Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1709

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
200.064.461 OK
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ondernemingskamer uitspraak 19.07.2010 Ondernemingsraad/Media Groep Limburg B.V.

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2010/135
ROR 2010/38
RO 2010/82
TRA 2010, 81 met annotatie van L.C.J. Sprengers
JRV 2010, 697
JOR 2010/268 met annotatie van M. Holtzer
JAR 2010/213
AR-Updates.nl 2010-0595
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING van 19 juli 2010 in de zaak met nummer 200.064.461/01 OK

de ONDERNEMINGSRAAD VAN MEDIA GROEP LIMBURG B.V.,

gevestigd te Sittard,

VERZOEKER,

advocaat: mr. P.L.J. Bosch, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDIA GROEP LIMBURG B.V.

gevestigd te Sittard,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. F.B.J. Grapperhaus, kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 Hierna zal verzoeker worden aangeduid als de ondernemingsraad en verweerster als MGL.

1.2 De ondernemingsraad heeft, bij op 3 mei 2010 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties, beroep ingesteld tegen het besluit ‘inkrimpen personeelsbestand MGL’ van 1 april 2010, hierna te noemen het besluit, en de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

1) te verklaren dat MGL bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen;

2) MGL de verplichting op te leggen het besluit in te trekken alsmede de gevolgen van het besluit ongedaan te maken;

3) MGL te verbieden uitvoering te geven aan het besluit;

4) het onder 2) en 3) verzochte toe te wijzen bij wege van voorlopige voorziening.

1.3 MGL heeft bij op 3 juni 2010 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het beroep en de verzochte voorzieningen af te wijzen met veroordeling van de ondernemingsraad in de kosten.

1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 juni 2010, alwaar partijen hun standpunten hebben doen toelichten door hun advocaten aan de hand van aan de Ondernemingkamer overgelegde pleitnotities. Bij die gelegenheid is door MGL toegezegd dat zij, indien de Ondernemingskamer vóór of op 29 juli 2010 uitspraak zal doen, de uitvoering van het besluit tot de uitspraak zal opschorten.

2. De vaststaande feiten

2.1 MGL is uitgever van Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad. Sinds juni 2006 is MGL onderdeel van het Britse mediaconcern Mecom Group plc. (hierna te noemen Mecom). Voordien maakte MGL onderdeel uit van Telegraaf Media Groep. Sinds 1 november 2007 is Mecom tevens houder van 87% van de aandelen in Koninklijke Wegener NV, uitgever van onder meer een aantal regionale dagbladen. De aandelen in MGL worden gehouden door de (tussen)houdstermaatschappij LMG Netherlands II BV (hierna te noemen LMG), welke vennootschap tevens alle aandelen houdt van Nieuwsdruk Limburg BV (hierna te noemen NDL), een vennootschap die een drukkerij exploiteert waar onder meer Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad worden gedrukt. J.H. Boermann, verder Boermann, is bestuurder in de zin van artikel 1 aanhef en onder e WOR van MGL.

2.2 Het redactiestatuut van Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad bevat onder meer de volgende bepalingen:

A 1. Het redactiestatuut (…) kan niet in strijd zijn met (…) de bevoegdheden van de ondernemingsraad.

C 2.2. De hoofdredacteur regelt de taakverdeling op de redactie.

C.2.5. Na goed overleg met de hoofdredacteur bepaalt de directie van de Media Groep Limburg B.V. het aantal fte’s en het aantal fte’s van de redactie-ondersteunende diensten. (…)

C 2.6. Beslissingen ten aanzien van de journalistieke productie, die belangrijke invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering van de Media Groep Limburg B.V., kan de hoofdredacteur slechts nemen na overleg met de redactieraad en in overleg met de directie van de Media Groep Limburg B.V.

C 5.3. Onderwerp van beraad binnen de redactieraad vormen met name:

(…)

j. verdeling van het budget van de redactie over de verschillende posten;

k. wijziging van de positie van de redactie en de hoofdredacteur;

l. het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden en wijziging van bestaande;

m. plannen tot reorganisatie (…) van de uitgeversmaatschappij, van de dagbladuitgaven of van andere journalistieke uitgaven;

(…)

C 5.4 Over de gevallen genoemd onder C.5.3. neemt de directie van de Media Groep Limburg B.V. pas een beslissing nadat diepgaand overleg heeft plaatsgehad met de redactieraad (…). Wanneer de directie (…) en de redactieraad niet tot overeenstemming komen, brengt de redactieraad (…) zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd advies uit aan [de] directie. Indien de directie vervolgens van dit advies afwijkt, brengt zij schriftelijk en gemotiveerd de naar haar oordeel zwaarwichtige redenen, die hiertoe hebben geleid, ter kennis van de redactieraad. De uitvoering van dit besluit heeft, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten, niet eerder plaats dan 14 dagen na dagtekening van deze schriftelijke motivering (…)

C 5.8 Indien een onderwerp behoort tot de bevoegdheden van de ondernemingsraad, belet dat niet de uitoefening van bevoegdheden van de redactieraad zoals in dit statuut omschreven.

2.3 Sinds mei 2008 verschijnen Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad op tabloidformaat en levert de Centrale Redactie Wegener dagelijks kant en klare pagina's, ready made pages, en bewerkte kopij van persbureaus aan de redactie van MGL.

