Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1179

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
200.022.533/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof komt tot het oordeel dat aannemelijk is geworden dat de kandidaat-notaris – minst genomen – bij klagers de indruk heeft gewekt dat zij de feitelijke behandeling van het dossier voor haar rekening zou nemen, waaraan niet afdoet dat [mr. X] als executeur eindverantwoordelijkheid droeg.

Alles overziend is het hof van oordeel dat de maatregel van waarschuwing terecht is opgelegd door de kamer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 13 juli 2010 in de zaak onder nummer 200.022.533/01 NOT van:

[de kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [plaatsnaam],

APPELLANTE,

t e g e n

1. [klager sub 1],

wonende te [plaatsnaam],

2. [klager sub 2],

wonende te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDEN.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 14 januari 2009 een verzoekschrift – met bijlagen - ingekomen van de zijde van appellante, verder te noemen de kandidaat-notaris, waarbij zij tijdig hoger beroep instelt tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor notarissen en kandidaat-notarissen te Arnhem, verder te noemen de kamer, van 15 december 2008, waarbij de kamer de daarin onder 3.1.a. en 3.1.b. geformuleerde klachten van geïntimeerden, verder: klagers, gegrond heeft verklaard en aan de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing heeft opgelegd.

1.2. Van de zijde van de kandidaat-notaris is op 23 februari 2009 een aanvullend verzoekschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van klagers is op 24 maart 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 augustus 2009. Klagers en de kandidaat-notaris zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; klager sub 1 en de kandidaat-notaris aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Voor zover partijen bezwaar hebben gemaakt tegen de vastgestelde feiten – en zulks relevant is – zal het hof deze bezwaren meenemen in zijn oordeel.

4. Het standpunt van klagers

4.1. Klagers verwijten de kandidaat-notaris - voor zover hier van belang - dat zij hen, ondanks herhaalde verzoeken en sommaties daartoe, geen inlichtingen heeft verstrekt over de voortgang van haar werkzaamheden bij de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder., mevrouw [ ], overleden op 24 maart 2006. Bij testament van 17 december 2005, verleden ten overstaan van notaris [mr. X] te [plaatsnaam], op wiens kantoor de kandidaat notaris werkzaam was en tegen wie de oorspronkelijke klacht eveneens was gericht, waren klagers tot (enig) erfgenamen benoemd en was [mr. X] tot executeur van de nalatenschap benoemd. Klagers voeren aan dat de kandidaat-notaris niet heeft gereageerd op diverse brieven en emailberichten. Ook heeft zij niet gereageerd op de verzoeken van klagers om toezending van bewijsstukken dat er documenten aan de Franse notaris waren verstuurd die belast was met de overdracht van de woning van erflaatster in [plaatsnaam in Frankrijk] aan klagers en het vestigen van een vruchtgebruik daarop ten behoeve van de tweede echtgenoot van de moeder van klagers, [naam tweede echtgenoot] (verder [tweede echtgenoot]. Tevens is er geen afschrift van de aangifte van het recht van successie aan klagers gezonden Daarbij komt dat telefoontjes niet werden beantwoord.

4.2. Voorts wordt de kandidaat-notaris verweten dat zij de belangen van klagers niet dan wel onvoldoende heeft behartigd. Zo hebben zij pas na de kandidaat-notaris veelvuldig aangemaand te hebben, een verklaring van erfrecht ontvangen. Verder is de schuldbekentenis van de legataris [tweede echtgenoot] pas in november 2007 door de kandidaat-notaris gemaild, terwijl klagers hier al veel eerder om hadden verzocht. Ook heeft de kandidaat-notaris in tegenstelling tot hetgeen was afgesproken, de vertaalde stukken niet naar de Franse notaris gestuurd.

Eveneens heeft de kandidaat-notaris de successieaangifte niet tijdig ingediend, was de aangifte incompleet en niet ondertekend en bovendien naar het verkeerde adres gestuurd.

4.3. Ten slotte verzoeken klagers het hof om een tegemoetkoming in de reiskosten in beide instanties vooralsnog geraamd op € 700,-- en om te bevorderen dat zij een afschrift krijgen van het nalatenschapsdossier.

