Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BP8875

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
200.076.300/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Spoed Kort Geding. Handelsnaam. Domeinnaam. Maatstaf voor voldoende onderscheidend vermogen van de handelsnaam. Omvang van bescherming van art. 5 HNW. Toenemend algemeen gebruik van term mogelijk obstakel voor monopolisering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

URBAN LIFESTYLE NEDERLAND B.V,

2. de vennootschap onder firma

V.O.F. [ X ],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HX2 B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DARO B.V.,

allen gevestigd te Hierden, gemeente Harderwijk,

APPELLANTEN IN PRINCIPAAL APPEL,

GEÏNTIMEERDEN IN INCIDENTEEL APPEL,

advocaat: mr. J.H.C. van den Akker te Utrecht,

t e g e n

[ Y ] handelend onder de naam CITY SPA,

wonend te [ A ],

GEÏNTIMEERDE IN PRINCIPAAL APPEL,

APPELLANTE IN INCIDENTEEL APPEL,

advocaat: mr. M. Hülsenbeck te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

Appellanten worden hierna tezamen in enkelvoud de Zwaluwhoeve genoemd en geïntimeerde [ Y ].

1.1 Bij dagvaarding van 25 oktober 2010 is de Zwaluwhoeve in hoger beroep gekomen van het kortgedingvonnis van 12 oktober 2010 met het nummer 469384 /KG ZA 10-1669, dat de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam in deze zaak heeft gewezen tussen de Zwaluwhoeve als gedaagde en [ Y ] als eiseres. De appeldagvaarding bevat de grieven.

1.2 De Zwaluwhoeve heeft achttien grieven geformuleerd en toegelicht, en bescheiden in het geding gebracht, met conclusie, kort gezegd, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, alsnog, de vordering van [ Y ] zal afwijzen, met veroordeling van [ Y ] in de kosten van beide instanties.

1.3 Daarop heeft [ Y ] geantwoord, van haar kant vier grieven tegen het vonnis geformuleerd en toegelicht, haar eis (voorwaardelijk) gewijzigd zoals omschreven in § 89 van haar memorie, en beschei¬den in het geding gebracht, met conclu¬sie, kort gezegd, dat het hof in het principaal appel de grieven van de Zwaluwhoeve ongegrond zal verklaren, en in het incidenteel appel het vonnis zal vernietigen voor zover [ Y ] daartegen grieven heeft gericht en haar gewijzigde eis zal toewijzen, met veroordeling van de Zwaluwhoeve in de kosten, met rente, van het principaal en het incidenteel appel op de voet van artikel 1019h Rv.

1.4 De partijen hebben de zaak op 10 november 2010 doen bepleiten door hun advocaten die hun pleitnotities aan het hof hebben overgelegd. De pleitnota van mr. Van den Akker bevat bovendien de memorie van antwoord in incidenteel appel. Bij gelegenheid van het pleidooi zijn van weers¬zijden verdere bescheiden in het geding ¬ge¬bracht.

1.5 Ten slotte is arrest gevraagd.

2. Feiten

2.1 De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.5, een aantal feiten tot uitgangspunt genomen. De principale grieven 1, 2 en 3 zijn gericht tegen feiten genoemd in de rechtsoverwegingen 2.1, 2.3 en 2.4 van het vonnis.

2.2 Met haar eerste grief bestrijdt de Zwaluwhoeve dat [ Y ] onder de naam “City Spa” een schoonheidssalon drijft. Volgens haar heeft [ Y ] de handelsnaam City Spa niet steeds en consequent gebruikt, maar zich ook bediend van namen als “City Spa by Netty”, “City Spa Okura”, “Beauty Centre City Spa” en “City Spa by Netty Hotel Okura”. Verder omvat de onderneming van [ Y ] volgens de Zwaluwhoeve meer dan alleen een schoonheidssalon en beschikt zij over wellness-faciliteiten.

In het handelsregister is op 14 mei 2001 de eenmanszaak van [ Y ] ingeschreven met als handelsnaam City Spa en als bedrijfsomschrijving schoonheidssalon. [ Y ] schrijft haar handelsnaam ook wel als CitySpa. Het hof acht dat van ondergeschikt belang en gaat aan dat verschil in schrijfwijze hierna voorbij.