2.4 In mei 2009 is MGL begonnen met de uitvoering van het project Perspectief. Dit project is gericht op de ontwikkeling van nieuwe inkomstenbronnen, in het bijzonder door het aanbieden van informatie over bepaalde interessegebieden aan kleinere doelgroepen in de regio via verschillende kanalen (print, mobiel en online). De kosten van het project Perspectief bedragen ongeveer € 4,3 miljoen, waarvan een gedeelte ter grootte van € 1,3 miljoen wordt gedekt door een subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

2.5 Op 27 november 2009 is tussen MGL en de vakbonden overeenstemming bereikt over een sociaal plan met een looptijd van 1 december 2009 tot 1 augustus 2011.

2.6 Op 7 december 2009 heeft Boermann aan de medewerkers van MGL en NDL een reorganisatieplan bekendgemaakt. Hierin wordt gesteld dat in 2008 en 2009 het aantal abonnees, de advertentie-inkomsten en (voor wat betreft NDL) de externe printopdrachten zijn teruggelopen en dat als gevolg daarvan het operationele bedrijfsresultaat met de helft is verminderd, terwijl het in 2009 gevoerde bedrijfseconomisch beleid voor MGL en NDL berust op de voorwaarde dat omzet en operationeel bedrijfsresultaat met niet meer dan 15% dalen ten opzichte van 2008 en de financiële verwachtingen voor 2010 ook ongunstig zijn. Boermann kondigt aan dat (naast een volledige vacaturestop, een streng kostenregiem en minimale inzet van uitzendkrachten en freelancers) het aantal arbeidsplaatsen bij MGL en NDL gezamenlijk zal worden verminderd met circa 48 fte, waarvan 24,5 fte bij MGL, verdeeld over circa 15 fte op de redactie, 8 fte bij de advertentieafdeling en 1,5 fte bij het Klanten Contact Centre Oplage.

2.7 Bij gezamenlijke brief van 8 december 2009 hebben de ondernemingsraad, de gekozen leden van de redactieraad en de redactiecommissie van de beide dagbladen Boermann opgeroepen de reductieplannen niet tot uitvoering te brengen.

2.8 Bij brief van 8 januari 2010 heeft Boermann de ondernemingsraad advies gevraagd over het voornemen om het personeelsbestand van MGL met 24,5 fte in te krimpen tot een omvang van circa 222 fte. De adviesaanvraag houdt onder meer het volgende in:

De context van het in 2009 gevoerde bedrijfseconomische beleid voor Media Groep Limburg was de voorwaarde dat omzet en operationeel bedrijfsresultaat (Ebitda) met niet meer dan 10[%] zouden mogen dalen t.o.v. 2008. Helaas is dit wel het geval. (…)

Omdat de financiële verwachtingen voor oplage, advertenties en printontwikkeling in 2010 ongunstig blijven, kan het in 2009 gevoerde organisatorische beleid gericht op voorkoming van reorganisaties, niet worden gehandhaafd.

Omdat bovendien ontwikkelingen in de markten van oplage, advertenties en print zich moeilijker dan ooit laten voorspellen, heeft het te introduceren nieuwe beleid als uitgangspunt geldigheid van een half jaar. (…)

Tweede uitgangspunt bij de reorganisatieplannen is dat de kwaliteit en de aard van de activiteiten bij de uitgeverij gehandhaafd blijft door banen en functies te schrappen van activiteiten die zijn verminderd (eindredactie en sales), overgenomen door een derde (centrale redactie Wegener), of efficiënter gemaakt (rest van het bedrijf).

In het licht van bovenstaande dient de in 2010 uit te voeren reorganisatie 3 doelen:

(1: continuïteit) De sterke terugval in de exploitatie van Media Groep Limburg brengt gezonde continuïteit in bedrijfseconomische zin van MGL op korte termijn in gevaar. Besparingen van de beoogde reorganisatie hebben als primaire doel genoemd gevaar te voorkomen.

(2: innovatie) Het beleid van MGL en Nieuwsdruk zal meer dan ooit gericht zijn op verlaging van organisatie kosten, om te voorkomen dat de nieuw ingeslagen innovatieve weg met het plan Perspectief en daarbij passende investeringen, vanwege gebrek aan financiële middelen in gevaar komt.

(3. blijvend sociaal) het in 2010 te voeren beleid dient een door de directie gevreesd spookbeeld te voorkomen waarin eventuele boventalligheid, in financiële zin, niet meer op een sociale manier kan worden opgevangen.

(…)

Bij Nieuwsdruk zullen (…) twee aparte adviesaanvragen ingediend worden voor een inkrimping [met] 14.19 fte (…) en voor een reductie van 9 fte (…).

(…)

Financiële gevolgen (on) gewijzigd beleid op lange termijn

(…)

• Aan de omzetkant gaan wij (…) bij de categorie advertenties uit van een daling in de advertentieomzet van 4% volume en 2% in prijs. (…)

• Bij de omzetcategorie oplage gaan wij uit van een blijvend sterke daling in het aantal abonnees die van structurele aard is. (…)

• Vo0r overige bestaande omzet (veelal digitale omzet E-paper en advertenties) wordt van een groei uitgegaan van 25%, terwijl er 100% groei ingeschat wordt op nieuwe digitale activiteiten (Digital paid content vanuit de interesse profielen Perspectief).

• (…)

• Aan de kostenkant zullen de personeelskosten bij ongewijzigd beleid van 33,6% van de omzet met 8% stijgen naar 41,6%. Een ontwikkeling die staat naast die van een vrijwel gelijk blijven van de vaste organisatiekosten, die door een daling in druk- en distributiekosten vanwege een dalend volume ca. 60% zullen blijven bedragen van de omzet. Op basis van deze prognose ontstaat binnen drie jaar verlies op de inkomsten.

