Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BM8265

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-05-2010
Datum publicatie
18-06-2010
Zaaknummer
23-000003-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep t.a.v. de strafmaat; bezit kinderporno; in beginsel onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden; bijzondere omstandigheden geven aanleiding tot werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000003-09

datum uitspraak: 10 mei 2010

TEGENSPRAAK

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2008 in de strafzaak onder parketnummer 13-525303-07 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1961],

adres: [adres en woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 25 juli 2008 en 8 december 2008 en op de terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, ook ten aanzien van de maatregel, behalve echter ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre wordt het vonnis vernietigd.

Ook vult het hof de strafmotivering aan. Tenslotte vervalt hetgeen de rechtbank heeft opgemerkt onder hoofdstuk 3 voorafgaand aan de bewezenverklaring, nu het desbetreffende verweer in hoger beroep niet is gevoerd.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een bijzondere voorwaarde, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de ernst van het bewezen geachte en de omstandigheden waaronder dit is begaan.

Naar het oordeel van het hof behoort dit in beginsel tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur te leiden.

Met de raadsman is het hof echter van oordeel dat in het geval van de verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf bijzonder ontwrichtend zou werken. Daarbij is gelet op zijn gezinssituatie en zijn baan.

Ook neemt het hof in overweging dat de verdachte uit zichzelf een behandeling heeft gevolgd bij De Waag, welke behandeling ruim een jaar in beslag heeft genomen.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf van een zodanige duur dat deze de ernst van de feiten voldoende benadrukt en dat deze de verdachte ervan zal weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan. Tevens vindt het hof in het voorlichtingsrapport over de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 27 februari 2008 evenals de rechtbank aanleiding als bijzondere voorwaarde op te leggen dat de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de Reclassering. Daarnaast acht het hof een taakstraf in de vorm van een werkstraf passend.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 9 april 2010 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld, hetgeen eveneens in zijn voordeel meeweegt.

Het hof acht, alles afwegende, een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen die veroordeelde zullen worden gegeven door Stichting Reclassering Nederland.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, te weten het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Beveelt dat bij niet naar behoren verrichten van de taakstraf, deze wordt vervangen door hechtenis voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.A.J. Dun, mr. C.N. Dalebout en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van mr. Z.G.I. Kooi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 mei 2010.