Sedert de inschrijving in het handelsregister, zo is voldoende aannemelijk geworden aan de hand van de door haar overgelegde bescheiden, heeft [ Y ] de naam City Spa onafgebroken gebruikt. Aanvankelijk gebruikte zij de handelsnaam zonder toevoeging, maar later heeft zij daaraan wisselend ook één of enkele woorden toegevoegd zoals “by Netty”, “Beauty Centre” en “Okura Hotel”. Deze toevoegingen zijn niet zodanig dat daardoor kan worden gezegd dat [ Y ] een andere dan de door haar ingeschreven handelsnaam als handelsnaam is gaan gebruiken. Netty, zo begrijpt het hof, is de - typografisch zeer ondergeschikt toegevoegde - roepnaam van [ Y ]. Beauty Centre heeft [ Y ] naast City Spa op de voordeur van haar bedrijf staan om passanten duidelijk te maken wat voor bedrijf daar gevestigd is. Het Okura Hotel is de plaats waar het bedrijf van [ Y ] is gevestigd. Die aanduiding maakt het voor haar klanten eenvoudiger het bedrijf te vinden, maar het is [ Y ] niet toegestaan, zo is aannemelijk geworden, de naam van het hotel als (deel van) haar handelsnaam te voeren. Op grond van het voorgaande heeft de voorzieningenrechter kunnen aannemen dat [ Y ] de handelsnaam City Spa sedert 2001 daadwerkelijk en onafgebroken voert.

Ter zitting heeft [ Y ] –onbestreden- toegelicht dat alleen gasten van het Okura Hotel toegang hebben tot de Health Club van het hotel. Haar andere klanten hebben dat niet. [ Y ] werkt samen met het hotel in het aanbieden van een wellness-pakket waarvan een schoonheidsbehandeling in haar salon een onderdeel is, maar dat aanbod is volgens [ Y ] van ondergeschikt belang (minder dan 5 %). Daarom kan niet worden gezegd dat [ Y ] daadwerkelijk beschikt over wellness-faciliteiten, zodat de bedrijfsomschrijving die de voorzieningenrechter heeft gehanteerd juist is. De eerste grief slaagt daarom niet.

2.3 Grief twee houdt in dat [ Y ] niet heeft aangetoond dat zij haar domeinnaam www.cityspa.nl sedert 2004 in gebruik heeft. De Zwaluwhoeve leidt uit de omstandigheid dat [ Y ] niet consequent is in haar handelsnaamgebruik af dat dit ook geldt voor het gebruik van haar domeinnaam.

Buiten kijf is dat [ Y ] deze domeinnaam in 2004 heeft geregistreerd en dat zij deze thans gebruikt. Uit niets blijkt dat zij ooit een andere of daarop gelijkende domeinnaam heeft geregistreerd of heeft gebruikt. Tegen die achtergrond kan van [ Y ] niet worden verlangd dat zij verder aantoont dat zij voormelde domeinnaam sedert de registratie onafgebroken in gebruik heeft, maar ligt het op de weg van de Zwaluwhoeve om aannemelijk te maken dat [ Y ] haar domeinnaam niet consequent gebruikt. De tweede grief is tevergeefs voorgedragen.

2.4 Met grief drie betoogt de Zwaluwhoeve dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat zij een wellness resort gaat openen. Zij opent een city spa en dat is iets anders dan een wellness resort.

Volgens Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal betekent wellness: (activiteiten of producten die kunnen bijdragen tot de verhoging van het) lichamelijk welbevinden. Dat is bij uitstek de activiteit die de Zwaluwhoeve in haar nieuwe onderneming gaat ontplooien, zodat haar bezwaar in zoverre niet opgaat. Een resort is volgens hetzelfde woordenboek een min of meer luxueus verblijfscomplex. Uit hetgeen de Zwaluwhoeve omtrent haar onderneming heeft meegedeeld begrijpt het hof dat de locatie waar de Zwaluwhoeve haar ondernemingsactiviteiten gaat verrichten ook voldoet aan deze omschrijving. Daarom gaat ook dit bezwaar van de Zwaluwhoeve tegen de door de rechtbank gegeven omschrijving van haar onderneming niet op. Op de betekenis en de reikwijdte van de term city spa zal het hof hierna bij de behandeling van de zesde grief van de Zwaluwhoeve ingaan.