• Bij het beoordelen van de effecten van de voorgenomen reorganisatie is er van uitgegaan dat de reorganisatie binnen de eerste vier maanden van 2010 gerealiseerd kan worden. Alleen dan is de reorganisatie nog van wezenlijke invloed op de exploitatie van 2010.

• Tenslotte is (…) van belang (...) dat (…) het resultaat van de thans voorgenomen reorganisatie geheel verdampt indien niet een substantieel nieuwe exploitatiegrondslag zou worden gevonden (o.a. via nieuwe uitgeefactiviteiten).

Personele consequenties

De (…) inkrimping van 24,5 fte (…) is onderverdeeld in 1,5 fte productie bij het Klanten Contact Centre Oplage, 8 fte bij de Advertentieafdeling en 15 fte bij de Redactie.

(…)

[Ik] verzoek (…) u de voorliggende adviesprocedure binnen ca een maand af te ronden (…).

2.9 Bij de adviesaanvraag van 8 januari 2010 is als bijlage 2 gevoegd een door H. Paulussen, hoofdredacteur van Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad, opgesteld stuk van 16 december 2009, welk stuk onder meer inhoudt:

De hoofdredactionele uitgangspunten voor de personele reductie ter redactie zijn dat de lezer er niets van merkt in de krant en dat er een volwaardige krant met een sterke Limburgse identiteit overeind blijft.

De uitwerking van de reductie zoekt de hoofdredactie daarom ondermeer in het optimaal gebruik maken van de readymade pages zoals die door de Centrale Redactie van Wegener worden aangereikt. Daarnaast wordt een overgang naar een Centrale Eindredactie overwogen, waar deze nu nog sterk versnipperd is over de verschillende redactionele afdelingen; een situatie die voortvloeit uit de aanloopfase van de tabloid. Verder staat de handhaving van een zelfstandige featureredactie ter discussie doordat er intensiever gebruikgemaakt kan worden van kant-en-klare Wegener pagina's en een centrale eindredactie efficiënter werkt. Tenslotte wordt er al langer gesproken over het efficiënter inrichten van de beeld- en vormredactie, waar werkzaamheden kunnen worden samengevoegd die nu nog in gescheiden functies worden uitgevoerd. Naast deze maatregelen zal eveneens worden bezien of de aansturing van de redactionele organisatie effectiever kan worden ingericht.

2.10 Bij e-mails van 11 en 12 januari 2010 heeft (de financiële commissie van) de ondernemingsraad om aanvullende financiële informatie verzocht, waaronder de winst- en verliesrekening van NDL en LMG over de periode 2007 tot 2009 en de winst- en verliesrekening van MGL over 2009. Daarbij heeft de ondernemingsraad te kennen gegeven dat hij de exploitatie van MGL wil bestuderen binnen de context van LMG als geheel, in het bijzonder met het oog op de vraag welke kosten en opbrengsten voor rekening komen van NDL en MGL. Bij e-mail van 14 januari 2010 heeft Boermann gesteld dat uit het reeds overgelegde cijfermateriaal blijkt welke kosten en opbrengsten voor rekening komen van NDL en MGL en heeft hij voorgesteld om op 15, 18 of 19 januari 2010 overleg te voeren waarbij hij de financiële cijfers mondeling zou kunnen verduidelijken. Bij e-mail van 15 januari 2010 heeft de ondernemingsraad geantwoord dat hij wil beschikken over de begroting van LMG over 2010-2013, de cijfers van NDL over 2007 en 2008 en de daadwerkelijke winst- en verliesrekening van LMG, NDL, en MGL over 2009, bij gebreke waarvan hij niet in staat is een goede afweging te maken over de financiële situatie van het bedrijf en de noodzaak van de beoogde reorganisatie. Bij brief van 18 januari 2010 heeft de ondernemingsraad aan Boermann bericht een financiële deskundige, in de persoon van R. van der Linde, in te schakelen en voorgesteld om op 28 januari 2010 een overlegvergadering te houden. Bij brief van 19 januari 2010 heeft Boermann voorgesteld om enkele dagen voorafgaand aan de overlegvergadering van 28 januari de (voorlopige) financiële rapportage 2009 te bespreken met de financiële commissie van de ondernemingsraad aangevuld met Van der Linde. Bij brief van 20 januari 2010 heeft de ondernemingsraad laten weten niet op dit voorstel in te gaan omdat Van der Linde tijd nodig heeft om de cijfers te analyseren en niet eerder dan 28 januari 2010 beschikbaar is.

2.11 Bij brief van 25 januari 2010 heeft de ondernemingsraad met het oog op de overlegvergadering van 28 januari 2010 aan Boermann 57 vragen voorgelegd met het verzoek deze ook schriftelijk te beantwoorden. De vragen hebben onder meer betrekking op:

- het beleid van MGL afgezien van het verlagen van de kosten;

- de gegevens die ten grondslag liggen aan de begroting van de advertentie-inkomsten in 2010;

- de te verwachte inkomsten uit nieuwe producten en activiteiten in 2009 en 2010;

- de oorzaken van de oplopende administratiekosten;

- de financiële relatie met Wegener, in het bijzonder voor wat betreft de Centrale Redactie Wegener, de weekkranten in Limburg, de huis aan huisbladen en de drukorders;

- de inkrimping van de redactie met 15 fte;

- de norm die Mecom stelt aan het operationele resultaat (ebitda) van LMG voor 2010-2013;

- de cijfers van NDL.

