Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6896

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
10-12-2010
Zaaknummer
200.069.321/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bekrachtigt de bestreden beslissing van de kamer van toezicht. Het hof kan geen kennis nemen van klachten die voor het eerst in hoger beroep naar voren worden gebracht. Nu klagers thans in hoger beroep voor het eerst ook klagen over de wijze waarop de notaris klagers heeft bejegend, zal het hof om die reden niet tot behandeling van deze klacht overgaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 9 november 2010 in de zaak onder nummer 200.069.321/01 NOT van:

[klaagster],

wonende te [plaatsnaam],

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

APPELLANTEN,

Tegen

[de notaris],

notaris te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. J.M.A.H. van der Ploeg.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Namens appellanten, verder klagers, is bij een op 24 juni 2010 ter griffie ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen, verder de kamer, van 26 mei 2010, waarbij de klacht tegen geïntimeerde, verder de notaris ongegrond is verklaard.

1.2. Van de zijde van de notaris is op 27 augustus 2010 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 september 2010, alwaar klagers zijn verschenen en de notaris vergezeld van zijn gemachtigde. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben de juistheid van de door de kamer vastgestelde feiten niet betwist, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4. De standpunten van partijen

De wederzijdse standpunten blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5. De beoordeling van de klacht

5.1. In zijn algemeenheid kan het hof geen kennis nemen van klachten die voor het eerst in hoger beroep naar voren worden gebracht. Nu klagers thans in hoger beroep voor het eerst ook klagen over de wijze waarop de notaris klagers heeft bejegend, zal het hof om die reden niet tot behandeling van deze klacht overgaan.

5.2. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen omtrent de klacht dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.Bockwinkel en G. Kleykamp-Van der Ben en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2010 door de rolraadsheer.

Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen

Beslissing van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen, gegeven op de klacht van:

[klaagster],

wonende te [plaatsnaam],

hierna: klaagster,

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

hierna: klager,

tegen

[de notaris],

notaris te [plaatsnaam],

hierna: de notaris,

gemachtigde: mr. J.M.A.H. van der Ploeg

OVERWEGINGEN

1. De procedure

1.1. Bij brief van 22 november 2009 heeft klager, mede namens klaagster, een klacht ingediend tegen de notaris.

1.2. Bij schrijven van 20 januari 2010 heeft de notaris zijn reactie op de klacht gegeven.

1.3 Klager heeft bij brief van 20 februari 2010 en klaagster heeft bij brief van 22 februari 2010 gereageerd op de reactie van de notaris.

1.4 De notaris heeft bij brief van 9 april 2010 gereageerd op de brieven van klagers.

1.5 De behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van de Kamer van Toezicht van 14 april 2010. Klagers alsook de notaris en zijn gemachtigde zijn daarbij verschenen.

2. De feiten

Klagers zijn de tante respectievelijk de neef van de heer [A], die op 16 mei 2009 is overleden. Nadat hij daartoe door andere familieleden van de heer [A] was benaderd is de notaris op zijn verzoek bij beschikking van 20 mei 2009 door de rechtbank Assen benoemd tot vereffenaar over de nalatenschap. Bij beschikking van 3 september 2009 heeft de kantonrechter van de rechtbank Assen op verzoek van de notaris hem ontslagen van de verplichting om de erfgenamen op te sporen alsmede is de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de heer [A] bevolen.

3. De klacht

Klagers zijn van mening dat de notaris de eer en goede naam van de heer [A] in zijn woonplaats Gieten heeft aangetast door direct na zijn overlijden aan derden te berichten dat de heer [A] grote schulden had.

Voorts menen klagers, onder verwijzing naar een recente erfenis die de heer [A] heeft ontvangen, dat de notaris een onjuiste voorstelling heeft gegeven van de vermogenspositie van de heer [A] en dat de notaris ten onrechte weigert zijn stelling te onderbouwen dat de nalatenschap van de heer [A] negatief is.

Ten slotte vinden klagers dat de notaris hen onvoldoende heeft geïnformeerd met betrekking tot de nalatenschap.

4. Het verweer

De notaris bestrijdt dat hij aan derden mededelingen heeft gedaan over de financiële situatie van de heer [A]. Hij stelt slechts in de uitoefening van zijn taak als vereffenaar aan belanghebbenden, waaronder klaagster, te hebben meegedeeld dat er, voor zover hij op dat moment kon nagaan, meer schulden dan baten waren.

Voorts staat voor de notaris, zonder aanwezigheid van een verklaring van erfrecht, niet vast dat klaagster erfgenaam is van de heer [A], zodat hij gelet op zijn functie terughoudend moet zijn met de verstrekking van informatie over de nalatenschap.

In verband met het feit dat formeel niet is vastgesteld dat klaagster erfgenaam is meent de notaris dat hij klagers terecht niet meer informatie over de afwikkeling van de nalatenschap heeft gegeven.

