Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:BL5971

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-02-2010
Datum publicatie
26-02-2010
Zaaknummer
200.039.523/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt de bestreden beslissing van de kamer van toezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 23 februari 2010 in de zaak onder nummer 200.039.523/01 GDW van:

[klager], handelende onder de naam “[naam]”,

te [plaatsnaam],

APPELLANT,

tegen

[de gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: H.A. Hoving.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder te noemen klager, is bij een op 4 augustus 2009 ter griffie ingekomen verzoekschrift – met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 7 juli 2009, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder ook te noemen de gerechtsdeurwaarder, ongegrond is verklaard.

1.2. Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is op 3 september 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 28 januari 2010, alwaar zijn verschenen klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder. Zij hebben het woord gevoerd. De gerechtsdeurwaarder zelf is - hoewel behoorlijk opgeroepen – niet verschenen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar wat de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. De standpunten van partijen

Voor de weergave van de wederzijdse standpunten verwijst het hof naar de bestreden beslissing nu in hoger beroep geen nieuwe standpunten zijn ingenomen.

5. De beoordeling

5.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

5.2. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, R.J.Q. Klomp en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2010 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 7 juli 2009 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 125.2009 ingediend door:

[klager], handelende onder de naam “[naam]”

te [plaatsnaam],

klager,

tegen:

[de gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

verschenen bij H.A. Hoving.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen van 15 februari 2009, ingekomen op 17 februari 2009, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 12 maart 2009 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 9 juni 2009 alwaar klager en de gemachtigde van beklaagde is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 7 juli 2009.

1. De feiten

a) Het kantoor van de gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een tegen klager gewezen vonnis. Het vonnis is op 24 september 2008 betekend. Op 12 november 2008 is bij exploot beslag roerende zaken aangezegd tegen 27 november 2008 op het adres waar de onderneming van klager is gevestigd. Dit beslag is niet gelukt omdat klager niet aanwezig bleek.

b) Op 27 november 2008 is beslag aangezegd tegen 4 december 2008. Klager was weer niet aanwezig en de beslagleggende gerechtsdeurwaarder heeft het slot laten forceren. Er is een brief achtergelaten voor klager met de mededeling dat klager de sleutel van zijn kantoor kon ophalen op het politiebureau te [plaatsnaam]. De beslagleggende gerechtsdeurwaarder is dit vergeten en klager kon de sleutel pas ophalen op het politiebureau op maandag 8 december 2008, nadat hij op maandag om 11:57 had gebeld met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder.

c) De verkoop van de inbeslaggenomen zaken is aangezegd tegen 8 januari 2009 om 12:00 uur. Op 19 december 2008 heeft een collega-gerechtsdeurwaarder ten laste van klager executoriaal derdenbeslag gelegd onder een debiteur van klager. Op 8 januari 2009 om 12:24 uur heeft klager het verschuldigde bedrag op het kantoor van de gerechtsdeurwaarders voldaan.

2. De klacht

Verkort samengevat verwijt klager de gerechtsdeurwaarder dat deze nodeloos kosten heeft veroorzaakt. Klager kon wegens werkzaamheden op beide dagen van beslaglegging niet aanwezig zijn. Hij heeft ervoor gezorgd dat een kennis op 4 december 2008 aanwezig was in zijn bedrijfsruimte. De beslagleggende gerechtsdeurwaarder vond het echter niet voldoende om alleen beslag te leggen op werkmateriaal, maar heeft ook het slot van zijn kantoor geforceerd en daarbij gerommeld met zijn administratie. De vrijdag daarna kon klager zijn kantoor niet in. Terwijl de verkoop al was aangekondigd heeft de gerechtsdeurwaarder op 23 december 2008 nogmaals beslag gelegd. Kennelijk alleen om extra kosten in rekening te kunnen brengen. Doordat hij niet naar binnen kon heeft hij schade geleden wegens gemis van drie opdrachten.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht weersproken en aangevoerd dat de toegang is verschaft door iemand die volgens de politie een daar verblijvende asielzoeker was, en dus duidelijk niet iemand die klager ter plekke vertegenwoordigde. De deur naar het kantoor was afgesloten en is geopend door de slotenmaker. Omdat de opbrengst van een verkoop onzeker is, is voor alle zekerheid derdenbeslag gelegd. Klager is pas op het tijdstip van de verkoping op het adres verschenen. Samen met de verkopende gerechtsdeurwaarder is hij naar het kantoor van de gerechtsdeurwaarders gegaan en heeft het verschuldigde voldaan. Het oplopen van de kosten heeft klager aan zichzelf te wijten. Klager had kunnen vermoeden dat de sleutel nog wel bij de gerechtsdeurwaarder zou zijn. De sleutel is niet aan de asielzoeker gegeven, omdat het kantoortje niet voor niets was afgesloten door klager.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet slechts gerechtsdeurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen.

