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2010. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

De feiten zijn door de rechtbank als volgt vastgesteld, waarbij belanghebbende als eiseres wordt aangeduid en het Productschap als verweerder:

2.1. Eiseres exploiteert een (groot)handel in geslacht pluimvee en aanverwante artikelen. Eiseres koopt van importeurs onder andere diepgevroren kipfilet uit Brazilië. Deze kipfilet ondergaat bij eiseres een bewerking.

2.2. Op 5 juli 2007 heeft eiseres een aanvraag voor een invoercertificaat ingediend in het kader van de Verordening (EG) nr. 616/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 houdende de opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor vlees van pluimvee van oorsprong Brazilië, Thailand en andere landen (hierna: de Verordening). De aanvraag is ingediend voor de deelperiode van 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007 voor groep nummer 1 (contingentnummer 09.4211) voor een netto hoeveelheid van 2.562.105 kilogram.

2.3. Op de aanvraag voor het invoercertificaat heeft eiseres als in te voeren product kuikenborstfilet met als GN-code 0210 9939 vermeld. Tevens is vermeld: gezouten pluimveevlees, gekookt pluimveevlees en kalkoenbereidingen.

2.4. Tot de gedingstukken behoort een e-mailbericht van 28 juni 2007 van mevrouw A, een medewerker van het team bindende tarief inlichting (bti) van de douane Rotterdam, aan verweerder. In dit e-mailbericht is -voor zover van belang- vermeld:

“Ik heb de productspecificaties betreffende het pluimveevlees doorgestuurd naar de collega’s van ons laboratorium en zij kwamen tot de volgende conclusie:

product 1: kippenvlees gemengd met oplopende hoeveelheden mix HR3d. 15 kg mix in 100 liter water d.w.z. ruwweg 13% mix en 87% water. De mix bestaat uit gehydrolyseerd pluimvee-eiwit, stabilisator E 451 (xanthaangum=verdikkingsmiddel). NaCI, suikers, soja eiwit en aroma’s. Het gemengde product bevat water, koolhydraten, gehydrolyseerd eiwit, stabilisator, NaCI, dextrine en soja eiwit. Merkwaardig is het verschil in volgorde, de suikers zijn in de mix de 4e component, maar in het eindproduct staan de koolhydraten direct na water? De hoeveelheden zijn bekend.

Ingrediënten: gehydrolyseerd pluimveevlees, stabilisator, NaCI staan indeling in hoofdstuk 2 niet in de weg, suikers als het weinig is ook niet (bij de chemische kenmerken staat koolhydraten 0 gram!), dan zou alles hangen op de soja eiwit? Dat zal ook geen al te grote hoeveelheid zijn. Indien 20% additieven worden toegevoegd is er slechts 2,6% mix in het eindproduct. Indien 40% additieven worden toegevoegd is er slechts 5,2% mix in het eindproduct.

Conclusie: dit zijn geen producten van 1602.

product 2: kippenvlees gemengd met oplopende hoeveelheden mix FXS: gelijksoortig verhaal, maar dan zonder soja eiwit.

product 3: kippenvlees gemengd met oplopende hoeveelheden mix 19A: waaruit deze mix bestaat is nog onduidelijker, waarschijnlijk een mengsel van TUMB SL code 2004. Aroma L en Poultry Pro. Het lijkt dus vooral op kippenvlees met een versterkte kipsmaak, geen reden voor indeling in 1602.”

2.5. Op 16 oktober 2007 is een bindende tariefinlichting (bti) als bedoeld in artikel 12 van het communautair douanewetboek (CDW) afgegeven met het referentienummer NL-RTD-2007-003537. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft douane Rotterdam bij uitspraak op bezwaar van 30 januari 2008 het bezwaarschrift afgewezen, omdat -kort samengevat- er geen sprake is van door eiseres geïmporteerd kippenvlees.

2.6. Tot de gedingstukken behoort een e-mail van S BV van 30 januari 2008. In dit e-mailbericht is - voor zover van belang - vermeld:

“Geachte Heren,

Inzake S: uw kenmerk …

Ik heb het verslag van BTI ivm bovengenoemde zaak gelezen. Hierbij enkele opmerkingen betreffende hun conclusie .

Mix HR 3D:

Mix bestaat uit uit gehydroliseerdkippenproteine (eiwit), suikers, soja eiwit , zout, fosfaten , aminozuren en aroma’s en stabilisator E415 (xanthaangom en niet 451 zoals douane aangeeft)

? aroma is een speciaal ontwikkeld aroma voor behandeling van kippenvlees en samengesteld uit allerlei soorten kruiden .

