Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2179

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
200.020.211/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met de kamer is het hof van oordeel dat de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de notaris, zowel in wezen als in schijn dienen te zijn gewaarborgd en dat is ook het oogmerk van de meergenoemde beleidsregel. Wanneer een notaris zich , zoals in het onderhavige geval, via een verwijzende makelaar, afficheert, komen die onafhankelijkheid en onpartijdigheid, op zijn minst in schijn, in het geding. Met het plaatsen van de onderhavige advertentie zijn de artikelen 17Wna en 26 Vbg, alsmede de meergenoemde beleidsregel overtreden.

Met de kamer is het hof van oordeel dat een notaris, die deel uitmaakt van een associatief samenwerkingsverband als het onderhavige, een maatschap naar burgerlijk recht, verantwoordelijk is voor het wervende optreden van die maatschap naar buiten ook indien die notaris geen directe bemoeienis heeft gehad met dat optreden.

Ter terechtzitting in hoger beroep hebben de notarissen naar voren gebracht het belang van de beleidsregel te onderschrijven. Anders dan de kamer zal het hof om die reden en omdat een actieve betrokkenheid van de notarissen bij het plaatsen van de advertentie niet aannemelijk is geworden hen geen maatregel opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 20 april 2010 in de zaak onder nummer 200.020.211/01 NOT van:

1. [de notaris A],

notaris te [plaatsnaam],

2. [de notaris B],

notaris te [plaatsnaam],

3. [de notaris C],

notaris te [plaatsnaam],

APPELLANTEN,

gemachtigde: mr. G.J. van Oosten,

tegen

KONINKLIJKE NOTARIËLE BEROEPSORGANISATIE,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. W.J. Geselschap.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Namens appellanten, verder te noemen de notarissen, is bij een op 9 december 2008 ter griffie ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissingen van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, verder te noemen de kamer, van 18 november 2008, waarbij de klacht van geïntimeerde, verder ook te noemen de KNB, tegen alle notarissen die lid zijn van [de maatschap] (hierna: [de maatschap]) waarvan naast de notarissen nog vier andere in de provincie Friesland gevestigde notarissen deel uitmaken, gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van waarschuwing aan de notarissen.

1.2. Op 27 januari 2009 is van de zijde van de notarissen een aanvullend verzoekschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van de KNB is op 26 februari 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 20 augustus 2009, alwaar zijn verschenen de gemachtigde van de KNB alsmede de notarissen en hun gemachtigde. Allen hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van de notarissen aan de hand van zijn pleitnota.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van de KNB

De KNB verwijt de notarissen dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van artikel 17 Wet op het notarisambt (Wna) en artikel 26 Verordening beroeps- en gedragsregels (Vbg) door plaatsing van paginagrote wervende advertenties voor [de notarissen maatschap] in het ”Huisblad” van […] (hierna: het Huisblad). De notarissen maken – zoals hiervoor al bleek – deel uit van [de maatschap] en de klacht van de KNB betrof in eerste aanleg alle aan die maatschap verbonden notarissen. De KNB kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het plaatsen van deze pagina grote advertenties tweeënhalf jaar na het invoeren van de beleidsregel, op grond waarvan het notarissen is verboden wervende publiciteit te bedrijven via gegevensdragers van verwijzers, iets weg heeft van een opzettelijke overtreding.

5. Het standpunt van de notarissen

5.1. De notarissen betwisten de stellingen van de KNB en verweren zich als volgt.

5.2. De notarissen stellen zich op het standpunt dat de notarissen die geen enkele betrokkenheid hebben gehad bij het plaatsen van de advertentie, voor dat plaatsen niet tuchtrechtelijk kunnen worden aangesproken. De opdracht tot plaatsing is (telkens) gegeven door het lid van de maatschap [de notaris D] te [plaatsnaam], zo stellen zij.

Voorts betogen de notarissen dat de KNB met de beleidsregel een onjuiste invulling geeft aan de waarborgen die worden genoemd in artikel 17 Wna en artikel 26 Vbg.

