Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BM6884

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2010
Datum publicatie
07-06-2010
Zaaknummer
23-004276-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ten aanzien van feit 1:

Het verweer van de raadsman komt erop neer dat de verdachte degene is op wiens naam het paspoort is verstrekt en dat hij er niet van op de hoogte was dat uit het paspoort dat hij van zijn vader heeft ontvangen, de oorspronkelijk aangebrachte foto is verwijderd. Een aannemelijke verklaring voor het verwijderen van de oorspronkelijke foto is daarmee echter niet gegeven. De gestelde wijze waarop het paspoort is verkregen is namelijk in het geheel niet in overeenstemming met de gebruikelijke gang van zaken waarbij degene aan wie dit document wordt verstrekt daarbij aanwezig is, gelet op het belang van dit document dat dient tot vaststelling van de identiteit van de gebruiker ervan. De door de raadsman overgelegde informatie biedt weliswaar enige ondersteuning aan de lezing van de raadsman dat het paspoort door de bevoegde autoriteiten zou kunnen zijn verstrekt buiten tegenwoordigheid van de verdachte, maar het hof heeft niet ter zitting kunnen nagaan of de overgelegde informatie volledig is. Uit de door het hof op het internet aangetroffen informatie van de Ghanese ambassade, die aan het dossier is toegevoegd en ter zitting is besproken, blijkt daarentegen dat aanvragen voor paspoorten in persoon moeten worden ingediend. Daarbij komt dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep teneinde eventuele twijfel over de identiteit van de verdachte weg te nemen de geboorteaktes van twee kinderen van de verdachte heeft getoond, waarop echter als vader een andere naam dan die van de verdachte was vermeld. Gelet op deze omstandigheden, beschouwd in onderling verband en samenhang, acht het hof de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat hij niet wist dat het paspoort vals of vervalst was, niet geloofwaardig.

Ten aanzien van feit 2.

Nog daargelaten de omstandigheid dat het – gelet op al hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 1 is overwogen – maar zeer de vraag is of de materiële gegevens die in de verblijfsvergunning en het rijbewijs zijn vermeld, juist zijn, oordeelt het hof als volgt. Nu de verdachte wist dat het paspoort vervalst was, wist hij eveneens dat de verblijfsvergunning en het rijbewijs die hij – naar hij bij de politie heeft verklaard – heeft aangevraagd met behulp van dit paspoort vals zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004276-09

datum uitspraak: 1 juni 2010

TEGENSPRAAK (advocaat bepaaldelijk gemachtigd)

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 11 augustus 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-801071-09 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 11 augustus 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 18 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1 hij op of omstreeks 28 juli 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een (nationaal) paspoort van Ghana (voorzien van het nummer [nummer], op naam gesteld van [naam verdachte], geboren op [datum], waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was;

2 hij op of omstreeks 28 juli 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad (een) vals(e) of vervalst(e)

- verblijfsvergunning van Spanje (voorzien van het nummer [nummer 2], op naam gesteld van [naam verdachte], geboren op [datum], en/of

- (nationaal) rijbewijs van Spanje (voorzien van het nummer [nummer 3], op naam gesteld van [naam verdachte], geboren op [datum],

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,

terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het/zij echt en onvervalst, immers heeft hij, verdachte,bovengenoemd(e) document(en), valselijk doen opmaken en/of vervalsen, door voor de verstrekking/afgifte van bovengenoemd(e) reisdocument(en), een (ver)vals(t) paspoort van Ghana (voorzien van het nummer [nummer]) te overleggen/overhandigen;

3 hij op of omstreeks 28 juli 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) verblijfsvergunning van Spanje (voorzien van het nummer [nummer 4], op naam gesteld van [naam 2], geboren op [datum 2]) – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers is dit document totaal vals.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Daarbij overweegt het hof het volgende.

De verdachte is per vliegtuig op 28 juli 2009 uit Accra (Ghana) aangekomen op Schiphol. Hij was in gezelschap van een kind. Uit het proces-verbaal betreffende de aanleiding van het onderzoek naar de in de tenlastelegging genoemde documenten (dossierparagraaf 0.5) blijkt niet dat de verdachte het onder feit 3 bedoelde document ter controle heeft aangeboden aan de met de uitoefening van de grensbewaking belaste opsporingsambtenaar. De verdachte heeft bij gelegenheid van zijn verhoor op Schiphol, toen hem een kopie van de in de tenlastelegging onder 3 vermelde verblijfsvergunning ten name van [naam 2] werd getoond, verklaard dat deze verblijfsvergunning afkomstig is uit een gesloten enveloppe die zich bevond in de tas van het kind dat hij op zijn reis vergezelde. De verdachte heeft voorts verklaard dat deze enveloppe op Schiphol door opsporingsambtenaren uit de tas is gehaald en opengeknipt. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij niet wist was er in de enveloppe zat. Het dossier bevat geen aanknopingspunten die de verklaring van de verdachte op dit punt logenstraffen.

