Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2010:2154

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
07-01-2019
Zaaknummer
5270-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

artikel 16 Sv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-005270-07

datum uitspraak: 21 mei 2010

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2007 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-480178-06 en 13-480207-06 (onderscheidenlijk de zaken A en B)tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1933,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 22 augustus 2007 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 25 november 2009 en 21 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Ter terechtzitting van 21 mei 2010 is melding gemaakt van een beschikking van de kantonrechter van 18 maart 2010. In deze beschikking is vastgelegd dat bewind is ingesteld over de goederen van de verdachte en voorts dat een mentorschap is ingesteld over de niet-vermogensrechtelijke belangen van de verdachte.

Daarnaast is ter terechtzitting melding gemaakt van de inhoud van een brief van 10 augustus 2009, waarin is vermeld dat de verdachte lijdt aan ‘dementie met fors decorumverlies’.

Naar aanleiding hiervan is het hof van oordeel dat op grond van artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, de vervolging van de verdachte wordt geschorst voor onbepaalde tijd.

Beslissing

Het hof:

Schorst de vervolging van de verdachte op grond van het in artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, met ingang van 21 mei 2010.

Dit arrest is gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Gonggrijp-van Mourik, mr. H.A. Holthuis en mr. J.A. Peters, in tegenwoordigheid van mr. W. Blaak, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 mei 2010.

mr. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.