Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0071

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
02-07-2010
Zaaknummer
23-006470-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opiumwet. Bewijs (opzettelijke) invoer, betwisting wetenschap inhoud koffer en omvang opsporingsonderzoek ter zake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-006470-09

datum uitspraak: 25 mei 2010

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 10 december 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-801288-09 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1973],

[adres en woonplaats],

thans gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 26 november 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 07 september 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 7.629,5 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Bewijs

Op grond van achtereenvolgens hetgeen is verhandeld ter terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep en de stukken in het dossier heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld.

Tijdens een verscherpte controle op de luchthaven Schiphol van de ruimbagage van vlucht KL 754 vanuit Guayaquil (Ecuador) is een blauwe tas aangetroffen, die onder meer zeven pakketten met in totaal ongeveer acht kilo cocaïne bevatten. Aan deze tas was een claimtagnummer 0074 KL 675961 ten name van de verdachte bevestigd. De verdachte is met diezelfde vlucht gereisd. De tas was transferbagage die naar Warschau (Polen) verder zou worden vervoerd. Het bagagelabel vermeldt dat er op naam van de verdachte 1 stuk bagage is ingecheckt met een gewicht van ongeveer 12 kilo. Het gewicht van de op Schiphol aangetroffen tas was 20.240 gram.

De verdachte heeft gesteld geen wetenschap van de aanwezigheid van de cocaïne in haar tas te hebben gehad. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat haar bagage bij haar vertrek uit Guayaquil geheel door vier politiemensen is doorzocht, dat zij haar ruimbagage (waarin de cocaïne op Schiphol is aangetroffen) daarna heeft ingecheckt en niet meer heeft teruggezien, en dat haar tas niet met behulp van een slot of andere voorziening was afgesloten.

Het hof overweegt dat er, op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, van uit dient te worden gegaan dat de cocaïne in de tas van de verdachte is gestopt nádat zij deze aan de incheckbalie had afgegeven en vóórdat zij weer over deze tas kon beschikken. Dat de verdachte bij het in de tas stoppen van de cocaïne betrokken zou zijn geweest of daarvan anderszins wetenschap heeft gehad, kan uit de stukken in het dossier niet worden opgemaakt; er is daarnaar -voor zover de stukken in het dossier uitwijzen- ook in het geheel geen onderzoek gedaan, hoewel dit -gelet op het verschil tussen het ingecheckte en het aangetroffen gewicht als ook op de door de verdachte betrokken stelling- wél aangewezen was. Mogelijk is, dat de resultaten van dergelijk onderzoek een ander licht op de waarachtigheid van de door de verdachte afgelegde verklaringen en het daaraan te verbinden oordeel hadden kunnen werpen. Met de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het reisverhaal van de verdachte -de (voorgenomen) route, haar reisdoelen, mede bezien tegen de achtergrond van hetgeen omtrent de financiële positie van de verdachte is gebleken- weliswaar als zonder meer buitenissig moet worden aangemerkt en veel vragen oproept die niet, althans niet bevredigend door de verdachte zijn beantwoord, maar -anders dan de advocaat-generaal- is het hof, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat het buitenissige karakter van dat reisverhaal en het rechterlijk oordeel daarover voor het bewijs van verdachtes wetenschap van de aanwezigheid van de cocaïne in het hier ter berechting voorliggende geval ontoereikend is. Dit alles brengt mee dat het ten laste gelegde bestanddeel ‘opzettelijk’ niet voor bewezenverklaring in aanmerking komt.

Bewezenverklaarde

Het hof acht, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 7 september 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 7.629,5 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op

handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof is van oordeel dat hetgeen hiervoor onder het kopje Bewijs is overwogen meebrengt dat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden op grond waarvan niettemin aan de verdachte van de aanwezigheid van de in haar reistas aangetroffen cocaïne een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Dit betekent dat de verdachte wegens afwezigheid van alle schuld niet strafbaar is.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven in de rubriek bewezenverklaarde omschreven.

Verklaart niet wettig en overuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde evenwel niet strafbaar en ontslaat de verdachte ter zake van alle rechtsvervolging.

Heft op de gevangenhouding van de verdachte.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.00 STK Instapkaart KLM Vlucht ams-warsaw

1.00 STK Claimtag KLM Op naam van Vinza

1.00 STK Vliegticket Vlucht quayaquil-ams

1.00 STK Notitie en memo Met verschillende telefoonnummers

1.00 STK Notitieboekje Kl: meerkl Met schillende bedragen, namen en adressen

1.00 STK Telefoontoestel Kl:meerkl NOKIA

1.00 STK Telefoontoestel Kl:meerkl SONY ERICSSON

1.00 STK Telefoontoestel NOKIA

1.00 STK Telefoontoestel MOTOROLA

1.00 STK Notitie en memo Met verschillende teksten erop

1.00 STK Notitie en memo Verkoop huisjes 22.000 euro.

Dit arrest is gewezen door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.F. van Manen, mr. R. Veldhuisen en mr. R.P.P. Hoekstra, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 mei 2010.