2.5 De principale grieven 1-3 slagen niet. Voor het overige bestaat geen geschil omtrent de feiten, zodat de feiten die de voorzieningenrechter tot uitgangspunt heeft genomen, ook het hof tot uitgangspunt dienen.

3. Beoordeling

3.1 Het gaat, kort samengevat, deze zaak om het volgende.

(i) [ Y ] drijft een schoonheidssalon die op 14 mei 2001 in het handelsregister is ingeschreven met als handelsnaam City Spa. De onderneming van [ Y ] is gevestigd in de winkelpassage van het Okura Hotel in Amsterdam. Op 10 februari 2004 heeft [ Y ] de domeinnaam www.cityspa.nl geregistreerd.

(ii) De Zwaluwhoeve is een aanduiding voor een concern dat onder andere een wellness-resort in Harderwijk exploiteert. Zij heeft aangekondigd in oktober 2010 onder de handelsnaam City Spa Amsterdam een wellness-onderneming te openen in de Sarphatistraat te Amsterdam. In verband daarmee heeft zij de domeinnaam www.cityspa amsterdam met de suffixen .nl, .com en .tv op haar naam geregistreerd.

3.2 Op vordering van [ Y ] heeft de voorzieningenrechter, zeer kort en zakelijk weergegeven, de Zwaluwhoeve op straffe van een dwangsom verboden de hiervoor bedoelde handelsnaam en domeinnamen te gebruiken.

3.3 De principale grief 4 is gericht tegen rechtsoverweging 3.3 van het vonnis. De voorzieningenrechter heeft in die overweging een korte samenvatting gegeven van het verweer van de Zwaluwhoeve. Bij de klacht dat deze samenvatting niet volledig is heeft de Zwaluwhoeve geen belang omdat zij de mogelijkheid heeft verweren die door de voorzieningenrechter niet zijn genoemd door middel van het aanvoeren van grieven alsnog in de rechtsstrijd in hoger beroep te betrekken. Deze grief behoeft daarom geen verdere bespreking.

3.4 De principale grief 5 houdt in dat [ Y ] de handelsnaam City Spa inconsequent en te weinig gebruikt.

Het hof verwijst naar en neemt hier over hetgeen het hiervoor onder 2.2 en 2.3 heeft overwogen. Het voegt daaraan toe dat [ Y ] in hoger beroep nog de producties 44 tot en met 53 heeft overgelegd waaruit voldoende blijkt dat zij sedert 2001 de handelsnaam City Spa consequent, zij het met ondergeschikte toevoegingen, tegenover klanten en (toeleverings)bedrijven gebruikt. Dat in de geschreven media de nadruk ligt op andere aanduidingen voor het bedrijf van [ Y ] dan haar handelsnaam City Spa brengt niet mee dat zij die handelsnaam niet meer rechtmatig zou voeren. Dat is te minder het geval, omdat uit niets blijkt dat [ Y ] zelf de hand heeft gehad in die media-uitingen.

Verder meent de Zwaluwhoeve dat de voorzieningenrechter te eenvoudig heeft aangenomen dat [ Y ] onder de handelsnaam City Spa bij het publiek bekend zou zijn.

Nu voldoende aannemelijk is dat [ Y ] al bijna tien jaar met haar schoonheidssalon onder de naam City Spa aan het handelsverkeer deelneemt, behoeft in een geval als dit niet te worden verlangd dat zij ook nog eens aantoont dat haar onderneming onder die naam bekendheid geniet bij het relevante publiek. Op grond van dit een en ander verwerpt het hof de vijfde grief.

3.5 Naar de kern genomen komen de principale grieven 6 en 7 er op neer dat city spa een generieke term is die de aard van een onderneming aanduidt, waar er inmiddels vele van zijn. Die term kan volgens de Zwaluwhoeve niet door [ Y ] worden gemonopoliseerd door deze als handelsnaam te gebruiken.

