Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BP2145

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-12-2010
Datum publicatie
26-01-2011
Zaaknummer
200.069.832/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de openbare verkoop van de in beslag genomen roerende zaken, aangezien door toedoen van de gerechtsdeurwaarder de verkoopopbrengst veel te gering is geweest. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet onjuist heeft gehandeld. Het hof vernietigt de bestreden beslissing van de kamer van toezicht en verklaart de klacht ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 28 december 2010 in de zaak onder nummer 200.069.832/01 GDW van:

[de gerechtsdeurwaarder],

toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [ ],

APPELLANT,

tegen

[klager]

wonende te [ ],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder: de gerechtsdeurwaarder, is bij een op 7 juli 2010 ter griffie ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 8 juni 2010, waarbij het verzet van geïntimeerde, verder: klager gegrond is verklaard, de beslissing van de voorzitter is vernietigd en de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder alsnog gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping.

1.2. Van de zijde van klaagster is op 19 augustus 2010 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 11 november 2010, alwaar klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

De gerechtsdeurwaarder heeft zich in opdracht van de advocaat van klaagster bezig gehouden met de incasso van achterstallige alimentatie (ad € 13.487,97) en te vervallen alimentatie (p.m.) inzake de verzorging en opvoeding van de kinderen van klaagster. Hij heeft de beschikkingen van de rechtbank Middelburg van 2 augustus 2006 respectievelijk 15 november 2006 en de beschikking van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 10 oktober 2007 geëxecuteerd en ten laste van de ex-echtgenoot van klaagster op 10 december 2008 beslag gelegd op diens roerende zaken, waaronder een aantal motorfietsen en motorkleding. Deze roerende zaken zijn in het openbaar op 28 juli 2009 verkocht voor de somma van € 160,00.

4. Het standpunt van klaagster

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de openbare verkoop van de in beslag genomen roerende zaken, aangezien door toedoen van de gerechtsdeurwaarder de verkoopopbrengst veel te gering is geweest.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1. De gerechtsdeurwaarder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

5.2. In zijn beroepschrift heeft de gerechtsdeurwaarder zich beklaagd over de gang van zaken in eerste aanleg omdat de kamer geen acht heeft geslagen op de door gerechtsdeurwaarder ingediende stukken, die hij tijdig vóór de zitting had ingediend, terwijl de kamer wél kennis heeft genomen van de luchtfoto van het stuk grond waarop de schuur waarin de motoren zich bevonden, stond. Klaagster heeft, blijkens het proces-verbaal, de foto tijdens de mondelinge behandeling bij de kamer overgelegd.

6. De beoordeling

6.1. Voor zover de gerechtsdeurwaarder bezwaar heeft gemaakt tegen de gang van zaken in eerste aanleg, in het bijzonder van het geen acht slaan door de kamer op de door hem ingediende stukken vóór de behandeling bij de kamer, terwijl klaagster wel een stuk heeft mogen overleggen tijdens die behandeling, behoeft dit bezwaar geen nadere bespreking, nu deze door hem gestelde tekortkoming tengevolge van de behandeling in hoger beroep is hersteld.

6.2. Aan het hof ligt thans de vraag voor of de gerechtdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het hof neemt daarbij het navolgende in overweging.

De gerechtsdeurwaarder heeft van de advocaat van klaagster de opdracht gekregen over te gaan tot openbare verkoop van de roerende zaken van de ex-echtgenoot van klaagster. De betrokken zaken waren opgeslagen bij [X jr], de accountant van klaagsters ex-echtgenoot, die aangaf op de dag van de verkoping niet zelf aanwezig te zullen zijn, maar ervoor te zorgen dat iemand aanwezig zou zijn zodat de aangekondigde verkoping doorgang zou kunnen vinden.

