Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4200

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
200.059.338/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing algemene voorwaarden. Telefoonabonnementen. Geen onredelijk bezwarend beding. Schadebegroting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LINDORFF PURCHASE B.V.,

gevestigd te Zwolle,

APPELLANTE,

advocaat: mr. G.E.J. Kornet, te Zwolle,

t e g e n

[geïntimeerde],

wonend te Zaandam, gemeente Zaanstad,

GEÏNTIMEERDE,

niet verschenen.

1. Het geding in hoger beroep

Bij dagvaarding van 3 maart 2010 is appellante in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Zaandam (hierna: de kantonrechter) van 28 januari 2010, in deze zaak onder zaak-/rolnummer 443530 CV EXPL 09-7233 bij verstek gewezen tussen haar als eiseres en geïntimeerde gedaagde.

Tegen geïntimeerde is verstek verleend.

Appellante heeft een memorie van grieven, met producties, genomen en geconcludeerd zoals in die memorie is vermeld.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2. Grieven

Voor de grieven verwijst het hof naar de desbetreffende memorie.

3. Beoordeling

3.1 Appellante heeft kort gezegd de volgende feiten aan haar vordering ten grondslag gelegd:

3.1.1 Geïntimeerde heeft op 7 januari 2005 een overeenkomst gesloten met T-Mobile Netherlands B.V. (hierna: T-Mobile) met betrekking tot het gebruik van het mobiele telecommunicatie-netwerk van T-Mobile. De overeenkomst is diverse malen verlengd, met een duur tot en met 13 maart 2011.

3.1.2 Op de overeenkomsten zijn de Algemene Voorwaarden van T-Mobile van toepassing. Die voorwaarden luiden, voor zover hier van belang:

’11.3 Indien T-Mobile vaststelt dat de Klant binnen een periode van 14 dagen na daartoe door T-Mobile schriftelijk te zijn verzocht zijn/haar verplichtingen niet alsnog is nagekomen, dan kan T-Mobile de Overeenkomst beëindigen, waarbij de aanspraken van de Klant jegens T-Mobile komen te vervallen. De Klant is aansprakelijk voor alle schade, waaronder gederfde inkomsten, die T-Mobile lijdt als gevolg van de tekortkoming van de Klant en de daaropvolgende ontbinding van de Overeenkomst.’

3.1.3 Aan geïntimeerde zijn ingevolge de gesloten overeenkomst meerdere telefoontoestellen (Nokia N95) ter beschikking gesteld.

3.1.4 Geïntimeerde is zijn uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen niet nagekomen.

3.1.5 De overeenkomst is ontbonden op 19 juni 2009.

3.1.6 De vorderingsrechten van T-Mobile zijn overgedragen aan appellante.

3.2 Appellante heeft bij inleidende dagvaarding, toegelicht bij akte, de betaling gevorderd van € 2.804,37, met rente,

te weten:

- € 2.328,59 voor niet-betaalde factuurbedragen, waaronder een vergoeding van € 1.455,33 (inclusief BTW) voor de gederfde inkomsten over de periode van de datum van ontbinding van de overeenkomsten tot de datum waarop de overeenkomsten hadden behoren te eindigen, te vermeerderen met de overeengekomen rente van één procent per maand vanaf de dag van dagvaarding,

- € 118,78 voor de bij dagvaarding reeds verschenen overeengekomen rente,

- € 357,- voor buitengerechtelijke incassokosten,

met kosten.

3.3 Bij het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter, gelet op de verplichting tot ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden op onredelijk bezwarende bedingen, de gevorderde schadevergoeding van € 1.455,33 (inclusief BTW) gematigd tot € 72,50. De buitengerechtelijke incassokosten heeft de kantonrechter bepaald op € 150,-. De kantonrechter heeft geïntimeerde veroordeeld tot betaling van € 1.110,75, met rente en onder compensatie van kosten.

3.4 Met grief 1 komt appellante op tegen het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding en tegen de op grond daarvan toegepaste matiging van de schadevergoeding. Appellante voert daartoe onder meer aan dat geïntimeerde de vordering heeft erkend, althans niet weersproken, en dat de gevorderde schadevergoeding redelijk is.

3.5 Het hof stelt voorop dat de vordering van appellante tot betaling van schadevergoeding kennelijk is gegrond op het bepaalde in artikel 11.3 van de Algemene Voorwaarden.

Dat artikel bepaalt dat geïntimeerde in geval van, kort gezegd, een tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst, gevolgd door ontbinding, gehouden is de schade van appellante te vergoeden. Er is gelet ook op de artikelen 6:74 en 6:277 BW geen aanleiding om dat artikel aan te merken als een onredelijk bezwarend beding. Het gaat in deze zaak dan ook niet om de ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden, maar om de begroting van de schade.

3.6 De schade over de periode vanaf de ontbinding van de overeenkomst tot de dag waarop de overeenkomst had behoren te eindigen, heeft appellante begroot op het bedrag van de gederfde maandtermijnen. Het hof acht deze begroting correct en in overeenstemming met de toepasselijke rechtsregels, temeer omdat in die termijnen een vergoeding is begrepen voor het ter beschikking gestelde telefoontoestel en de kosten van instandhouding van het telecommunicatienetwerk. Voor begroting op een lager bedrag of voor matiging is onvoldoende grond.

De grief slaagt.

3.7 Grief 2 betreft de compensatie van de kosten in eerste aanleg. Het slagen van grief 1 brengt mee dat ook deze grief doel treft.

3.8 De conclusie is dat het vonnis waarvan beroep niet in stand kan blijven. Het hof zal dat vonnis – omwille van de duidelijkheid in zijn geheel - vernietigen en de vordering van appellante alsnog toewijzen, met dien verstande dat de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten gehandhaafd blijft op het door de kantonrechter bepaalde bedrag van € 150,-, nu appellante daartegen geen grief heeft gericht.

4. Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt – uitvoerbaar bij voorraad – geïntimeerde tot betaling aan appellante van € 2.597,37, te vermeerderen met de overeengekomen rente van één procent per maand over € 2.328,59 vanaf 1 oktober 2009 tot de dag van betaling;

verwijst – uitvoerbaar bij voorraad - geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van appellante gevallen,

- in eerste aanleg op € 298,15 voor verschotten en op € 175,- voor salaris van de gemachtigde,

- in hoger beroep op € 336,89 voor verschotten en op € 632,-voor salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en A. Rutten-Roos en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 3 augustus 2010.