? aminozuren zijn o.a. L-Lysine en Glysine : glycine heeft een heel zoete smaak en wordt in sommige gevallen zelfs gebruikt als zoetstof. Lysine wordt ook gebruikt als smaakversterker.Dus 2 stoffen die ook bedoeld zijn om het vlees extra smaak te geven.

Ook goed om weten is dat sommige aminozuren niet door het lichaam kunnen worden aangemaakt en daarom via externe manier moeten ingenomen worden.

Mix FX S:

Is inderdaad een mix op basis van gehydroliseerdkippenproteine (eiwit), suikers, zout, fosfaten en verdikkingsmiddelen (xanthaan- en targom). Kun je moeilijk verdedigen dat deze mix extra smaak zou geven; is een mix waardoor je aan gewicht wint en het vlees veel sappiger maakt maar die ook op micro biologisch vlak een goed resultaat geeft.

Product 3:

Combinatie van Tumb SL Code 2004, Poultry Pro en Aroma L :

Tumb SL Code 2004 zorgt voor extra gewicht, sappiger vlees en langere houdbaarheid, Poultry Pro is een 100% kippenhydrolisaat (eiwit) en Aroma L is op basis van Lysine en is een smaakversterker (zie uitleg boven); je kan dus moeilijk stellen dat het hier alleen kippenvlees met versterkte kipsmaak is.”

2.7. Bij uitspraak op bezwaar van 4 juli 2008 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

2.8. Tot de gedingstukken behoren tevens door belanghebbende overgelegde rapportages van F (met inbegrip van analyses van S), en van W, alsmede een door het Productschap overgelegde reactie van het Douane Laboratorium op deze rapportages. Met dagtekening 11 oktober 2010 heeft belanghebbende nog een aanvullend rapport van F overgelegd dat ter kennis van het Productschap is gebracht.

2.9. Ter zitting heeft eiseres een nader stuk overgelegd. Dit gedingstuk, dat in de bezwaarfase reeds aan verweerder is overgelegd, is afkomstig van S BV en bevat twee productspecificaties. In het stuk wordt -voor zover van belang- het volgende vermeld:

“Poultry Pro

Omschrijving: Puur poultry proteïne in poeder vorm (gesproeidroogd collageen

hydrolisaat) met een hoog proteïne gehalte, milde smaak en is volledig

oplosbaar. Traceerbaar grondstof, 100% poultry.

Applicaties: “Poultry Pro” functioneert als een proteïne “booster”, verbetert de

karakteristieke smaak en texture, voor alle soorten vleesproducten,

speciaal pluimvee producten.

Proporties: - Puur poultry proteïne

- Traceerbaar grondstof

- Hoge proteïne gehalte (N x 6,25> 100%)

- Volledig oplosbaar in water en in pekel

- Lage viscositeit in de oplossing

- Niet schuimend

- Beperkt het kookverlies van vleesproducten.

- Mild product, eigen pluimvee smaak

- Geen enzymen activiteiten

Fysische eigenschappen Residu (overige)

Smaak Neutraal Arsenicum(As max ppm) 1

Kleur Crème wit Lood (Pb max, ppm) 5

Chemische analyse Calcium (Cd max, ppm) 0.5

Proteïne (min %) 100.00 Kwik (Hg max, ppm) 0.15

(Nx6,25)

Vocht (105c) 9max %) 7.0 Chroom (Cr max, ppm) 10

Ash (max %) 4.0 Kopper (Cu max, ppm) 30

Vet (max %) 0.5 Zink (Zn max, ppm) 50

Ph (10% sol.) 5.5 – 6.5 SO2 (max, ppm) 50

Uiterlijk Troebel H2O2 (max, ppm) 10

Oplosbaar Totaal Bacteriologische analyse

Verspreiding Snel Totaal kiemgetal <103 col/g

Enzym activiteit Afwezig E Coli (30,0c) afwezig in 1g.

E.Coli (44,5c) afwezig in 10g.

Anaerobic sulphite reducing

Bacteria (no gas production) <10 col/g

Clostridium perfringens afwezig in 1g.

Staphylococcus aureus afwezig in 1g.

Salmonella afwezig in 25g.

Gebruik: Wordt gebruikt voor de levensmiddelen industrie, afhankelijk van de

applicaties en toegestane bepalingen. 1 - 3% is in normale dosering

voor gekookte vleesproducten.

