Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1177

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
14-07-2010
Zaaknummer
200.039.548/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bekrachtigt de bestreden beslissing van de kamer. Voor het opleggen van een strengere tuchtrechtelijke maatregel, zoals door KBvG verzocht, ziet het hof geen aanleiding.

Het hof voegt aan het door de kamer overwogene nog toe dat voor de gerechtsdeurwaarders in loondienst dezelfde wettelijke vereisten gelden als voor zelfstandig gevestigde gerechtsdeurwaarders. Ook de gerechtsdeurwaarder in loondienst dient dus kantoor te houden in de plaats van vestiging, zijnde de plaats van benoeming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 13 juli 2010 in de zaak onder nummer 200.039.548/01 GDW van:

KONINKLIJKE BEROEPSORGANISATIE VAN

GERECHTSDEURWAARDERS,

gevestigd en kantoorhoudend te ‘Gravenhage,

APPELLANTE,

gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn,

t e g e n

[de gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

GEïNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 6 augustus 2009 ingekomen een verzoekschrift - met bijlagen - namens appellante, verder KBvG, waarbij zij hoger beroep instelt tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 14 juli 2009, waarbij de klacht van KBvG tegen geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, gegrond verklaard is verklaard zonder oplegging van een maatregel.

1.2 Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is op 30 november 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 25 maart 2010, alwaar de gemachtigde van KBvG en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Zij hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van KBvG aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de behandeling van de zaak in eerste aanleg, alsmede van de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in haar beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. De standpunten van partijen

Voor de weergave van de wederzijdse standpunten verwijst het hof naar de bestreden beslissing.

5. De beoordeling

5.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Voor het opleggen van een strengere tuchtrechtelijke maatregel, zoals door KBvG verzocht, ziet het hof geen aanleiding.

Het hof voegt aan het door de kamer overwogene nog toe dat voor de gerechtsdeurwaarders in loondienst dezelfde wettelijke vereisten gelden als voor zelfstandig gevestigde gerechtsdeurwaarders. Ook de gerechtsdeurwaarder in loondienst dient dus kantoor te houden in de plaats van vestiging, zijnde de plaats van benoeming.

5.2. Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.R.R.M. Boumans, L.J. Saarloos en A. Jongbloed en uitgesproken op dinsdag 13 juli 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 14 juli 2009 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 252.2009 ingediend door:

KONINKLIJKE BEROEPSORGANISATIE VAN GERECHTSDEURWAARDERS,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

klaagster,

gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn,

tegen:

[de gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief van 10 april 2009, ingekomen op 15 april 2009, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 19 mei 2009, ingekomen op 20 mei 2009, heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 15 juni 2009 heeft klaagster aanvullende producties overgelegd.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 23 juni 2009 alwaar de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De gemachtigde van klaagster heeft een pleitnota overgelegd.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 14 juli 2009.

1. De feiten

a) Beklaagde is als gerechtsdeurwaarder benoemd met als vestigingsplaats [plaatsnaam 1]. Het bezoekadres van het gerechtsdeurwaarderskantoor is [adres 1] te [plaatsnaam 1].

b) Op 1 december 2008 heeft de gerechtsdeurwaarder op een daartoe strekkende vraag van klaagster het volgende medegedeeld:”Als gerechtsdeurwaarder ben ik nog verbonden aan [naam kantoor] gerechtsdeurwaarders gevestigd te [plaatsnaam 2]. Mijn vestigingsplaats is [plaatsnaam 1]. Tijdens mijn ziekteverzuim –sinds november 2007 tot heden- is het kantoor dat gevestigd zat op de 3e etage van het gebouw van de Kamer van Koophandel te [plaatsnaam 1] omstreeks maart 2008 ontruimd i.v.m. beëindiging van de huurovereenkomst. Naderhand is op de parkeerzuil de naam van het kantoor verwijderd. Bezoekers, zo heb ik geconstateerd, krijgen van de receptioniste van de KvK een flyer mee waarin wordt vermeld dat bezoek alleen mogelijk is op afspraak. Bellen met kantoor in [plaatsnaam 2]. Stukken per post zenden aan Posbus in [plaatsnaam 2] of mailen. Betalingen op bank/postrekening. De verlaten ruimte staat opnieuw te huur. Voor zover mij bekend kan een kantoor”hok”waarin een conf. tafel met een paar stoelen op afroep beschikbaar worden gesteld c.q. gehuurd worden. Er is geen personeel van [naam kantoor]in [plaatsnaam 1] aanwezig….”

c) Per email van 9 februari 2009 heeft de gerechtsdeurwaarder bevestigd dat de door hem omschreven situatie nog actueel was.

