Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BP9699

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
30-03-2011
Zaaknummer
200.062.916/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Spoed Kort Geding. Ontruimingszaak. Maatstaf voor toewijzen van derdenverzet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REGULIERS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

APPELLANTE IN DE HOOFDZAAK,

EISERES IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. O. Hammerstein te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEINEKEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. S.M. van der Zwan te Dieren,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE GOUDEN KOOI B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KROPA EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Groningen,

advocaat voor geïntimeerden sub 2 en 3:

mr. A.D. van Koningsveld te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDEN IN DE HOOFDZAAK,

VERWEERSTERS IN HET INCIDENT.

De partijen worden hierna Reguliers, Heineken, De Gouden Kooi en Kropa genoemd.

1. Het geding in hoger beroep

Op 20 juli 2010 is in deze zaak in hoger beroep een arrest in het incident uitgesproken. Het hof verwijst naar dat arrest voor het verloop van het geding tot dan toe. Daarna is arrest in de hoofdzaak gevraagd.

in de hoofdzaak:

2. Beoordeling

2.1 De kantonrechter heeft in zijn vonnis van 30 maart 2010, waarvan beroep, onder 1 a tot en met j een aantal feiten tot uitgangspunt genomen. Met grief I voert Reguliers aan dat deze feiten slechts ten dele juist en in ieder geval onvolledig zijn.

Reguliers heeft echter verzuimd duidelijk uiteen te zetten welke feiten onjuist zouden zijn, zodat de grief in zoverre geen doel treft. Voor het overige geldt dat een rechter niet meer feiten behoeft te vermelden dan nodig voor de onderbouwing van zijn beslissing. Ook in zoverre slaagt deze grief daarom niet. Het hof neemt de door de kantonrechter vastgestelde feiten tot uitgangspunt. Op de feiten die Reguliers in de toelichting bij haar eerste grief verder aan de orde heeft gesteld, zal zonodig hierna worden ingegaan.

2.2 Het gaat in deze zaak, zeer kort samengevat, om het volgende.

(i) Reguliers exploiteert sedert 2005 een horecagelegenheid in de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: de bedrijfsruimte). Zij heeft daartoe indertijd een zogenoemde pachtovereenkomst gesloten met Plassania Beheer B.V. (hierna: Plassania).

(ii) Plassania heeft, met handhaving van het pachtcontract ter zake van het gebruik van goodwill en inventaris tussen haar en Reguliers, de bedrijfsruimte in 2008 verhuurd aan Heineken. De laatste heeft de bedrijfsruimte onderverhuurd aan De Gouden Kooi waarna Kropa in maart 2009 indeplaatsstelling van De Gouden Kooi heeft verzocht.

(iii) Reguliers voldeed de door haar verschuldigde huurpenningen aanvankelijk aan Plassania, daarna aan De Gouden Kooi en met ingang van maart 2009 aan Kropa.

(iv) Bij kortgedingvonnis (nummer KK 09-1203) van 15 december 2009, gewezen tussen Heineken als eiseres en De Gouden Kooi en Kropa als gedaagden, heeft de kantonrechter aangenomen dat niet Kropa maar De Gouden Kooi de bedrijfsruimte in onderhuur heeft van Heineken en de laatste onder meer veroordeeld (a) tot betaling aan Heineken van € 422.751,18 wegens huurachterstand en (b) (voor het geval zij niet tijdig betaalt) tot ontruiming van de bedrijfsruimte.

2.3 Reguliers is in derdenverzet gekomen van voormeld vonnis van 15 december 2009. In het vonnis waarvan thans beroep heeft de kantonrechter in conventie Reguliers niet-ontvankelijk verklaard in haar derdenverzet, met als redengeving dat er geen contractuele relatie bestaat tussen Heineken en Reguliers zodat de laatste door het vonnis van 15 december 2009 niet in haar rechten wordt benadeeld. Tegen dat oordeel is het hoger beroep van Reguliers gericht. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

2.4 Bij memorie van antwoord heeft Heineken aangevoerd dat Reguliers geen belang heeft bij haar hoger beroep, omdat de bedrijfsruimte reeds is ontruimd. Het hof gaat aan dit verweer voorbij omdat alleen al de proceskostenveroordeling ten laste van Reguliers in eerste aanleg voor haar een voldoende belang oplevert, zodat zij in haar hoger beroep kan worden ontvangen.

