Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BM6830

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
04-06-2010
Zaaknummer
200.031.693/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof stelt voorop dat de executeur en niet de notaris verantwoordelijk is voor de volledigheid en juistheid van de boedelbeschrijving. Indien echter de boedelbeschrijving zoals in casu in de akte van 11 september 2008 notarieel wordt opgemaakt brengt de tussenkomst van de notaris mee dat deze op volledigheid en juistheid toeziet voor zover hij zulks kan beoordelen. In de akte wordt met betrekking tot het recht van vruchtgebruik verwezen naar de bepalingen die zijn opgenomen in het testament van erflater. Een dergelijke verwijzing acht het hof toelaatbaar nu het vruchtgebruik geen registergoed betreft en alle betrokkenen van het testament kennis dragen.

Het hof verklaart de klachten gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond en zal de beslissing van de kamer vernietigen. Het hof acht maatregel van waarschuwing passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 25 mei 2010 in de zaak onder nummer 200.031.693/01 NOT van:

[de notaris],

notaris te [plaatsnaam],

APPELLANT,

tegen

[klaagster],

wonende te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Namens appellant, verder de notaris, is bij op 28 april 2009 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Middelburg, verder de kamer, van 2 april 2009, waarbij de klacht van geïntimeerde, verder klaagster, gegrond is verklaard zonder dat daarbij een maatregel aan de notaris is opgelegd.

1.2. Van de zijde van klaagster is op 29 juli 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van de notaris is op 21 september 2009 nog een brief ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 september 2009, alwaar de notaris is verschenen en het woord heeft gevoerd. Klaagster heeft het hof bij haar voormeld verweerschrift laten weten geen behoefte te hebben bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Tegen de vaststelling van de feiten door de kamer in haar voormelde beslissing is noch door klaagster noch door de notaris bezwaar gemaakt, zodat ook het hof daarvan uit zal gaan.

4. Het standpunt van klaagster

4.1. Bij haar klachtschrift van 6 juli 2008, binnen gekomen bij de kamer op 9 juli 2008, heeft klaagster een klacht gericht tegen het notariskantoor “[het notariskantoor]” te [plaatsnaam] van welk kantoor de notaris deel uitmaakt. Klaagster is van mening dat zij door de notaris en diens medewerkers niet serieus wordt genomen en formuleert haar klacht in de volgende onderdelen:

a. er wordt niet of erg laat gereageerd op haar correspondentie, waardoor zij het gevoel heeft dat zij nu al drie jaar aan het lijntje wordt gehouden;

b. door medewerkers van de notaris worden toezeggingen gedaan die niet worden nagekomen;

c. in de conceptakte van verdeling van 13 mei 2005 worden kosten opgevoerd die niet worden onderbouwd;

d. op haar argumentatie wordt weinig of niet inhoudelijk gereageerd.

De klacht wordt in het klaagschrift en de daarbij gevoegde stukken toegelicht.

4.2. Bij brief van 22 september 2008, binnengekomen bij de kamer op 24 september 2008, heeft klaagster aanvullende klachten geformuleerd naar aanleiding van de op 11 september 2008 ten overstaan van de notaris gepasseerde akte van afgifte keuzelegaat en vruchtgebruik waarbij de weduwe van erflater als executeur in diens nalatenschap daarvan een beschrijving opmaakte en aan zichzelf als legataris alle goederen van de nalatenschap tegen inbreng van de waarde daarvan afgaf alsmede het levenslang recht van vruchtgebruik op de schuldig gebleven inbrengvordering van de erfgenamen.

Deze aanvullende klacht viel uiteen in de volgende onderdelen:

a. de waardering van de goederen van de nalatenschap, en in het bijzonder het daartoe behorende registergoed, heeft niet plaatsgevonden “in onderling overleg” zoals het testament van erflater voorschreef;

b. de tot de nalatenschap behorende sieraden zijn buiten de boedelbeschrijving gehouden;

c. de bepalingen in het testament van erflater met betrekking tot het beëindigen van het vruchtgebruik (in geval van hertrouwen enz.) zijn niet in de akte opgenomen.

5. Het standpunt van de notaris

Het verweer van de notaris komt hierna bij de beoordeling aan de orde voor zover van belang.

6. De beoordeling

6.1. Het hof stelt voorop dat in appèl uitsluitend ter beoordeling staan de klachten van klaagster voor zover die zijn gericht tegen de notaris aangezien alleen de notaris in hoger beroep is gekomen. De door klaagster tegen “[het notariskantoor]”en [de oud-notaris] ingebrachte klachten liggen niet ter beoordeling in hoger beroep voor.