Opslagcondities: Onder koele en droge condities kan het product tenminste 12 maanden bewaard worden zonder iets van zijn functionele eigenschappen te verliezen.

Presentatie: Crème-wit poeder, 20 kg netto verpakt in een 3-voudige papieren zak met polyethyleen binnenzak.

Allergie- De volgende ingrediënten komen voor op de ALBA-lijst:

informatie: Kippenvlees.

E.E.G eisen: De ingrediënten voldoen aan de E.E.G. eisen die gesteld worden in

richtlijn 95/2/EG betreffende levensmiddelen-additieven.

GMO: Dit product bevat geen Genetisch Gemodificeerde Organismen (non-GMO) zoals bedoeld in de EU verordening 2001/18.

Poultry FX “S”

Compound met eiwithydrolysaat voor het injecteren van pluimveeproducten.

Ingrediënten: koolhydraten (glucosesiroop,dextrose), gehydroliseerd dierlijk eiwit (poultry), stabilisator E451, antioxidant E331, E262, proceshuipstof E415.

Chemische analyse: Ph (pekeloplossing) 9,5 +/- 0,5%

(in aquadest / 20C)

Eiwit min 30% +/- 0,5

P2O5 7% +/- 0,3

Vocht max. 3%

Bacteriologische analyse: Totaal kiemgetal <1000 / g

E. Coli neg. in 10 / g

Salmonella neg. in 25 / g

Fysische eigenschappen: Kleur crème wit

Smaak free-flowing poeder

Gebruik: Voor levensmiddelen beperkt gebruik.

Adviesdosering: 10 a 13 kg mix op 100 liter water

Opslagcondities: Onder koele en droge condities kan het product tenminste 12

maanden bewaard worden zonder iets van zijn functionele

eigenschappen te verliezen.

Verpakking: 25 kg netto in kunststof of papierzakken met polyethyleen

binnenzak.

Allergie-informatie: Product bevat geen ingrediënten die voorkomen op de ALBA-lijst.

E.E.G. eisen: De ingrediënten voldoen aan de E.E.G. eisen die gesteld worden

in richtlijn 95/2/EG betreffende levensmiddelenadditieven.

GMO: Dit product bevat geen Genetisch Gemodificeerde Organismen

als bedoeld in EU verordening 2001/18.”

3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft in haar uitspraak het volgende overwogen, voor zover in hoger beroep nog van belang, waarbij belanghebbende als eiseres wordt aangeduid en het Productschap als verweerder:

5.1. Eiseres heeft op 5 juli 2007 een aanvraag ingediend voor een invoercertificaat voor de deelperiode van 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007. Om in aanmerking te komen voor een invoercertificaat moet de aanvrager ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Verordening bewijzen dat zij gedurende een bepaalde periode ten minste 50 ton producten van Verordening (EEG) nr. 27775/75 heeft in- of uitgevoerd. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft geen in- of uitvoertransactie heeft verricht.

5.2. Op grond van artikel 4, tweede lid, van de Verordening wordt een invoercertificaat tevens afgegeven indien de aanvrager op het moment van de indiening van zijn eerste aanvraag die betrekking heeft op een bepaalde contingentperiode, het bewijs levert dat hij in elk van de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde perioden ten minste 1.000 ton vlees van pluimvee van de GN-codes 0207 of 0210 heeft verwerkt tot onder Verordening (EEG) nr. 2777/75 vallende bereidingen op basis van vlees van pluimvee van GN-code 1602. De bewijslast rust derhalve op eiseres en zij zal het bewijs moeten leveren dat zij aan de voorwaarden heeft voldaan om in aanmerking te komen voor een invoercertificaat. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres kan worden aangemerkt als verwerker en dat zij ten minste 1000 ton vlees van pluimvee heeft verwerkt, doch eiseres stelt en verweerder ontkent dat eiseres producten die onder GN-code 0207 of 0210 vallen heeft verwerkt tot producten die vallen onder de GN-code 1602. De rechtbank zal daarom een oordeel geven omtrent de indeling van de producten in de GN.

5.3. Op grond van aanvullende aantekening (GN) op hoofdstuk 2 valt niet-gekookt en niet-gebakken, gekruid vlees onder hoofdstuk 16. Als „gekruid vlees” wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid.

