Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2011:2375

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
200.084.515-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overheidsaanbesteding. Het verstrekkende karakter van een vervaltermijn in een aanbesteding brengt mee dat aan een dergelijk beding de eis mag worden gesteld dat daaruit in niet mis te verstane bewoordingen blijkt dat de termijn in kwestie een vervaltermijn is, alsmede welke vorderingsrechten na afloop van de termijn komen te vervallen. Dat geldt temeer voor een beding als het onderhavige dat niet alleen op de definitieve gunningsbeslissing van toepassing is, maar in veel bredere zin op "door de aanbestedende dienst genomen beslissingen inzake deze aanbestedingsprocedure." Niet voldoende aannemelijk geworden dat bij de beoordeling van de inschrijving van appellante nieuwe of aanvullende gunningscriteria zijn gehanteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/197
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de stichting

STICHTING AMSTERDAMSE HOGESCHOOL VOOR DE KUNSTEN,

gevestigd te Amsterdam,

appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

advocaat: mr. L.M. Petersen, te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[geïntimeerde]

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

advocaat: mr. E. Verweij, te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna AHK en[geïntimeerde] genoemd.

Bij dagvaarding van 4 maart 2011 is AHK in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2011 (nummer 479681/

KG ZA 11-19), in deze zaak in kort geding gewezen tussen[geïntimeerde] als eiseres en AHK als gedaagde.

AHK heeft een memorie van grieven genomen en daarbij tevens een incidentele vordering ingesteld.

Hans van Heeswijk heeft geantwoord in het incident.

Partijen hebben de zaak op 2 augustus 2011 in het incident doen bepleiten, beide partijen door hun advocaten.

Ten slotte is arrest gevraagd in het incident.

2 Geschil

2.1

[geïntimeerde] heeft door inschrijving deelgenomen aan de Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure ten behoeve van het ontwerpen en uitvoeringsgereed maken van de renovatie/herhuisvesting van de Academie voor Beeldende Vorming van AHK. In het kader van de aanbesteding heeft een interne gunningscommissie van AHK de inschrijvingen beoordeeld. AHK heeft vervolgens aan de inschrijvers mededeling gedaan van het voornemen het werk te gunnen aan een andere inschrijver dan[geïntimeerde]. Daartegen is[geïntimeerde] in kort geding opgekomen. Bij het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter onder meer voorshands aangenomen dat de gunningscommissie de financiële haalbaarheid van de ontwerpen in de beoordeling had betrokken en daarmee andere aspecten heeft meegewogen dan die vooraf als gunningscriteria waren bekend gemaakt. In verband daarmee heeft de voorzieningenrechter AHK veroordeeld, kort gezegd, een nieuwe gunningscommissie samen te stellen om tot een herbeoordeling te komen van de inschrijvingen.

2.2

AHK heeft in het incident in hoger beroep op de voet van artikel 351 Rv gevorderd dat de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal worden geschorst. Zij heeft daartoe onder meer gewezen op de complicaties die uit een herbeoordeling kunnen voortvloeien indien het bestreden vonnis in hoger beroep geen stand zal houden.[geïntimeerde] heeft zich tegen schorsing verzet, maar volgens haar behoeft de herbeoordeling niet plaats te vinden zolang AHK niet tot gunning overgaat.

3 Beoordeling

3.1

Bij gelegenheid van de pleidooien heeft AHK toegezegd dat zij hangende het hoger beroep niet tot gunning zal overgaan zonder herbeoordeling van de inschrijvingen, waartegenover[geïntimeerde] heeft ingestemd met schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen.

3.2

Ten aanzien van de proceskosten in het incident zijn partijen het erover eens geworden dat de beslissing daarover afhankelijk is van de beslissing over de proceskosten in de hoofdzaak, zodat die voor rekening zullen komen van de partij die in de hoofdzaak in de kosten zal worden veroordeeld. De proceskosten in het incident begroot het hof voor beide partijen op

€ 2.682,- voor salaris van de advocaat.

3 Beslissing

Het hof:

3.1

in het incident

  • -

    schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis voor de duur van het hoger beroep;

  • -

    houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak;

3.2

in de hoofdzaak

  • -

    verwijst de zaak naar de rol van 6 september 2011 voor memorie van antwoord;

  • -

    houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, D. Kingma en W.J. Noordhuizen en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 9 augustus 2011.