Ten slotte stellen de notarissen dat [notaris D] nimmer door de KNB is gewaarschuwd, terwijl de advertentie reeds enkele jaren regelmatig in het Huisblad verscheen voordat de onderhavige klacht werd ingediend. Door [de notaris D] en zijn kantoorgenoten rauwelijks voor de tuchtrechter te dagen, maakt de KNB zich volgens de notarissen schuldig aan de schending van beginselen van een behoorlijke procesorde, waaronder de beginselen van willekeur en van zorgvuldigheid.

6. De beoordeling

6.1. De tekst van artikel 17 Wna luidt voor zover hier van belang:

“De notaris oefent zijn ambt in onafhankelijkheid uit en behartigt de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.”

Artikel 26 Vbg bepaalt:

“De notaris dient er op toe te zien dat publiciteit die door of ten behoeve van hem wordt bedreven in overeenstemming is met de zorgvuldigheid die een behoorlijk notaris betaamt en geen inbreuk vormt op het streven in het notariaat naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.”

De beleidsregel “Adverteren via verwijzers”, zoals vastgesteld door het bestuur van de KNB op 20 oktober 2005, luidt – voor zover hier van belang –:

“Het bestuur van de KNB is van mening dat het in strijd is met artikel 17 van de Wet op het notarisambt (Wna) en artikel 26 van de Verordening beroeps- en gedragsregels (VBG), via gegevensdragers van, dan wel samen met een specifieke verwijzer of groep van verwijzers, al dan niet tegen betaling, wervende publiciteit te bedrijven of te doen bedrijven. “

6.2. Allereerst dient de vraag beantwoord te worden of de KNB met de beleidsregel een onjuiste invulling geeft aan de waarborgen die worden beoogd met artikel 17 Wna (onafhankelijkheid en onpartijdigheid) en artikel 26 Vbg.

Met de kamer is het hof van oordeel dat de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de notaris, zowel in wezen als in schijn dienen te zijn gewaarborgd en dat is ook het oogmerk van de meergenoemde beleidsregel. Wanneer een notaris zich , zoals in het onderhavige geval, via een verwijzende makelaar, afficheert, komen die onafhankelijkheid en onpartijdigheid, op zijn minst in schijn, in het geding.

Voorts draagt het adverteren via een makelaar niet bij aan het bepaalde in artikel 26 Vbg. De notaris werft immers cliënten door tegen betaling te adverteren in een huisblad van een makelaar, die moet worden beschouwd als een persoon die beroepshalve naar een notaris verwijst. De gewraakte advertenties zijn bovendien geen beroepsinhoudelijke bijdragen over het werkterrein van een notaris. Met het plaatsen van de onderhavige advertentie zijn de artikelen 17Wna en 26 Vbg, alsmede de meergenoemde beleidsregel dus overtreden.

6.3. Vervolgens is aan de orde of de notarissen ter zake van genoemde overtredingen een verwijt kan worden gemaakt nu zij, zoals zij hebben betoogd, geen bemoeienissen hebben gehad met het plaatsen van de advertenties. Met de kamer is het hof van oordeel dat een notaris, die deel uitmaakt van een associatief samenwerkingsverband als het onderhavige, een maatschap naar burgerlijk recht, verantwoordelijk is voor het wervende optreden van die maatschap naar buiten ook indien die notaris geen directe bemoeienis heeft gehad met dat optreden. Dit geldt temeer nu de gewraakte advertenties met een zekere regelmaat werden geplaatst en de notarissen ieder met naam en adres in de advertenties werden genoemd. De klacht is derhalve gegrond.

6.4. Ten aanzien van het door de notarissen gevoerde verweer dat sprake is van de schending van beginselen van een behoorlijke procesorde komt het hof tot geen ander oordeel dan door de kamer is verwoord in de bestreden beslissingen onder punt 10, dat het hof tot het zijne maakt en waarnaar het hof verwijst.

6.5. Ter terechtzitting in hoger beroep hebben de notarissen – in weerwil van hun verweer als hiervoor onder 5.2 vermeld – naar voren gebracht het belang van de beleidsregel te onderschrijven. Anders dan de kamer zal het hof om die reden en omdat een actieve betrokkenheid van de notarissen bij het plaatsen van de advertentie niet aannemelijk is geworden hen geen maatregel opleggen. De beslissing van de kamer kan daarom in zoverre niet in stand blijven.