Eiseres stelt dat zij aan de kipfilet kruiden toevoegt door middel van het plaatsen van de kipfilet in een tumbler dan wel door de kipfilet te injecteren. Zij gebruikt drie soorten mixen: mix HR 3D, mix FX S en mix 3. Deze mixen worden niet tegelijkertijd gebruikt. Eiseres stelt dat de kruiden de kipfilet op smaak brengen en dat de kipfilet door de kruiden zoeter smaakt. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres het onder 2.7. genoemde e-mailbericht van S BV en de onder 2.9. genoemde productspecificaties van twee mixen overgelegd. Tevens heeft eiseres in het kader van de bti aanvraag productspecificaties en monsters aan de douane afgegeven.

5.4. Anders dan verweerder veronderstelt had hij zelfstandig moeten beoordelen of eiseres heeft voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een invoercertificaat. De omstandigheid dat de douane over de indeling van de goederen in het kader van de onderhavige aanvraag een advies aan verweerder heeft het uitgebracht, ontslaat verweerder niet van die verplichting. Een dergelijk advies is immers niet bindend voor verweerder, en de uitkomst van de beoordeling van de monsters en de productspecificaties in het kader van de bti aanvraag door het douanelaboratorium, opgenomen onder 2.4., kan evenmin worden aangemerkt als onweerlegbaar bewijs voor de indeling van de onderhavige producten. Eiseres heeft derhalve de mogelijkheid om de uitkomst daarvan te weerleggen.

5.5. Eiseres heeft echter nagelaten de uitkomst van het onderzoek door de douane te weerleggen, door bijvoorbeeld zelf een indelingsadvies bij het douanelaboratorium dan wel bij enig ander erkend laboratorium te vragen. Zij doet haar bewijs aangaande de indeling enkel steunen op bewerking en de productspecificatie van de mixen zoals hiervoor genoemd. Uit de productspecificaties van deze mixen is echter niet op te maken dat er kruiden in deze mixen aanwezig zijn. Uit de overgelegde verklaring van S BV, de leverancier van de mixen valt met betrekking tot alleen de Mix HR 3D af te leiden dat het aroma zou zijn samengesteld uit allerlei soorten kruiden. Welke kruiden het hier betreft en in welke mate zij in de mix aanwezig zijn, heeft eiseres ook ter zitting niet kunnen aangeven. Nu eiseres ook overigens niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de kipfilet heeft bewerkt tot gekruid vlees als bedoeld in de onder 4.2. genoemde aanvullende aantekening 6a heeft eiseres niet het in artikel 4, tweede lid, van de Verordening verlangde bewijs geleverd dat zij producten die onder GN-code 0207 of 0210 vallen heeft verwerkt tot producten die moeten worden ingedeeld onder GN-code 1602. Eiseres heeft derhalve niet voldaan aan de op haar rustende bewijslast en het certificaat is terecht niet afgegeven.

4. Geschil in hoger beroep

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of verweerder ten onrechte de aanvraag van eiseres voor een invoercertificaat heeft afgewezen. In het bijzonder houdt partijen verdeeld het antwoord op de vraag of eiseres producten die onder GN-codes 0207 of 0210 vallen heeft verwerkt tot producten die vallen onder GN-code 1602.

5. Standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken van het geding en het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

6. Toepasselijk recht

6.1. De GS-post luidt (in 2007) als volgt:

1602 Andere bereidingen en conserven, van vlees, van slachtafvallen of van bloed

6.2. Aanvullende aantekening 6a (GN) op hoofdstuk 2 luidt (in 2007) als volgt:

Niet-gekookt en niet-gebakken, gekruid vlees valt onder hoofdstuk 16. Als „gekruid vlees” wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid.

6.3. Ingevolge artikel 1 van de Verordening zijn tariefcontingenten geopend voor de invoer van de producten als bedoeld in de bij Besluit van 2007/360/EG goedgekeurde overeenkomsten tussen de Gemeenschap enerzijds en Brazilië en Thailand anderzijds. Het tweede lid van het genoemde artikel bepaalt dat de hoeveelheid producten waarvoor de contingenten gelden, het percentage van het toepasselijke douanerecht, de volgnummers en de daarmee overeenstemmende nummers van de groepen zijn vastgesteld in bijlage I.

6.4. Volgens bijlage I bij de Verordening is voor gezouten of gepekeld vlees van pluimvee afkomstig uit Brazilië van GN-code 0210 99 39 een tariefcontingent geopend van jaarlijks 170.807 ton tegen een douanerecht van 15,4 procent.

