Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9047

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
28-12-2010
Zaaknummer
200.056.286/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof stelt voorop dat de redactie van artikel 13 lid 8 van de onderhavige huwelijkse voorwaarden niet ondubbelzinnig is. Naar het oordeel van het hof had de notaris niet zonder nader onderzoek mogen komen tot de door haar aan de bepaling gegeven – strikte – uitleg. De wijze waarop bedoelde bepaling is geformuleerd sluit immers geenszins uit dat partijen ook in een situatie waarin een echtscheiding nog niet is uitgesproken maar de echtscheidingsprocedure wel in gang is gezet, artikel 13 lid 8 van de huwelijkse voorwaarden van toepassing hebben willen doen zijn. Dat het in casu niet om de echtelijke woning ging en derhalve artikel 1:88 lid 1 onder a BW niet van toepassing is, doet daaraan niet af.

Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel, anders dan de kamer, dat de klacht gegrond is. Het hof acht bovendien termen aanwezig tot het opleggen van de maatregel van waarschuwing.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 88
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2011/31
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 9 november 2010 in de zaak onder nummer 200.056.286/01 NOT van:

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

APPELLANT,

gemachtigde: mr. A.A.E. Ferdinandusse,

tegen

[de notaris],

notaris te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. J.M.A.H. van der Ploeg.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof is op 4 februari 2010 van de zijde van appellant, hierna klager, een verzoekschrift – met één bijlage – ingekomen, waarbij hij tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Zwolle - Lelystad, hierna de kamer, van 7 januari 2010, waarbij de kamer de klacht tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond heeft verklaard.

1.2. Van de zijde van de notaris is op 23 maart 2010 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 8 juli 2010.

Klager, de notaris en hun gemachtigden zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd, de beide gemachtigden aan de hand van pleitnotities.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

Klager verwijt de notaris het volgende.

De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door het transport van de woning aan de [adres] te laten plaatsvinden zonder de schriftelijke toestemming van klager. Deze gang van zaken is in strijd is met artikel 13 lid 8 van de huwelijkse voorwaarden waaronder klager en diens (voormalige) echtgenote waren gehuwd. Weliswaar is de formulering van genoemd artikel niet duidelijk, doch de notaris heeft de bedoeling van het artikel niet in acht genomen en er een onjuiste uitleg aan gegeven, aldus klager.

Door het verlijden van de hypotheekakte op […] in verband met de (aan)koop van een andere woning door klager wist de notaris van de (aanstaande) scheiding van klager en zijn (voormalige) echtgenote. Toen klagers (voormalige) echtgenote de notaris verzocht zorg te dragen voor de overdracht van de woning had de notaris zich dan ook tot klager moeten wenden ten einde diens schriftelijke toestemming te verkrijgen.

5. Het standpunt van de notaris

De notaris heeft de stellingen van klager betwist en stelt te hebben onderzocht wat de bevoegdheden van de (voormalige) echtgenote van klager ter zake van het ten processe bedoelde onroerend goed waren. Gelet op het bepaalde in artikel 13 lid 8 van de huwelijkse voorwaarden en gelet op artikel 1:88 lid 1 BW is de notaris tot het oordeel gekomen dat de (voormalige) echtgenote van klager bevoegd was tot vervreemding van de woning zonder klagers schriftelijke toestemming. Klager en zijn (voormalige) echtgenote waren immers nog met elkaar gehuwd en (ook) niet van tafel en bed gescheiden. De notaris stelt het huwelijksgoederenregister te hebben geraadpleegd en kreeg bevestiging dat er geen beschikking was ingeschreven. De notaris kon dan ook niet toekomen aan de toepassing van artikel 13 lid 8 van de huwelijkse voorwaarden.

6. De beoordeling

6.1. Het hof stelt voorop dat de redactie van artikel 13 lid 8 van de onderhavige huwelijkse voorwaarden niet ondubbelzinnig is. De notaris heeft naar voren gebracht dat zij het artikel letterlijk heeft geïnterpreteerd in die zin dat het toestemmingsvereiste alleen geldt indien juridisch gezien sprake is van een echtscheiding of scheiding van tafel en bed.

6.2. Naar het oordeel van het hof had de notaris, gelet op het feit dat de redactie van artikel 13 lid 8 van de huwelijkse voorwaarden niet duidelijk is en de notaris op de hoogte was van de situatie waarin klager en zijn (toen nog) echtgenote verkeerden, niet zonder nader onderzoek mogen komen tot de door haar aan de bepaling gegeven – strikte – uitleg, in welk verband wordt overwogen dat de notaris onderzoek had dienen te verrichten naar de bedoeling van partijen. De wijze waarop bedoelde bepaling is geformuleerd sluit immers geenszins uit dat partijen ook in een situatie waarin een echtscheiding nog niet is uitgesproken maar de echtscheidingsprocedure wel in gang is gezet, artikel 13 lid 8 van de huwelijkse voorwaarden van toepassing hebben willen doen zijn. Dat het in casu niet om de echtelijke woning ging - niet in geschil is immers dat de ten processe bedoelde woning een beleggingsobject was - en derhalve artikel 1:88 lid 1 onder a BW niet van toepassing is, doet daaraan niet af.

6.3. Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel, anders dan de kamer, dat de klacht gegrond is. Het hof acht bovendien termen aanwezig tot het opleggen van de maatregel van waarschuwing.

