Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4102

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-04-2010
Datum publicatie
29-10-2010
Zaaknummer
200.007.928-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

UWV was bevoegd tot verrekening van creditnota met openstaande premieschuld. Niet meer in mindering brengen op volgens schikking nog te betalen premiebedrag. Redelijke uitleg betalingsregeling, niet alleen zuiver taalkundig, maar mede naar verwachtingen en omstandigheden.

Wetsverwijzingen
Coördinatiewet Sociale Verzekering
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ZESDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,

gevestigd te Amsterdam,

APPELLANT,

advocaat: mr. C.B. Vreede te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A. HAK NOORD-OOST B.V., voorheen A. Hak Services B.V.,

gevestigd te Tricht, gemeente Geldermalsen,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. A.S. Rueb te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna UWV en Hak Services genoemd.

Bij dagvaarding van 9 mei 2008 is UWV in hoger beroep gekomen van het vonnis van 13 februari 2008 van de rechtbank Amsterdam, in deze zaak onder nummer 375468/HA ZA 07-2045 gewezen tussen UWV als eiser en Hak Services als gedaagde.

UWV heeft bij memorie zes grieven aangevoerd, bewijs aangeboden, producties in het geding gebracht en geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest, de oorspronkelijke vorderingen van Hak Services alsnog zal afwijzen en Hak Services zal veroordelen tot terugbetaling binnen zeven dagen na de datum van het arrest van het op basis van het bestreden vonnis door UWV betaalde bedrag, met veroordeling van Hak Services in de kosten van beide instanties, deze proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het arrest.

Bij memorie van antwoord heeft Hak Services de grieven bestreden, bewijs aangeboden, een productie in het geding gebracht en geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van UWV in de kosten van (naar het hof begrijpt) het hoger beroep.

Partijen hebben hun zaak doen bepleiten. Namens UWV heeft zijn advocaat gepleit, die een pleitnota heeft overgelegd waarbij UWV tevens zijn vordering tot terugbetaling heeft vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door UWV. UWV heeft voorts nog een aantal producties overgelegd (genummerd productie 15 en productie 16). Namens Hak Services hebben gepleit mrs. R.J.M.C. Rosbeek en M.C.J. Peeters, beiden advocaat te Maastricht, die eveneens een pleitnota hebben overgelegd. Hak Services heeft bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging door UWV. Na afloop van de pleidooien hebben partijen aan het hof verzocht arrest te wijzen op de stukken van beide instanties.

2. Grieven

Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de memorie van UWV.

3. Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.6 een aantal feiten vermeld. De juistheid hiervan is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof deze feiten tot uitgangspunt zal nemen.

4. Beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. Hak Services behoort evenals A. Hak Leidingbouw B.V., A. Hak Industrie B.V. en A. Hak Infranet B.V. tot de A. Hak Groep, waarover A. Hak Beheer B.V. de leiding voert. Deze vennootschappen worden hierna aangeduid als Hak Leidingbouw, Hak Industrie, Hak Infranet en Hak Beheer. Hak Services is uitsluitend actief als personeelsvennootschap voor werknemers die vallen onder de CAO voor de Metaal en Installatietechniek, die allen zijn gedetacheerd bij Hak Infranet. UWV heeft in januari 2005 aan ieder van Hak Services, Hak Leidingbouw en Hak Industrie een voorschotnota premies sociale verzekeringen gezonden, in het geval van Hak Services op basis van het door Hak Services op 9 november 2004 ingediende voorschotcorrectie formulier 2005 en in het geval van Hak Leidingbouw en Hak Industrie op basis van de loonsommen in premiejaar 2003. Hak Services, Hak Leidingbouw en Hak Industrie hebben op 20 januari 2006 ieder een formulier voorschotcorrectie 2005 ingediend bij UWV, waarbij aanzienlijk hogere loonsommen zijn opgegeven voor het premiejaar 2005. Vervolgens heeft UWV op 6 februari 2006 aan ieder van deze vennootschappen een voorschot correctie nota 2005 gezonden. Aan Hak Services is daarbij een extra premievoorschot van € 2.136.095,88 in rekening gebracht, aan Hak Leidingbouw een extra premievoorschot van € 90.042,12 en aan Hak Industrie een extra premievoorschot van € 1.059.848,76, telkens met uiterste betaaldatum 6 maart 2006. Op 15 februari 2006 heeft UWV aan Hak Services een eindafrekening premies sociale verzekeringen 2005 gezonden, op 16 februari 2006 aan Hak Leidingbouw en op 22 februari 2006 aan Hak Industrie. Per die data stonden de volgende premieschulden 2005 open, telkens na verrekening met (onder andere) de premievrijstelling ouderen:

- € 2.029.206,60 bij Hak Services;

- € 68.418,84 bij Hak Leidingbouw; en

- € 964.975,80 bij Hak Industrie.

