Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9467

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
200.015.558-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis in hoger beroep vernietigd. Vordering uit rekening-courant overeenkomst. Debetsaldo is niet in rechte komen vast te staan. Opgave van debetsaldo op naam van anderen, met een contract met hetzelfde nummer als de bankrekening van appellant, is onvoldoende.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 141
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[E], wonende te [X],

APPELLANT,

advocaat: mr. B. Wernik, te Haarlem,

t e g e n

de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr J.G. Keizer, te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna respectievelijk [E] en ABN AMRO genoemd. [E] is bij dagvaarding van 15 juli 2008 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 16 april 2008, gewezen onder zaaknummer/rolnummer 138518/HAZA 07-1091, tussen ABN AMRO als eiseres/gedaagde in verzet en [E] als gedaagde/eiser in verzet.

Bij memorie heeft [E] vier grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd, bewijs aangeboden, stukken in het geding gebracht en geconcludeerd als in die memorie weergegeven.

Bij memorie van antwoord heeft ABN AMRO de grieven bestreden, bewijs aangeboden, stukken in het geding gebracht en geconcludeerd als in die memorie weergegeven.

Tenslotte is arrest gevraagd op de gedingstukken van de beide instanties.

2. Grieven

Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

3. Feiten

In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank onder 2 sub 2.1 tot en met 2.4 een aantal in dit geding vaststaande feiten opgesomd. Behoudens drie onderdelen daarvan, genoemd in de eerste grief, is die vaststelling niet in geschil, zodat ook het hof van die feiten, met uitzondering van de genoemde drie onderdelen, zal uitgaan.

4. Beoordeling

4.1 De zaak betreft het volgende.

a. "V.O.F. Uitzendbureau A&A" had bij ABN AMRO een rekening-courant met kredietfaciliteiten met nummer [rekeningnummer].

b. Een van de voorwaarden waaronder het krediet is aangegaan is dat de houders van de rekening-courant bij overschrijding van de verstrekte kredietfaciliteit geen nieuwe betalingsopdrachten verstrekken en dit tekort binnen twee maanden aanzuiveren. De rekeninghouder heeft in strijd met deze voorwaarden gehandeld. Per 11 juli 2005 was op de rekening-courant een saldotekort ontstaan groot € 26.744,37. ABN AMRO heeft de rekeninghouder tevergeefs gesommeerd binnen twee maanden dit tekort aan te zuiveren.

c. ABN AMRO heeft ter verzekering van haar vordering drie conservatoire derdenbeslagen laten leggen ten laste van V.O.F. Uitzendbureau A&A, vader en zoon [E] die, naar de bank stelt, vennoten waren van genoemde VOF.

d. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Amsterdam van 10 augustus 2006 is de VOF met ingang van 1 januari 2004 ontbonden en is de onderneming voortgezet als eenmanszaak door de vader van [E].

De rechtbank heeft de vordering van ABN AMRO op [E] voortvloeiend uit de rekening-courant overeenkomst van de bank toegewezen, ervan uitgaande dat [E] ten tijde van het afsluiten van de kredietovereenkomst vennoot was van bovengenoemde VOF.

4.2 Het hof ziet aanleiding om allereerst te bespreken het onderdeel van de eerste grief waarin [E] de hoogte van het volgens ABN AMRO op 11 juli 2005 bestaande debetsaldo van de ten processe bedoelde rekening waarop de vordering van ABN AMRO is gebaseerd, betwist. Bij memorie van antwoord heeft ABN AMRO als productie 2 overgelegd een bescheid waarboven staat "Relatie: [A]" en "Contract [nummer]". Deze productie houdt niets in over een eventueel op 11 juli 2005 bestaand debetsaldo van genoemde rekening. Uit dit overzicht blijkt slechts dat er op 8 juli 2005 een debetsaldo was van € 26.744,37. Zonder toelichting, die ontbreekt, is dit onvoldoende onderbouwing voor de hoogte van de vordering op naam van "V.O.F. Uitzendbureau A&A" met als rekening [rekeningnummer] (niet "contractnummer" [nummer]) op 11 juli 2005. Het hof wijst er verder nog op dat het saldo van de rekening [rekeningnummer] op 18 januari 2005 blijkens het als productie 1 bij akte van 23 januari 2008 overgelegde bankafschrift van 18 januari 2005 bedroeg debet EURO 4.061,59, terwijl het bij memorie van antwoord overgelegde overzicht begint met een saldo groot debet € 26.736,19 op 16 maart 2005. Op geen enkele wijze wordt aangegeven op welke wijze het saldo in die periode van twee maanden met ruim tweeëntwintig duizend Euro toenam.

Nu aldus de hoogte van het debetsaldo van genoemde rekening waarop de vordering van ABN AMRO is gebaseerd, gelet op de gemotiveerde betwisting door [E] daarvan en de onvoldoende adstruering daarvan door ABN AMRO, niet in rechte is komen vast te staan, slaagt dit onderdeel van deze grief en zal de vordering van ABN AMRO reeds hierom worden afgewezen.

4.3 Bij die stand van zaken behoeven de overige grieven geen bespreking.

5. Slotsom

Het onder 4.2 genoemde onderdeel van de eerste grief slaagt. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en de vordering van ABN AMRO zoals bij het verstekvonnis van 29 maart 2006 toegewezen, alsnog afwijzen. ABN AMRO dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van de verstekprocedure en de verzetprocedure te dragen. De kosten van het betekenen van het verstekvonnis en van het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen op grond van het bepaalde in artikel 141 Rv voor rekening van [E] komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het niet verschijnen van [E] in eerste instantie.

6. Beslissing

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en

opnieuw rechtdoende:

vernietigt het verstekvonnis van de rechtbank Haarlem van 29 maart 2006; gewezen onder nummer 122170/HAZA 06-297; en opnieuw beslissend

wijst de vordering van ABN AMRO alsnog af;

veroordeelt ABN AMRO in de kosten van de verstekprocedure aan de zijde van [E] begroot op nihil en in de kosten van de verzetprocedure met uitzondering van na te melden kosten aan de zijde van [E] begroot op in eerste aanleg aan verschotten € 720,-- en aan salaris € 1.447,50;

veroordeelt ABN AMRO in de kosten van het hoger beroep tot aan dit arrest begroot op € 1.065,44 aan verschotten en € 1.158,-- aan salaris;

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, P.J. Duinkerken en C.T. Barbas en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2010.