6.4. Hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.5. Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing, en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht gegrond;

- legt de notaris de maatregel van waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, S. Clement en P. Blokland en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 9 november 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN

KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT

ZWOLLE-LELYSTAD

Nummer : 20091009

Datum : 7 januari 2010.

B E S L I S S I N G

op de klacht van

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

gemachtigde mr. A.A.E. Ferdinandusse.

tegen

[de notaris],

notaris ter standplaats [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: de notaris,

gemachtigde: mr. J.M.A.H. van der Ploeg.

1. Het verloop van de procedure

Dit blijkt uit de volgende bescheiden:

- de klachtbrief, met bijlagen van 15 september 2009;

- het verweerschrift van 10 november 2009 met bijlagen.

Vervolgens heeft de Kamer van Toezicht de klacht behandeld ter zitting van 10 december 2009 alwaar klager met zijn gemachtigde en de notaris met haar gemachtigde zijn verschenen.

2. De feiten

Klager en [X] zijn gehuwd op [datum]. De echtelijke woning stond aan de [adres]. De eigendom ervan berustte volledig bij [X].

Op 19 januari 2003 hebben klager en [X] een wijziging in hun huwelijks voorwaarden laten doorvoeren door het kantoor van de notaris. In artikel 13, achtste lid, is kort weergegeven bepaald dat in geval van echtscheiding, vervreemding van vermogensbestanddelen gedurende de periode dat nog niet is verrekend, de schriftelijke toestemming van de andere echtgenoot is vereist.

In 2006 is gebleken dat het huwelijk tussen klager en [X] duurzaam ontwricht was. Klager heeft zijn aanstaande scheiding op [datum] met de notaris besproken. In verband met de koop door klager van de woning aan [adres] heeft de notaris op [datum] een hypotheekakte verleden. In deze akte heeft de notaris in de slotverklaring opgenomen dat de schuldenaar (lees: klager) het registergoed waarop de akte betrekking heeft alleen zal bewonen en derhalve niet samen met zijn echtgenote.

[X] heeft de echtelijke woning verkocht. De overdracht van de woning heeft plaats gevonden op [datum]. Klager woonde toen in de woning aan [adres].

Door de rechtbank Zwolle-Lelystad is op [datum] de echtscheiding uitgesproken tussen klager en [X]. De beschikking is op [datum] in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente […] geplaatst.

3. De klacht

Klager verwijt de notaris dat zij niet zorgvuldig heeft gehandeld, omdat de verkoop van de woning aan de [adres] zonder de schriftelijke toestemming van klager in strijd is met artikel 13, achtste lid van de huwelijksvoorwaarden. Het gevolg van de verkoop is dat klager is geschaad in zijn vermogenspositie.

De notaris wist, door het verlijden van de hypotheekakte op [datum], van de (aanstaande) scheiding tussen klager en [X]. Toen [X] zich tot haar wendde voor het transport van de woning aan de [adres] had zij er derhalve voor moeten zorgen dat schriftelijk toestemming aan klager zou worden gevraagd. Nu zij dat heeft nagelaten heeft zij gehandeld in strijd met de zorg die de notaris ten opzichte van [klager] had moeten betrachten.

4. Het standpunt van de notaris

De notaris is van mening dat zij niet in strijd met artikel 98 Wna heeft gehandeld en verwerpt de klacht. De notaris heeft de bevoegdheid van [X] onderzocht en heeft gelet op het bepaalde in artikel 13, achtste lid van de huwelijks voorwaarden en artikel 1:88, eerste lid Burgerlijk Wetboek tot haar oordeel kunnen geraken dat zij bevoegd was tot vervreemding van de woning.

5. De beoordeling en de gronden daarvoor

Op grond van artikel 98, eerste lid Wet op het notarisambt (WNA) is een notaris, kort weergegeven, aan tuchtrecht onderworpen terzake van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die hij als notaris dient te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt en terzake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

Ter zitting heeft klager aanvullend betoogd dat de redactie van artikel 13, achtste lid van de huwelijks voorwaarden, niet duidelijk is. Omdat de notaris wist dat klager en [X] feitelijk gescheiden waren had zij, alvorens tot het passeren van de transportakte ten behoeve van de verkoop van de echtelijke woning over te gaan moeten nagaan of klager daarvoor zijn toestemming had gegeven.

Dit standpunt volgt de Kamer niet, nu uit artikel 13, achtste lid van de huwelijks voorwaarden onomstotelijk blijkt dat toepassing daarvan afhankelijk is van de vraag of juridisch gezien sprake is van een scheiding van tafel en bed of van een echtscheiding. Daarvan was op [datum] geen sprake. Dat heeft de notaris onderzocht. Daarmee heeft de notaris de vereiste zorg betracht en treft haar geen verwijt. De klacht is gelet hierop ongegrond.

6. De beslissing

De Kamer van Toezicht:

- verklaart de klacht ongegrond;

Aldus beslist door de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement Zwolle, bestaande uit mrs. R.S. Croll, voorzitter, A.H. Canté, T.van Dijk, M.J.J. Procee-Geelhoed en W.R. Bruinink, leden, en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2010, in tegenwoordigheid van mr. G.A. Genee als secretaris.