2.12 Bij brief van 27 januari 2010 met bijlagen heeft Boermann op de vragen gereageerd. Deze reactie houdt onder meer het volgende in:

- onder “nieuw beleid” moet worden verstaan het ingrijpen in het personeelsbestand bij MGL en NDL en het zoeken naar alternatieven voor de wegvallende inkomsten, waarbij de omvang van de reorganisatie afhankelijk is van de werkelijke bedrijfseconomische omstandigheden eind juni 2010;

- het project Perspectief bevindt zich tot eind 2010 in de onderzoeksfase, waarna in geval van succes een nieuwe investering in de implementatiefase aan de orde zal zijn;

- de begroting van de advertentie-inkomsten 2010 is gebaseerd op de werkelijk gerealiseerde advertentie-omzet over 2009 zoals deze werd geschat ten tijde van het opstellen van de begroting, met gebruikmaking van analyses van MGL, Wegener, banken en Mecom;

- de stijging van de administratiekosten wordt veroorzaakt door extra kosten in verband met de service level agreements (SLA’s) met Wegener;

- bij de introductie van het tabloidformaat heeft elke afdeling een eigen eindredactie behouden maar inmiddels is gebleken dat dit weinig efficiënt is en dat mede door ruimere afname van ready made pages een reductie van het aantal fte’s mogelijk is;

- de hoofdredacteur heeft medegedeeld dat 110 fte’s nodig zijn om de huidige redactionele formule te handhaven, mede gelet op de huidige overcapaciteit en de afname van ready made pages van Wegener; de detailuitwerking is nog onderwerp van beraad tussen hoofdredactie en de redactieraad waarbij het uitgangspunt is dat de verslaggevingcapaciteit in de regio en centrale journalistieke kerntaken onaangetast blijven;

- het principe ready made pages is reeds operationeel en MGL en Wegener stemmen momenteel de specifieke wensen van MGL af om ook ready made pages voor binnen-/buitenland, features enzovoort voor de titels van MGL geschikt te maken; de verwachting is dat levering in maart 2010 kan plaatsvinden; de afname van ready made pages vormt een integraal deel van de voorgenomen reductie ter redactie; de introductiedatum is thans gesteld op 1 april 2010 of zoveel eerder als mogelijk;

- binnen Mecom geldt geen vastomlijnde ebitda-norm waaraan werkmaatschappijen dienen te voldoen; per uitgeverij vindt een afweging plaats van hetgeen mogelijk is waarbij het inzicht van het plaatselijk management als uitgangspunt geldt;

- de cijfers van NDL zijn reeds bij de ondernemingsraad aanwezig via de cijfers van LMG. De winst- en verliesrekening over 2009 van LMG en NDL komt op korte termijn beschikbaar.

2.13 Op 28 januari 2010 heeft de eerste overlegvergadering over de adviesaanvraag plaatsgevonden. Bij die gelegenheid heeft Boermann de voorlopige jaarcijfers 2009 overhandigd en tezamen met M. Landman (CFO) toegelicht. Naar aanleiding van vragen van Van der Linde is afgesproken dat Boermann de jaarstukken vanaf 2006 en een businessplan zal verstrekken en een nadere toelichting zal geven op de administratiekosten. Boermann geeft te kennen dat geen nadere details kunnen worden verstrekt over de beoogde reductie van de redactie omdat de adviesprocedure binnen de redactie over het reorganisatieplan nog niet is doorlopen. Bij brief van 1 februari 2010 heeft Boermann aan de ondernemingsraad de jaarrekeningen van LMG over 2006 en 2007, het businessplan 2010, extra informatie over de oplage en een cashflow overzicht toegestuurd. Bij e-mail van 5 februari 2010 heeft Landman de geconsolideerde winst- en verliesrekening van LMG over 2009 en een aanvulling op de cashflowgegevens aan Van der Linde gestuurd.

2.14 Bij brief van 17 februari 2010 heeft de ondernemingsraad verzocht om toezending van de definitieve cijfers over 2009 en de vennootschappelijke balans en jaarverslagen van MGL en NDL over de jaren 2006, 2007 2008. Daarnaast heeft de ondernemingsraad verzocht om nadere informatie, onder meer over:

- de SLA’s met Wegener en de daaraan voor MGL verbonden besparingen en kosten;

- de prognose van de advertentie-inkomsten;

- de pensioen- en vutkosten;

- de door Boermann zelf gehanteerde en/of met Mecom overeengekomen ebitda-doelstelling;

2.15 Bij brief van 18 februari 2010 heeft Boermann teleurstelling geuit over het tot dan toe uitblijven van het advies van de ondernemingsraad, de ondernemingsraad gevraagd toe te lichten wat de relevantie is van een deel van de nadere vragen, aangekondigd dat de beantwoording van de nadere vragen ongeveer een week zal vergen en erop aangedrongen dat de ondernemingsraad binnen een week daaropvolgend zal adviseren. Bij brief van 26 februari 2010 heeft Boermann gereageerd op de in de brief van ondernemingsraad van 17 februari 2010 gestelde vragen en aan de ondernemingsraad een week de tijd geboden om advies uit te brengen. De antwoorden op de nadere vragen houden onder meer in:

- MGL en NDL worden binnen LMG geconsolideerd en afzonderlijke vennootschappelijke balansen en jaarverslagen van MGL en NDL zijn dus niet voorhanden;

- NDL is in het kader van deze adviesaanvraag niet relevant;

- de advertentieomzet is in januari en februari 2010 ruim 20 procent achtergebleven op de begroting;

- Mecom heeft tot nu toe geen rendementseisen gesteld.