Het hof merkt op dat de samengestelde term city spa of cityspa niet voorkomt in eerder bedoeld woordenboek, de beide samenstellende delen daarvan wel. City heeft als betekenis: centrum van een grote stad waar voornamelijk winkels of zakenpanden zijn, terwijl spa afgezien van de Belgische plaatsnaam en het woordmerk wordt gebruikt als verkorting van de woorden spade en spawater. In de Engelse taal, waar het door de Zwaluwhoeve bedoelde begrip spa kennelijk aan is ontleend, wordt spa gebruikt voor de aanduiding van een badplaats bij een bron, zo is van algemene bekendheid.

Het hof acht niet uitgesloten dat de voortgaande ontwikkeling van de Nederlandse taal tot gevolg heeft dat city spa de betekenis krijgt van een in een (binnen)stad gevestigde onderneming die zich toelegt op wellness waarbij (bad)water een rol speelt. Ondanks de voorbeelden uit de gespecialiseerde media die de Zwaluwhoeve heeft overgelegd, waarin de term min of meer als zodanig wordt gebruikt, en het vrij grote aantal ondernemingen dat onder de zoekterm “city spa” kan worden gevonden op het internet, acht het hof vooralsnog onvoldoende aannemelijk dat de term city spa zodanig is ingeburgerd in de Nederlandse taal dat deze reeds thans als een generieke term kan worden beschouwd die (alleen maar) de aard van een onderneming weergeeft, zoals bijvoorbeeld het woord sauna dat doet.

Uit niets blijkt dat de term city spa in 2001 al enigermate in de Nederlandse taal was ingevoerd, zodat het [ Y ] vrij stond deze als handelsnaam te gebruiken. Wel brengt het kennelijk toenemende algemene gebruik ervan mee dat [ Y ] deze term niet volledig kan (blijven) monopoliseren. Slechts in zoverre slagen de zesde en zevende grief.

3.6 Ook de principale grieven 8, 9, 10, 11, 12 en 13 en de incidentele grieven I en II lenen zich voor gezamenlijke behandeling, omdat zij alle de vraag betreffen of de handelsnaam City Spa onderscheidend vermogen heeft, of er door het gebruik van de handelsnaam City Spa Amsterdam door de Zwaluwhoeve gevaar voor verwarring ontstaat, en of [ Y ] de handelsnaam van de Zwaluwhoeve kan verbieden.

De Handelsnaamwet vereist niet dat een handelsnaam onderscheidend vermogen heeft, maar aangenomen moet worden dat, wanneer een handelsnaam als gevolg van het Nederlandse taaleigen een steeds meer algemeen beschrijvend karakter heeft gekregen, de kans op verwarring bij het publiek omtrent de identiteit van de onderneming steeds minder is geworden hetgeen op zijn beurt tot gevolg moet hebben dat de beschermingsomvang van de handelsnaam op de voet van artikel 5 Hnw aanmerkelijk in kracht kan afnemen. Het hof acht aannemelijk dat city spa nog geen algemeen beschrijvend karakter had toen [ Y ] haar handelsnaam in 2001 voor haar onderneming liet inschrijven in het handelsregister en dat dit ook nu nog niet (volledig) het geval is. Door de (verdere) ontwikkeling van het Nederlandse taaleigen wordt dat wellicht op den duur anders, maar dat neemt niet weg dat de Zwaluwhoeve ook heden ten dage bij het kiezen van een handelsnaam er voor dient te zorgen dat er geen verwarring ontstaat.

Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de aard van de ondernemingen van [ Y ] en de Zwaluwhoeve weliswaar niet geheel identiek is, maar dat er toch zodanige overlappingen zijn - beide bieden huid- en haarverzorging en ontspannende massages aan voor zowel vrouwen als mannen - dat verwarring mogelijk is. Bovendien zijn hun ondernemingen op betrekkelijk korte afstand van elkaar in Amsterdam gevestigd. Verder is van belang dat tot de komst van de Zwaluwhoeve er in Amsterdam slechts één onderneming gevestigd was die de handelsnaam City Spa voerde. Door alleen de geografische aanduiding Amsterdam aan haar handelsnaam toe te voegen neemt de Zwaluwhoeve te weinig afstand van de oudere handelsnaam van [ Y ], zo moet worden aangenomen, om directe en/of indirecte verwarring bij het relevante publiek te voorkomen.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat de Zwaluwhoeve als gevolg van de ontwikkeling van het Nederlandse taaleigen weliswaar gerechtigd is een handelsnaam te voeren waarvan city spa een onderdeel is, maar dat zij deze handelsnaam zo dient te formuleren dat voldoende afstand wordt genomen van de oudere handelsnaam van [ Y ]. Op die gronden falen de grieven negen tot en met dertien van de Zwaluwhoeve en de eerste en tweede grief van [ Y ].