5. Het standpunt van de kandidaat- notaris

5.1. De kandidaat-notaris heeft de stellingen van klagers – gedeeltelijk – betwist en zij heeft zich als volgt verweerd.

5.2. De kandidaat-notaris heeft allereerst betoogd dat [mr. X] als notaris belast was met de executele in de nalatenschap van de moeder van klagers. Aangezien dit een persoonsgebonden taak is, lag het op de weg van die notaris dienaangaande zijn verantwoordelijkheden te nemen voor een correcte afwikkeling van de nalatenschap. Voorts heeft zij gesteld dat – nu van de zijde van [mr. X] niet werd gereageerd op de klachten van klagers – zij heeft getracht een aantal branden te blussen, waaronder de problemen betreffende de financiële kant van de nalatenschap. In dat verband heeft zij er opgewezen dat

[tweede echtgenoot], de huwelijkspartner van de moeder van klagers, niet met haar wenste te communiceren over de afwikkeling van de nalatenschap, in het bijzonder betreffende zijn schuldbekentenis. Hierdoor werd haar positie tegenover klagers bemoeilijkt, zodat van een voortvarende afwikkeling van de nalatenschap geen sprake kon zijn. In diverse emailberichten heeft de kandidaat-notaris haar standpunt in deze kenbaar gemaakt aan klagers; zij verwijst voor wat betreft de schuldbekentenis naar de email van 5 december 2006 gericht aan klager sub 1.

5.3. Ten aanzien van het klachtonderdeel betreffende de belangenbehartiging heeft de kandidaat-notaris gesteld dat de verklaring van erfrecht inderdaad enige tijd op zich heeft laten wachten, maar dat deze vertraging niet aan haar te wijten is geweest, omdat klager sub 2 heeft nagelaten zijn nieuwe adres door te geven, zodat de stukken niet naar hem konden doorgestuurd. Wat betreft het contact met de Franse notaris heeft de kandidaat-notaris gesteld dat zij deze een aantal keren telefonisch heeft gesproken. In hoger beroep heeft de kandidaat-notaris er op gewezen dat zij ter zitting van 4 november 2008, waarop de klacht in eerste aanleg werd behandeld, aan klager sub 1 de verzendbewijzen heeft overhandigd van stukken die aan de Franse notaris zijn gezonden. Met betrekking tot de afhandeling van de successierechten heeft zij verwezen naar [mr. X]. Als executeur van de nalatenschap diende hij voor de afwikkeling hiervan zorg te dragen. Correspondentie van de zijde van [tweede echtgenoot] en van de inspectie waren gericht aan [mr. X] als executeur.

6. De beoordeling

6.1. Het hof is van oordeel dat de klachten ter zake van het verstrekken van inlichtingen en de belangenbehartiging zodanig met elkaar zijn verweven dat een gezamenlijke behandeling hiervan gerechtvaardigd is.

Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de kandidaat-notaris – desgevraagd – gesteld dat er geen sprake was van een gezagsverhouding tussen haar en [mr. X], aangezien zij reeds elf jaar kandidaat-notaris is en binnenkort binnen hetzelfde kantoor als [mr. X] werkzaam zal zijn als notaris. In dit verband heeft zij gezegd dat zij een prima verstandhouding heeft met [mr. X] en dat het voorleggen van de problemen in het onderhavige dossier aan de voorzitter van de Kamer van Toezicht wel door haar is overwogen maar dat zij daarvan heeft afgezien omdat zulks door [mr. X] opgevat zou kunnen zijn als een motie van wantrouwen, hetgeen had kunnen leiden tot een conflict binnen de maatschap.

De kandidaat-notaris heeft voorts bevestigd dat zij vanaf de bespreking met klagers op 20 oktober 2006 regelmatig contact heeft gehad met klagers. De kandidaat-notaris heeft aangevoerd dat zij slechts werkzaamheden achter de schermen verrichtte die eigenlijk door [mr. X] – als executeur – ter hand hadden moeten worden genomen. Zij heeft klagers, zo voert zij aan, tijdens eerdergenoemde bespreking van 20 oktober 2006 duidelijk gemaakt dat de rol van de executeur [mr. X] een exclusieve is. Uit het dossier is het hof echter gebleken dat de kandidaat-notaris de behandeling van het onderhavige dossier feitelijk (op zijn minst in belangrijke mate) heeft overgenomen van [mr. X]. Zo verstrekte de kandidaat-notaris bij brief van 23 november 2006 de verklaring van erfrecht en deelde daarbij mede dat indien er vragen of opmerkingen zouden zijn over de verklaring van erfrecht of over de afwikkeling van de nalatenschap contact kon worden opgenomen met haar. Dat het hier een standaardzin betrof, zoals de kandidaat-notaris in dit verband heeft gesteld behoefde, wat er overigens ook van die stelling zij, niet kenbaar te zijn voor klagers. Bij e-mail van 31 oktober 2007 berichtte de kandidaat-notaris aan klager sub 1 vervolgens dat zij de stukken van [tweede echtgenoot] had ontvangen die moesten dienen voor het opmaken van de akte van verdeling betreffende de nalatenschap. Zij schreef de akte van verdeling te zullen concipiëren en eindigde wederom met de opmerking dat contact met haar kon worden opgenomen indien er vragen of opmerkingen waren. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat de kandidaat-notaris ter zitting in hoger beroep desgevraagd heeft bevestigd dat zij in de eerder genoemde bespreking op 20 oktober 2006 heeft gezegd: “ik ga het dossier nu behandelen”. Het hof komt dan ook tot het oordeel dan aannemelijk is geworden dat de kandidaat-notaris – minst genomen – bij klagers de indruk heeft gewekt dat zij de feitelijke behandeling van het dossier voor haar rekening zou nemen, waaraan niet afdoet dat [mr. X] als executeur eindverantwoordelijkheid droeg.