6.6. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing behoudens ten aanzien van de daarin opgelegde maatregel van waarschuwing aan de notarissen en in zoverre opnieuw rechtdoende:

- legt de notarissen geen maatregel op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L.Verheij, A.M.A. Verscheure en A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 20 april 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE LEEUWARDEN

Uitspraak: 18 november 2008

Reg.nr.: 19-2008

UITSPRAAK

van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden (hierna te noemen: de Kamer), in de zaak van:

Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie,

gevestigd te Den Haag,

hierna te noemen: de KNB,

gemachtigde: mr. R. Wisse, werkzaam bij de KNB,

tegen

[de notaris A],

notaris te [plaatsnaam],

hierna te noemen: [de notaris A],

gemachtigde: mr. G.J. van Oosten.

PROCESVERLOOP

1. Bij brief van 2 juli 2008 heeft de KNB een klacht ingediend tegen [de notaris A]. [De notaris A] heeft bij brief van 4 september 2008 schriftelijk verweer gevoerd. De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 24 september 2008 ter vergadering van de voltallige Kamer. Zowel de KNB als [de notaris A] zijn verschenen.

MOTIVERING

Feiten

2.1. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.2. In oktober 2005 heeft het bestuur van de KNB een beleidsregel vastgesteld die het notarissen verbiedt via gegevensdragers van, dan wel samen met een specifieke verwijzer of groep van verwijzers, al dan niet tegen betaling, wervende publiciteit te bedrijven of te doen bedrijven (hierna te noemen: de beleidsregel) in verband met strijdigheid met artikel 17 Wet op het notarisambt (hierna te noemen: Wna) en artikel 26 Verordening beroeps- en gedragsregels (hierna te noemen: Vbg).

2.3. Het toezicht op de naleving van de beleidsregel heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld. Tot april 2006 heeft de KNB notarissen aangeschreven met het verzoek het adverteren via een verwijzer te staken. Vanaf oktober 2006 heeft de KNB het beleid verscherpt door een mogelijke overtreding ter kennis van de Kamer waaronder de notaris ressorteert te brengen. Sinds 1 september 2007 wordt naar aanleiding van een geconstateerde overtreding direct een formele klacht ingediend bij de Kamer waaronder de notaris ressorteert.

2.4. Een kantoorgenoot van [de notaris A], [notaris D] (hierna te noemen: [notaris D]), heeft medio 2005 met makelaarskantoor […] een overeenkomst gesloten ter zake het twee maal per jaar plaatsen van een advertentie over [de maatschap] in een huisblad van […] Makelaars. De laatst geplaatste advertentie, die heeft geleid tot het indienen van de onderhavige klacht, dateert van maart 2008 en kent onder andere de volgende inhoud.

'Geen notaris zo kleurrijk als [de maatschap]

Omdat wij alles nét een beetje anders doen. Natuurlijk letten wij net zo goed op de kleine lettertjes als elke andere notaris. Wij zijn minstens zo punctueel en precies. Maar wat we niet doen, is duur doen. En daar profiteert u van. Bijvoorbeeld in de vorm van een uiterst vlotte en flexibele heeft u in meerdere opzichten een streepje voor. Van het oprichten van een BV tot het wijzigen van de statuten of van het opstellen van een hypotheekakte tot het vastleggen van een wilsbeschikking.'

De overeenkomst tot adverteren is met ingang van 1 juli 2008 door [de notaris D] beëindigd.

2.5. Tot de maatschap van [de maatschap] behoren de volgende notarissen:

1. [de notaris D] [plaatsnaam]

2. [de notaris A] te [plaatsnaam]

3. [de notaris E] te [plaatsnaam]

4. [de notaris B] te [plaatsnaam]

5. [de notaris F] te [plaatsnaam]

6. [de notaris G] te [plaatsnaam]

7. [de notaris C] te [plaatsnaam]

2.6. [De notaris E] is op 1 juli 2008 tot de maatschap toegetreden.