2.16 Op 4 maart 2010 heeft een tweede overlegvergadering plaatsgevonden. Boermann heeft zich op het standpunt gesteld dat alle relevante informatie is verschaft. Afgesproken is dat de ondernemingsraad ernaar zal streven om uiterlijk 16 maart 2010 advies uit te brengen.

2.17 Op 16 maart 2010 heeft de ondernemingsraad geadviseerd het besluit ‘inkrimpen personeelsbestand MGL’ niet te nemen. De ondernemingsraad heeft dit advies op 24 maart 2010 ingetrokken nadat hem gebleken was dat dit advies mede berustte op cijfers van Stichting Pensioenfonds MGL, die de ondernemingsraad per abuis voor cijfers van MGL had gehouden.

2.18 Op 29 maart 2010 heeft de ondernemingsraad opnieuw geadviseerd het besluit ‘inkrimpen personeelsbestand MGL’ niet te nemen. De ondernemingsraad baseert dit advies op de volgende conclusies:

1) de financiële noodzaak voor een fte-reductie is onvoldoende gemotiveerd in de adviesaanvraag en ontbreekt naar het oordeel van de OR;

2) de financiële onderbouwing is gebrekkig en incompleet. De OR heeft niet de informatie ontvangen die hij nodig heeft en waar uitdrukkelijk om is gevraagd in dit adviestraject.

3) het deel-reductieplan voor de redactie is niet concreet en niet onderbouwd.

4) het in de adviesaanvraag geschetste toekomstbeeld, dat MGL voor 2013 technisch failliet zal zijn, is niet onderbouwd. De alternatieve begroting van de OR geeft een veel minder pessimistisch beeld.

5) de continuïteit van MGL komt in gevaar omdat het beleid vooral is gericht op kostenreductie. MGL heeft echter geen kostenprobleem, maar een omzetprobleem.

6) het project Perspectief, dat van groot belang is voor de continuïteit van MGL, komt door een nieuwe fte-reductie in gevaar.

7) in de adviesaanvraag wordt buiten beschouwing gelaten dat een fusie tussen MGL en Wegener waarschijnlijk is.

8) de koers van MGL wijkt op het punt van de geplande fte-reductie sterk af van die van Wegener, terwijl MGL op veel andere vlakken juist aansluiting zoekt bij Wegener.

2.19 Bij brief van 1 april 2010 heeft Boermann meegedeeld, dat en waarom hij "zal afwijken van het door de OR gegeven advies en daarmee, na grondige bestudering van door de OR genoemde punten, het voorgenomen besluit [formaliseert] tot een besluit".

3. De gronden van de beslissing

3.1 De ondernemingsraad heeft in zijn verzoekschrift de volgende bezwaren geuit tegen het besluit van 1 april 2010:

a) De reductie van de redactie met 15 fte is onvoldoende geconcretiseerd. De ondernemingsraad weet niet welke functies op de redactie komen te vervallen en wat de gevolgen zijn voor de kwaliteit van de kranten. Het door de hoofdredacteur opgestelde stuk van 16 december 2009 dat als bijlage 2 bij de adviesaanvraag was gevoegd (zie hierboven onder 2.9) is geen concrete uitwerking als bedoeld in artikel 25 lid 3 WOR. Het in de adviesaanvraag opgenomen uitgangspunt dat de activiteiten op de redactie zouden zijn verminderd is niet juist. Anders dan de bestuurder op vragen van de ondernemingsraad heeft gesteld is het concept ready made pages op 1 april 2010 niet operationeel en van de invoering daarvan is ook geen substantiële besparing van het aantal benodigde redacteuren te verwachten. De bestuurder miskent de positie en de bevoegdheden van de ondernemingsraad. Noch de wet op de ondernemingsraden nog het redactiestatuut biedt aanknopingspunten voor de opvatting dat de ondernemingsraad geen volledig adviesrecht zou toekomen ten aanzien van het besluit tot reductie.

b) De bestuurder heeft onvoldoende financiële informatie verstrekt. In de aankondiging van de reorganisatie op 7 december 2009 en in de adviesaanvraag van 8 januari 2010 wordt gesteld dat het in 2009 gevoerde beleid berustte op de voorwaarde dat het operationeel bedrijfsresultaat met niet meer dan 15%, respectievelijk 10% zal dalen ten opzichte van 2008. Niettemin heeft de bestuurder, ondanks daarop gerichte vragen van de ondernemingsraad geen nader inzicht verschaft in de ebitda-doelstelling voor het jaar 2010. De ondernemingsraad heeft de jaarstukken van LMG over 2009 niet ontvangen. De wel ter beschikking gestelde financiële informatie bevat inconsistenties. De bestuurder heeft ten onrechte geen inzicht verschaft in de financiële verhoudingen tussen MGL en NDL. De bestuurder heeft ten onrechte geen inzicht verschaft in de kosten en baten die voor MGL gemoeid zijn met het uitbesteden van onder meer de salarisadministratie, de ondersteuning ICT, het callcenter, orderverwerking, facturering en P&O ondersteuning aan Wegener. De ondernemingsraad heeft onvoldoende inzicht verkregen in de kosten verbonden aan de daartoe met Wegener gesloten overeenkomsten, de SLA’s. De bestuurder heeft niet geantwoord op vragen over de stijging van de pensioenkosten. De begroting van de advertentieomzet over de jaren 2010-20013 is te pessimistisch en wijkt aanmerkelijk af van de resultaten van een onderzoek door PricewaterhouseCoopers (verder PwC) naar ontwikkelingen in de dagbladsector.

c) Het besluit van 1 april 2010 is onvoldoende gemotiveerd. Bij het besluit zijn ten onrechte de cijfers over november en december 2009 niet meegewogen. LMG voldoet al aan de door Mecom voor het jaar 2012 gestelde ebitda-norm van 12,5%. De bestuurder heeft kennelijk geen ander doel dan winstmaximalisatie ten behoeve van de aandeelhouder. De strategie die zou leiden tot een onderneming met een totaal andere identiteit, is vaag en niet uitgewerkt. Het businessplan 2010 voldoet niet aan de redelijkerwijs daaraan te stellen eisen.