6.2. De notaris is [oud-notaris] in verband met diens defungeren per 1 januari 2008, per die datum opgevolgd als verantwoordelijke notaris voor de afdeling familierecht binnen zijn kantoor en heeft per die datum de verantwoordelijkheid voor het dossier betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van [de erflater], hierna erflater, van [oud-notaris] overgenomen. Derhalve kan in deze procedure uitsluitend handelen en nalaten van de notaris vanaf 1 januari 2008 tuchtrechtelijk worden getoetst. Voor zover de klacht betrekking heeft op handelen of nalaten van vóór die datum is klaagster daarin in dit geding niet ontvankelijk.

6.3. Met betrekking tot de klachten omschreven in het klachtschrift van 6 juli 2008 overweegt het hof als volgt:

6.3.1. De notaris heeft op verzoek van klaagster in maart 2008 het dossier, dat al meer dan drie jaar op het notariskantoor in behandeling was, van de behandelend medewerkster overgenomen en daarin blijkens de overgelegde briefwisseling regie gevoerd.

Het hof acht derhalve het onderdeel van de klacht betrekking hebbend op de lange duur van de behandeling in dit geding dat uitsluitend de notaris betreft, ongegrond.

6.3.2. Het onderdeel van de klacht dat betrekking heeft op toezeggingen door medewerkers van het kantoor die niet zijn nagekomen, ziet op de mededeling per e-mail op 25 januari 2008 van de medewerkster van de notaris aan de adviseur van klaagster dat de weduwe van erflater akkoord ging met taxatie van de tot de nalatenschap behorende woning door Faasse en Fermont Makelaars en dat de taxatieopdracht de eerstvolgende werkdag zou worden gegeven en het feit dat die taxatieopdracht vervolgens niet is verstrekt. De notaris heeft verklaard dat de weduwe haar akkoord voordien al weer had ingetrokken en dat ook andere erfgenamen de taxatie niet door deze taxateur wensten te laten uitvoeren. Hij was derhalve niet meer bevoegd tot het verstrekken van een taxatieopdracht aan Faasse en Fermont Makelaars. Onder deze omstandigheden kan de notaris er geen verwijt van worden gemaakt dat hij deze opdracht niet heeft verstrekt. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond. De notaris heeft overigens erkend dat de intrekking van de toezegging en de bezwaren van andere erfgenamen beter met klaagster hadden moeten worden gecommuniceerd.

6.3.3. Het onderdeel van de klacht betrekking hebbend op de conceptakte van verdeling van 13 mei 2005 regardeert de notaris niet, gelet op het hiervoor onder 6.2. overwogene. Het hof zal klaagster in dit onderdeel van haar klacht niet ontvankelijk verklaren.

6.3.4. In zijn brief van 2 april 2008 aan de erfgenamen, onder wie klaagster, heeft de notaris na overleg met de weduwe van erflater voorstellen gedaan om tot afwikkeling van de nalatenschap te komen. In haar brief van 7 april 2008 aan de notaris heeft klaagster een drietal punten geformuleerd waaraan voldaan zou moeten zijn wilde zij haar goedkeuring verlenen aan de voorgestelde afwikkeling. Op deze brief van klaagster is door de notaris niet gereageerd, ook niet in diens brief aan de erfgenamen van 15 augustus 2008.

Het onderdeel van de klacht dat de notaris niet inhoudelijk heeft gereageerd op de brief van klaagster van 7 april 2008 is derhalve gegrond.

6.4. Voor wat betreft de aanvullende klachten die zien op de op 11 september 2008 gepasseerde akte van afgifte keuzelegaat en vruchtgebruik, waarbij klaagster belanghebbende was als door de weduwe van erflater in haar hoedanigheid van executeur privatief vertegenwoordigde erfgenaam, overweegt het hof als volgt:

6.4.1. Nadat de weduwe haar akkoord met taxatie van de woning door Faasse en Fermont Makelaars had ingetrokken en was gebleken dat ook andere erfgenamen niet akkoord gingen met taxatie door dat kantoor heeft de notaris in zijn brief van 2 april 2008 aan de erfgenamen voorgesteld om het kantoor Ruiterplaat Makelaardij met de taxatie te belasten. Hoewel klaagster in haar brief van 7 april 2008 de notaris verzocht zich aan de gemaakte afspraak te houden en aangaf niet akkoord te gaan met taxatie door Ruiterplaat Makelaardij is niettemin een taxatie van Ruiterplaat Makelaardij in de akte van 11 september 2008 ten grondslag gelegd aan de afgifte van het legaat tegen inbreng van de woning aan de weduwe van erflater. Weliswaar kan de notaris niet verweten worden dat de weduwe is teruggekomen op haar akkoord met de aanwijzing van Faasse en Fermont, maar dat neemt niet weg dat de taxatie door Ruiterplaat Makelaardij niet conform het testament “in onderling overleg” heeft plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de waardering van de roerende zaken door de weduwe van erflater in haar hoedanigheid van executeur.

Dit onderdeel van de klacht is derhalve eveneens gegrond.