Nu niet is gebleken dat de verdachte wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat de verblijfsvergunning ten name van [naam 2] zich in de bagage van de door hem begeleide minderjarige reisgenoot bevond, kan naar het oordeel van het hof het ten laste gelegde opzet, gericht op het afleveren of voorhanden hebben van deze verblijfsvergunning, niet bewezen worden verklaard en moet de verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

Bewezen verklaarde

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 hij op 28 juli 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Ghana voorzien van het nummer [nummer], op naam gesteld van [naam verdachte], geboren op [datum], waarvan hij wist dat het reisdocument vervalst was;

2 hij op 28 juli 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse

- verblijfsvergunning van Spanje voorzien van het nummer [nummer 2], op naam gesteld van [naam verdachte], geboren op [datum], en

- nationaal rijbewijs van Spanje voorzien van het nummer [nummer 3], op naam gesteld van [naam verdachte], geboren op [datum],

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als ware zij echt en onvervalst,

immers heeft hij, verdachte,bovengenoemde documenten, valselijk doen opmaken, door voor de verstrekking/afgifte van bovengenoemde documenten een vervalst paspoort van Ghana voorzien van het nummer [nummer] te overleggen.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte niet wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het onderhavige paspoort vervalst was. Daartoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd. Nadat de verdachte zijn paspoort in Spanje was kwijtgeraakt, heeft zijn vader voor hem het nieuwe, onderhavige paspoort opgehaald in Ghana. Dit was mogelijk, doordat de Ghanese overheid niet de eis stelt dat degene op wiens naam het paspoort wordt afgegeven bij de aanvraag of de uitreiking daarvan in persoon aanwezig is. De raadsman heeft daarbij verwezen naar door hem ter terechtzitting overgelegde uitdraaien van informatie via internet beide gedateerd 18 mei 2010.

Het hof overweegt het volgende.

Ten aanzien van feit 1

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de pasfoto die is aangetroffen in het paspoort van de verdachte kennelijk is aangebracht na verwijdering van een eerder aangebrachte pasfoto. Het verweer van de raadsman komt erop neer dat de verdachte degene is op wiens naam het paspoort is verstrekt en dat hij er niet van op de hoogte was dat uit het paspoort dat hij van zijn vader heeft ontvangen, de oorspronkelijk aangebrachte foto is verwijderd. Een aannemelijke verklaring voor het verwijderen van de oorspronkelijke foto is daarmee echter niet gegeven. De gestelde wijze waarop het paspoort is verkregen is namelijk in het geheel niet in overeenstemming met de gebruikelijke gang van zaken waarbij degene aan wie dit document wordt verstrekt daarbij aanwezig is, gelet op het belang van dit document dat dient tot vaststelling van de identiteit van de gebruiker ervan. De door de raadsman overgelegde informatie biedt weliswaar enige ondersteuning aan de lezing van de raadsman dat het paspoort door de bevoegde autoriteiten zou kunnen zijn verstrekt buiten tegenwoordigheid van de verdachte, maar het hof heeft niet ter zitting kunnen nagaan of de overgelegde informatie volledig is. Uit de door het hof op het internet aangetroffen informatie van de Ghanese ambassade, die aan het dossier is toegevoegd en ter zitting is besproken, blijkt daarentegen dat aanvragen voor paspoorten in persoon moeten worden ingediend. Daarbij komt dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep teneinde eventuele twijfel over de identiteit van de verdachte weg te nemen de geboorteaktes van twee kinderen van de verdachte heeft getoond, waarop echter als vader een andere naam dan die van de verdachte was vermeld. In een geboorteakte die aan het verhoor van de verdachte van 31 juli 2009 bij de rechter-commissaris is gehecht, is weer een andere achternaam vermeld, namelijk “[naam 3]”. Gelet op deze omstandigheden, beschouwd in onderling verband en samenhang, acht het hof de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat hij niet wist dat het paspoort vals of vervalst was, niet geloofwaardig.

Ten aanzien van feit 2.

Nog daargelaten de omstandigheid dat het – gelet op al hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 1 is overwogen – maar zeer de vraag is of de materiële gegevens die in de verblijfsvergunning en het rijbewijs zijn vermeld, juist zijn, oordeelt het hof als volgt. Nu de verdachte wist dat het paspoort vervalst was, wist hij eveneens dat de verblijfsvergunning en het rijbewijs die hij – naar hij bij de politie heeft verklaard – heeft aangevraagd met behulp van dit paspoort vals zijn.

Het verweer wordt op grond van het vorenstaande verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

1 in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is;

2 opzettelijk het vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenissstraf van vijf maanden met aftrek, met onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten 1, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, met dien verstande dat de in beslag genomen voorwerpen 15, 16 en 17 dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft bij aankomst op Schiphol een vervalst Ghanees paspoort, een valse Spaanse verblijfsvergunning en een vals Spaans rijbewijs in zijn bezit dan wel voorhanden gehad. Aldus heeft hij gehandeld in strijd met het belang dat de overheid heeft bij een deugdelijke grensbewaking en vaststelling van de identiteit van personen die het Nederlandse grondgebied betreden. Ook in het maatschappelijk verkeer maakt het gebruik van dergelijke valse en vervalste ambtelijke stukken een ernstige inbreuk op het vertrouwen dat erin wordt gesteld ten behoeve van een goede economische en sociale dienstverlening. Het hof is van oordeel dat slechts een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur recht kan doen aan de ernst van de feiten.

De hierna als zodanig te melden in beslag genomen voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar aangezien het 1 en 2 bewezen verklaarde met betrekking tot deze voorwerpen is begaan, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 57, 225 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezen verklaarde omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Onttrekt aan het verkeer de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een Ghanees paspoort, [nummer],

- een Spaanse verblijfsvergunning, [nummer 2], en

- een Spaans rijbewijs, [nummer 3].

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een creditcard, VISA [nummer 5], ten name van [naam verdachte],

- een creditcard, VISA [nummer 6], ten name van [naam verdachte], en

- een document zonder foto, [nummer 7], pas van [naam 4].

Gelast de bewaring van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp ten behoeve van de rechthebbende, te weten: een Spaanse verblijfsvergunning, [nummer 4], ten name van [naam 2].

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. F.M.D. Aardema en mr. H.P. Wooldrik, in tegenwoordigheid van A.M.M. van Gorp, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juni 2010.

Mr. H.P. Wooldrik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.