6.2. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de kandidaat-notaris onjuist heeft gehandeld. Het hof heeft bij de beoordeling betrokken dat de kandidaat- notaris weliswaar de nodige problemen op haar pad heeft gevonden en dat zij heeft getracht de kar vlot te trekken, maar dat niettemin gebleken is dat de kandidaat-notaris de belangen van klagers heeft achtergesteld bij de belangen van (haar relatie met) [mr. X]. Het had op de weg van de kandidaat-notaris gelegen zich te wenden tot de kamer van toezicht met het verzoek in te grijpen in de onhoudbare situatie betreffende de wijze waarop [mr. X] het onderhavige dossier behandelde, of - een andere mogelijkheid - om klagers in overweging te geven om een andere executeur te vragen. Nu de kandidaat-notaris beide heeft nagelaten droeg zij ook zelf verantwoordelijkheid voor het tijdig en adequaat afwikkelen van de nalatenschap en het informeren van klagers over de (voortgang van de) werkzaamheden bij die afwikkeling.

6.3. Met betrekking tot de klacht ten aanzien van de behartiging van de belangen van klagers voegt het hof toe dat de kandidaat-notaris ook heeft nagelaten om met [mr. X] de mogelijkheid te bespreken om haar als executeur in zijn plaats te laten stellen. Dit had te meer in de rede gelegen nu de kandidaat-notaris herhaaldelijk in verband met de klachten van klagers verwijst naar de positie van [mr. X] als executeur. Een in de plaatstelling had dan ook in de rede geleden. Het hof overweegt in dit verband dat de kandidaat-notaris heeft gesteld dat de [tweede echtgenoot] in het gesprek met haar op 12 januari 2007 had duidelijk gemaakt dat hij met haar geen zaken wilde doen, omdat niet zij executeur was, maar notaris [mr. X].. Ook dat had aanleiding moeten zijn om in het belang van klagers actie te ondernemen teneinde de ontstane impasse te doorbreken. Alles overziend is het hof van oordeel dat de maatregel van waarschuwing terecht is opgelegd door de kamer.

6.4. Het hof zal het verzoek van klagers om een tegemoetkoming in de reiskosten van beide instanties, alsmede het verzoek om een afschrift van het dossier van de nalatenschap, afwijzen omdat de Wet op het notarisambt in dergelijke verzoeken niet voorziet.

6.5. Voor zover klagers met hun overige klachten behalve op de notaris ook het oog hadden op de kandidaat-notaris overweegt het hof dat het dienaangaande niet tot een andere beschouwing en/of oordeel is gekomen dan de kamer.

6.6. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.7. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beslissing van de kamer.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, A.M.A. Verscheure en A.H.N. Stollenwerck en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 13 juli 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE ARNHEM

Kenmerk: 07.831/2007/854

Beslissing van de Kamer van Toezicht te Arnhem

in de zaak van:

[klager sub 1],

wonende te [plaatsnaam],

en

[klager sub 2],

wonende te [plaatsnaam],

klagers,

tegen

[MR. X],

notaris te [plaatsnaam],

en

[de kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [plaatsnaam].

Partijen worden verder genoemd: klaagster en klager dan wel gezamenlijk klagers, respectievelijk de notaris en de kandidaat-notaris dan wel gezamenlijk de notaris c.s.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief, met bijlagen, van klagers van 1 augustus 2007, gericht aan de Kamer van Toezicht te Zutphen, waarin de klacht tegen de notaris c.s. is neergelegd

- de beslissing van de president van het gerechtshof Amsterdam van 5 september 2007, waarbij de Kamer van Toezicht te Arnhem wordt belast met de behandeling van de klacht

- de brieven van de secretaris van de Kamer van Toezicht te Arnhem van 12 september 2007 aan klagers en de notaris c.s.

- de brieven van de secretaris van de Kamer van Toezicht te Arnhem van 14 september 2007 aan klagers en de notaris c.s.

- de brieven van de secretaris van de Kamer van Toezicht te Arnhem van 8 november 2007, 15 november 2007, 6 mei 2008 en 9 mei 2008 aan klagers

- de brieven van de secretaris van de Kamer van Toezicht te Arnhem van 9 mei 2008 en 12 juni 2008 aan de notaris c.s.