6.4.2. Het hof stelt voorop dat de executeur en niet de notaris verantwoordelijk is voor de volledigheid en juistheid van de boedelbeschrijving. Indien echter de boedelbeschrijving zoals in casu in de akte van 11 september 2008 notarieel wordt opgemaakt brengt de tussenkomst van de notaris mee dat deze op volledigheid en juistheid toeziet voor zover hij zulks kan beoordelen.

In de boedelbeschrijving is onder roerende zaken, afgezien van de auto en de boot, ongespecificeerd opgenomen een post inboedelgoederen. Gezien de omschrijving van het begrip inboedelgoederen in artikel 3:5 van het Burgerlijk Wetboek behoren sieraden daar niet toe.

De notaris heeft verklaard dat de executeur hem heeft bevestigd dat de in de akte opgenomen boedelbeschrijving een volledige weergave is van de bestanddelen van het te beschrijven vermogen. In zijn algemeenheid kan een notaris een dergelijke verklaring van de executeur voor juist houden tenzij bijzondere omstandigheden daaraan in de weg staan.

Uit de brief van het notariskantoor aan klaagster van 21 maart 2006 blijkt dat de weduwe van erflater, tevens executeur, zich toen op het standpunt stelde dat tot de door het overlijden van erflater ontbonden gemeenschap van goederen geen sieraden (meer) behoorden met uitzondering van de zogenaamde “strik” van de Walcherse klederdracht die erflater haar ter gelegenheid van hun huwelijk had geschonken. De notaris had er onder deze omstandigheden op toe moeten zien dat de “strik” in de boedelbeschrijving werd vermeld.

Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.

6.4.3. In de akte wordt met betrekking tot het recht van vruchtgebruik verwezen naar de bepalingen die zijn opgenomen in het testament van erflater. Een dergelijke verwijzing acht het hof toelaatbaar nu het vruchtgebruik geen registergoed betreft en alle betrokkenen van het testament kennis dragen.

Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.

6.5. Nu het hof – zoals hiervoor overwogen – de klachten gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond zal verklaren, zal het hof de beslissing van de kamer

vernietigen.

6.6. Het hof acht, gelet op het feit dat de klachten deels gegrond worden verklaard, de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de beslissing van de kamer;

- verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar klachten tegen de notaris voor zover die betrekking hebben op handelingen verricht vóór 1 januari 2008;

- verklaart de klachten deels gegrond en deels ongegrond als onder 6.3. en 6.4. overwogen;

- legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, F.A.A. Duynstee en

C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 mei 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE MIDDELBURG

Beslissing van 2 april 2009 in de zaak van

KvT 8/2008

[klaagster],

wonende te [plaatsnaam],

klaagster,

in persoon,

tegen:

1. [het notariskantoor]

gevestigd te [plaatsnaam],

2. [de notaris],

notaris te [plaatsnaam],

verweerder,

in persoon,

3. [de oud-notaris]

oud-notaris te [plaatsnaam],

verweerder,

niet verschenen.

1. Het verloop van de procedure

Partijen worden verder aangeduid als klager respectievelijk de maatschap, de notaris en de oud-notaris.

Klaagster heeft zich bij brief, ingekomen op 9 juli 2008, gewend tot de Kamer van Toezicht te Middelburg, hierna de Kamer, met een klacht tegen de maatschap, de notaris en de oud-notaris. De notaris heeft bij brief, ingekomen op 15 augustus 2008, op de klacht gereageerd. Een afschrift van deze brief is verzonden aan klaagster. Klaagster heeft vervolgens bij brieven, ingekomen op respectievelijk 9 september 2008 en 24 september 2008, gerepliceerd, waarna de notaris bij brief, ingekomen op 1 oktober 2008, heeft gedupliceerd. De oud-notaris heeft bij brief, ingekomen op 2 oktober 2008, gereageerd.

Door de voorzitter is de klacht ter kennis van de Kamer gebracht. De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden ter openbare vergadering van de Kamer van 29 januari 2009. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

2. De feiten

2.1. Op 1 september 2004 overleed [de erflater], verder: erflater.

2.2. Erflater heeft bij testament van 13 januari 1982, en bij aanvullend testament van 3 oktober 1994 over zijn nalatenschap beschikt.

2.3. Bij voormeld testament van 13 januari 1982 heeft erflater tot zijn enige erfgenamen benoemd, ieder voor gelijke delen: zijn echtgenote: [de echtgenote], zijn kinderen: [kind A] (klaagster), [kind B] en [kind C] en zijn stiefkinderen: [stiefkind 1] en [stiefkind 2].

2.4. Tevens heeft erflater bij het testament van 13 januari 1982 aan zijn echtgenote gelegateerd, de eigendom van al zijn goederen die zij zal verkiezen, onder de verplichting tot inbreng in zijn nalatenschap van de waarde daarvan en voorts het vruchtgebruik van zijn gehele nalatenschap, waaronder mede begrepen gemelde in te brengen waarde. Verder is erflaters echtgenote vrijgesteld van de verplichting tot zekerheidsstelling, al welke beschikkingen door erflater zijn gemaakt in verband met de op hem rustende verzorgingsverplichting jegens zijn echtgenote.