Op de dag van de verkoop op 28 juli 2009 is de gerechtsdeurwaarder naar [adres] gegaan. In de garage aldaar zouden de roerende zaken zich bevinden. Toen de gerechtsdeurwaarder na ongeveer vijfentwintig minuten gewaar werd dat de garage op slot was en er zich geen potentiële kopers hadden gemeld, is hij naar zijn kantoor teruggekeerd omdat hij vermoedde dat er sprake was van een misverstand en de betrokkene toch niet aanwezig was. Op kantoor had de gerechtsdeurwaarder telefonisch contact met de waarnemer van [X jr.], [X sr.] Op het terrein van [X jr.] bevonden zich de roerende zaken. [X sr.] Laatstgenoemde deelde de gerechtsdeurwaarder mee dat de roerende zaken zich niet bevonden in de garage, maar in de schuur daarachter. De schuur bevond zich achter een bossage. Ook deelde [X sr.] mee dat hij met de ex-echtgenoot en een aantal potentiële kopers zat te wachten op de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft zich vervolgens begeven naar de schuur met daarin de roerende zaken. Toen hij een bod kreeg op de roerende zaken heeft hij contact opgenomen met de waarnemer van de advocaat, waarna hij akkoord ging met het bod. Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de gerechtsdeurwaarder in dat verband betoogd dat hij geen instructie had meegekregen van zijn opdrachtgever vanaf welk bedrag hij een bod mocht accepteren. Vervolgens heeft de gerechtsdeurwaarder gesteld dat hij bij acceptatie van het bod het kostenaspect heeft laten meewegen van afgelasting van de openbare verkoop en het entameren van een eventuele nieuwe openbare verkoop dan wel het in gerechtelijke bewaring geven van de motorfietsen. De gerechtsdeurwaarder heeft deze afwegingen gemaakt omdat hij wist dat de ex-echtgenoot van klaagster het traject van de Schuldhulpverlening zou ingaan. In het belang van klaagster wilde hij de kosten niet te hoog op laten lopen. De gerechtsdeurwaarder heeft onbetwist gesteld dat de opbrengsten uit een openbare verkoop over het algemeen erg laag zijn en in deze situatie vermoedelijk niet eens kostendekkend zouden zijn. Mede daarom heeft de gerechtsdeurwaarder het bod geaccepteerd. De gerechtsdeurwaarder heeft de advocaat van klaagster bij brief van 14 september 2009 eveneens gewezen op de mogelijk lage opbrengst. Van de zijde van klaagster is op deze brief niet gereageerd.

6.3. Klaagster heeft zich op het standpunt gesteld dat de verkoop doorgestoken kaart is geweest, nu de moeder van haar ex-echtgenoot de roerende zaken heeft gekocht. Bovendien heeft zij er op gewezen aan de hand van een luchtfoto, die zij tijdens de mondelinge behandeling heeft overgelegd, dat de schuur achter de bossage goed zichtbaar is. Het had dan ook in de rede gelegen dat de gerechtsdeurwaarder rechtsreeks naar de schuur zou zijn gegaan in plaats van terug te keren naar zijn kantoor. Daardoor zijn er volgens haar mogelijk kopers weggelopen.

Wat er zij van klaagsters stelling dat de moeder van haar ex-echtgenoot de motoren heeft gekocht, tegenover het verweer van de gerechtsdeurwaarder dat hij kan bevestigen noch ontkennen dat sprake was van een stroman (zoals klaagster eerst had gesteld) en dat hem daarvan in ieder geval geen verwijt kan worden gemaakt, heeft klaagster niet aannemelijk kunnen maken dat de gerechtsdeurwaarder in dezen verwijtbaar heeft gehandeld. Het verweer van klaagster dat de gerechtsdeurwaarder de schuur duidelijk had kunnen zien en daarom had dienen door te lopen naar die schuur, treft evenmin doel. Het hof heeft aan de hand van de luchtfoto niet kunnen constateren dat de schuur voor de gerechtsdeurwaarder (duidelijk) zichtbaar was en dat de gerechtsdeurwaarder daarom had dienen door te lopen toen hij de eerste keer op het terrein kwam. Het hof laat daarbij meewegen dat de gerechtsdeurwaarder te horen had gekregen dat de zaken zich in de garage bevonden, zodat niet onbegrijpelijk is dat hij zijn aandacht daarop heeft gericht. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet onjuist heeft gehandeld. De klacht is ongegrond.

6.4. Nu het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de kamer kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven.