Bij brief van 13 maart 2006 heeft Hak Services een melding van betalingsonmacht gedaan aan UWV met betrekking tot de extra voorschotpremie 2005 ten bedrage van € 2.136.095,88. Op 15 maart 2006 heeft UWV aan Hak Services een afrekening correctie sociale verzekeringen voor WAO-premies over het jaar 1999 gezonden voor een te crediteren bedrag van € 123.866,12 (hierna: “de Creditnota”). Onderaan het daarbij gevoegde Rekeningoverzicht is het volgende vermeld:

“Betaal-/verrekenschema Volgens deze nota heeft u een bedrag tegoed. Tenzij er achterstand is bij de betaling van eventuele andere vorderingen, maken wij het saldo over op uw rekeningnummer…”.

UWV heeft het bedrag van de Creditnota op 15 maart 2006 in haar administratie als ontvangen betaling van de openstaande premieschuld van Hak Services afgeboekt. Op 12 april 2006 heeft UWV aan Hak Services een aanmaning verzonden voor de openstaande premieschuld 2005, waarin de premieschuld van Hak Services was verminderd met het bedrag van de Creditnota van € 123.866,12. Bij brief van 20 april 2006 heeft Hak Beheer de melding betalingsonmacht toegelicht, een betalingsregeling voorgesteld en kwijtschelding van een aanzienlijk gedeelte van de premieschulden van de A. Hak Groep verzocht. Bij brief van 15 mei 2006 heeft Hak Beheer de in de brief van UWV van 4 mei 2006 verzochte toelichtingen verschaft. Op 22 mei 2006 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Hak Beheer en UWV en is er telefonisch contact geweest tussen partijen. Bij faxbrief van 23 mei 2006 heeft Hak Beheer de volgende betalingsregeling (hierna: “de Betalingsregeling”) voorgesteld aan UWV:

“(…) U gaf tijdens het telefoongesprek aan dat op de totale premieschuld over 2005 van A. Hak Leidingbouw B.V., A. Hak Services B.V. en A. Hak Industrie B.V. een bedrag dient te worden betaald binnen de bandbreedte van EUR 1.350.000 - EUR 1.500.000. Het resterende deel van de totale premieschuld over 2005 wordt alsdan kwijtgescholden.

De huidige schuldpositie van de betrokken dochtervennootschappen is als volgt:

A. Hak Services B.V. (…): 2.136.096,=

A. Hak Industrie B.V. (…): 1.059.849,=

A. Hak Leidingbouw B.V. (…): 90.042,=

Wij hebben uw voorstel vertaald in een regeling waarbij wij - na goedkeuring door bankier en aandeelhouder - een bedrag van stel EUR 1.425.000,= tegen finale kwijting als volgt betalen:

- de premieschuld van A. Hak Industrie B.V. over 2005 ad EUR 1.059.849,= wordt volledig voldaan in maximaal 4 maandelijkse termijnen van circa EUR 265.000,=;

- de premieschuld van A. Hak Leidingbouw B.V. over 2005 ad EUR 90.042,= wordt volledig en ineens voldaan;

- het gedeelte van de totale premieschuld waarvoor kwijtschelding wordt verleend wordt volledig en onverkort toegepast op de premieschuld van A. Hak Services B.V., waarna het restant van de premieschuld (in dit geval circa EUR 275.000) eveneens in maximaal 4 maandelijkse termijnen zal worden voldaan. (…)”

Deze faxbrief is dezelfde dag namens UWV voor akkoord getekend. Hak Services, Hak Leidingbouw en Hak Industrie hebben aan de betalingsregeling voldaan. Hak Services heeft in januari 2007 aanspraak gemaakt op uitbetaling van het bedrag van € 123.866,12 dat in de Creditnota betaalbaar is gesteld. UWV heeft uitbetaling geweigerd met een beroep op verrekening van dit bedrag met de op 15 maart 2006 openstaande premieschuld van Hak Services.

4.2. Hak Services heeft UWV op 5 juli 2007 gedagvaard en heeft - kort gezegd - gevorderd een verklaring voor recht dat Hak Services recht heeft op terugbetaling van een bedrag van € 123.866,12 aan teveel betaalde premies over 1999, een verklaring voor recht dat de betalingsregeling van mei 2006 aan verrekening van dit bedrag met de premieschuld over 2005 in de weg staat, alsmede veroordeling van UWV tot betaling van het bedrag van € 123.866,12, te vermeerderen met wettelijke rente daarover vanaf 15 maart 2006. UWV heeft zich verweerd met een beroep op verrekening en met een beroep op onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank heeft de verweren van UWV verworpen en heeft de vorderingen van Hak Services toegewezen. Hiertegen komt UWV in hoger beroep op.