- de brief, met bijlagen, van klagers, van 22 juni 2008, waarin de klacht tegen de notaris c.s. wordt aangevuld

- de brief van de secretaris van de Kamer van Toezicht te Arnhem van 25 juni 2008 aan de notaris c.s.

- de brieven van de secretaris van de Kamer van Toezicht te Arnhem van 30 september 2008 aan klagers en de notaris c.s.

- de mondelinge behandeling van de klacht op 4 november 2008.

2. De feiten

2.1 Op 24 maart 2006 is overleden mevrouw [ ], de moeder van klagers. Bij testament van 17 december 2005, verleden ten overstaan van de notaris, heeft erflaatster klagers benoemd tot haar enige erfgenamen. Aan haar tweede huwelijkspartner [tweede echtgenoot] heeft zij een aantal goederen gelegateerd, waaronder het vruchtgebruik van een woning, gelegen in [plaatsnaam], Frankrijk. In haar testament heeft erflaatster voorts de notaris benoemd tot executeur van haar nalatenschap.

2.2 Op 15 april 2006 hebben klagers en [tweede echtgenoot] een gesprek gehad met de notaris over de inhoud van het testament.

2.3 In juni 2006 is klaagster naar [plaatsnaam in Frankrijk] gereisd in verband met de overdracht van de woning van haar moeder en de vestiging van het vruchtgebruik. Bij die gelegenheid heeft zij gesproken met een Franse notaris. Deze heeft bij brief van 12 juli 2006 de notaris verzocht om gewaarmerkte afschriften toe te zenden van de huwelijkse voorwaarden van erflaatster, het testament, de akte van overlijden en de verklaring van erfrecht, met van de laatste drie documenten een Franse vertaling.

2.4 Bij e-mailbericht van 1 augustus 2006 heeft klaagster, onder verwijzing naar de brief van de Franse notaris van 12 juli 2006, de notaris verzocht zo spoedig mogelijk aan haar gewaarmerkte afschriften toe te zenden van de akte van overlijden en de verklaring van erfrecht, opdat zij deze zou kunnen laten vertalen. In dit e-mailbericht heeft klaagster de notaris verder geschreven:

"Aangezien mijn moeder u heeft aangewezen als executeur testamentair, zouden mijn broer en ik graag op de hoogte worden gehouden over de voorgang en de afwikkeling van de nalatenschap. Tot op heden mochten wij geen enkel bericht , noch inzage, van u ontvangen met betrekking tot bijvoorbeeld de voortgang belastingaangifte 2005 van mijn moeder, financiele overzichten, bericht van blokkering bankrekeningen, opzeggen van verzekeringen, te innen polissen, nog te verrichten betalingen en aflossing schulden, enzovoort. Wij maken ons dan ook zorgen over het verstrijken van termijnen en eventuele boetes, die ons inziens niet ten laste van de boedel kunnen komen. Zou u zo vriendelijk willen zijn om telefonisch contact met mij op te nemen? Ik hoop dat u onze zorgen kunt wegnemen."

2.5 Op 20 oktober 2006 hebben klagers een gesprek gehad met de kandidaat-notaris. Daarbij heeft de kandidaat-notaris klagers meegedeeld dat zij het dossier verder zal afwikkelen.

2.6 Na een aantal daartoe strekkende verzoeken van klagers heeft de kandidaat-notaris op 23 november 2006 aan hen een verklaring van erfrecht toegezonden.

2.7 In januari 2007 heeft klaagster de resterende vertaalde documenten aan de kandidaat-notaris afgegeven ter toezending aan de Franse notaris.

2.8 Bij e-mailbericht van 6 februari 2007 heeft klaagster de kandidaat-notaris onder meer het volgende geschreven:

"Op 12 januari 2006 (bedoeld zal zijn 2007, KvT) heeft u mij gebeld met de mededeling dat de partner van onze moeder (legataris) eindelijk de financiele gegevens heeft aangeleverd in verband met de afwikkeling van de nalatenschap van onze moeder (mevrouw [ ]). U zou deze gegevens aan de erven (mijn broer en ik) opsturen.

Op 1 februari 2006 (bedoeld zal zijn 2007, KvT) heb ik een herinnering per e mail gestuurd omdat wij nog steeds geen gegevens hebben ontvangen. Daarna heb ik diverse keren gebeld naar uw kantoor met het verzoek om gegevens op te sturen.

Op mijn verzoeken om terug te bellen wordt niet gereageerd. Vanmiddag zou u het dossier opzoeken en mij terugbellen. Weer mocht ik niets vernemen, ook niet per e mail.

Zoals u weet heb ik vorig jaar in juni/juli ook al onze zorgen over de afwikkeling uitgesproken en op schrift gezet. Dat is de reden geweest van het gesprek in oktober 2006, waarin u notabene hebt toegezegd dat de afwikkeling voor 1 December 2006 geregeld zou zijn.