3.2 MGL heeft daartegen kort samengevat het volgende aangevoerd:

a) Bij de besluitvorming over de reductie van de redactie dienen niet alleen de bepalingen van de wet op de ondernemingsraden maar ook het redactiestatuut in acht te worden genomen. MGL heeft in samenspraak met de hoofdredacteur besloten eerst de omvang van de voorgenomen reductie vast te stellen en daarover advies te vragen aan de ondernemingsraad alvorens, na overleg met de redactieraad, te komen tot een uitwerking van de reductie. Rekening houdende met de taak en functie van de redactieraad, is de reductie in de adviesaanvraag aan de ondernemingsraad voldoende geconcretiseerd in het stuk van de hoofdredacteur van 16 december 2009 dat als bijlage 2 bij de adviesaanvraag was gevoegd. Daaruit blijkt dat de reductie samenhangt met gebruik van ready made pages, gevolgen heeft voor de afdelingen Beeld & Vorm, Eindredactie en Features en dat het huidige editiestelsel, de redactieformule en de overige afdelingen van de redactie (de sportredactie, de vijfde regioredacties, de nieuwsdienst, de economieredactie, de cultuurredactie en de redactie internet) onaangetast blijven.

b) MGL heeft alle financiële informatie verstrekt die de ondernemingsraad redelijkerwijs nodig heeft voor zijn advisering. De ondernemingsraad heeft het onderwerp van zijn advisering ten onrechte uitgebreid tot de bedrijfsvoering en de door het management gemaakte keuzes als geheel. Er is geen sprake van een door Mecom opgelegde ebitda-doelstelling. De jaarlijks door MGL zelf gehanteerde ebitda-doelstelling, die afhankelijk van de omstandigheden ligt tussen de 8 en 15%, volgt uit de begroting. De vennootschapsrechtelijke jaarrekening van LMG is nog niet opgesteld en vastgesteld. De voorlopige cijfers over 2009 zijn op 5 februari 2010 aan de ondernemingsraad toegezonden. De verschillen in de cijfers die door de ondernemingsraad inconsistenties worden genoemd berusten slechts op verschillen in accounting principles. Anders dan de ondernemingsraad suggereert zijn de drukkosten die NDL in rekening brengt bij MGL marktconform, zoals de accountant heeft verklaard. De kosten van de SLA’s met Wegener staan los van deze adviesaanvraag, zijn voorwerp geweest van een eerdere adviesaanvraag en zijn marktconform. Ook de pensioenkosten doen niet ter zake; de stijging van de pensioenkosten houdt verband met verplichte verhoging van de dekkingsgraad van het pensioenfonds. De begroting van de advertentie-inkomsten kan niet worden gebaseerd op het onderzoek van PwC omdat PwC uitgaat van de landelijke gemiddelden en Limburg daar in negatieve zin van afwijkt. Tijdens het adviestraject is gebleken dat de werkelijke advertentieomzet in januari en februari 2010 lager was dan begroot. Nadien is gebleken dat hetzelfde geldt voor de maanden maart en april 2010.

c) MGL heeft het besluit uitvoerig gemotiveerd. De omstandigheid dat MGL in de laatste maanden van 2009 een beter resultaat heeft geboekt laat onverlet dat ook de cijfers over het laatste kwartaal slechter zijn dan begroot. De budgetten die voor 2010 zijn gesteld worden niet gehaald.

3.3 De Ondernemingskamer stelt voorop dat het binnen redelijke grenzen aan de ondernemingsraad en niet aan de ondernemer is om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om een verantwoord advies te kunnen geven. Dit kan meebrengen dat de ondernemer in het kader van een adviesaanvraag meer of andere informatie dient te verstrekken dan volgt uit de reguliere verstrekking van financiële gegevens als geregeld in artikel 31a WOR.

3.4 De Ondernemingskamer begrijpt de stellingen van MGL aldus dat zij haar voornemen tot de formatiereductie op de redactie uitsluitend voor wat betreft de omvang voor advies aan de ondernemingsraad heeft voorgelegd, dat besluitvorming over de uitwerking nog moet plaatsvinden en dat zij die uitwerking niet aan de ondernemingsraad maar aan de redactieraad zal voorleggen. De bezwaren van de ondernemingsraad zijn toegespitst op de formatiereductie op de redactie, zowel ten aanzien van de omvang van de reductie (15 fte) als ten aanzien van het ontbreken van de uitwerking daarvan.

3.5 Ten aanzien van de uitwerking van de reductie op de redactie overweegt de Ondernemingskamer als volgt. De bestuurder van MGL heeft onvoldoende inzicht verschaft in de uitwerking van de teruggang van de redactie met 15 fte en de gevolgen daarvan voor de op de redactie werkzame personen en de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen. De bestuurder is - in verband met hetgeen zijns inziens uit het redactiestatuut voortvloeit - ook niet voornemens om in een later stadium - op de voet van artikel 25 lid 5, laatste volzin, WOR advies te vragen. Dit op zichzelf leidt reeds tot de gevolgtrekking, dat MGL bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. De Ondernemingskamer voegt aan dit een en ander nog toe, dat de uitwerking hier ook reeds in dit stadium behoorde te worden gegeven, omdat deze in redelijkheid noodzakelijk is opdat de ondernemingsraad de aanvaardbaarheid van de reductie als zodanig - met het oog op het behoorlijk blijven functioneren van de redactie - ten behoeve van het uit te brengen advies adequaat kon beoordelen.