4.3. De grieven I, II en III stellen het beroep op verrekening aan de orde, grief IV betreft de uitleg van de betalingsregeling en grief V het beroep op onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Grief VI mist zelfstandige betekenis.

4.4. UWV heeft in de toelichting op de grieven I en III gesteld dat UWV op grond van het bepaalde in artikel 11 lid 3 [het hof leest: lid 4] van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) bevoegd was het bedrag van de Creditnota te verrekenen met de openstaande premieschuld van Hak Services en dat hij dit bedrag op 15 maart 2006 ook terstond heeft verrekend. De mededeling onderaan de Creditnota houdt een verrekeningsverklaring in en Hak Services heeft dit redelijkerwijze ook zo moeten opvatten. Voorts blijkt uit de aanmaning van 12 april 2004 dat de Creditnota was verrekend met de openstaande premieschuld, aldus UWV.

4.5. De grieven I en III slagen. UWV was op grond van het bepaalde in artikel 11 lid 4 CSV bevoegd tot verrekening van de Creditnota met de openstaande premieschuld van Hak Services. UWV heeft in haar administratie het bedrag van de Creditnota ook per 15 maart 2006 als ontvangen betaling van de openstaande premieschuld van Hak Services afgeboekt. Aan Hak Services moest het op grond van de mededeling onderaan de Creditnota “Tenzij er achterstand is bij de betaling van eventuele andere vorderingen, maken wij het saldo over op uw rekeningnummer…” redelijkerwijze duidelijk zijn geweest dat UWV het bedrag van de Creditnota terstond in verrekening bracht met de openstaande premieschuld over 2005, waarbij de volgende omstandigheden in aanmerking worden genomen:

- Hak Services had op 6 februari 2006 de voorschot correctienota over 2005 ontvangen waarin aan haar een bedrag van € 2.136.095,88 aan extra voorschotpremies in rekening werd gebracht;

- Hak Services had op 15 februari 2006 een afrekening SV 2005 ontvangen waarin het saldo van de openstaande premieschuld over 2005 in totaal € 2.029.206,60 beloopt;

- Hak Services had op 13 maart 2006 met betrekking tot de op 6 februari 2006 in rekening gebrachte extra voorschotpremie over 2005 een melding betalingsonmacht gedaan;

- tussen partijen bestond het gebruik dat openstaande premieschulden en teruggaven terstond werden verrekend en dat deze verrekeningen werden verwerkt in de jaarlijkse eindafrekeningen, zoals bijvoorbeeld is geschied met betrekking tot de creditnota voor WAO premies over 2005 op grond van de premievrijstelling ouderen ten bedrage van € 115.945,12 die is verwerkt in de afrekening SV 2005 van 15 februari 2006.

4.6. Het hof komt niet meer toe aan de door grief II aan de orde gestelde vraag of op grond van het tussen partijen bestaande gebruik om teruggaven en openstaande premievoorschotten respectievelijk premieschulden terstond te verrekenen een rekening-courantverhouding is ontstaan, aangezien Hak Services de in het Rekeningoverzicht behorende bij de Creditnota opgenomen verklaring onder de hiervoor omschreven omstandigheden van het geval als een verrekeningsverklaring heeft moeten opvatten.

4.7. Met grief IV stelt UWV vervolgens de vraag aan de orde of partijen door de in de betalingsregeling van 23 mei 2006 opgenomen kwijtschelding van de resterende premieschuld over 2005 - zonder daarbij de verrekening met de Creditnota uitdrukkelijk te noemen - meebrengt dat niet slechts de op 23 mei 2006 nog openstaande premieschuld 2005 van € 1.905.340,48 na ontvangst van de overeengekomen betaling wordt kwijtgescholden (standpunt UWV), maar het gehele bedrag van de op 6 februari 2006 in rekening gebrachte extra voorschotpremie van € 2.136.096,- zonder verrekening van de Creditnota (standpunt Hak Services).

4.8. Voor de beoordeling van de grief dient de betalingsregeling te worden uitgelegd. De regeling houdt naar de tekst genomen en voor zover hier van belang in dat Hak Services tegen finale kwijting nog een bedrag van € 275.000,- zal betalen op de (in de premienota van 6 februari 2006 in rekening gebrachte) voorschottermijn premie 2005 van € 2.136.096,-. De kwijting is als volgt geformuleerd: “Het resterende deel van de totale premieschuld over 2005 wordt alsdan kwijtgescholden.”

4.9. De vraag hoe met deze kwijting de verhouding tussen partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de betalingsregeling. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan deze regeling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijze van elkaar mochten verwachten, waarbij de rechter rekening dient te houden met alle bijzondere omstandigheden van het geval.