2. De klacht

2.1 De gerechtsdeurwaarder is benoemd tot gerechtsdeurwaarder met als vestigingsplaats [plaatsnaam 1]. Op grond van informatie van de gerechtsdeurwaarder is vastgesteld dat hij geen kantoor meer houdt in [plaatsnaam 1]. Door geen kantoor te houden in de plaats waar de gerechtsdeurwaarder is gevestigd handelt de gerechtsdeurwaarder in strijd met het bepaalde in artikel 16 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet. De gerechtsdeurwaarder handelt tevens in strijd met de KBvG normen voor kwaliteit, meer in het bijzonder met de norm dat de gerechtsdeurwaarder eenvoudig bereikbaar, toegankelijk en benaderbaar is voor justitiabelen en dat het kantoor beschikt over een baliefunctie die tenminste 5 dagen per week, gedurende reguliere kantoortijden is geopend.

2.2 De KBvG Normen zijn een concrete invulling van artikel 1 van de Administratieverordening gerechtsdeurwaarders en artikel 4 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels voor Gerechtsdeurwaarders. De normen geven een werkbare kwaliteitsstandaard voor de gerechtsdeurwaarders in samenhang met de verantwoordelijkheid die hij draagt als bijzonder ambtenaar. De normen zijn tot stand gekomen na diepgaande discussies binnen een werkgroep, die onder verantwoordelijkheid van het bestuur van klaagster de opdracht had dit onderwerp uit te werken. De normen zijn op 13 december 2007 –unaniem- vastgesteld door de Ledenraad van klaagster.

2.3 Op dinsdag 9 juni 2009 heeft klaagster ter plaatste haar licht opgestoken. Op het [adres 1] te [plaatsnaam 1] is een kantoorgebouw gevestigd alwaar diverse bedrijven zijn gehuisvest. Aan de balie van het bedrijfsgebouw werd een mevrouw gesproken die op de vraag naar [naam kantoor] gerechtsdeurwaarders heeft geantwoord ”Die zitten hier niet meer, u kunt wel een afspraak maken en dan komt iemand vanuit [plaatsnaam 2] naar [plaatsnaam 1].”

2.4 De handelwijze van de gerechtsdeurwaarder is in ernstige mate klachtwaardig. Het belang van het houden van een kantoor op de juiste plaats mag niet worden onderschat. Zo wordt in veel executiewetgeving dwingend voorgeschreven dat er woonplaats wordt gekozen op het kantoor van de executerende gerechtsdeurwaarder en de wet verbindt daaraan het gevolg dat daar alle betekeningen kunnen worden verricht zoals van verzet, hoger beroep of cassatie. Ook op de zogenaamde art. 47 Rv. envelop moet de gerechtsdeurwaarder zijn kantooradres vermelden. Dat dit enkel op afspraak zou kunnen, is niet conform de dagelijkse realiteit en een betekening aan het niet bemande kantoor kan meebrengen dat zaken niet tijdig worden opgemerkt.

2.5 In dat kader past het niet dat de gerechtsdeurwaarder slechts formeel te [plaatsnaam 1] kantoor houdt terwijl duidelijk is dat het kantoor feitelijk is verplaatst naar [plaatsnaam 2].