Het standpunt van de KNB

3. De KNB stelt dat [de notaris A] zich als geassocieerde notaris van [de maatschap] door de plaatsing van de advertentie in het huisblad van […] Makelaars schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 17 Wna en artikel 26 Vbg. De KNB stelt zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken dat het plaatsen van een paginagrote advertentie in een overduidelijke uitgave van een verwijzende makelaar tweeënhalf jaar na het invoeren van de beleidregel iets weg heeft van een opzettelijke overtreding van de beleidsregel. Tot slot stelt de KNB dat een klacht in verband met het overtreden van de beleidsregel alle tot de associatie behorende notarissen betreft.

Het standpunt van [de notaris A]

4. [de notaris A] stelt zich primair op het standpunt dat hij niet tuchtrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de individuele gedraging van [de notaris D], nu hij niet eerder wetenschap heeft gekregen van de verweten reclame uiting dan na de ingediende klacht van de KNB. Voorts voert [de notaris A] aan dat de KNB met de beleidsregel een onjuiste invulling geeft aan de waarborgen die worden genoemd in artikel 17 Wna en artikel 26 Vbg. Tot slot stelt [de notaris A] dat de KNB hem nimmer voordien heeft gewaarschuwd, terwijl de advertentie reeds enkele jaren in de woonkrant was verschenen. Door hem en zijn kantoorgenoten rauwelijks voor de tuchtrechter te dagen, maakt de KNB zich schuldig aan schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, waaronder het beginsel van willekeur en het beginsel van zorgvuldigheid.

De beoordeling

5. De Kamer dient in onderhavige zaak de vraag te beantwoorden of [de notaris A] tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. De Kamer overweegt ten aanzien van die vraag als volgt.

6. Ingevolge artikel 98 lid 1 Wna zijn (kandidaat-)notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als (kandidaat-)notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk (kandidaat-)notaris niet betaamt. De Kamer dient te onderzoeken of de handelwijze van [de notaris A] zoals door de KNB beschreven een verwijtbare handeling in de zin van dit artikel oplevert.

7. Vast is komen te staan dat de KNB in oktober 2005 de beleidsregel heeft vastgesteld die het notarissen verbiedt via gegevensdragers van, dan wel samen met een specifieke verwijzer of groep van verwijzers, al dan niet tegen betaling, wervende publiciteit te bedrijven of te doen bedrijven. De beleidsregel beperkt zich expliciet tot wervende publiciteit.

Wat het onderhavige geval betreft: de tekst van de advertentie in het huisblad van [...] Makelaars kan naar het oordeel van de Kamer niet anders worden aangemerkt als een wervende publiciteit, zodat er sprake is van overtreding van de beleidsregel.

8. Ter zake de stelling van [de notaris A] dat de KNB met de beleidsregel een onjuiste invulling geeft aan de waarborgen die worden genoemd in artikel 17 Wna en artikel 26 Vbg oordeelt de Kamer als volgt.

Artikel 17 Wna verplicht de notaris zijn ambt in onafhankelijkheid uit te oefenen, waarbij hij de belangen van de bij een rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigt. De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de notaris dient zowel in wezen als in schijn te zijn gewaarborgd. Naar het oordeel van de Kamer komen juist die onafhankelijkheid en onpartijdigheid, op zijn minst in schijn, in het geding wanneer een notaris zich via een verwijzende makelaar, zoals in het onderhavige geval is gebeurd, afficheert.

Artikel 26 Vbg verplicht de notaris er op toe te zien dat publiciteit die door of ten behoeve van hem wordt bedreven in overeenstemming is met de zorgvuldigheid die een behoorlijk notaris betaamt en geen inbreuk vormt op het streven in het notariaat naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen. Adverteren via een makelaar draagt daar naar het oordeel van de Kamer niet aan bij. Immers, de notaris werft cliënten door tegen betaling te adverteren in een huisblad van een makelaar als verwijzer.

Gelet op het bovenstaande is de Kamer niet van oordeel dat de KNB met de beleidsregel een onjuiste invulling geeft aan de in de artikelen 17 Wna en 26 Vbg genoemde waarborgen.

9. Anders dan [de notaris A] is de Kamer van oordeel dat [de notaris A] tuchtrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor het handelen van [de notaris D] dat heeft geresulteerd in de overtreding van de beleidsregel en overweegt daartoe het volgende.