3.7 De principale grief 15 en de incidentele grief III zien beide op de overwegingen van de voorzieningenrechter die betrekking hebben op het verbod tot het gebruik van domeinnamen.

De Zwaluwhoeve klaagt er bij haar toelichting op haar vijftiende grief over dat de voorzieningenrechter een eiswijziging heeft toegestaan. Die klacht kan reeds niet slagen, omdat ingevolge artikel 130 lid 2 Rv tegen een zodanige beslissing geen hoger beroep openstaat. De voorwaarde waaronder [ Y ] haar voorwaardelijke eis in incidenteel hoger beroep heeft ingesteld is daardoor niet vervuld, zodat deze als niet ingesteld moet worden beschouwd.

Door het anders dan als handelsnaam gebruiken van een domeinnaam die gelijk is aan of slechts in geringe mate afwijkt van de oudere handelsnaam van een ander, wordt in beginsel geen inbreuk op die handelsnaam gemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 5 Hnw. Die verbodsbepaling is alleen toepasselijk indien de domeinnaam tevens als handelsnaam wordt gebruikt. Dat neemt niet weg dat indien een domeinnaam identiek is aan een handelsnaam, en –zoals tegenwoordig niet ongebruikelijk is- het gebruik daarvan vrijwel gelijk opgaat met het gebruik van de handelsnaam, het gebruik van een domeinnaam die gelijk is aan een in verband met verwarringsgevaar verboden handelsnaam in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid, aangezien ook door dat gebruik van de domeinnaam verwarring kan optreden.

Ook hier geldt dat de Zwaluwhoeve bij het kiezen van een domeinnaam wel gebruik mag maken van de term city spa mits zij daarbij voldoende afstand houdt van de handels- en domeinnaam van [ Y ].

De vijftiende grief van de Zwaluwhoeve slaagt dus evenmin als de derde grief van [ Y ].

3.8 De principale grieven 14 en 17 hebben betrekking op het petitum van [ Y ] in eerste aanleg en het dictum voor zover het de gegeven verboden betreft (rechtsoverwegingen 5.1–5.3). Met haar gewijzigde eis in hoger beroep keert ook [ Y ] zich in incidenteel appel tegen die rechtsoverwegingen. Haar eis komt er, kort samengevat, op neer dat de Zwaluwhoeve helemaal geen gebruik mag maken van de term city spa (hoe ook geschreven), noch in haar handelsnaam noch in haar domeinnamen. Bovendien houdt de gewijzigde eis in (i) dat de verboden onder 5.2 en 5.3 ook ten laste van appellante sub 1 zullen gelden en (ii) een vermindering van het bereik van het verbod onder 5.1 tot 5 km buiten de ringweg om Amsterdam. Het hof acht dit in zoverre beperkte territoriumverbod niet te ruim, zodat de principale grief 17 in zoverre faalt. Deze vermindering van eis in incidenteel appel zal worden toegewezen als hierna te doen.

Verder had volgens de Zwaluwhoeve de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 5.1 niet de aanduiding “naam” maar “handelsnaam” moeten gebruiken. Die opvatting is niet juist. De voorzieningenrechter heeft de algemene term naam gebruikt omdat zij de Zwaluwhoeve zowel verbiedt de naam City Spa als de handelsnaam City Spa Amsterdam te gebruiken.

