Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7146

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
09-06-2010
Zaaknummer
23-005455-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Imprime-proces-verbaal en de daaraan te stellen eisen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-005455-09

datum uitspraak: 8 juni 2010 (PROMIS)

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 30 oktober 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-021742-09 tegen

(naam verdachte),

geboren te (geboorteplaats) (geboorteland) op (geboortedatum),

adres: (adres).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie aan dit arrest gehecht. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

Vrijspraak

Het hof overweegt dat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, er sterke aanwijzingen bestaan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de tenlastelegging omschreven misdrijf.

Echter, gelet op het feit dat in dezen het bewijs in de kern moet worden gevonden in het “proces-verbaal van bevinding” van 14 maart 2009, opgemaakt door verbalisant (naam verbalisant), in welk (imprimé) proces-verbaal naar het oordeel van het hof de redenen van wetenschap onvoldoende tot uitdrukking zijn gebracht en aldus bezien dat proces-verbaal niet voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 153, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering te stellen eisen, acht het hof - nu er overigens geen bewijsmiddelen voorhanden zijn - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven naar het oordeel van het hof de ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw gevoerde verweren geen bespreking.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. R.M. Steinhaus en mr. J.G. Bulsing, in tegenwoordigheid van mr. S.G.J. Berk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 juni 2010.

Mr. Bulsing is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.