Ik vind het onbegrijpelijk dat er nu wederom vertraging optreedt. Het is nu bijna een jaar na het overlijden van onze moeder en er is nog niet eens een boedelbeschrijving opgemaakt en geen enkele inzage gegeven in de financien. Het enige wat wij hebben ontvangen is de verklaring van erfrecht (in November 2006). Aangezien u bent aangewezen als executeur testamentair acht ik u verantwoordelijk voor de gang van zaken."

2.9 De aangifte voor het recht van successie is door de notaris c.s. ingediend. Dit is per abuis gebeurd bij de belastingdienst te Assen in plaats van te Leeuwarden. In Leeuwarden is de aangifte op 18 juni 2007 ontvangen. Van de successieaangifte is, ondanks verzoeken daartoe, door de notaris c.s. geen afschrift verzonden aan klagers.

2.10 Nadat klaagster, na een bezoek in mei 2007 aan de Franse notaris, van deze had vernomen dat de verzochte documenten nog niet waren ontvangen, heeft klaagster op 2 juni 2007 de notaris c.s. onder andere geschreven:

"In februari 2007 heb ik alle documenten ten behoeve van de franse notaris aangeleverd, inclusief de begeleidende brief. De documenten zouden door u, per koerier, naar Frankrijk worden opgestuurd. Tot op heden heb ik geen enkel bewijs van u ontvangen dat de documenten zijn opgestuurd. {Franse notaris} heeft niets ontvangen. Gezien de bedroevende kwaliteit van uw dienstverlening ga ik er vanuit dat u deze documenten dus niet heeft opgestuurd.

(...)

Bij deze stel ik uw kantoor in gebreke en sommeer ik u de nalatenschap voor 1 augustus 2007 af te wikkelen. Na die datum acht ik mij vrij om een klacht bij de Raad van Toezicht in te dienen.

Bovendien sommeer ik u om:

a. Voor 8 juni 2007 de door mij verstrekte documenten ten behoeve van de Franse notaris per koerier (met bericht van ontvangst) naar Frankrijk te sturen. Als bewijs stuurt u mij een kopie van het bericht van ontvangst;

b. Voor 8 juni te telefoneren met de Franse notaris, [Franse notaris]. Als bewijs stuurt u mij een kort schriftelijk verslag van de bespreking."

2.11 Bij brief van 20 juni 2007 heeft klaagster de notaris c.s. meegedeeld dat zij geen reactie op haar brief van 2 juni 2007 heeft ontvangen. In de brief heeft klaagster de notaris c.s. opnieuw gesommeerd de documenten naar Frankrijk op te sturen, te telefoneren met de Franse notaris en de nalatenschap voor 1 augustus 2007 af te wikkelen. Ook heeft zij om een kopie van de successieaangifte verzocht. De kandidaat-notaris heeft daarop klaagster telefonisch geantwoord dat zij contact had opgenomen met de Franse notaris.

2.12 Op 4 juni 2008 heeft klaagster per e-mail de kandidaat-notaris onder meer het volgende bericht:

"Ik heb de franse notaris laten bellen. Zij heeft de stukken nog niet ontvangen. Graag ontvang ik van u het bewijs van verzending. Ik neem aan dat u de stukken hebt verzonden per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, zoals afgesproken."

2.13 Bij brief van 16 juni 2008 heeft de belastingdienst klaagster onder andere het volgende meegedeeld:

"In verband met het overlijden van mevrouw [ ] richt ik mij tot u.

Er is door [mr. X], notaris te [plaatsnaam] als uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking van de erflaatster een aangifte voor het recht van successie ingediend op 18 juni 2007, echter niet ondertekend.

In deze aangifte wordt aangegeven dat op grond van het testament van 17 december 2005 de erflaatster heeft benoemd tot haar erfgenamen haar kinderen ieder voor de helft van haar nalatenschap en tevens heeft benoemd tot executeur bovengenoemde notaris.

Ik heb de notaris op 13 augustus 2007 een brief geschreven met het verzoek om een kopie van het testament te sturen mede inzake de verdeling van het saldo van de nalatenschap en het verzoek om de successieaangifte alsnog te ondertekenen. Geen reactie.

Op 28 september 2007 heb ik een rappel gestuurd. Geen reactie.

Op 31 januari 2008 een brief verzonden met de mededeling dat indien niet gereageerd wordt er een ambtshalve aanslag zal worden opgelegd aan de 2 kinderen. Geen reactie.

Ik deel u hierbij mee dat ik voornemens ben om een ambtshalve aanslag op te leggen aan de 2 kinderen (...)"