6.5. Op grond van artikel 2 van de Verordening zijn de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1291/2000 en 1301/2006 van overeenkomstige toepassing.

6.6. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Verordening moet een aanvrager van een invoercertificaat voor de toepassing van artikel 5 van Verordening (EG) nr.

1301/2006 bij de indiening van zijn eerste aanvraag voor een bepaalde contingentperiode bewijzen dat hij ten minste 50 ton producten van Verordening (EEG) nr. 2777/75 heeft in- of uitgevoerd gedurende elk van beide in genoemd artikel 5 bedoelde perioden. Het betreft de periode van twaalf maanden die onmiddellijk voorafging aan het tijdstip van indiening van de aanvraag én de periode van twaalf maanden die onmiddellijk voorafging aan eerstgenoemde periode van twaalf maanden.

6.7. Het tweede lid van bovengenoemd artikel 4 bepaalt dat in afwijking van artikel 5 van Verordening (EG) nr.1301/2006 en het eerste lid van artikel 4 van de Verordening de aanvrager van een invoercertificaat op het moment van de indiening van zijn eerste aanvraag die betrekking heeft op een bepaalde contingentperiode, ook het bewijs kan leveren dat hij in elk van de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde perioden ten minste 1000 ton vlees van pluimvee van de GN-codes 0207 of 0210 heeft verwerkt tot onder Verordening (EEG) nr. 2777/75 vallende bereidingen op basis van vlees van pluimvee van GN-code 1602. Voor de doeleinden van het onderhavige lid wordt onder „verwerker” verstaan: iedere persoon die is ingeschreven in het nationale btw-register van de lidstaat waar hij is gevestigd en die door middel van welk handelsdocument dan ook ten genoegen van de betrokken lidstaat het bewijs levert dat hij de bedoelde verwerkingsactiviteiten uitvoert.

7. Beoordeling van het geschil

7.1. Het ligt op de weg van belanghebbende, die voor de eerste keer een aanvraag voor een invoercertificaat heeft ingediend, op het moment van indiening van haar aanvraag te bewijzen dat de door haar in de referentieperioden geproduceerde goederen voldoen aan de voorwaarden van artikel 4, tweede lid, van de Verordening. Daartoe dient te kunnen worden vastgesteld dat de goederen na verwerking kunnen worden aangemerkt als bereidingen van post 1602 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Doorslaggevend is in het onderhavige geval of de goederen kunnen worden aangemerkt als “gekruid vlees” bedoeld in aanvullende aantekening 6a op hoofdstuk 2 van de GN.

7.2. Aan de hand van de door belanghebbende overgelegde specificaties van de gebruikte grondstoffen, bedoeld in 2.6. en 2.9., kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de goederen waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte zijn gekruid. De vermelding in de specificatie van Mix HR 3D dat het kippenvlees onder meer is behandeld met een aroma dat is samengesteld uit allerlei soorten kruiden is hiervoor onvoldoende.

De door belanghebbende in hoger beroep overgelegde onderzoeksverslagen van W en F bieden evenmin grond voor de conclusie dat de goederen waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte zijn gekruid. Van een smaaktest wordt in het geheel geen melding gemaakt. Bovendien is van de zijde van het Productschap gemotiveerd bestreden dat het hier gaat om producten die dezelfde zijn als de producten waarop de in juni 2007 onderzochte productspecificaties betrekking hebben, en de producten die later in 2007 in het kader van de bti-aanvraag van belanghebbende door het Douane laboratorium bemonsterd zijn.

7.3. Ook de sub 2.4. genoemde bevindingen van het Douane laboratorium bieden geen steun aan de stellingen van belanghebbende.

7.4. Op niet aan haar verstrekte bti’s kan belanghebbende niet met vrucht een beroep doen.

7.5. Gelet op het vorenoverwogene is het Hof van oordeel dat belanghebbende noch bij

de indiening van haar aanvraag, noch op een later moment, heeft bewezen dat zij in de referentieperioden ten minste 1.000 ton vlees van pluimvee van de GN-codes 0207 of 0210 heeft verwerkt tot onder Verordening 2777/75 vallende bereidingen op basis van vlees van pluimvee van GN-code 1602. Het Productschap heeft op goede gronden het gevraagde invoercertificaat geweigerd.

Slotsom

7.6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

8. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

9. De beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. A. Bijlsma, voorzitter, A.P.M. van Rijn en B.A. van Brummelen, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van de griffier. De beslissing is op 3 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.