Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BP2973

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-04-2010
Datum publicatie
03-02-2011
Zaaknummer
200.015.771
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zie eindarrest LJN: BO4757

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknummer 200.015.771/01

27 april 2010

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de naamloze vennootschap LEVOB FINANCIERINGEN N.V.,

gevestigd te Amersfoort,

APPELLANTE,

advocaat: mr. J.A. Trimbach, te Hilversum,

t e g e n

[GEÏNTIMEERDE],

wonende te [W],

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, te Amsterdam.

Appellante zal hierna wederom worden aangeduid met Levob Financieringen en geïntimeerde met [Geïntimeerde].

1. Verder verloop van het geding in hoger beroep

1.1. Het hof heeft op 8 december 2009 een tussenarrest gewezen. Voor de loop van het geding tot genoemde datum verwijst het hof naar dit arrest.

1.2. Ter uitvoering van voornoemd tussenarrest hebben Levob Financieringen en [Geïntimeerde] op 12 januari 2010 een akte genomen.

1.3. Partijen hebben hierna andermaal de stukken aan het hof overgelegd voor het wijzen van arrest.

2. Verdere beoordeling van het hoger beroep

2.1. In het tussenarrest van 8 december 2009, waarbij wordt volhard, is in rechtsoverweging 4.9.5 overwogen dat het hof, alvorens verder op de grieven in te gaan, conform het door Levob Financieringen gedane bewijsaanbod (een) deskundige(n) zal benoemen tot het verrichten van een handschrift vergelijkend onderzoek.

2.2. In rechtsoverweging 4.13 heeft het hof overwogen dat de voorkeur van het hof er naar uitgaat dat als deskundige wordt benoemd mw. R. ter Kuile-Haller, verbonden aan het Forensisch Instituut te Rijswijk, waarna in rechtoverweging 4.14, kort samengevat, is bepaald dat partijen zich bij akte over de te benoemen deskundige(n) kunnen uitlaten, over de punten waaromtrent het oordeel van de deskundige(n) zal worden gevraagd – die in het tussenarrest onder 4.11 waren geformuleerd – alsmede over concrete vragen die partijen aan de deskundige(n) willen doen stellen.

2.3. [Geïntimeerde] heeft in de door haar genomen akte aangegeven, na geconstateerd te hebben dat het hof overeenkomstig het bewijsaanbod van Levob Financieringen heeft besloten een deskundige te benoemen, dat zij kan instemmen met de door het hof geformuleerde vraagstelling. Ook heeft zij aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de benoeming van mevrouw R. ter Kuile-Haller.

2.4. Levob Financieringen heeft in haar akte, kort samengevat, haar vordering op [Geïntimeerde] verminderd met het bedrag dat Levob Financieringen aan Gema heeft betaald, waardoor –

aldus Levob Financieringen - het hof thans in staat is het

subsidiair gevorderde te bespreken en ten aanzien daarvan een beslissing te geven. Levob Financieringen heeft daarnaast nadrukkelijk haar recht gehandhaafd om bij gehele of gedeeltelijke afwijzing van haar subsidiaire vordering een handschriftkundig onderzoek te laten verrichten, zodat vervolgens het primair gevorderde kan worden besproken.

2.5. Het hof zal, aangezien [Geïntimeerde] zich nog niet heeft kunnen uitlaten over hetgeen Levob Financieringen in haar akte naar voren heeft gebracht, [Geïntimeerde] in de gelegenheid stellen zich hierover bij akte uit te laten.

3. Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 25 mei 2010 teneinde [Geïntimeerde] in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over hetgeen hiervoor onder 2.5 is overwogen;

houdt overigens iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans,

S.Clement en C.C. Meijer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 april 2010 door de rolraadsheer.