2.14 Vervolgens heeft klaagster per e-mail de kandidaat-notaris onder andere het volgende gemeld:

"Op mijn e mail-bericht d.d. 4 juni jl. mocht ik geen reactie van u ontvangen. Zoals ik op 4 juni al heb aangegeven heeft de franse notaris geen documenten van u ontvangen. Ik heb u nu vijf keer schriftelijk verzocht om de documenten op te sturen naar Frankrijk en mij een bericht van verzending te verstrekken.

Er komt van uw zijde geen enkele reactie.

Derhalve zal ik zelf de documenten gaan opsturen. Ik zal deze komende week, na 25 juni 2008, bij u persoonlijk op kantoor komen ophalen.

(...)

Overigens heb ik een brief ontvangen van de belastingdienst d.d. 16 juni 2008. De belastingdienst stelt hierin aan de orde dat u niet heeft gereageerd op hun brieven d.d. 13 augustus 2007, 28 september 2007 en 31 januari 2008. Ik constateer als eerste dat u mij geen afschriften heeft verstrekt van de brieven van de belastingdienst. Voorts constateer ik dat u drie brieven afkomstig van de belastingdienst onbeantwoord heeft gelaten."

3. De klachten

3.1 Klagers maken de notaris c.s. een groot aantal verwijten die als volgt kunnen worden samengevat.

a. De notaris c.s. heeft, ondanks verzoeken en sommaties daartoe, klagers niet geïnformeerd over (de voortgang van) zijn werkzaamheden als executeur.

b. De notaris c.s. heeft als executeur de belangen van klagers niet dan wel onvoldoende behartigd.

c. De notaris c.s. heeft als executeur de goederen van de nalatenschap niet beheerd en de schulden niet voldaan, zodat klagers financiële schade hebben geleden.

d. De notaris c.s. heeft akten onzorgvuldig geformuleerd.

3.2 De notaris c.s. heeft tegen de klacht verweer gevoerd.

4. De motivering van de beslissing

4.1 Volgens artikel 98 lid 1 Wet op het notarisambt zijn notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als notarissen of kandidaat-notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De Kamer dient dus te onderzoeken of de handelwijze van de notaris c.s. een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 De Kamer stelt vast dat onbestreden is, dat de notaris zijn benoeming als executeur heeft aanvaard. Eveneens staat vast dat de kandidaat-notaris met instemming van de notaris op enig moment mede de feitelijke uitoefening van het executeurschap ter hand heeft genomen. Van beiden kan daarom de handelwijze bij de afwikkeling van de nalatenschap in ogenschouw worden genomen.

4.3 Krachtens het testament rust op de executeur onder meer de taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen en vertegenwoordigt hij bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen. Op grond van artikel 134 boek 4 van het Burgerlijk Wetboek moet de executeur aan de erfgenamen alle door hen gewenste informatie over de uitoefening van zijn taak verschaffen.

In dit licht zal de Kamer de tegen de notaris c.s. ingediende klachten beoordelen.

4.4 Ter zake van de eerste klacht overweegt de Kamer het volgende. Uit de door klagers overgelegde afschriften van brieven en e-mails, waaronder die welke hiervoor zijn vermeld onder 2.4, 2.8, 2.10, 2.11, 2.12 en 2.14, volgt dat zij de notaris c.s. regelmatig hebben verzocht inlichtingen te verstrekken over de afwikkeling van de nalatenschap. Niet gebleken is dat de notaris c.s. op de door klagers gedane verzoeken adequaat en voortvarend heeft geantwoord. De Kamer stelt onder meer vast dat de notaris c.s. niet heeft gereageerd op de verzoeken van klaagster om toezending van bewijsstukken dat de documenten aan de Franse notaris zijn verzonden. Evenmin is door de notaris c.s. aan klagers een afschrift verzonden van de originele aangifte van het recht van successie. Klagers stellen verder vele malen tevergeefs telefonisch contact te hebben gezocht met de notaris c.s. voor het verkrijgen van informatie. Door de notaris c.s. wordt dit niet betwist. Evenmin wordt bestreden dat meermalen geen gevolg is gegeven aan het verzoek van klagers om terug te bellen. De notaris c.s. heeft geen enkele reden of rechtvaardiging voor het achterwege blijven van deze informatie gegeven.

De Kamer concludeert uit het voorgaande dat de notaris c.s. ernstig is tekort geschoten in het geven van inlichtingen aan klagers. De hiervoor onder 3.1 sub a. genoemde klacht is daarom gegrond.

