Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2009:BR2204

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2009
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
07/00406
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Compromis. Partijen sluiten ter zitting een compromis betreffende de enkelvoudige belasting en dat de heffingsrente conform wettelijk systeem zal worden berekend. De boete wordt door het Hof in beginsel op 50% gesteld, maar gelet op de draagkracht van belanghebbende verder verlaagd. In verband met overschrijding van de redelijke termijn wordt de boete overeenkomstig de door het Hof geformuleerde uitgangspunten nog eens met 5% verminderd. (beroep gegrond)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2011/1950
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

23 juli 2009

Kenmerk 07/00406

uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

X,

wonende te Y,

belanghebbende,

gemachtigde mr. B (Advocatenkantoor B advocaten en procureurs te Y),

tegen de uitspraak in de zaak no. AWB 06/5398 van de rechtbank Haarlem van 7 juni 2007 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Amsterdam,

de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

De inspecteur heeft met dagtekening 25 augustus 2005 aan belanghebbende voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/ premie volksverzekeringen (hierna: loonheffing) opgelegd van € 66.226. Gelijktijdig is bij afzonderlijke beschikking een boete opgelegd van € 33.113.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraken, gedagtekend 28 maart 2006, de naheffingsaanslag en de boetebeschikking gehandhaafd.

Bij uitspraak van 7 juni 2007, verzonden op 8 juni 2007, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft (de gemachtigde van) belanghebbende hoger beroep ingesteld bij beroepschrift van 11 juli 2007, bij het Hof ingekomen op 12 juli 2007.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2008. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een afschrift bij brief van 18 november 2008 aan partijen is gezonden.

Naar aanleiding van de zitting heeft het Hof bij genoemde brief van 18 november 2008 vragen gesteld aan de inspecteur. Op 26 februari 2009 is van de inspecteur een schriftelijke reactie ontvangen. De gemachtigde van belanghebbende heeft daarop op 11 mei 2009 gereageerd. Partijen hebben over en weer afschriften van elkaars brieven ontvangen.

Op 8 juli 2009 heeft een nadere zitting plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2. Overwegingen

2.1. In hoger beroep is tussen partijen in geschil of de naheffingsaanslag en de boetebeschik-king terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

2.2. Hetgeen partijen ter zitting op voorstel van het Hof zijn overeengekomen, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van de nadere zitting, houdt kort gezegd in dat de enkelvoudige belasting € 16.236 dient te bedragen, dat heffingsrente in rekening zal worden gebracht volgens de wettelijke regels en dat het vaststellen van de boete aan het Hof wordt overgelaten.

2.3. Gelet op de aan het compromisvoorstel van het Hof ten grondslag liggende overwegingen, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van de nadere zitting, acht het Hof een boete van 50% van de enkelvoudige belasting, ofwel € 8.118, in beginsel passend en geboden.

Belanghebbende heeft evenwel gemotiveerd gesteld dat hij onvoldoende draagkracht heeft om de naheffingsaanslag en de boete te betalen. Het Hof ziet hierin aanleiding de boete te verlagen tot € 5.000.

In verband met de overschrijding van de redelijke termijn, welke in dit geval minder dan 6 maanden bedraagt, wordt de boete overeenkomstig de door het Hof recentelijk geformuleerde uitgangspunten (zie de uitspraak van 2 juli 2009, nr. 04/03329, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, LJN: BJ1298) met 5% ofwel € 250 verminderd tot € 4.750.

2.4. De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd. Het Hof zal de uitspraak van de inspecteur vernietigen en de naheffingsaanslag verminderen tot € 16.236 en de boete tot € 4.750.

2.5. Belanghebbende heeft recht op vergoeding van het griffierecht in beide instanties en op vergoeding van proceskosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt de vergoeding gesteld op € 966 [2 procespunten (beroepschrift en zitting) x 1,5 (gewicht van de zaak) x € 322] in beroep en eveneens € 966 [2 procespunten (beroepschrift, schriftelijke inlichtingen en nadere zitting) x 1,5 (gewicht van de zaak) x € 322] in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 1.932.

3. Beslissing

Het Hof

vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

vernietigt de uitspraken van de inspecteur;

vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 16.236;

vermindert de boete tot € 4.750;

veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.932;

gelast de inspecteur het betaalde griffierecht van € 38 (beroep bij de rechtbank) en € 106 (hoger beroep), in totaal € 144, aan belanghebbende te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mrs. J. den Boer, voorzitter, E.A.G. van der Ouderaa en E.F. Faase, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. G.J.H.M. Milder-Wolbers als griffier. De beslissing is op 23 juli 2009 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.