Hoewel ogenschijnlijk alleen [de notaris D] als geassocieerde notaris van [de maatschap] bemoeienis heeft gehad met de in het huisblad van [...] Makelaars geplaatste advertentie en de andere associés, zo ook [de notaris A], hiermee geen directe bemoeienis hebben gehad, acht de Kamer de anderen in het kader van het tussen de notarissen bestaande associatieve samenwerkingsverband in gelijke mate tuchtrechtelijk verantwoordelijk. Te meer, nu naast [de notaris D] ook de andere geassocieerde notarissen met naam en toenaam zijn genoemd in de advertentie, met uitzondering van [notaris E] die ten tijde van de plaatsing van de advertentie nog niet tot de maatschap was toegetreden. Voorts is een notaris ingevolge artikel 26 Vbg verplicht er op toe te zien dat publiciteit ten behoeve van hem wordt bedreven in overeenstemming is met de zorgvuldigheid die een behoorlijk notaris betaamt en geen inbreuk vormt op het streven in het notariaat naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen. Overigens komt het verweer de Kamer niet erg aannemelijk voor nu de periode tussen het sluiten van de overeenkomst tot adverteren in juli 2005 tot de plaatsing van de laatste advertentie in maart 2008 er één is van bijna drie jaar, waarbij de advertentie gelet op de plaatsingsfrequentie minimaal vijf maal geplaatst moet zijn.

10. Dat de KNB zich schuldig heeft gemaakt aan schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, waaronder het beginsel van willekeur en het beginsel van zorgvuldigheid, door [de notaris A] en zijn kantoorgenoten rauwelijks voor de tuchtrechter te dagen zoals door [de notaris A] betoogd, kan naar het oordeel van de Kamer niet worden geconcludeerd. De KNB heeft onbetwist gesteld dat zij vanaf 2005 meermalen per jaar aandacht heeft besteed aan (het toezicht op de naleving van) de beleidsregel in haar magazine en op haar intranet. Overigens heeft [de notaris A] ook niet gesteld dat hij het bestaan van (het toezicht op de naleving van) de beleidsregel niet kende of hoefde te kennen. Voorts is komen vast te staan dat het toezicht op de naleving van de beleidsregel zich heeft ontwikkeld. Tot april 2006 heeft de KNB notarissen aangeschreven met het verzoek het adverteren via een verwijzer te staken. Vanaf oktober 2006 heeft de KNB het beleid verscherpt door een overtreding ter kennis van de Kamer waaronder de notaris ressorteert Kamer te brengen. Vanaf 1 september 2007 wordt naar aanleiding van een geconstateerde overtreding direct een formele klacht ingediend bij de Kamer waaronder de notaris ressorteert. Met de KNB is de Kamer van oordeel dat de beleidsregel en de wijze waarop de KNB op de naleving ervan toeziet inmiddels genoegzaam bekend mag worden verondersteld bij de notarissen. Naar het oordeel van de Kamer zijn er dan ook geen feiten of omstandigheden komen vast te staan die de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat de KNB [de notaris A] eerst had moeten waarschuwen. Of de plaatsing van de paginagrote advertentie in een overduidelijke uitgave van een verwijzende makelaar een opzettelijke overtreding van de beleidsregel is, zoals door de KNB betoogd, is voor de beoordeling niet van belang.

11. Gelet op het bovenstaande zal de Kamer de klacht gegrond verklaren, waarbij zij de maatregel van waarschuwing geïndiceerd acht.

DE BESLISSING

De Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden:

verklaart de klacht gegrond;

legt aan [notaris A] de maatregel van waarschuwing op;

bepaalt dag en uur waarop de waarschuwing zal worden uitgesproken nadat de vaststelling heeft plaatsgevonden dat tegen de onderhavige beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat.

Deze beslissing is genomen te Leeuwarden door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzitter, mr. J.C.G. Leijten, mr. H. Ph. Breuker, mr. E.M.W. de Lange en mr. N. Th. Vink, leden, bijgestaan door mr. M.A. Fokkens-Kelder, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2008.