4.5 Ter onderbouwing van de tweede klacht dat de notaris c.s. hun belangen niet dan wel onvoldoende heeft behartigd, voeren klagers in de eerste plaats aan dat zij pas na vele aanmaningen een verklaring van erfrecht toegestuurd hebben gekregen. De notaris c.s. ontkent niet dat de afgifte enige tijd op zich heeft laten wachten, maar wijt dit aan de omstandigheid dat klager, na een verhuizing, heeft nagelaten zijn nieuwe adres door te gegeven, waardoor de verzonden stukken niet aan hem konden worden bezorgd. De Kamer overweegt dat, indien dit laatste al juist zou zijn - klager betwist namelijk dat de notaris c.s. niet van zijn nieuwe adres op de hoogte zou zijn geweest - niet valt in te zien waarom de verklaring van erfrecht dan niet tijdig aan klaagster kon worden afgegeven. In ieder geval is de notaris c.s. ten aanzien van klaagster in gebreke gebleven.

In de tweede plaats stellen klagers dat de notaris c.s. de vertaalde documenten niet naar de Franse notaris heeft verstuurd, zoals was afgesproken. De notaris c.s. betwist dat de stukken niet zijn verzonden, maar erkent wel dat dit niet tijdig is gebeurd. Als reden daarvoor geeft de notaris c.s. op dat de materie voor hem onbekend was en dat met de verzending is gewacht tot 22 juni 2007 toen alle stukken compleet waren. De Kamer kan de juistheid van de stelling dat de stukken op de laatstgenoemde datum zijn verzonden niet vaststellen, maar zet daar wel vraagtekens bij. De notaris c.s. heeft immers, ondanks verzoeken daartoe van klagers, niet aangetoond, bijvoorbeeld door een bewijs van verzending, dat de documenten ook daadwerkelijk naar Frankrijk zijn verstuurd. Maar ook indien moet worden aangenomen dat de documenten op de bewuste datum naar de Franse notaris zijn verzonden, dan heeft dit veel te lang op zich laten wachten. In februari 2007 beschikte de notaris c.s. over de benodigde vertalingen en hadden de aanwezige stukken kunnen worden opgestuurd. Onbekendheid met de materie of het completeren van de stukken, wat onder dit laatste ook moet worden begrepen, kan voor het stilzitten geen excuus zijn.

Klagers wijzen voor de onderbouwing van de klacht er in de derde plaats op dat de notaris c.s. de successieaangifte incompleet en niet tijdig heeft ingediend en bovendien niet heeft ondertekend en aan het verkeerde adres heeft verzonden. De notaris c.s. verweert zich tegen het eerste verwijt met de stelling dat [tweede echtgenoot] niet bereid was alle voor de aangifte noodzakelijke gegevens aan te leveren, zodat de aangifte slechts zo goed en zo kwaad als mogelijk was aan de belastingdienst kon worden verzonden. De Kamer acht dit verweer onvoldoende steekhoudend. Het had op de weg van de notaris c.s. gelegen jegens [tweede echtgenoot] die (rechts)maatregelen te nemen die noodzakelijk waren om de vereiste gegevens te verkrijgen. Dat [tweede echtgenoot] boos werd toen hem om informatie werd gevraagd, zoals de notaris c.s. stelt, is geen reden om de zaak vervolgens op zijn beloop te laten. Hier is de notaris c.s. dus tekortgeschoten in zijn taak. De notaris c.s. stelt verder op 12 februari 2007 de aangifte per abuis te hebben opgestuurd naar de belastingdienst in Assen, waarna deze pas op 18 juni 2007 op het goede adres in Leeuwarden zou zijn ontvangen. De Kamer constateert dat door een omissie van de notaris c.s. de aangifte met vertraging op de juiste plaats is aangekomen. Ook hier treft de notaris c.s. een verwijt. Dat geldt evenzeer voor het feit dat verzuimd is de ingediende aangifte te ondertekenen.

In de vierde plaats werpen klagers de notaris c.s. tegen dat door hem niet is gereageerd op een drietal brieven van de belastingdienst, zoals uit de brief van die dienst van 16 juni 2008 blijkt en dat de notaris c.s. klagers evenmin van die brieven op de hoogte heeft gebracht. De notaris c.s. heeft dit verwijt niet tegengesproken. De Kamer overweegt dat door niet te reageren en te informeren de notaris c.s. zijn taak als executeur ernstig heeft veronachtzaamd. Zijn nalatigheid had bovendien kunnen meebrengen dat aan klagers een ambtshalve aanslag was opgelegd met alle financiële consequenties voor hen van dien.

Ten slotte maken klagers in de vijfde plaats de notaris c.s. het verwijt hen pas op 15 november 2007 te hebben geïnformeerd over de aanwezigheid in de nalatenschap van een op 17 december 2005 door de notaris zelf opgestelde schriftelijke schuldbekentenis van [tweede echtgenoot] aan hun moeder. Klagers merken daarbij op dat de notaris c.s., eerst nadat klagers naar een schuldbekentenis hadden gevraagd, daarmee op tafel is gekomen. De notaris c.s. ontkent de juistheid van de stelling van klagers niet. De Kamer is van oordeel dat de notaris c.s. in gebreke is gebleven om van de schuldbekentenis mededeling te doen. Hij was als destijds instrumenterende notaris van de akte op de hoogte en niet is gebleken van een reden om de akte niet uit eigen beweging aan klagers te melden.