2.5 Het derdenverzet is een buitengewoon rechtsmiddel dat derden de bevoegdheid geeft om, indien zij geen gebruik hebben gemaakt van de door de wet geboden gelegenheid tot deelneming aan een hun vreemde rechtsstrijd, de werking van een tussen anderen gewezen vonnis aan te tasten en daarmee in reeds door die anderen verkregen rechten in te grijpen. Daarvoor is noodzakelijk dat er bij de derde die het derdenverzet instelt, sprake is van benadeling in een recht.

2.6 Reguliers ontleent haar recht om haar onderneming in de bedrijfsruimte te exploiteren zowel aan de pachtovereenkomst met Plassania als aan de onderhuurovereenkomst met Kropa of De Gouden Kooi.

Indien in een procedure tussen Heineken en Kropa/De Gouden Kooi aan Heineken wordt toegestaan de bedrijfsruimte te ontruimen wordt daardoor Reguliers niet in een van deze beide rechten benadeeld. Zij ondervindt als gevolg van de ontruiming wel feitelijk nadeel, maar haar contractuele rechten jegens Plassania en Kropa/De Gouden Kooi blijven, ondanks deze ontruiming, onverkort bestaan, zij het dat de gebruiksrechten zich zullen oplossen in rechten op een schadevergoeding.

Een beroep op de jegens Plassania en Kropa/De Gouden Kooi bestaande rechten kan, omdat zij in die rechten als zodanig niet benadeeld wordt, Reguliers in het onderhavige geding daarom niet baten.

2.7 Reguliers heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat Heineken, door het vonnis van 15 december 2009 jegens haar ten uitvoer te leggen, rechtstreeks jegens haar onrechtmatig handelt. Onder meer zou sprake zijn van het misbruik maken van de bevoegdheid die op grond van het vonnis is verkregen.

2.8 Aannemelijk is dat de constructie waarbij Reguliers de bedrijfsruimte niet langer rechtstreeks van Plassania maar via Heineken en De Gouden Kooi (of Kropa) in gebruik heeft, in 2008 louter in het belang van Heineken in het leven is geroepen en dat Heineken, bij het aangaan van deze constructie, op de hoogte was van de bij de pachters, waaronder Reguliers, bestaande belangen. Maar dat brengt niet zonder meer mee dat het Heineken dan niet meer vrij zou staan rechtsmaatregelen te treffen in verband met wanbetaling van haar onderhuurder, ook al is die er op haar verzoek tussen geplaatst.

Volgens Reguliers heeft zij vanaf december 2009 de huurpenningen niet langer aan Kropa maar aan Heineken voldaan. Deze bestrijdt dat Reguliers haar volledig heeft betaald. Ook al zou Reguliers inderdaad aan Heineken huur zijn gaan betalen, dan laat dat onverlet dat een substantieel bedrag aan huurpenningen onbetaald is gebleven. Bij deze stand van zaken kan naar het voorlopig oordeel van het hof niet onrechtmatig worden geacht dat Heineken, indien niet door of namens De Gouden Kooi de veroordeling in meergenoemd vonnis wordt nagekomen, ontruiming van de bedrijfsruimte nastreeft, ook wanneer dat leidt tot de teloorgang van de feitelijke gebruiksrechten van Reguliers. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn gesteld noch gebleken. Met name is niet aannemelijk geworden dat Heineken ervoor verantwoordelijk kan worden gesteld dat eventueel door Reguliers betaalde gelden niet zijn aangewend voor de aan Heineken verschuldigde huurpenningen.

2.9 De conclusie van het voorgaande is dat Reguliers wel nadeel ondervindt door een ontruiming van de bedrijfsruimte maar dat het vonnis van 15 december 2009 geen rechten van Reguliers benadeelt. De grieven van Reguliers zijn daarom niet doeltreffend, zodat het vonnis waarvan beroep moet worden bekrachtigd. Reguliers dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het hoger beroep dragen, zowel van de hoofdzaak als van het incident.

3. Beslissing

Het hof:

in de hoofdzaak:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

verwijst Reguliers in de proceskosten van het hoger beroep en begroot die kosten:

- voor zover tot heden aan de kant van Heineken gevallen op € 263,-- voor vast recht en € 632,-- voor salaris van de advocaat;

- voor zover aan de kant van De Gouden Kooi en Kropa gevallen, op € 263,-- voor vast recht;

in het incident:

verwijst Reguliers in de proceskosten van het incident en begroot die kosten:

- voor zover tot heden aan de kant van Heineken gevallen op € 316,-- voor salaris van de advocaat;

- voor zover aan de kant van De Gouden Kooi en Kropa gevallen, op nihil;

in de hoofdzaak en in het incident:

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Visser, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en J.H. Huijzer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 november 2010.