2.5. De echtgenote van erflater, verder tevens te noemen: de weduwe, is executeur-testamentair.

2.6. Op 14 oktober 2004 heeft het kantoor van de oud-notaris de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in behandeling genomen.

2.7. Op 13 mei 2005 is de eerste conceptakte van verdeling van de nalatenschap aan de erfgenamen toegezonden.

2.8. Deze conceptakte betrof een voorstel van de weduwe aan de mede-erfgenamen om te komen tot een verdeling van de nalatenschap, waarbij alle goederen van de nalatenschap aan haar (langstlevende) werden toebedeeld onder haar verplichting om de schulden voor haar rekening te nemen en aan de mede-erfgenamen hun erfdeel “op papier” schuldig te erkennen. Deze vordering was gedurende het leven van de langstlevende niet opeisbaar en bovendien, ter uitvoering van de testamentaire bepalingen, renteloos.

Dit voorstel wijkt in juridische zin af van de testamentaire verzorgingsregeling.

2.9. Bij brief van 26 juli 2005 aan [mevrouw X], medewerkster op het kantoor van de oud-notaris, thans van de notaris, heeft klaagster meegedeeld niet akkoord te gaan met de conceptakte van verdeling. Zij heeft op vier punten bezwaar gemaakt. Deze bezwaren betreffen kort gezegd:

1. (financiële) informatie over de verkoop van een oude woning te [plaatsnaam] en de aankoop van een nieuwe woning [adres];

2. informatie over waardebepaling van roerende goederen. Waardering van de goederen dient op grond van het testament in onderling overleg te geschieden;

3. (financiële) informatie betreffende verkoop van de boot;

4. de omzetting van een schuld van de weduwe aan klaagster van € 10.273,89 (haar erfdeel) in een renteloze lening.

2.10. Bij brief van 5 augustus 2005 aan klaagster heeft [mevrouw X] gereageerd op de bezwaren van klaagster.

2.11. Bij brief van 5 september 2005 aan [mevrouw X] heeft klaagster haar bezwaren gehandhaafd. Ten aanzien van bezwaarpunt 4 verzoekt zij direct tot uitkering van haar erfdeel over te gaan.

2.12. Bij brief van 21 maart 2006 aan klaagster heeft [mevrouw X], na bespreking van de bezwaren van klaagster met de weduwe en de broer van klaagster, gereageerd op de bezwaren van klaagster. Deze reactie houdt - kort gezegd - het volgende in, waarbij de door klaagster gehanteerde volgorde van opmerkingen wordt aangehouden:

1. een overblijvend bedrag van € 30.000,-- is aangewend voor de kosten van afbouw van de woning aan de [adres], de stoffering en de kosten van verhuizing. Een bedrag van € 20.000,-- is geschonken aan de halfzus van klaagster;

2. het ware misschien juister geweest indien in de conceptakte van verdeling zou zijn vermeld dat de in de verdeling te brengen zaken zijn opgenomen voor de waarden als vermeld in de ter zake de nalatenschap ingediende aangifte recht van successie, in plaats van de zinsnede “de goederen zijn gewaardeerd in onderling overleg per de dag van verdeling”. De weduwe en de broer van klaagster hebben meegedeeld dat tot de ontbonden huwelijksgemeenschap geen waardevolle sieraden dan wel familie-erfstukken behoren;

3. financiële informatie over de boot;

4. de weduwe heeft meegedeeld dat zij, gezien de aard van het testament, niet aan de wens tot uitkering van het erfdeel aan klaagster tegemoet komt.

2.13. Bij brief van 23 mei 2006 aan [mevrouw X] heeft klaagster de bezwaren ad 1, 2 en 4 gehandhaafd.

Zij wenst ondermeer een waardebepaling van de roerende en onroerende goederen (met uitzondering van de inboedel) door een onafhankelijk taxateur, die ook haar instemming heeft en verzoekt ten aanzien van punt 4 een aantal randvoorwaarden uit het aanvullende testament van 13 oktober 1994 op te nemen in de akte van verdeling.

Zij gaat niet akkoord met conceptakte van verdeling.

2.14. Bij brief van 10 oktober 2006 aan klaagster heeft [mevrouw X] op de drie bezwaren van klaagster gereageerd. De reactie komt - kort gezegd - op het volgende neer:

1. er zullen betalingsbewijzen bij de weduwe worden opgevraagd. Er worden stukken met betrekking tot de schenking aan de halfzus van klaagster overgelegd;

2. aan de weduwe wordt verzocht of zij instemt met het alsnog laten verrichten van een taxatie van de woning, peildatum overlijdensdag van erflater;

Er zijn geen andere waardevolle sieraden dan de “strik” van Walcherse klederdracht. Met de weduwe zal worden overlegd over taxatie daarvan. [mevrouw X] stelt voor, indien de weduwe akkoord gaat met taxatie, daarvoor Juwelier Fabery de Jonge te Goes te benaderen;

4. er is geen bezwaar de door klaagster gestelde randvoorwaarden toe te voegen en de conceptakte daarop aan te passen. De weduwe wenst niet in te gaan op directe uitkering van het erfdeel van klaagster.