Uit het voorgaande volgt dat de notaris c.s. de belangen van klagers onvoldoende heeft behartigd, zodat de onder 3.1 sub b. genoemde klacht gegrond is.

4.6 In de derde klacht verwijten klagers de notaris c.s. dat hij als executeur de goederen van de nalatenschap niet heeft beheerd.

Voor zover in deze klacht besloten ligt dat de notaris c.s. nalatig is geweest in het naar behoren behartigen van de belangen van klagers, wordt overwogen dat hieromtrent onder 4.4 en 4.5 eerder is beslist. Voor het geval klagers met deze klacht de notaris c.s. verwijten dat hij de schulden van de nalatenschap niet heeft voldaan en doordoor klagers financiële schade heeft berokkend, is de Kamer van oordeel dat klagers dit deel van de klacht onvoldoende hebben toegelicht. Nu van de juistheid van dit verwijt ook anderszins niet is gebleken, slaagt dit klachtonderdeel niet.

4.7 Klagers uiten in de vierde klacht bezwaren tegen de wijze waarop de notaris het testament van hun moeder heeft geformuleerd. Zij stellen dat in het testament het vruchtgebruik van de woning in Frankrijk onvoldoende is uitgewerkt en dat onduidelijk is welke rechten en plichten de vruchtgebruiker en de bloot eigenaren hebben. Ook zou het testament niet aansluiten bij het Franse recht voor zover het de woning in Frankrijk betreft en achten klagers het verder slordig dat de term 'de goederen van de familie [naam klagers]' niet in het testament is uitgewerkt.

De Kamer overweegt dat zij de formuleringen in een testament slechts marginaal kan toetsen, nu het geven van een oordeel over de inhoud van een testament is voorbehouden aan de burgerlijke rechter in een voor deze aanhangige procedure. De bedoelde toetsing leidt bij voorbaat niet tot een conclusie dat de notaris heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk notaris betaamt.

Het verwijt dat de door de notaris c.s. opgemaakte akte afgifte legaat en verdeling liquide middelen vele fouten bevat, treft geen doel, nu de Kamer niet kan beoordelen of de notaris c.s. in de akte fouten heeft gemaakt. Voor zover daarvan sprake zou zijn geweest, springt de grief af op het verweer van de notaris c.s. dat zij met klagers hebben afgesproken dat klagers de akte op fouten zouden nalopen.

De vierde klacht is ongegrond.

4.8 Hierboven is vastgesteld dat de notaris c.s. tekort is geschoten in het informeren van klagers en in de behartiging van hun belangen. De Kamer is van oordeel dat zowel de notaris als de kandidaat-notaris ernstig in gebreke is gebleven. Met betrekking tot de notaris wordt overwogen dat hij geen inhoud heeft gegeven aan zijn taak van executeur. Hij heeft geen regie gevoerd en hij heeft geen (rechts)maatregelen getroffen teneinde de medewerking van [tweede echtgenoot] te verkrijgen bij de afwikkeling van de nalatenschap. Bij gelegenheid van de behandeling van de zaak ter zitting is bij de Kamer het vermoeden gerezen dat de notaris volstrekt niet wist wat hij moest doen om zijn executeurschap tot een goed einde te brengen. De Kamer acht de door de notaris overtreden norm dusdanig ernstig dat zij hem daarvoor een berisping zal opleggen. Ook de kandidaat-notaris heeft de afwikkeling van de nalatenschap bij voortduring op haar beloop gelaten. Zij heeft klagers niet geïnformeerd en op hun verzoeken niet of te laat gereageerd. Om die reden zal aan de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing worden opgelegd. Er bestaat geen grond om deze beslissing openbaar te maken, zoals door klagers is verzocht.

5. De beslissing

De Kamer van Toezicht

5.1. verklaart de klachten tegen de notaris, zoals hiervoor onder 3.1 sub a. en b. weergegeven, gegrond,

5.2 legt de notaris daarvoor de maatregel van berisping op,

5.3 verklaart de klachten tegen de kandidaat-notaris, zoals hiervoor onder 3.1 sub a. en b. weergegeven, gegrond,

5.4. legt de kandidaat-notaris daarvoor de maatregel van waarschuwing op.

5.5 verklaart de klachten voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, voorzitter, mrs. H. Quispel, R.P.K.J. van Gerven, J.G.T.M. Castrop en P.A. Huidekoper (plv), leden, en in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. Oor, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 15 december 2008.

De secretaris De voorzitter