3.6 Anders dan MGL kennelijk meent, doen het redactiestatuut en de daarin aan de hoofdredacteur en aan de redactieraad toebedeelde taken en bevoegdheden immers niet af aan het wettelijke adviesrecht van de ondernemingsraad. In artikel A.1 van het redactiestatuut wordt dat ook onderkend. De omstandigheid dat, mede gelet op artikel C. 5.8 van het redactiestatuut, de bestuurder in een geval als het onderhavige zowel de ondernemingsraad als de redactieraad in staat moet stellen advies uit te brengen over de gevolgen van de voorgenomen reductie voor het functioneren van de redactie, maakt dit niet anders. Voor zover MGL heeft aangevoerd dat, gelet op het bepaalde in artikel C 2.2 van het redactiestatuut, niet haar bestuurder maar de hoofdredacteur beslist over de feitelijke uitwerking van de reductie ter redactie (nadat de directie de omvang van de reductie heeft vastgesteld) en de ondernemer daarover dus geen besluit neemt en dus geen advies kan vragen, moet dit verweer worden verworpen omdat de hoofdredacteur in zoverre moet worden aangemerkt als bestuurder in de zin van artikel 1, lid 1, sub e WOR. Een andere opvatting zou er immers toe leiden dat het wettelijke adviesrecht van de ondernemingsraad op onaanvaardbare wijze wordt uitgehold. Bij dit een en ander neemt de Ondernemingskamer in aanmerking dat een correcte uitvoering van de wet op de ondernemingsraden geen afbreuk hoeft te doen aan de in het redactiestatuut neergelegde onafhankelijkheid van de redactie.

3.7 Ten aanzien van de omvang van de personeelsreductie overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Als argument voor de reductie heeft MGL ten eerste gewezen op de financieel-economische ontwikkelingen in de onderneming, die kostenbesparingen volgens haar noodzakelijk maken. Naar de ondernemingsraad terecht heeft betoogd, volgt uit de dienaangaande door MGL verstrekte gegevens niet logisch de voorgenomen omvang van de formatiereductie. Over de ebitda 2010 heeft MGL zich niet concreet uitgelaten, terwijl zij ter zake geen doelstelling wenst te noemen. Enig verband tussen de financieel-economische ontwikkeling in de onderneming en de omvang van de formatiereductie heeft MGL niet gelegd, ondanks de desbetreffende verzoeken van de ondernemingsraad.

3.8 Ten tweede heeft MGL erop gewezen dat de formatiereductie op de redactie mogelijk is ten gevolge van optimalisering van de werkwijze, in het bijzonder door (meer) gebruik te maken van ready made pages, overgang naar een Centrale Eindredactie en efficiënter inrichten van de beeld- en vormredactie. Het hierboven onder 2.9 aangehaalde stuk van 16 december 2009, opgesteld door de hoofdredacteur is onvoldoende als motivering van de inkrimping van de redactie omdat dit stuk is gebaseerd op diverse veronderstellingen en overwogen maatregelen, die evenwel onvoldoende zeker zijn, respectievelijk waartoe nog niet besloten is. Daar komt nog bij dat noch in de adviesaanvraag, noch in het stuk van de hoofdredacteur, duidelijk is gemaakt waarom de omvang van de formatiereductie op de redactie op 15 fte moet uitkomen.

3.9 Gelet op het standpunt van MGL dat de vermindering van het aantal fte’s ter redactie vooral samenhangt met de door Wegener geleverde ready made pages en op het feit dat Boermann op 27 januari 2010 aan de ondernemingsraad heeft medegedeeld dat de introductiedatum van de ready made pages is vastgesteld op uiterlijk 1 april 2010, is voorts van belang dat uit de door MGL bij verweerschrift overgelegde Tussenrapportage ReadyMadePages van 16 december 2009 (pagina 10) en het verhandelde ter zitting is gebleken dat over de implementatie van de ready made pages nog veel onduidelijkheden bestaan die samenhangen met de verschillen in vormgeving en indeling tussen de Wegener-kranten enerzijds en Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad anderzijds. Het had dan ook op de weg van MGL gelegen om meer concrete informatie te verschaffen over de feitelijke implementatie van ready made pages en het effect daarvan op de benodigde bezetting van de (verschillende afdelingen van) de redactie. In de door MGL bij verweerschrift overgelegde “Evaluatie pilot RMP” van 16 maart 2010 en het "Plan van Aanpak vervolg pilot” van 29 maart 2010 worden Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad echter niet besproken.

3.10 Uit de adviesaanvraag blijkt dat het teruglopen van de inkomsten uit advertenties en abonnementen een directe aanleiding is voor de beoogde reorganisatie en personeelsreductie. Het voorgenomen besluit strekt tot besparing van kosten. Hieruit volgt dat de ondernemingsraad er een redelijk belang bij heeft om voldoende inzicht te verkrijgen in de kosten van MGL. Inzicht in de kosten is redelijkerwijs nodig om bij de advisering te kunnen beoordelen of het mogelijk is om, geheel of gedeeltelijk in plaats van de vermindering van het aantal fte’s, op andere kosten te besparen. Het standpunt van MGL dat de kosten verband houdende met de SLA’s met Wegener en de kostenverrekening met NDL niet van belang zijn, is daarom onjuist.

