Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3122

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
03-08-2010
Zaaknummer
23-002118-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid hoger beroep van niet-verschenen verdachte, die geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. Toch onderzoek van de zaak zelf, met terugwijzing tot gevolg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002118-09

datum uitspraak: 22 juli 2010

VERSTEK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 januari 2009 in de strafzaak onder parketnummer 13-420555-07 tegen

(naam verdachte),

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum),

adres: (adres).

Ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte

De verdachte is veroordeeld bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Amsterdam van 19 januari 2009. Tegen dit vonnis is op 20 april 2009 tijdig hoger beroep ingesteld. Er is geen schriftuur houdende grieven ingediend en de verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

Ter terechtzitting in hoger beroep is wel een raadsman verschenen, doch deze was niet gemachtigd om de verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Het bepaalde in artikel 416, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering biedt het hof de mogelijkheid onder deze omstandigheden het namens de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak niet-ontvankelijk te verklaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof tot toepassing van deze bepaling zal overgaan.

Het hof ziet evenwel aanleiding tot onderzoek van de zaak, nu er een rechtens te respecteren belang is gelegen in een nadere beoordeling van de gang van zaken op de nadere terechtzitting bij de politierechter op 19 januari 2009, in het bijzonder waar het gaat om de afwezigheid van de verdachte op die terechtzitting en de afdoening van de zaak door de politierechter.

De primaire vordering van de advocaat-generaal zal daarom worden afgewezen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 8 juli 2010.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging op vordering van de officier van justitie, ten laste gelegd dat:

"hij op of omstreeks 06 april 2007 te Amsterdam opzettelijk 5.440,- euro, althans een of meer geldbedrag(en) (totaal 12.210 euro, althans 10.000 euro), in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Kentucky Fried Chicken (gelegen aan (adres)/ (naam benadeelde), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als trainee/(shift)manager, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeeigend;

en/of

hij op of omstreeks 6 april 2007 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen 6.560 euro, althans een of meer geldbedrag(en) (totaal 12.210 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Kentucky Fried Chicken (gelegen aan (adres)/ (naam benadeelde), in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot die/dat geldbedrag(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door de kluis te openen met een sleutel tot het gebruik waarvan hij op dat moment niet bevoegd was, althans door middel van een valse sleutel;"

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven.

Terugwijzing

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

De politierechter te Amsterdam heeft de onderhavige strafzaak op 21 januari 2008 behandeld in aanwezigheid van de verdachte en diens raadsman. De verdachte heeft toen kennelijk desgevraagd aan de politierechter opgegeven dat hij verblijft op het adres (adres), op welk adres hij ten tijde van deze terechtzitting ook in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven.

De behandeling van de zaak is op die terechtzitting aangehouden voor onbepaalde tijd omdat in een ter terechtzitting gevoegde zaak een getuige diende te worden opgeroepen.

Vervolgens is de verdachte opgeroepen om te verschijnen op de nadere terechtzitting van 19 januari 2009. Ten tijde van deze oproeping was de verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande en hij is als zodanig opgeroepen op 31 december 2008 door middel van uitreiking van de oproeping aan de griffier van de rechtbank. Uit de stukken blijkt niet dat op enig ander adres een poging is gedaan om tot uitreiking over te gaan. Evenmin is een afschrift van de oproeping per gewone post naar enig adres verzonden.

Op grond van de aanhef “tegenspraak, na aanhouding niet verschenen” in de aantekening mondeling vonnis van de politierechter van 19 januari 2009 stelt het hof vast dat de verdachte toen niet ter terechtzitting is verschenen.

Hoewel de uitreiking van de oproeping om op laatstgenoemde zitting te verschijnen rechtsgeldig was, had de politierechter naar het oordeel van het hof de zaak niet zonder nader onderzoek buiten aanwezigheid van de verdachte mogen afdoen.

Het hof stelt vast dat de verdachte niet alleen tijdens de eerste zitting kennelijk een adres heeft opgegeven, maar dat uit het dossier blijkt dat ook op andere momenten (te weten tijdens zijn verhoor bij de politie en bij zijn aanhouding) de verdachte te bereiken was via het bovengenoemde adres.

Gelet op het bepaalde in artikel 588a, eerste lid, in samenhang met het bepaalde in artikel 590, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering had de politierechter het onderzoek ter terechtzitting dienen te schorsen en de oproeping van de verdachte op genoemd adres dan wel verzending van een afschrift van de oproeping naar genoemd adres dienen te bevelen.

Het hof is van oordeel dat de politierechter aan de behandeling ten gronde niet had mogen toekomen nu de verdachte niet is verschenen, terwijl hij niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem van tevoren bekend was.

Het hof zal de zaak derhalve terugwijzen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, en doet in zoverre opnieuw recht.

Wijst af de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank te Amsterdam,ten einde de zaak opnieuw te berechten met inachtneming van deze uitspraak.

Dit arrest is gewezen door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. R.M. Steinhaus en mr. C.N. Dalebout , in tegenwoordigheid van mr. S.G.J. Berk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 juli 2010.