4.10. Bij deze uitleg neemt het hof in aanmerking dat voor beide partijen bij ondertekening van de betalingsregeling duidelijk moet zijn geweest dat de openstaande premieschuld over 2005 niet gelijk was aan het bedrag van de op 6 februari 2006 in rekening gebrachte termijn aan extra voorschotpremie van € 2.136.096,-. Hak Services had op 15 februari 2006 immers een afrekening SV 2005 ontvangen waarin de totale premieschuld 2005 per saldo - na verrekening van de teruggave WAO-premies - op een bedrag van € 2.029.206,60 is vastgesteld. UWV had voorts op 12 april 2006 aan Hak Services een aanmaning gezonden voor een - na verrekening met de Creditnota nog openstaande - premieschuld 2005 van € 1.905.340,48. Hoewel Hak Services de ontvangst van deze aanmaning heeft betwist, moet het voor Hak Services op 23 mei 2006 op grond van de afrekening SV 2005 in elk geval duidelijk zijn geweest dat het bedrag aan premieschuld waarop de kwijtschelding betrekking had lager was dan de in de betalingsregeling genoemde voorschottermijn van € 2.136.096,-. Het standpunt van Hak Services valt ook niet te rijmen met de omstandigheid dat zij de verrekening met het bedrag van de afrekening premievrijstelling ouderen 2005 wél heeft geaccepteerd.

4.11. Het hof legt de kwijting aldus uit dat deze betrekking heeft op het bedrag aan premieschuld 2005 dat ná ontvangst van de overeengekomen betaling van € 275.000,- nog daadwerkelijk resteerde. Dit betreft het op 23 mei 2006 exclusief rente en kosten openstaande bedrag van € 1.905.340,48 minus de op grond van de betalingsregeling ontvangen betalingen, een en ander zoals weergegeven in het als productie 1 bij de conclusie van antwoord van UWV overgelegde betalingsoverzicht.

4.12. Hak Services heeft in eerste aanleg en in hoger beroep bewijs door getuigen aangeboden met betrekking tot de totstandkoming en de inhoud van de betalingsregeling. Hak Services laat echter na (in nr. 75 van haar memorie van antwoord en in nr. 28 van haar inleidende dagvaarding) concreet aan te geven op welke feitelijke stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft. Haar standpunt komt er op neer dat naar de tekst genomen de Creditnota geen onderdeel van de betalingsregeling uitmaakt en dat voor een van de tekst afwijkende uitleg geen aanknopingspunten bestaan. Het hof heeft de betalingsregeling hiervoor anders uitgelegd en daarmee dit standpunt verworpen. Het bewijsaanbod kan redelijkerwijze niet zo worden uitgelegd dat Hak Services te bewijzen aanbiedt dat op 22 c.q. 23 mei 2006 uitdrukkelijk met UWV is afgesproken dat niet de op 23 mei 2006 feitelijk bestaande premieschuld werd kwijtgescholden maar het bedrag van de op 6 februari 2006 in rekening gebrachte voorschotpremie van € 2.136.096,- minus de betaling van € 275.000,-. Het bewijsaanbod wordt gepasseerd.

4.13. Grief IV slaagt. Aan de bespreking van grief V komt het hof niet meer toe. Grief VI mist zelfstandige betekenis.

4.14. De vordering tot restitutie van het door UWV op grond van het bestreden vonnis betaalde bedrag is toewijsbaar. UWV heeft bij pleidooi zijn eis vermeerderd met wettelijke rente over het terug te betalen bedrag. Hak Services heeft tegen deze eiswijziging bezwaar gemaakt. Het bewaar is gegrond. Het hof dient de eisvermeerdering buiten beschouwing laten nu deze pas bij pleidooi en niet reeds bij memorie van grieven is ingesteld.

5. Slotsom en kosten

De slotsom luidt dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd. De vorderingen van Hak Services zullen alsnog worden afgewezen en Hak Services zal worden veroordeeld tot terugbetaling van al hetgeen UWV op grond van het bestreden vonnis aan Hak Services heeft betaald. Hak Services zal worden verwezen in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep.

6. Beslissing

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van Hak Services af;

veroordeelt Hak Services binnen zeven dagen na betekening van dit arrest terug te betalen al hetgeen UWV op grond van het betreden vonnis aan haar heeft betaald;

veroordeelt Hak Services in de kosten van de eerste aanleg en begroot deze kosten aan de zijde van UWV op € 2.725,- wegens verschotten en € 2.842,- wegens salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest;

veroordeelt Hak Services in de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van UWV op € 3.800,44 wegens verschotten en € 7.896,- wegens salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.E. Molenaar, W.J. van den Bergh, en C.H.M. van Altena, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 27 april 2010.