Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BY2042

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-11-2010
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
23-005263-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijgesproken van poging tot moord/doodslag dan wel toebrengen van zwaar lichamelijk letsel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-005263-08

datum uitspraak: 18 november 2010

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2008 in de strafzaak onder parketnummer 13-421224-07 tegen

[Verdachte ],

geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum ],

adres: [woonadres ],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 22 augustus 2008 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 13 juli 2010 en 4 november 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1 primair:

hij op of omstreeks 23 juli 2007 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg)

- die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een of meermalen (met kracht) in diens buik/borst, in elk geval in diens lichaam heeft gestoken en/of gesneden en/of een of meer stekende bewegingen heeft gemaakt naar en/of in de richting van de borst en/of buik, althans het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] door een raam/ruit (van 1.10 bij 1.50 meter) heeft geduwd/gegooid;

1 subsidiair:

hij op of omstreeks 23 juli 2007 te Amsterdam opzettelijk mishandelend [slachtoffer]

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een of meermalen (met kracht) in diens buik/borst, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of een of meerdere stekende bewegingen heeft gemaakt naar en/of in de richting van de borst en/of buik, althans het lichaam, van voornoemde [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] door een raam/ruit (van 1.10 bij 1.50 meter) heeft geduwd/gegooid, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (een steekwond, nu litteken, van 20 cm lengte in de buik, steekwonden aan de zijkant van het hoofd en op het voorhoofd, nu littekens, van respectievelijk 6 en 4 cm lengte), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2:

hij op of omstreeks 23 juli 2007 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een raam/ruit (van café Dijk 120), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door [slachtoffer 1] door die/dat raam/ruit te duwen/gooien.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep omdat het de motivering van de rechtbank Amsterdam voor de vrijspraak van de verdachte anders invult.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het hem onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden alsmede een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe dat de verklaringen van [slachtoffer] en verdachte haaks op elkaar staan. Zo heeft [slachtoffer] bij de politie verklaard dat hij door de verdachte door een ruit is geduwd en dat hij door hem met een mes in zijn hoofd is gestoken. Verdachte zou hem bovendien met kracht in zijn buik hebben gestoken. Later bij de rechter-commissaris verklaart de getuige dat hij in zijn gezicht bloedde door het glas van het raam en dat daardoor de wond op zijn hoofd is ontstaan. Verdachte ontkent echter dat hij een mes bij zich had en dat hij [slachtoffer] heeft gestoken of gesneden. Wel heeft verdachte tegenover de politie en later bij de rechter-commissaris verklaard dat hij met [slachtoffer] heeft geworsteld en dat zij daarbij door een ruit van een café zijn gevallen. Bij de politie heeft verdachte voorts verklaard dat [slachtoffer] met zijn rug door de ruit is gevallen. Ter terechtzitting heeft verdachte daaraan toegevoegd dat zij daarna bij de ruit verder hebben geworsteld en daarbij zijn gedraaid. Verdachte brengt het letsel dat [slachtoffer] tijdens de worsteling heeft opgelopen in verband met het feit dat er nog scherpe glasscherven uit de sponningen van de ruit staken waar hij met [slachtoffer] doorheen is gevallen en dat [slachtoffer] zich daar mogelijkerwijs aan heeft gesneden.

Het hof stelt vast dat er zich geen getuigenverklaringen over de worsteling in het dossier bevinden, waardoor de gang van zaken voor en tijdens de worsteling in het ongewisse blijft.

Met betrekking tot de verklaring van de aangever, [slachtoffer], dat hij door verdachte met een mes in zijn buik is gestoken merkt het hof op, dat verdachte van meet af aan heeft ontkend een mes bij zich te hebben gehad. Er is noch bij verdachte, noch op de plaats van het delict een mes aangetroffen.

Dat verdachte tijdens de vechtpartij met een mes zou hebben gestoken wordt evenmin bevestigd door forensisch onderzoek. Uit onderzoek van zowel het NFI als forensisch geneeskundige L.D.M. Fassaert blijkt niet ondubbelzinnig dat de bij [slachtoffer] geconstateerde verwonding het gevolg is van messteken. Beide onderzoeken sluiten niet uit dat de verwonding is ontstaan door contact met glasscherven bij de val door een ruit tijdens de worsteling die heeft plaatsgevonden.

Het hof oordeelt derhalve dat op grond van het voorgaande niet is komen vast te staan dat verdachte [slachtoffer] met een mes heeft gestoken, dan wel hem opzettelijk door het raam heeft gegooid of geduwd en concludeert dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.M. Steinhaus, mr. M.J.L. Mastboom en mr. H.A. Holthuis, in tegenwoordigheid van mr. B. Hartman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 november 2010.

Mr. R.M. Steinhaus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.