2.15. Bij brief van 3 december 2006 aan [mevrouw X] heeft klaagster meegedeeld dat het proces “stroperig” verloopt en verzocht de zaken wat “voortvarender en oplossingsgerichter aan te pakken”.

Er bestaan van haar kant nog steeds drie bezwaren tegen de conceptakte:

1. klaagster wenst de betreffende betalingsbewijzen te zien;

2. klaagster wacht al twee maanden op het taxatierapport van de woning aan [adres]. Zij verschaft daarnaast een overzicht van volgens haar buiten de boedel gehouden sieraden en verzoekt om een taxatierapport daarvan. Juwelier Fabery de Jonge heeft daarbij haar instemming;

4. klaagster handhaaft haar bezwaar tegen schuldomzetting in een renteloze lening. Zij blijft van mening dat er, gezien de aanwezigheid van voldoende contanten, overgegaan kan worden tot uitkering van haar erfdeel.

2.16. Bij brieven van 19 april 2007 en 17 september 2007 aan [mevrouw X] heeft de advocaat van klaagster meegedeeld dat op de door klaagster gestelde vragen geen volledig antwoord wordt gegeven, respectievelijk geen concrete sturing plaatsvindt. Hij heeft verzocht om overleg (op korte termijn). Tevens is meegedeeld dat klaagster overweegt een klacht in te dienen.

2.17. Bij brief van 28 september 2007 aan de advocaat van klaagster doet [mevrouw X] een voorstel met betrekking tot vier data voor een bespreking met de oud-notaris.

In reactie hierop heeft klaagster aan haar advocaat laten weten uit het oogpunt van kosten de voorkeur te geven aan een telefonisch overleg tussen haar advocaat en de oud-notaris.

2.18. Op 1 november 2007 heeft er telefonisch overleg plaatsgevonden tussen de advocaat van klaagster en [mevrouw X].

2.19. Per 1 januari 2008 is de notaris de oud-notaris opgevolgd in zijn praktijk.

2.20. In een e-mailbericht van 25 januari 2008 aan de advocaat van klaagster heeft [mevrouw X] onder meer meegedeeld dat de weduwe akkoord gaat met taxatie van de woning door Makelaar Faasse & Fermont te Goes. Tevens heeft zij meegedeeld dat de rentedragendheid van de vordering wegens niet uitgekeerde erfdelen dan wel het uitkeren van het erfdeel aan klaagster niet bespreekbaar is.

2.21. Bij e-mailbericht van 4 februari 2008 heeft klaagster [mevrouw X] verzocht het dossier over de dragen aan de verantwoordelijke notaris.

2.21. In maart 2008 heeft de notaris de behandeling van onderhavig dossier overgenomen. Dit is bij brief van 14 maart 2008 aan klaagster meegedeeld.

2.22. In een e-mailbericht van 19 maart 2008 aan de notaris heeft klaagster haar nog steeds bestaande bezwaren geuit en de notaris verzocht de afspraken die met haar advocaat zijn gemaakt zonder vertragingen uit te voeren. Zij heeft meegedeeld een klacht tegen het kantoor te zullen indienen.

2.23. Bij brief van 2 april 2008 aan de erfgenamen heeft de notaris onder meer meegedeeld dat de weduwe zo spoedig mogelijk tot een afronding van de afwikkeling van de nalatenschap wenst te komen en tot uitvoering van het testament wenst over te gaan. “Zij wenst de afgifte van alle goederen van de nalatenschap, zulks op de grond van het aan haar toegekende keuzelegaat, waarbij zij de waarde van de goederen in de nalatenschap zal inbrengen. Over de inbrengsom wenst zij het vruchtgebruik.” De notaris deelt verder mee dat een taxateur de waarde van de woning per overlijdensdatum bindend tussen de erfgenamen zal vaststellen. De notaris stelt voor een ter plaatse bekende onafhankelijke taxateur te benaderen, en adviseert om Ruiterplaat Makelaardij te Kamperland hiervoor te benaderen.

2.24. Bij brief van 7 april 2008 aan de notaris deelt klaagster onder meer mee dat de notaris voorbijgaat aan een aantal toezeggingen die zijn kantoor tijdens de achterliggende correspondentie van drie jaar heeft gedaan. Zij hecht er zeer aan dat deze toezeggingen worden nagekomen en de beloofde informatie alsnog wordt overgelegd, alvorens zij haar goedkeuring aan de verdeling van de nalatenschap geeft. Zij wenst:

1. inzage in de betalingsbewijzen;

2. taxatie van de woning door Makelaar Faasse en Fermont te Goes;

3. geen renteloze vordering.

