Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BY2097

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-05-2010
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
23-006199-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijgesproken van poging tot doodslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-006199-09

datum uitspraak: 17 mei 2010 (vervroegd)

tegenspraak

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 2 december 2009 in de strafzaak onder de parketnummers 15-700532-09 en 15-630453-06 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 18 november 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

- 1 primair -

hij op of omstreeks 06 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet (met kracht) zijn hand en/of een deken over de neus en/of de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en haar aldus heeft getracht te verstikken en/of te smoren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

-1 subsidiair -

hij op of omstreeks 06 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer], - (met kracht) zijn hand en/of een deken over de neus en/of de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of - (met kracht) met zijn hand en/of zijn vuist tegen (de linkerzijde van) het gezicht van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

- 2 -

hij op of omstreeks 06 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:

"Voor jou heb ik wel 8 jaar over" en/of

"Nou maak ik je kapot" en/of

"En nu steek ik de boel in de hens",

waarna hij de (stof van de) tweezitsbank waarop die [slachtoffer] zat met een aansteker aan de onderzijde aanstak waardoor de bank vlam vatte, althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard of strekking;

- 3 -

hij op of omstreeks 07 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, opzettelijk en wederrechtelijk een matras en/of een kussen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politieregio Kennemerland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze fouten verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezen verklaarde

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

-1 subsidiair -

hij op 6 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, te weten [slachtoffer], - zijn hand over de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en - met kracht met zijn vuist tegen de linkerzijde van het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestompt, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

- 2 -

hij op 6 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:

"Voor jou heb ik wel 8 jaar over" en

"Nou maak ik je kapot" en

"En nu steek ik de boel in de hens",

waarna hij de stof van de tweezitsbank waarop die [slachtoffer] zat met een aansteker aan de onderzijde aanstak waardoor de bank vlam vatte;

- 3 -

hij op 7 augustus 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, opzettelijk en wederrechtelijk een matras en een kussen toebehorende aan de politieregio Kennemerland heeft vernield.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

- ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde - mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

- ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde - bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

- ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde - opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 3 jaren en onder de bijzondere voorwaarden van een contact- en straatverbod aangaande [slachtoffer]. De advocaat-generaal acht de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling niet opportuun.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zijn partner – na drank- en drugsgebruik en slaapgebrek - mishandeld en bedreigd met een misdrijf tegen het leven, waarbij hij met betrekking tot de bedreiging met brandstichting de daad bij het woord heeft gevoegd. Daarbij komt dat de verdachte blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel justitiële documentatie van 6 mei 2010 eerder voor misdrijven, waaronder mishandeling van zijn partner, is veroordeeld.

Voorts heeft verdachte een matras en een kussen in de politiecel waarin hij was ingesloten na zijn aanhouding vernield.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en met na te melden bijzondere voorwaarden passend en geboden. Het hof zal een lagere gevangenisstraf opleggen dan geëist. Het hof spreekt immers vrij van de poging tot doodslag en komt tot een beperktere bewezenverklaring van de andere tenlastegelegde feiten. Aan de andere kant zal het hof bij de strafoplegging in sterke mate wel rekening houden met het eerdere huiselijke geweld. Het hof zal de eis van de advocaat-generaal dan ook grotendeels volgen omdat die recht doet aan de ernst van de strafbare feiten en ook de persoonlijke omstandigheden, waaronder het hof ook ziet de relatie van de verdachte met aangeefster [slachtoffer].

Vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling

Het hof zal de vordering tot tenuitvoerlegging van het vonnis van de Politierechter te Haarlem van 29 oktober 2007, parketnummer 15-630453-06, ten aanzien van de bij dat vonnis voorwaardelijk opgelegde werkstraf afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 285, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezen verklaarde omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van die gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op de grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

- zich niet zal ophouden in de [straat] te IJmuiden;

- geen contact zal opnemen met [slachtoffer].

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Wijst af de vordering van het openbaar ministerie Haarlem van 14 augustus 2009, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 29 oktober 2007 met parketnummer 15-630453-06 voorwaardelijk opgelegde werkstraf.

Dit arrest is gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. R.C.P. Haentjens en mr. P.J. Baauw, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 mei 2010.

Mr. P.J. Baauw is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.