Evenals de voorzieningenrechter acht het hof niet uitgesloten dat zich executiegeschillen kunnen voordoen. Dat hangt niet af van het gegeven verbod, maar van de ruimte die de Zwaluwhoeve moet worden gelaten om een andere handelsnaam en andere domeinnamen te kiezen. Deze, mogelijke, executieproblemen zijn het gevolg van de keuze die de Zwaluwhoeve zal maken ten aanzien van een nieuwe handelsnaam en nieuwe domeinnamen. Die keus valt buiten de huidige rechtsstrijd en de onzekere uitkomst daarvan is onvoldoende grond om het gegeven verbod geheel achterwege te laten. Anderzijds vloeit uit hetgeen het hof hiervoor onder 3.5-3.7 heeft overwogen voort dat er geen grond is om een volledig verbod van het gebruik van de term city spa toe te wijzen. De in incidenteel hoger beroep vermeerderde eis zal daarom in zoverre worden afgewezen. Wel zal het hof de veroordelingen onder 5.2 en 5.3 ook tegen appellante sub 1 toewijzen, omdat onbestreden is gebleven dat de Zwaluwhoeve bedoelde domeinnamen inmiddels aan deze heeft overgedragen.

3.9 De principale grief 18 en de incidentele grief IV hebben beide betrekking op de door de voorzieningenrechter in veroordeling 5.4 opgelegde dwangsommen. De Zwaluwhoeve acht deze te hoog en [ Y ] acht deze te laag. Gelet op de aard en de ondernemingen waar het hier om gaat neemt het hof aan dat er van de dwangsommen een voldoende en niet onevenredige prikkel uitgaat voor de Zwaluwhoeve om de veroordelingen na te leven. Daarom falen beide grieven.

3.10 De principale grief 16 ten slotte betreft de proceskostenveroordeling in de eerste aanleg. Gelet op de omstandigheid dat [ Y ] grotendeels in het gelijk is gesteld, de gevorderde verboden zijn toegewezen, heeft de voorzieningenrechter met juistheid de Zwaluwhoeve in de kosten veroordeeld. De voorzieningenrechter heeft deze kosten begroot met inachtneming van artikel 1019h Rv. Dat [ Y ] in eerste aanleg heeft opgemerkt dat niet meer dan € 6.000,-- van haar gevorderd kan worden ziet op de kosten van de Zwaluwhoeve als gedaagde. Nu [ Y ] in eerste aanleg eiseres was is aannemelijk dat zij meer dan deze kosten heeft gemaakt, zodat ook de zestiende grief van de Zwaluwhoeve tevergeefs is opgeworpen.

4. Slotsom en kosten

De principale grieven falen voor het overgrote deel. Ook de incidentele grieven falen grotendeels terwijl van de eis zoals in hoger beroep vermeerderd slecht een gering deel wordt toegewezen. Het hof ziet daarin aanleiding met betrekking tot het geding in hoger beroep ieder met de eigen kosten te belasten. Voor het overige zal het beslissen als hierna te doen.

5. Beslissing

Het hof:

in incidenteel beroep:

5.1 vernietigt veroordeling 5.1 van het vonnis waarvan beroep voor zover daarin is opgenomen “een straal van 25 kilometer vanaf de ringweg van Amsterdam” en, opnieuw rechtdoende, bepaalt dat bedoeld verbod geldt voor het gebied binnen de ringweg om Amsterdam (A10) en een zone met een breedte van 5 kilometer gemeten vanaf die ringweg;

5.2 verbiedt appellante sub 1 om vanaf één werkdag na betekening van dit arrest de domeinnamen www.cityspa amsterdam.nl, www.cityspa amsterdam.com en www.cityspa amsterdam.tv te gebruiken;

5.3 verstaat dat veroordeling 5.4 in het vonnis waarvan beroep ten aanzien van appellante sub 1 ook geldt met betrekking tot voormelde veroordeling;

5.4 verbiedt appellante sub 1 om de vanaf één werkdag na betekening van dit arrest de naam cityspa of cityspa Amsterdam (op welke wijze dan ook geschreven) in haar domeinnamen te gebruiken, tenzij zij deze domeinnamen voorziet van een toevoeging met voldoende onderscheidend vermogen ten opzichte van de domeinnaam www.cityspa.nl;

5.5 wijst af hetgeen [ Y ] in hoger beroep meer of anders heeft gevorderd;

5.6 verstaat dat de voorwaardelijke eis in hoger beroep niet is ingesteld;

in principaal en incidenteel beroep:

5.7 bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;

5.8 bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.9 verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Huijzer, mr. G.J. Visser en mr. N. van Lingen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 november 2010.