6.5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing, en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, M.W.E. Koopmann en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 28 december 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM 4

Beslissing van 8 juni 2010 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet met nummer 61.2010 ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klaagster,

tegen:

[ ],

toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

1. Verloop van de procedure

Bij beschikking van 29 december 2009 (zaaknummer 570.2009) heeft de voorzitter van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders (hierna: de voorzitter) beslist op een door klaagster tegen beklaagde ingediende klacht. Bij brief van 13 januari 2010 is klaagster een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden. Op 26 januari 2010 heeft klaagster tegen de beslissing van de voorzitter verzet ingesteld. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 27 april 2010 waarbij klaagster is verschenen. De gerechtsdeurwaarder heeft bij brief ingekomen op 26 april 2010 laten weten niet te zullen verschijnen. In deze brief met producties heeft de gerechtsdeurwaarder zijn standpunt ten aanzien van het verzet nader toegelicht. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 8 juni 2010.

2. De gronden van het verzet

In verzet heeft klaagster samengevat aangevoerd dat zij het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. Het is wel degelijk aan de gerechtsdeurwaarder te wijten dat de opbrengst van de openbare verkoop veel te gering is geweest. Op het geplande tijdstip van de verkoop, 28 juli 2009 om 14:00 uur, bevonden de beslagen motoren zich achter het woonhuis in een schuur. De constatering van de gerechtsdeurwaarder dat hij deze schuur niet kon zien en dat zich op het terrein alleen een woonhuis met losse garage bevonden is niet juist. Op het terrein bevindt zich bijvoorbeeld ook een caravanstalling en er lopen wel meer mensen rond. De gerechtsdeurwaarder had dus enig onderzoek behoren te doen, alvorens hij besloot om de verkoop niet te laten plaatsvinden om 14:00 uur en hij onverrichter zake naar zijn kantoor terugkeerde. Klaagster heeft ter zitting een Google luchtfoto getoond van de situatie ter plaatse.

De gerechtsdeurwaarder had in ieder geval niet zonder meer de verkoop alsnog moeten laten doorgaan na ongeveer een uur, omdat daardoor de kans bestond dat eventueel aanvankelijk aanwezige gegadigden toen niet meer aanwezig waren en de opbrengst daardoor lager zou uitvallen.

3. De ontvankelijkheid van het verzet.

Klaagster heeft het verzet tegen voormelde beslissing van de voorzitter ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in haar verzet kan worden ontvangen.

4. De inleidende klacht

Klaagster verweet de gerechtsdeurwaarder, kort samengevat dat deze onzorgvuldig heeft gehandeld bij een openbare verkoop van in beslag genomen zaken. Volgens klaagster is het aan de gerechtsdeurwaarder te wijten dat de verkoopopbrengst veel te gering is geweest.

5. De beslissing van de voorzitter

De voorzitter heeft geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarder niet in strijd heeft gehandeld met de tuchtrechtelijke norm. De voorzitter was van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

6.1 Klaagster heeft in haar verzetschrift het verweer van de gerechtsdeurwaarder weersproken dan wel in een ander daglicht gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting geen nadere toelichting gegeven. Zijn schriftelijke toelichting is te laat ingediend, zodat daar geen acht op geslagen kan worden. De Kamer acht het verzet daarom gegrond.

6.2 De Kamer acht de klacht voorts gegrond. De gerechtsdeurwaarder had de verkoop ook kunnen afgelasten of had kunnen besluiten de motoren in gerechtelijke bewaring te geven. De gerechtsdeurwaarder heeft dit niet toegelicht. Ook wekt zijn mededeling bevreemding dat de uiteindelijke gegadigden reeds waren gearriveerd op het tijdstip dat hij aanvankelijk is aangekomen, namelijk om 13:45 uur en zich ten tijde van de verkoop nog in de schuur bevonden. De gang van zaken wekt de indruk dat de gerechtsdeurwaarder zich onvoldoende heeft ingespannen om ervoor te waken dat voldoende gegadigden aanwezig zouden zijn en een behoorlijke verkoopopbrengst te behalen zou zijn.

6.3 De Kamer ziet aanleiding tot het opleggen van na te noemen maatregel.

6.4 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt de beslissing van de voorzitter;

- verklaart de klacht gegrond;

- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. H.C. Hoogeveen, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H. Dubois en mr. A.C.J.J.M. Seuren (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni 2010 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.