Het gerechtsdeurwaarderskantoor [naam gerechtsdeurwaarderskantoor] kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. Een deel van de handelingen waarover klager klaagt zijn verricht door kandidaat-gerechtsdeurwaarder [naam kandidaat-gerechtsdeurwaarder]. Omdat een toegevoegd-kandidaat gerechtsdeurwaarder weliswaar ook zelf tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de door hem verrichte handelingen, handelt hij namens en onder verantwoordelijkheid van de gerechtsdeurwaarder aan wie hij is toegevoegd. Gerechtsdeurwaarders [gerechtsdeurwaarder] wordt daarom aangemerkt als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

4.2 Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.3 Naar het oordeel van de Kamer staat het een gerechtsdeurwaarder vrij beslag te leggen op de hele inventaris. Tuchtrechtelijk laakbaar handelen is daarbij niet gebleken. Dat Klager van mening is dat de gerechtsdeurwaarder genoeg zaken in beslag had genomen doet hieraan niet af. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat zijn kantoor meerdere vorderingen op klager ter invordering heeft gehad en in het verleden is meerdere malen gebleken dat de bedrijfsmachines die beneden stonden waren verpand aan de Bank. Daarom is op de hele inventaris beslag gelegd.

In het licht hiervan kon de gerechtsdeurwaarder ook beslag leggen onder een derde. Nog los daarvan staat een schuldenaar op grond van de wet met heel zijn vermogen in voor betaling van zijn schulden. Het klachtonderdeel treft geen doel.

4.4 Ten aanzien van de klacht met betrekking tot de sleutel heeft gerechtsdeurwaarder ter zitting nog eens benadrukt dat hij de sleutel bij vergissing niet bij de het politiebureau heeft ingeleverd. De sleutel lag op zijn bureau en hij komt elke dag langs het politiebureau. Hij is echter vergeten de sleutel mee te nemen en heeft hem op maandag daarna direct naar het politiebureau gebracht.

4.5 Naar het oordeel van de Kamer maakt een gerechtsdeurwaarder die een vergissing begaat, zich in het algemeen daarmee niet zonder meer schuldig aan handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk dient te worden bestraft. Dit kan anders zijn wanneer de vergissing of fout klaarblijkelijk gevolg is van grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Hiervan is echter niet gebleken. Dit klachtonderdeel wordt als zijnde van onvoldoende gewicht afgewezen.

4.6 De Kamer merkt op dat in het door de gerechtsdeurwaarder bij het verweerschrift overgelegde specificatie van het door klager betaalde bedrag de post voorkomt aanzegging beslag roerende zaken. Uit de door klager overgelegde stukken blijkt dat die aanzegging bij exploot is gedaan. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting hieromtrent aangevoerd dat de aanzeggingen sinds de verschijning van een notitie van de Beroepsorganisatie voortaan bij brief zal worden gedaan.

4.7 Nu het een voorheen toegepaste praktijk was die niet meer wordt toegepast en de Kamer ervan uitgaat dat de gerechtsdeurwaarder de naar achteraf gebleken onterecht bij klager in rekening gebrachte kosten tot het bedrag van € 56,80 zal terugbetalen kan niet worden gezegd dat er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor gerechtsdeurwaarders:

- verklaart de klachten ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.M. Beins, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.C.A. Wildenburg en N.J.M. Tijhuis (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2009 in tegenwoordigheid van de secretaris.