De notaris is van mening dat hij klagers, gegeven de omstandigheden, steeds op volledige en correcte wijze informatie heeft gegeven over de mogelijkheden die zij hebben.

5. Beoordeling

5.1 De Kamer ziet zich gesteld voor de vraag of de notaris tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld.

5.2 Ingevolge artikel 98, eerste lid, van de Wet op het notarisambt zijn notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als notarissen of kandidaat-notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

5.3 De Kamer stelt in de eerste plaats vast, mede gelet op het behandelde ter zitting, dat de klacht geen betrekking heeft op de bejegening door de notaris en dat deze bejegening derhalve geen onderwerp van geschil is. De Kamer overweegt dat de klacht met name betrekking heeft op de informatievoorziening door de notaris, zowel richting derden als richting klagers. Dienaangaande overweegt de Kamer als volgt.

5.4 De notaris heeft ter zitting verklaard dat hij na het overlijden van de heer [A] door familieleden van klagers is ingeschakeld. De notaris heeft zich laten benoemen tot vereffenaar. Het behoort tot de taak van de notaris om de direct belanghebbenden te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de nalatenschap. Hierbij is van belang dat belanghebbenden moeten weten dat zij door aanvaarding van de nalatenschap dan wel het verrichten van daden van aanvaarding aansprakelijk kunnen worden gesteld voor eventuele schulden van de erflater. De Kamer merkt in dit kader op dat de notaris heeft verklaard dat hij de begrafenisondernemer alsmede enkele vermoedelijke erfgenamen, die hem na het overlijden hadden benaderd, heeft geïnformeerd dat de het saldo van de nalatenschap van de heer [A] naar alle waarschijnlijkheid negatief was. De Kamer is van oordeel dat deze mededeling van de notaris aan de direct betrokkenen moet worden opgevat als een zakelijke mededeling in de uitoefening van zijn functie en dat klagers geenszins aannemelijk hebben gemaakt dat de notaris met deze mededeling aan de direct betrokkenen de eer en goede naam van de heer [A] in het dorp heeft aangetast.

5.5 Vooropgesteld dat de Kamer het begrijpelijk acht dat klagers, gelet op hun weergave van de levensstijl van de heer [A] en hun informatie dat de heer [A] nog niet lang geleden een erfenis had ontvangen, na het overlijden van de heer [A] als ook thans nadere informatie over de inhoud van de nalatenschap van de heer [A] wens(t)en, wijst de Kamer op de volgende uitgangspunten. Een notaris mag in beginsel slechts aan de erfgenamen bedoelde nadere informatie verstrekken over een nalatenschap. Voorts geldt dat enkel uit een daartoe strekkende en door een notaris opgestelde verklaring van erfrecht kan blijken wie de erfgenamen in een nalatenschap zijn.

5.6 Naar het oordeel van de Kamer volgt uit het dossier en het verhandelde ter zitting genoegzaam dat de notaris, gegeven zijn geheimhoudingsplicht en de daaruit voortvloeiende beperkingen, bereid is geweest om klagers zoveel mogelijk te informeren over de nalatenschap van de heer [A]. De terughoudende opstelling die de notaris hierbij heeft aangenomen acht de Kamer zondermeer terecht. In de eerste plaats betrekt de Kamer hierbij dat niet in geschil is dat klaagster geen verklaring van erfrecht heeft overgelegd als hiervoor bedoeld. Hieruit volgt dat klaagster formeel niet als erfgenaam kan worden aangemerkt en de notaris als gevolg daarvan niet gerechtigd was om haar meer te informeren over de inhoud van de nalatenschap dan hij heeft gedaan. De Kamer wijst er in dit verband op dat klaagster er voor had kunnen kiezen om op eigen kosten een verklaring van erfrecht te laten opstellen en deze te overleggen. In dat geval had de notaris haar wel volledig kunnen en moeten informeren over de kosten en baten van de nalatenschap. Voorts overweegt de Kamer dat er, gelet op het grote aantal potentiële erfgenamen, voor de notaris reden was om, binnen de hem gegeven beperkte mogelijkheden, voorzichtigheid te betrachten ten aanzien van het nader informeren van slechts één van de vermoedelijke erfgenamen, in casu klaagster. Gelet op het voorgaande is de Kamer van oordeel dat er geen grond is voor de beleving van klagers dat de notaris onjuiste informatie heeft verstrekt en informatie heeft achtergehouden.

5.7 Gelet op het voorgaande zal de Kamer de klacht ongegrond verklaren.

BESLISSING

De Kamer van Toezicht verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven te Assen op 26 mei 2010 door mr. P.J. Duinkerken, voorzitter, mrs. M.C.D. Boon-Niks en J.F.H. de Jong Posthumus, leden, mrs. N.Th. Vink en J. Tillema, plaatsvervangend leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, secretaris, en door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

mr. M.J.C. ten Hoopen, mr. P.J. Duinkerken,

secretaris. voorzitter.

Binnen dertig dagen na de dag van verzending van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.