3.11 Daaraan doet niet af dat MGL in 2008 aan de ondernemingsraad advies heeft gevraagd over de uitbesteding van bepaalde bedrijfsonderdelen aan Wegener die ten grondslag ligt aan de SLA’s en dat in dat kader door MGL aan de ondernemingsraad is medegedeeld dat de met Wegener overeengekomen tarieven marktconform zijn. Uit de door MGL in dit verband overgelegde stukken (waaronder haar brief van 30 september 2008 aan de ondernemingsraad) blijkt immers dat met deze uitbesteding besparingen van kosten zijn beoogd. MGL heeft op 27 januari 2010 aan de ondernemingsraad laten weten dat de stijging van de administratiekosten wordt veroorzaakt door extra kosten in verband met de SLA’s met Wegener. De ondernemingsraad kan zich daarom redelijkerwijs op het standpunt stellen dat nadere informatie over die kosten in verhouding tot de met de uitbesteding gerealiseerde besparingen informatie is waarover zij bij haar advisering dient te beschikken.

3.12 MGL heeft ook onvoldoende inzicht verschaft in de financiële verhoudingen tussen MGL en NDL. De door MGL bij haar verweerschrift overgelegde verklaring van haar accountant van 12 mei 2010, inhoudende dat de door NDL aan MGL in rekening gebrachte papierkosten marktconform zijn, is (afgezien van het tijdstip waarop die informatie is verschaft) ontoereikend omdat de ondernemingsraad heeft verzocht om inzicht in de drukkosten, die meer omvatten dan de papierkosten. Daarbij komt dat MGL, ondanks daarop gerichte vragen van de ondernemingsraad, geen inzicht heeft verschaft in de toerekening van de kosten die LMG ten behoeve van MGL en NDL maakt op het gebied van personeel en administratie, facturering en management aan MGL enerzijds en NDL anderzijds.

3.13 De Ondernemingskamer verwerpt het bezwaar van de ondernemingsraad dat MGL haar begroting van de advertentie-inkomsten over de periode 2010-2013 onvoldoende heeft toegelicht. Gedurende het adviestraject heeft MGL voldoende duidelijk gemaakt aan welke bronnen zij haar verwachtingen dienaangaande ontleent en in deze procedure heeft MGL nader toegelicht waarom het door de ondernemingsraad genoemde rapport van PwC haar niet tot een ander oordeel leidt. De omstandigheid dat de ondernemingsraad op haar beurt niet overtuigd is van de juistheid van de aannames van MGL brengt niet mee dat MGL daarom in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen.

3.14 Ook het bezwaar van de ondernemingsraad dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de pensioenkosten faalt. Wat er ook zij van eerdere onduidelijkheden op dit punt, uit hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat de pensioenkosten voor de beoordeling van het besluit niet van belang zijn, omdat deze niet ten laste komen van het operationele resultaat.

3.15 De bezwaren van de ondernemingsraad tegen het businessplan 2010 dat MGL op 1 februari 2010 aan de ondernemingsraad heeft toegezonden komen er kort gezegd op neer dat daarin slechts een jaar vooruit wordt gekeken, MGL slechts oog heeft voor kostenbesparingen en dat een duidelijke visie op de toekomst van de dagbladen ontbreekt. Mede gelet op het feit dat het project Perspectief beoogt om nieuwe aanpalende inkomstenbronnen te onderzoeken en te ontwikkelen, acht de Ondernemingskamer de bezwaren van de ondernemingsraad tegen de inhoud van het businessplan 2010 - zo al juist - van onvoldoende gewicht.

3.16 Het is voldoende aannemelijk dat de door de ondernemingsraad aangekaarte inconsistenties in de cijfers zijn terug te voeren op boekhoudkundige kwesties. Daarom moet worden aangenomen dat deze, indien MGL opnieuw aan de ondernemingsraad advies zal vragen, zonodig nader opgehelderd worden. Deze kwestie behoeft thans dus geen nadere bespreking.

3.17 De slotsom is dat MGL tekort is geschoten in de verplichting het voorgenomen besluit voldoende uit te werken voor wat betreft de inkrimping van de redactie met 15 fte en in de verplichting om aan de ondernemingsraad voldoende informatie te verschaffen over de kosten en besparingen verband houdende met de SLA’s met Wegener en over de financiële verhoudingen tussen MGL en NDL. Dit leidt tot het oordeel dat MGL bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit van 1 april 2010. Het hierboven onder 1.2 sub 1) genoemde onderdeel van het verzoek zal daarom worden toegewezen. De Ondernemingskamer zal voorts MGL gebieden het besluit in te trekken en verbieden om uitvoering te geven aan het besluit. Gelet op de hierboven onder 1.3 genoemde toezegging van MGL en de omstandigheid dat gesteld noch gebleken is dat reeds enige uitvoering aan het besluit is gegeven, bestaat geen grond voor een gebod om alle gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Op die grond bestaat evenmin aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart dat Media Groep Limburg B.V., gevestigd te Sittard, bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit van 1 april 2010;

legt aan Media Groep Limburg B.V. de verplichting op het besluit in te trekken;

verbiedt Media Groep Limburg B.V. uitvoering te geven aan het besluit;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Ingelse, voorzitter, mr. Römer en mr. Makkink, raadsheren, drs. Izeboud RA en mr. Van Maanen, raden, in tegenwoordigheid van mr. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 juli 2010.