Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4430

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
18-11-2010
Zaaknummer
200.073.179/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-tijdig hoger beroep. Niet verschoonbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[appellant],

handelende onder de naam

ISRAËLISCHE GRILLROOM ’HAVA NAGILLA’,

wonend te Amsterdam,

APPELLANT,

advocaat: mr. L.C. Kranendonk, te Amsterdam,

t e g e n

[geïntimeerde],

wonend te Amstelveen,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. A.L. Cohen, te Amstelveen.

1. Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 26 augustus 2010 is appellant in hoger beroep gekomen van een vonnis van de ¬rechtbank Amsterdam van 7 juli 2010, in deze zaak onder num¬mer KK 10-646 tussen partijen in kort geding gewezen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.

Bij rolbeslissing van 15 september 2010 is appellant in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep.

Appellant heeft een akte genomen.

Geïntimeerde heeft bij akte geantwoord.

Arrest is bepaald op heden.

2. Ontvankelijkheid

2.1 Het exploot van dagvaarding in hoger beroep is niet uitgebracht binnen de in artikel 339 lid 2 Rv voorgeschreven beroepstermijn van vier weken. Dat brengt mee dat appellant niet kan worden ontvangen in het hoger beroep. De door appellant gestelde omstandigheid dat hij eerst op 11 augustus 2010 met het vonnis bekend is geworden, brengt daarin geen verandering. Vaste rechtspraak is dat in het belang van een goede rechtspleging omtrent het tijdstip waarop een termijn voor het instellen van hoger beroep of cassatie aanvangt en eindigt, duidelijkheid dient te bestaan en dat strikt de hand moet worden gehouden aan de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel (HR 24 april 2009, LJN BH3192). Er is onvoldoende zwaarwegende grond om in dit geval de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar te achten, mede in aanmerking genomen dat onvoldoende is gesteld of gebleken om aan te nemen dat appellant niet eerder van het vonnis kennis had kunnen nemen en, zo dit het geval was, hij bovendien niet onverwijld na 11 augustus 2010 – immers eerst op 26 augustus 2010 – hoger beroep heeft ingesteld.

2.2 De kosten van het hoger beroep komen ten laste van appellant omdat hij is aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij.

3. Beslissing

Het hof:

verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

verwijst appellant in de proceskosten van het hoger beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van geïntimeerde gevallen, op € 263,- voor verschotten en op

€ 894,- voor salaris van de advocaat, op de voet van artikel 243 Rv te betalen aan de griffier van dit hof.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, R.J.M. Smit en D.J. van der Kwaak en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 16 november 2010.