Dat is in strijd met de wet en heeft slechts tot doel de wettelijk voorziene Ministeriele toetsing te ontlopen. Of de gerechtsdeurwaarder dient ontslag te nemen of er dient een wijziging van standplaats te worden aangevraagd. Zolang de gerechtsdeurwaarder gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam 1] is, dient daar een volwaardig kantoor te worden gehouden.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

3.1 De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat hij als gerechtsdeurwaarder in loondienst werkzaam is bij [naam kantoor], maar dat door hem sinds zijn ziekte, november 2007, geen werkzaamheden meer worden verricht voor [naam kantoor]. De huurovereenkomst van de destijds door [naam kantoor] gehuurde kantoorruimte is in maart 2008 beëindigd en de complete kantoorinventaris is verwijderd. Ter plekke zijn geen kantoorfaciliteiten aanwezig. Wel kan zonodig een kamer met minimale voorzieningen worden gebruikt. De telefoon is doorgeschakeld naar het secretariaat te [plaatsnaam 2]. Door een directielid is de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat men op zoek is naar een kleinere geschikte ruimte die overigens nog niet is gevonden. Vast staat dat het voltallige personeel in maart 2008 is vertrokken naar andere vestigingen van [naam kantoor].

3.2 Justitiabelen die zich vervoegen zullen geen medewerker van [naam kantoor] aantreffen. Men treft een receptioniste aan de balie. Er is momenteel geen volledig geoutilleerde ruimte door [naam kantoor] in gebruik. Meerdere justitiabelen wenden zich thans tot zijn privé-adres in verband met de slechte bereikbaarheid van de vestiging te [plaatsnaam 1]. Afspraken maken voor een bezoek via de receptioniste gaat niet en kasbetalingen evenmin. Er is nog steeds geen vernieuwde reclame- of kantooraanduiding aangebracht op de parkeerzuil of het gebouw zelf. Dat hij geen kantoor houdt in de plaats van vestiging wordt hem feitelijk door zijn werkgever onmogelijk gemaakt en valt hem, mede gelet op zijn langdurige arbeidsongeschiktheid, niet te verwijten.

4. Beoordeling van de klacht

4.1 Het door een gemachtigde namens [naam kantoor] ingediende verweerschrift wordt door de Kamer buiten behandeling gelaten. De klacht is immers gericht tegen de gerechtsdeurwaarder en de gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat de gemachtigde van het kantoor door hem niet is gemachtigd om namens hem tot indiening van een verweerschrift over te gaan.

4.2 Op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.3 In de onderhavige zaak is de vraag aan de orde of de gerechtsdeurwaarder met zijn handelwijze inbreuk heeft gemaakt op het voor gerechtsdeurwaarders geldende vestigingsbeleid en in het bijzonder op het bepaalde in artikel 16 GDW. Dat artikel luidt als volgt: "1. De gerechtsdeurwaarder houdt een kantoor dat in zijn plaats van vestiging is gelegen. Hij is verplicht aldaar zijn register en repertorium te bewaren. 2. Op verzoek van een gerechtsdeurwaarder kan Onze Minister, gehoord de Commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 6, hem toestaan om elders een nevenkantoor te vestigen."

4.4 Uit de stukken en door de gerechtsdeurwaarder ter zitting gegeven toelichting is vast komen te staan dat de gerechtsdeurwaarder feitelijk geen kantoor meer houdt in zijn vestigingsplaats en daar ook zijn register en repertorium niet meer bewaart. Alleen al op grond daarvan voldoet de gerechtsdeurwaarder niet meer aan de door de wet gestelde eisen. De klacht dient dan ook gegrond te worden verklaard.

4.5 De Kamer heeft begrip voor de persoonlijke omstandigheden van de gerechtsdeurwaarder maar dat ontslaat hem niet van de eisen waaraan de gerechtsdeurwaarder op grond van de wet dient te voldoen. Ondanks zijn ziekte had het op zijn weg gelegen van zijn werkgever te verlangen of te vorderen dat er kantoor werd gehouden te [plaatsnaam 1] dan wel een verzoek tot wijziging van de vestigingsplaats te doen. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder ook erkend dat hij formeel verantwoordelijk kan worden gehouden voor het niet voldoen aan de wet.

5. De Kamer ziet in de bijzondere omstandigheden van het geval aanleiding om niet tot het opleggen van een maatregel over te gaan.

6. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor gerechtsdeurwaarders:

- verklaart de klacht gegrond,

- laat het opleggen van een maatregel achterwege.

Aldus gegeven door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, mr. A.C.A. Wildenburg en N.J.M. Tijhuis (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2009 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.