2.25. Bij brief van 6 juli 2008 aan de Kamer heeft klaagster een klacht ingediend tegen de notaris.

2.26. De notaris heeft op 15 augustus 2008 een verweerschrift ingediend.

2.27. Bij brief van 15 augustus 2008 heeft de notaris een conceptakte aan de erfgenamen doen toekomen, waarin de uitwerking van de afwikkeling van het testament is vastgelegd. Deze brief bouwt voort op brief van 2 april 2008.

In de brief van 15 augustus 2008 vraagt de notaris onder meer aan de weduwe haar standpunt te bepalen omtrent de door de notaris voorgestelde taxateur Ruiterplaat Makelaardij.

2.28. Bij brief van 6 september 2008 aan de Kamer heeft klaagster op het verweerschrift van de notaris gereageerd en haar bezwaren geuit tegen voornoemde conceptakte.

2.29. Op 8 september 2008 ontving klaagster een aangepaste conceptakte. De definitieve akte is op 11 september 2008 gepasseerd.

2.30. In verband met vakantie heeft klaagster pas bij brief van 22 september 2008 gereageerd op de door haar op 8 september 2008 ontvangen conceptakte.

2.31. De oud-notaris heeft bij brief aan de Kamer van 1 oktober 2008 op de klacht gereageerd. Hij spreekt zijn verbazing uit over het feit dat hij bij de klacht wordt betrokken. Hij is per 1 februari 2008 eervol ontslagen als notaris en sinds januari van dat jaar niet meer werkzaam op het kantoor van de vier notarissen. Hij sluit zich aan bij het verweer van de notaris en voegt daar nog een enkel punt aan toe.

3. De klacht en het verweer van de notaris

3.1. Klaagster stelt dat de notaris heeft gehandeld c.q. nagelaten in strijd met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten. Zij verwijt de notaris onzorgvuldig optreden bij de afhandeling van de nalatenschap van erflater.

Klaagster is van mening dat zij door de notaris en de notarismedewerkster [mevrouw X] niet serieus wordt/werd genomen. Ter onderbouwing voert klaagster in haar klaagschrift van 6 juli 2008 het volgende aan:

- er wordt niet of erg laat gereageerd op correspondentie van klaagster;

- er worden door notarismedewerkers zaken toegezegd die vervolgens niet worden nagekomen;

- er worden in de conceptakte van verdeling, die reeds op 13 mei 2005 is toegezonden, kosten opgevoerd, die niet zijn onderbouwd. Er worden bewijsstukken toegezegd, maar niet overgelegd;

- er wordt met de argumentatie van klaagster niets, althans weinig inhoudelijk gedaan. Het lijkt erop alsof er een tactiek van rekken en zwijgen wordt toegepast, zodat klaagster uiteindelijk instemt, aldus klaagster.

Ter zitting heeft klaagster verder nog aangevoerd dat zij in haar brief van 6 september 2008 haar bezwaren heeft geuit met betrekking tot de in augustus 2008 toegezonden conceptakte. Op 8 september 2008 ontving klaagster een aangepast concept, dat voor commentaar werd toegezonden, terwijl dit drie dagen later op 11 september 2008 werd gevolgd door een definitief ondertekend exemplaar. In tegenstelling tot het gestelde dat een ieder is uitgenodigd tot het maken van opmerkingen, heeft klaagster daarvoor, in verband met vakantie, onvoldoende kans gehad. Zij kon pas op 22 september 2008 reageren op de 8 september 2008 ontvangen conceptakte. Op 30 september 2008 had de notaris deze “ge-update” brief ontvangen. Hierin bleven nog 4 punten over:

1. waardebepaling woning [adres];

2. zichtbaar maken van de sieraden in de boedelbeschrijving;

3. afwijking van de waardebepaling volgens het testament (testament bepaalt: waardebepaling in overleg, tekst in akte luidt: waardebepaling door executeur);

4. het financiële gat van ca. € 30.000,-- waar nog informatie over was toegezegd door medewerkers van de notaris en de weduwe.

Klaagster stelt dat met haar opmerkingen niets is gedaan.

Zij voert verder aan dat de oud-notaris in zijn schriftelijke reactie suggereert dat klaagster gezamenlijk overleg altijd heeft geweigerd, maar klaagster stelt dat zij van hem nooit een uitnodiging tot persoonlijk overleg heeft ontvangen. Op aandringen van (de advocaat van) klaagster op overleg heeft de oud-notaris uiteindelijk een voorstel gedaan voort gespreksdata. De advocaat van klaagster heeft uiteindelijk - op verzoek van klaagster telefonisch - overleg gevoerd waarbij hij te woord werd gestaan door de notarismedewerkster en niet door de oud-notaris. Klaagster heeft de indruk dat er daarbij niet een zorgvuldige behartiging van haar belangen heeft plaatsgevonden.

3.2. De notaris heeft de stellingen van klaagster gemotiveerd betwist.

Hij stelt dat de gebeurtenissen voor 1 januari 2008 in tuchtrechtelijke zin niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Wel maken zij onderdeel uit van onderhavig dossier.

De akte van afgifte van het keuzelegaat en de vestiging van het vruchtgebruik over de inbrengvordering van de langstlevende echtgenote is een stipte en nauwkeurige uitvoering van het testament van erflater, aldus de notaris. Alle door klaagster gemaakte verwijten met betrekking tot in de akte opgenomen afwijkingen van testamentaire verzorgingsregelingen zijn apert onjuist. Het testament van erflater is met het passeren van de akte van 11 september 2008 geheel uitgevoerd.

De notaris voert aan dat het voorstel in de conceptakte van mei 2005 mede was gedaan met het oog op vermijding van de nadelige fiscale gevolgen voor de mede-erfgenamen, die ontstaan bij onverkorte uitvoering van de testamentaire regelingen. De vragen die klaagster hieromtrent had zijn door de notarismedewerkster doorgespeeld aan de weduwe en deze heeft getracht zoveel mogelijk informatie te verschaffen aan klaagster. Ten aanzien van het door klaagster gestelde financiële gat van € 30.000,-- stelt de notaris dat de verantwoording van dat bedrag voor de afwikkeling van de nalatenschap niet ter zake doet, aangezien deze kosten tijdens het leven van erflater zijn betaald. Op het moment van overlijden van erflater behoorde tot de nalatenschap de woning in afgebouwde staat.

Het is juist dat de weduwe in eerste instantie heeft toegezegd akkoord te gaan om de taxatie te laten uitvoeren door Faasse en Fermont. Deze toezegging heeft de weduwe binnen één werkdag echter weer ingetrokken, terwijl bovendien andere erfgenamen geen taxatie door genoemde taxateur wensten te laten uitvoeren. Het kantoor van de notaris was derhalve niet meer bevoegd tot het verstrekken van een taxatieopdracht. De notaris erkent dat de intrekking van de toezegging alsmede de bezwaren van de overige erfgenamen dor het kantoor beter had moeten worden gecommuniceerd aan klaagster.

Gezien het (voortdurende) gebrek aan overeenstemming over vele zaken, heeft de notaris in dit verband aan de weduwe, in haar hoedanigheid van executeur, voorgesteld om als executeur een onafhankelijke, niet eerder bij dit dossier betrokken taxateur aan te wijzen. Om haar verantwoordelijkheid als executeur in te vullen, heeft de notaris haar geadviseerd om een taxatie te laten uitvoeren door een ter plaatse bekende taxateur, waarbij de notaris Ruiterplaat Makelaardij heeft genoemd.

De weduwe heeft uiteindelijk het haar bij testament toegekende recht op het keuzelegaat uitgeoefend, terwijl de waardering van de tot de nalatenschap behorende goederen op een inzichtelijke wijze tot stand is gekomen. De notaris voert aan dat aan hem voldoende bewijsstukken zijn getoond, op basis waarvan hij heeft geconcludeerd dat alle juiste informatie aan alle erfgenamen ter beschikking is gesteld. De weduwe heeft in haar hoedanigheid van executeur het testament verder uitgevoerd, een en ander aan de hand van door de notaris opgestelde stukken. De notaris heeft op deze wijze getracht de afwikkeling van de nalatenschap te bespoedigen, waarbij hij zowel de belangen van de erfgenamen enerzijds als de belangen van de weduwe anderzijds zo goed als mogelijk in ogenschouw heeft genomen.

Alle door de notaris geproduceerde stukken zijn steeds naar alle betrokkenen gezonden, waarbij eenieder is uitgenodigd tot het maken van opmerkingen. Pas na het ondertekenen van de definitieve akte en de verzending van de afschriften heeft klaagster nog een aantal opmerkingen over de inhoud gemaakt.

Ter zitting heeft de notaris verder nog aangevoerd dat de door klaagster voorgestelde wijzigingen die konden worden toegepast ook zijn toegepast. Ten aanzien van de vóór 2008 gevoerde correspondentie erkent de notaris dat het kantoor te lang als postbus heeft gefungeerd. Het kantoor heeft te lang bemiddeld zonder resultaat. Volgens de notaris is het wel de bedoeling geweest om met alle erfgenamen gezamenlijk een overleg te voeren.

De notaris was niet op de hoogte van het feit dat klaagster in september 2008 op vakantie was. De eerste conceptakte is in augustus 2008 verstuurd. Daarop heeft klaagster gereageerd. Er zijn op verzoek van klaagster enkele wijzigingen opgenomen. Verder is er niet gereageerd op de inhoud van de akte.

De notaris stelt tenslotte dat het nooit zijn bedoeling is geweest klaagster als minderwaardige partij te behandelen.

4. De beoordeling

4.1. Uit hetgeen klaagster in haar klaagschrift(en) heeft aangevoerd, alsmede uit hetgeen zij ter zitting naar voren heeft gebracht, lijkt te volgen dat haar klacht officieel is gericht tegen de maatschap de 4 notarissen, alsmede tegen de notaris. De kamer gaat daar bij de beoordeling van de klacht van uit.

Hoewel de klacht niet officieel is ingediend tegen de oud-notaris, heeft deze schriftelijk op de klacht gereageerd. Ten aanzien van deze reactie merkt de Kamer op dat het haar verbaast dat de oud-notaris niet op de hoogte is van het feit dat een notaris die niet meer als zodanig werkzaam is, aan de tuchtrechtspraak onderworpen blijft ter zake van enig in het eerste lid van artikel 98 Wna bedoeld handelen of nalaten gedurende de tijd dat hij als zodanig werkzaam was.

4.2. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de maatschap. De tuchtrechtspraak strekt zich uit tot notarissen en kandidaat-notarissen in persoon en ziet op het handelen c.q. nalaten van hen als persoon in hoedanigheid van notaris of kandidaat-notaris.

4.3. Gelet op de formulering van de klacht dient met name onderzocht te worden of de notaris een verwijt kan worden gemaakt van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als notaris behoort te betrachten en/of in strijd met de zorg die een notaris betaamt.

4.4. Gelet op de hiervoor onder de kop “De feiten” geschetste zaakshistorie, is de Kamer van oordeel dat er weinig activiteit van de (oud-)notaris naar de weduwe is ondernomen op grond van de grieven van klaagster. Het had op de weg van de (oud-) notaris gelegen om te proberen partijen om de tafel te krijgen en een duidelijke uitleg omtrent het testament te geven. De Kamer kan zich niet aan de indruk onttrekken dat klaagster steeds “het bos is ingestuurd”. Er heeft geen correspondentie met de overige erfgenamen plaatsgevonden.

Het ware beter geweest indien de weduwe een boedelbeschrijving had opgemaakt, die klaagster vervolgens had kunnen aanvechten. De (oud-)notaris had daar op moeten aandringen.

Voorts had aan klaagster moeten worden uitgelegd dat en waarom rentedragendheid van haar vordering geen optie was.

Deze verwijten treffen merendeels het handelen c.q. nalaten van de oud-notaris. Niet gebleken is dat hij voldoende sturend is opgetreden naar de weduwe, terwijl hij onvoldoende alert heeft gereageerd op de correspondentie van klaagster. Zoals is overwogen, richt de klacht van klaagster zich echter niet tegen de oud-notaris, zodat te dien aanzien niet wordt beslist.

Met betrekking tot het handelen c.q. nalaten van de notaris overweegt de Kamer als volgt. Bij de toezending van de laatste conceptakte in september 2008 had het op de weg van de notaris gelegen om daarbij te vermelden dat de akte op deze wijze gepasseerd zou worden en had hij klaagster moeten wijzen op haar doorzettingsrecht, indien zij haar bezwaren wilde handhaven.

Met betrekking tot de taxatie van de woning overweegt de Kamer dat een eenzijdige taxatie niet de voorkeur verdient. De notaris heeft zelf ook toegegeven dat hij duidelijker had moeten communiceren. Aan klaagster is niet aangegeven waarom de weduwe en (een deel van) de erfgenamen niet akkoord gingen met Makelaar Faasse en Fermont te Goes.

4.5. Alle feiten en omstandigheden in samenhang bezien, is de Kamer van oordeel dat de klacht van klaagster gegrond is, maar dat aan de notaris geen tuchtrechtelijke maatregel dient te worden opgelegd. Daarbij is van belang dat hij het dossier betreffende de afwikkeling van de nalatenschap heeft overgenomen van de oud-notaris, die grotendeels de verwijten treffen. De klacht is de notaris dan ook minder toerekenbaar, behalve waar het betreft het toezenden van de laatste conceptakte op de wijze zoals dat is geschied. De kamer acht de ernst van het dienaangaande aan de notaris te maken verwijt echter niet zodanig dat dit enige straf of maatregel rechtvaardigt. De notaris heeft ter zitting toegegeven dat zijn optreden niet de schoonheidsprijs verdient.

5. De beslissing

De Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Middelburg:

- verklaart de klacht gegrond, zonder dat zij de notaris daarbij een straf of maatregel oplegt.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.A.M. van Dijke, voorzitter, mrs. C. Kool, H. Quispel en J. van den Berg, leden, en mr. A. Wooldrik, plaatsvervangend lid, in tegenwoordigheid van mr. F.A.C.M. Maandag-Leussink, secretaris, en uitgesproken op 2 april 2009.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam (Prinsengracht 436, correspondentieadres Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij deze beslissing aan u is toegezonden.